Steden
zijn de afgelopen decennia omgeslagen van een Keynesian Staat naar een
Concurrerende Staat. In plaats van als hoofddoel het verspreiden van de
welvaart, ligt tegenwoordig het doel alleen maar in het creeren van welvaart.
Steden zien zich gedwongen met een ondernemingsachtige benadering naar hun
economische ontwikkeling te kijken. Dit komt voort uit de economische
globalisering maar zijn vorm en aard zijn sterk afhankelijk van het nationale
regulatiesysteem en lokale politieke culturen.
THE
RISE OF THE ENTREPENEURIAL CITY
Er
is dus een verschuiving in de stadspolitiek en bestuur van het managen van
publieke services naar de promotie van economische concurrentie. De verbinding
tussen de ondernemende stad en economische globalisering is het onderwerp
geweest van veel debat.
Economische
globalisering heeft een duidelijke impact gehad op de manier waarop steden
bestuurd worden en de rol van gemeentebesturen. Om investeringen aan te trekken
moet de stad een imago presenteren van een efficiente economische manager.
Bijna alle steden zijn zover gekomen dat ze groei promoten op zo’n aggressieve
manier die een decennia geleden nog ondenkbaar was. Er zijn programma’s die de stad aantrekkelijker moeten maken voor
investeerders (ondernemingszones, stedelijke ontwikkelingscoorporaties,
stedelijke subsidies en publiek-private samenwerkingsverbanden). Critici
benadrukken echter het tekort aan sociale doelen van deze nieuwe
ontwikkelingen.
In
de concurrentiestrijd heeft het concept van de marketing van de stad veel aan
belangstelling gewonnen. Steden die er niet in slagen zich goed op de markt te
brengen lopen het risico van economische stagnatie en achteruitgang. Steden
zijn een handelsprodukt geworden. Het hoofddoel van de stadmarketeur is om een
nieuw imago van de stad te construeren om een vaag of negatief imago te
vervangen die voorheen bij huidige of toekomstige inwoners, investeerders en
bezoekers bestond. Dit is vooral
belangrijk bij traditionele industriesteden.
In
de advertenties van tijdschriften kan men twee brede terugkomende thema’s
herkennen:
-
the city at work bedoeld voor het aantrekken
van “fixed capital” investeringen. De stad wordt gepresenteerd als een plaats
met goedkope arbeid, lage belastingen, en vooral als een plaats vóór
bedrijvigheid
-
the city at play bedoeld om het circulerende
kapitaal van consumenten en “conventions”aan te trekken.
Overigens kunnen de overeenkomsten ook komen door het weinig aantal reclamebureaus dat zich met het produceren van zulke advertenties bezig houdt. In elk geval worden in de advertentie zulke visuele beelden gebruikt die de stad vrij van twijfel, en ontbloot van conflict verkopen. De “slogan” wordt hierbij ook steeds vaker gebruikt.
Terugkomend
op de thema’s, volgen hieronder nog een paar dingen die steeds weer bij de
promotie gebruikt worden: politiek klimaat dat voor bedrijvigheid is, een
ideale werkkracht, hightech industrie, ontwikkelingsinstituten, goede infrastructuur,
gezonde lokale economie, hoge kwaliteit van het leven, vorige successen,
gunstige citaten over de stad, en getuigenissen van bedrijven die er al zitten.
Memphis
heeft alle natuurlijke aspecten die nodig zijn voor een distributiecentrum. Er
was alleen wel een landelijke advertentiecampagne nodig om deze comparatieve
voordelen van Memphis duidelijk te maken. Hierbij heeft het hoofdkantoor van
Federal Express, die er al zat, een grote invloed gehad in het construeren van
het imago van Memphis als Amerika’s distributiecentrum. De campagne heeft veel
succes gehad, en veel andere bedrijven aangetrokken.
Milwaukee
had een moeilijkere taak. Het had namelijk het imago van achteruitgang. Het
verlies van veel produktiewerkgelegenheid in de laatste drie decennia had de
economie weinig goeds gedaan. De huidige economische positie van de stad is
vooral te danken aan de gedreven burgemeester John Norquist, gekozen in 1998.
Zijn visie voor de toekomst van de stad: “Milwaukee shoul be a private-sector
city and a free market city.” Hij gaf de stedelijke welvaartsstaat-traditie
volledig op. Marketing slogan: “The city that works for your bussiness”. En het
heeft gewerkt: de economie groeit weer en de werkeloosheid is lager dan het
landelijk gemiddelde.
INDEPENDENCE
OF THE URBAN FROM THE NATIONAL
Samengaand
met de opkomst van de ondernemingsstad is een proces van ontkoppeling van de
nationale economie. Steden zijn het zat steeds te moeten wachten op en bedelen
om hun deel van de nationale inkomsten of investeringen. Steden hebben daarom
langzaamaan lokale initiatieven ontwikkeld voor economische ontwikkeling. Ze
zien zichzelf steeds meer als aparte eenheden en grensoverscheidende cooperatie
en trans-frontier networking waarbij stadsautoriteiten in Europa betrokken
zijn, komen steeds meer voor.
THE
GLOBAL-UBAN NEXUS
Het
gaat hierbij vooral om de relatie tussen globalisering en stedelijke
veranderingen. Er zijn vijf belangrijke punten in de globale-lokale verbinding.
1. De dominante globale krachten zijn economisch. 2. Deze krachten dringen
binnen in de lokale schaal op een onevenredige manier en mijden daarbij zelfs
bepaalde instituties, industrieen, mensen en plaatsen. 3. Globale krachten worden
soms omarmd, soms tegen gehouden en soms zelf geexploiteerd. 4. Ecomische,
politieke en sociale krachten opereren op verschillende ruimtelijke
schaalniveaus. 5. Als resultaat, omdat elke schaal relatief autonoom van de
anderen is, worden globale krachten over gebracht wanneer zij naar beneden
doordringen.
Vanwege
de globalisering wordt de “national”minder belangrijk dan de “global” als
eenheid van analyse.