15.
CAPITAL,
STATE AND SPACE: CONTESTING THE BORDERLESS WORLD
Nationale grenzen zijn nog steeds belangrijk bij de besluitvorming
en het globale bereik van kapitaal.
TEGENSTANDERS
·
Vragen zich het
bestaan en de effectiviteit van de landsgrenzen af:
Investeringen: niet langer aan plaats
gebonden, zodat kapitaal naar de plaatsen met de hoogste opbrengsten en de
meeste mogelijkheden kan stromen.
Industrie: ook meer globaal georiënteerd. De
staat heeft de controle over kapitaal verloren, omdat de regels in een
grenzeloze wereld, waarin kapitaal moeiteloos de grenzen over kan, niet meer
effectief zijn.
Globale organisaties: kunnen overal in de
wereld vestigen, door de informatie –en transportrevoluties.
·
Relatie
staat-kapitaal is verdwenen (> regio-staten zijn belangrijk geworden).
Transnationaal kapitaal is plaatsloos geworden.
·
Nu de stromen
zo gemakkelijk de grenzen over gaan heeft de staat zijn traditionele rol van
bemiddelaar en regulerend (en management) instituut verloren.
·
Toename IGO en
NGO’s (supranationale organisaties) en internationale verdragen is een teken
voor de afname van de macht van de staat (denationalisering); beďnvloeden
staten mbt lonen en tariffen Short & Kim).
·
WTO en IMF
dwingen/stimuleren landen om hun markt open te stellen.
·
Globalisering
heeft ervoor gezorgd dat steden zelf steeds meer beslissingen nemen en in de
wereldeconomie integreren (> stedelijke overheden) (Europe of the regions)
(bottum-up lokaal-economische strategieën (Short & Kim).
VOORSTANDERS
·
‘Dialectical
process’ van homogenisering en differentiatie: lokale en regionale
tegenreacties.
·
De globale
economie is een proces.
·
Door wijdere
netwerken van politieke actoren kunnen er ook nieuwe strategische functies
verkregen worden en sommige functies beter uitgevoerd worden.
·
Ruimte/plaats
blijft belangrijk bij de (re)productie van kapitaal (consumption of space by
capital), want hier is een relatief immobiel sociaal (sociale &
persoonlijke relaties: netwerken > externe of territoriale economie genoemd
en is alleen op lokaal niveau mogelijk) en fysiek (infrastructuur en
hulpbronnen) netwerk voor nodig en de strategische voordelen van de thuisbasis
(territoriality). Kapitaal is dus niet placeless.
Home-country embeddeness blijkt uit:
◦ gemeten aan de hand van geografische verspreiding en reikwijdte
zijn de TNC’s geen globale ondernemingen.
◦ Ownership & corporate governace zijn
nationaal ipv globaal (geen stateless bedrijf): hierdoor verschil per TNC (qua
land) in: autonomie van hun managers, werknemer-werkgever relatie en aandeel
van aandeelhouders).
◦ technologische activiteiten/innovaties van globale ondernemingen
zijn geworteld in de thuislanden (global localization). De technologische
activiteiten zijn dus nog niet geglobaliseerd.
·
Overschatting
van de mate dat de staat kapitaal kon controleren. Als de staat hierin erg
effectief was geweest, had het kapitaal niet uit handen van de staat kunnen
ontsnappen.
·
De staat levert
de benodigde condities en instituties voor de accumulatie en
internationalisatie van het kapitaal (waarmee ook het bestaan van de staat
gelegitimeerd kan worden) en zal deze blijven leveren alleen onder
verschillende tijd-ruimte omstandigheden (niet of, maar hoe, van een meer ‘policing’ naar een meer
proactieve rol) (gestandaardiseerde munt, aanwezigheid van de sleutelfactoren
voor productie en eigendomsrechten).
·
Sommige
staatsfuncties zijn niet nieuw:
1.
De staat blijft
de garandeur van de ‘rechten’ van globaal kapitaal dmv deregulatie en nationale
wetten.
◦ bemoeienis met binnenlands kapitaal,
wanneer een investering of productiebeslissing nationale belangen beďnvloed.
◦ helpt
binnenlands kapitaal een betere positie op de globale markt te krijgen.
2.
De staat blijft
de benodigde condities leveren voor de globale groei van het binnenlands
kapitaal.
3.
De staat participeert
direct in de transnationale activiteiten: de staat is de eigenaar en manager
van de TNC’s.
4.
De staat blijft
een van de meest effectieve regelaars in de globale economie: ze filteren die
investeringen eruit die niet in overeenstemming zijn met de nationale doelen.
Deze regelaarsfunctie zorgt voor een verschil in transactiekosten (en daarmee
de concurrentievoordelen) tussen verschillende plaatsen en staten.
► Globale financiële integratie gebeurt
niet door de afbrokkeling van de natiestaat, maar door de door de staat genomen
regulatiemaatregelen. Rol van de natiestaat in de globalisatie van kapitaal:
◦ marktactoren
vrijheid garanderen dmv liberalisatie
◦ grote
internationale financiële crisissen voorkomen
◦ niet
invoeren van nieuwe controles/barričres op financiële stromen
5.
De rol van de
staat in de internationalisatiepolitiek is net zo belangrijk gebleven.
De toegenomen complexiteit van
de globale economie vroeg om de formatie van regionale en internationale
instituties voor de coördinatie en regulatie van de globale kapitaalstromen.
► De opkomst van deze
supranationale instituties betekent echter niet het einde van de staat, omdat
ze de belangrijke controle/legitimatiemiddel van nationalisme ontbreken.
► Internationale
organisaties zijn belangrijk voor het bestaan van de staat en van kapitaal. De
supranationale instituties zorgen ervoor dat het kapitaal in overeenstemming is
met de belangen van de staat. TNC’s steunen internationale instituties, doordat
ze iets wat een individuele staat niet kan, kunnen leveren (bescherming van
Europa, stabiele markt en regulatie van financiële systemen).
Binnen een staat is men nog
steeds afhankelijk van het economisch beleid en uitgaven van de staat. Dmv een
fiscaal (rente) -en industrieel beleid kunnen staten concurrentievoordelen
creëren.
·
Het zijn vooral
de back offices die zijn gedecentraliseerd en niet de hoofdkantoren. De
belangrijkste financiële wereldcentra (Londen, New York en Tokyo) laten geen
afname in hun dominantie zien.
·
Kapitaalstromen
worden niet placeless. Ze raken steeds meer verweven met specifieke territorial
localities, om aan de ene kant hun globale klanten te bedienen en om aan de
andere kant van de voordelen van local embeddedness te profiteren.
Nadelen van de eigen lokale kenmerken zijn
dat een nieuwkomend bedrijf geen kennis heeft van de sociale, politieke en
economische omstandigheden in het gastland. (know-how over lokale economie,
politiek, cultuur, zakelijke gebruiken, lokale vraag en smaak en hoe toegang te
verkrijgen tot de lokale arbeidsmarkt, distributiekanalen, infrastructuur en
grondstoffen). Het verwerven van deze lokale kennis kan het beste worden gedaan
door een joint venture met een lokaal bedrijf te sluiten. Deze lokale elementen
zijn geterritoriasliseerd (zijn ook terug te vinden in de nationale economische
wetgeving).
Dit lokale business systeem vormt een
territoriaal complex. Er vindt een grote interactie plaats tussen bedrijven,
lokale instituties en andere sleutelactoren om een grote institutional
thickness te creëren, welke bedrijven aan de ‘localities’ bindt. Local skills
en ondernemersschap zijn ook belangrijk voor de ontwikkeling van
bedrijfsspecifieke bekwaamheid. Ondernemersschap is niet een globaal product,
maar is geworteld in de specifieke sociale en culturele context. (De Chinese
ondernemersschap is familiegebaseerd en de Amerikaanse is gebaseerd op
zelfvervulling.)
·
Producten gaan
over de hele wereld, maar soms moeten ze ook aan de lokale smaak, voorkeuren,
waarden en houding worden aangepast (differentiëring naast homogenisering).
·
De grenzen gaan
open voor goederen en kapitaal (denationalisering),
maar blijven zoveel mogelijk gesloten voor mensen (renationalisering). Nationaliteit (citizenship) is nog steeds zeer
belangrijk. Zelf in de EU geldt dat de grenzen voor mensen buiten de EU
gesloten blijven (Short & Kim).
·
Hoewel er de
laatste jaren een toename van het aantal regionale
handelsblokken heeft
plaatsgevonden, zijn de meeste erg beperkt in diepte en reikwijdte van de
integratie. Ze worden echter ook gelegitimeerd door de natiestaten, welke dus
belangrijke bouwstenen in de globale economie zullen blijven (Dicken).
·
Vanaf jaren
’70:
Keynesiaanse model > entrepreneurial city (ondernemende stad): Steden stellen zich
steeds meer op als ondernemers op de werldmarkt en proberen investeerders aan
te trekken (hc. 4 van der Vaart en Short & Kim).
Welfare state competitie stad
Publieke private
sector
Eerlijke verdeling doel: geld maken
·
Door de
vermindering van de barričres kan kapitaal op kleine schaal verschillen tussen
plaatsen veroorzaken (als tegenreactie op homogenisering).
·
Regio’s hebben
niet de macht en legitimiteit om activiteiten te beďnvloeden, omdat ze een
product zijn van geografie en geschiedenis. Hoewel ze best machtig met invloed
op politiek en culturele identiteiten kunnen zijn, wordt territoriality met
natiestaten geďdentificeerd.
·
De
kapitalistische staat zal de institutionele maatregelen blijven treffen. De staat
is namelijk een kapitalist, gevangen in het kapitalistische mode of production.
CONCLUSIE
·
De
kapitalistische staat houdt zijn functies mbt kapitaalaccumulatie en blijft
invloed uitoefenen in de globale politieke economie.
·
Kapitaal is
meer territorially embedded in plaatsen dan dat het placeless geworden is.
·
Er is een
spanning tussen integratie (door globalisering economische activiteiten) en
disintegratie (lokalisatie van de economische activiteiten).
·
Territoriale
verschillen blijven belangrijk bij het globaliseringproces.
1. Het
wordt erg belangrijk kapitaalallianties te cultiveren, door ze duidelijk in te
bedden in territoriale specifieke lokaties.
2. Ongelijke
regulatiesystemen zullen ervoor blijven zorgen dat buitenlandse investeringen
daar terechtkomen waar de situatie voor hen het gunstigste is.
3. Het
eindstadium bestaat niet.
L.G. 5 juni 2001