1. HOOFVELT - GLOBALISATION
Vanaf de jaren
’80 heeft de term ‘globalisering’ devolgende termen vervangen:
Internationalisering:
nationale economieën raken steeds meer met elkaar verweven door internationale
handel (geografisch bereik is minder geworden). Transnationalisering: steeds meer grensoverschrijdende productie
door multinationals (is stabiel gebleven).
Nu verdieping kapitalistische integratie
(ipv verwijding/expansie van handel en investeringen in steeds meer gebieden).
Er vindt
een proces van ‘social system building’ op globaal niveau plaats. Sociale
systeem theorie, society as a social system. Het
sociale systeem is in vier subsystemen onder te verdelen:
1.
economie (adaptive
function);
2. politiek
(mobilisation for collective purposes: internationale coöperatie
tussen staten en opkomst internationale organisaties);
3. sociaal
(integrative function);
4. cultuur
(leveren van het bepaalde waardensysteem, nodig voor het reproduceren van het
systeem door de tijd heen).
Het vierde subsysteem bestaat nog niet,
ontwikkeling van globalisatie is dus nog onvolledig. Dit wordt veroorzaakt door
drie kloven:
1. religieuze
kloof (Islam & Christendom);
2. tussen
democratie & absolutisme (W-O);
3. cultuur
wel/niet gebaseerd op industrie (N-Z): (rationeel, individualistisch/meer
vanuit natuur).
De mogelijkheden om deze kloven te verkleinen zijn
dezer dagen toegenomen. Culturele globalisatie is toegenomen door:
1. Compression of the
world: economieën over de wereld zijn met elkaar
verbonden, zodat wat we aan de ene kant van de wereld doen gevolgen heeft voor
mensen aan de andere kant (geen nieuw begrip).
2. Global consciousness:
het kleiner worden van de wereld (door massacommunicatie) vergroot het weten en
de vereniging mbt economische, politieke, sociale en milieuproblemen
(vervuiling, mensenrechten, recessie, wereldvrede) (nieuw begrip).
De organisatie van de ruimte en tijd is de
sleutel tot macht. Ruimte: De organisatie van de ruimte
bepaald (sociale) relaties tussen activiteiten, dingen en vooral tussen mensen.
Kapitaal kan vrij bewegen. Tijd: Productiekosten worden berekend in de tijd dat
het kost om het te maken (Fordisme > flexibele productie). Turnover time of
capital (time value of money): hoe snel een investering is terugverdiend en hoe
sneller, hoe groter de opbrengst.
Ruimte wordt uitgedrukt in tijd.
‘Time/space distantiation’ meet de mate waarin de ruimte/afstand overwonnen is
om sociale interactie te laten plaatsvinden. Dit is zeer bevorderd door de
technologische ontwikkelingen (elektronisch tijdperk, telecommunicatie). Het
krimpen van de wereld tot een ‘global village’ zorgt voor een vernietiging van
de ruimte door tijd. Dit heeft gevolgen voor de rol van de natie-staat als
‘territorially bounded community’ en ook voor de organisatie van de economische
productie, grensoverschrijdend. Er verschijnen ‘imagined’ gemeenschappen,
culturen en controlesystemen, die de grenzen overschrijden. Hoewel we nog
steeds lokale levens als fysieke personen hebben, ervaren we nu ook ‘phenomenal worlds’, welke globaal zijn.
Door de
liberalisatie en de technologische vooruitgang zijn multinationals van simpele integratiestrategieën overgegaan
op complexe (> geïntegreerd
internationaal productiesysteem). Deze ontwikkeling gaf de mogelijkheid voor
het ontstaan van het globale
marktprincipe (een dominante standaardprijs, -kwaliteit en -efficiëntie),
die de globale marktplaats van voor
en tussen de oorlogen verving. Door de globale concurrentie moeten nu zelfs
goederen en diensten die voor de binnenlandse markt worden geproduceerd aan
deze standaardeisen voldoen. De globale fragmentatie en integratie van het
productieproces heeft voor een toename in de internationale handel van
componenten gezorgd.
Globale marktplaats:
·
internationale arbeidsverdeling
·
internationale handel complementair = inter-product trade (landen specialiseren
zich in producten waar ze het beste in zijn en ruilen deze met producten de ze
niet zelf produceren)
Globale marktdiscipline:
·
arbeidsverdeling weg
·
internationale handel concurrerend = intra-product trade (export competitie
tussen producenten in verschillende landen in dezelfde productielijnen)
Simpele
integratiestrategieën:
·
buitenlandse filialen produceren, met
technologie van het moederbedrijf, dezelfde gestandaardiseerde producten die
hiervoor geïmporteerd werden
·
buitenlandse filialen produceren die
inputs voor hun moederonderneming, waarvoor zij een betere concurrentiepositie
hebben
Complexe
integratiestrategieën:
·
multinationals verplaatsen verschillende
delen van het productieproces naar verschillende filialen in verschillende
landen
Marktprincipe
wordt ook weleens ‘markt discipline’
genoemd, omdat het belemmeringen met zich meebrengt (‘mode of regulation’).
Tijd-ruimte compressie en ‘shared phenomenal world’ verkaard dit
internationaliseringsproces. Het is de ‘awareness’ van de globale competitie
welke individuen, groepen en nationale overheden belemmerd zich aan de
internationale standaards mbt prijs en kwaliteit aan te passen, want anders
wordt de competitie verloren. Dit wordt versterkt door de media en ervaringen
van bekenden. Dus terwijl globale concurrentie de conditie heeft gevormd voor
het ontstaan van de globale marktdiscipline, is het de tijd-ruimte compressie
welke de shared phenomenal world heeft gecreëerd dat deze discipline elke dag
aanmoedigt en reproduceert. Het is bv voor een bedrijf al voldoende om te
dreigen met de verplaatsing van een fabriek om zo de lonen tot een globaal
concurrerend niveau te verlagen.
B. FLEXIBLE ACCUMULATIE
DOOR GLOBALE NETWERKEN
Door de daling
van de transport –en communicatiekosten worden steeds meer bedrijven voor
steeds meer functies steeds meer ‘footloose’.
‘Non-tradable’ activiteiten worden ‘real-time’ activiteiten. Economische
activiteiten zijn namelijk gereorganiseerd. Eerst werden de economische
activiteiten ingedeeld in: primaire, secundaire en tertiaire, daarna in:
activiteiten met een hoge/lage toegevoegde waarde. Tegenwoordig in: ‘real-time’
activiteiten (afstand en locatie zijn niet meer bepalend) en ‘material’ activiteiten (locatie wordt
nog steeds (gedeeltelijk) bepaald door de plaats/afstand).
In sommige
industrieën is nu ook de productiecapaciteit
flexibel genoeg om als een handelswaar te worden gezien, mogelijk gemaakt door
intranet. ‘Economic networking’ is mogelijk gemaakt door de fusie van
telecommunicatie met computertechnologie (tijd-ruimte compressie) en door de
aanwezigheid van de sociale en institutionele vereisten. Delen van het
productieproces worden via subcontracting aan kleine, onafhankelijke en meer
efficiënte bedrijven uitbesteed en er wordt contact gehouden via elektronische
netwerken. Er is een globaal netwerk ontstaan waarin productieactiviteiten en
diensten (capaciteit dus) voor de korte termijn worden ingekocht. Hierdoor
kunnen de kopers flexibel handelen en zich snel aan de nieuwe smaak aanpassen.
C. GLOBAL FINANCIAL ‘DEEPENING’
Financial deepening gebeurt als de groei
van de financiële transacties de groei van de onderliggende economische
productie en handel overtreft. Dit werd mogelijk gemaakt door de fusie van
financiële deregulatie met de ontwikkelingen in telecommunicatie en
informatietechnologie. Geld is een ‘real time’ bron geworden (stijging
internationale mobiliteit van kapitaal). Mobiliteit refereert aan snelheid,
vrijheid en afsnijding van de sociale banden. Globalisatie versterkt de banden
tussen de kern en het globale systeem, maar de periferie (mensen en landen)
wordt verder gemarginaliseerd. De kern-periferie structuur wordt steeds meer
een sociale deling, ipv een geografische (imploding capitalism?). Door de
toegenomen mobiliteit van kapitaal is sociale nationale solidariteit (pensioen
geregeld door de staat) niet meer functioneel en wordt door de deregulering, de
globalisatie van kleine private investeerders aangemoedigd. Deze beleggen
bijvoorbeeld het pensioengeld in Chinese aandelen, waardoor de Chinese boeren
minder zullen krijgen. De groeiende economieën in het Verre Oosten bieden meer
zekerheid in pensioenvoorziening dan de reproductie van arbeidskracht door de
krimpende jongere generatie. De manier waarop mensen sparen en investeren is
veranderd (de-territorialisation of economic rationality).
Als laatste is globalisatie een proces, er
bestaat nog geen globale economie of samenleving. Hoe het globaliseringsproces
verder verloopt hangt af van hoe en of nationale overheden het proces
tegenwerken of toestaan.
(L.G. 1 juni 2001)