Globalisatie: de ‘basic dynamics’ zijn geïnternationaliseerd en worden gedomineerd door oncontroleerbare marktkrachten. Multinations kunnen zich daar localiseren waar het marktvoordeel ligt.
Het kapitalisme groeit niet meer maar verdiept zich; Imploding capitalism
Factoren die culturele globalisatie tegengaan:
- Fundamentalistische geloofsgroeperingen die elkaar bestijden
- Democratische en absolutistische staten
- Industrieel/rationeel denkende staten en staten die meer vanuit de natuur denken
Harvey: net als ruimte is ook tijd macht; geld circuleert tegenwoordig sneller en wordt daardoor sneller vermeerderd
Giddens: In sociale contacten is ruimte steeds minder van belang. Economie, identiteit en staatsvorming wordt hier enorm door beïnvloed
Gevolgen:
- Globale marktdiscipline; bijvoorbeeld via “treat to exit”
- Flexibele accumulatie door globale netwerken; routineproductie wordt door computers overgenomen, tegelijkertijden worden delen van de productiecyclus uitbesteed, er is een enorme strijd tussen kleine bedrijven om deze orders binnen te halen.
-
Financiele
verdieping, het merendeel van de economische
transacties zijn niet meer op basis van echte economische handelingen. Dit
gebeurd vooral door internationale beleggers die hun geld ter beschikking
hebben vanuit een grote groep van de bevolking. Hierdoor heeft een groot deel
van de westerse bevolking belang bij globalisering.
- globalisatie is geen eindfase maar een voortdurend proces, de wereldsamenleving is er NOG niet
- Om dit proces goed te laten verlopen is er maar regulatie nodig, deze regulatie gaat niet tegen globalisatie in maar ondersteund het. Het ondersteund echter ook de belangen van globalisatiesceptici, daarom zouden zij in de plaats van dogmatisch globalisatie af te wijzen meer voor betere regulatie moeten pleiten.
- globalisatie is ontstaan vanuit de westerse natiestaten en is ook een duidelijk westerse ideologie
- de politieke stellingname heeft ook veel te maken met westers/niet-westerse denkbeelden
- Globalisatie is ook duidelijk onderdeel van kapitalistische processen die al minstens sinds 1492 lopen
Internationalisering is altijd links geweest, globalisatie niet. De conflicten die globalisering opleverd hebben over het algemeen geen liberaal, bevrijdende ondertoon.
- Staten kunnen moeilijk op deze processen invloed uitoefenen waardoor al snel theorieen ontstaan over het
overbodig worden van de staten.
In crisisperioden worden ruimtelijke structuren vervangen door nieuwe. Regultatie- en productieschalen zijn beide vervangen. Fordisme was duidelijk gecentreerd rond natiestaten, terwijl post-fordisme waar globalisatie mee samenhangt op lokaal EN nationaal niveau werkt. Bedrijven werken lokaal samen maar concurreren globaal.
Glocalisation strategies : bedrijven proberen heel snel hun omstandigheden in tijd en ruimte aan te passen.
Doordat geld tegenwoordig zo ⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪⨪e staat zijn er nieuwe sociale bewegingen en nieuwe sociale conflicten ontstaan.
De imperialistische homoganiseringscultuur neemt de controle over steeds grotere schalen terwijl veel verzet hierop blijft bij militant particularisme. De nieuwe mogelijkheden zijn enkel beschikbaar voor de elite. Voor weerstand tegen globaliseringtendensen zijn groeperingen nodig die zich bewust zijn van hun geografische uniekheid,
In Europa spelen de volgende zaken:
- de strijd op invloed bij de werkelijke beslissingen
- versterking van de macht van ’t europarlement
- stemmingssystemen die degene zonder Europeese nationaliteit ook invloed geven
- 3 onderhandelingsvormen
- werknemersvertegenwoordiging binnen besturen van grote bedrijven
- nivelerende fiscale systemen op Europees niveau
J:
probleem in deze tekst: wat onder globalisatie verstaan wordt klopt niet met
andere teksten
alle positieve aspecten worden kosmopolitisme genoemd, alleen de negatieve aspecten vallen onder globalisatie, zo is het wel erg makkelijk om tegen globalisatie te zijn.
De tekst:
Het woord kosmopolitisme is al veel ouder dan globalisatie
Een kosmopolitisme staat voor overtreding, vrijzinnigheid en het weerstaan van bekrompenheid en bigotterie
Tegenwoordig is de wereld zelf kospolisitsch geworden. Globalisatie is kosmopolitisme zonder cultuur. Kosmopolitisme is voor differentiatie, globalisatie voor homogenisering.
De wereld is een dorp geworden (Global Village) en er heerst angst over het niet in de hand kunnen houden hiervan (Runaway World). Doordat we zoveel wereld over ons heen krijgen is het woord “Global” aan ernstige inflatie onderhevig. Het probleem van globalisatie is dat van het kosmopolitisme, sociaal-democratie en liberalisme alleen de lusten heeft genomen; niet de lasten. De democratische staten hebben de vrije markt de ruimte gegeven en de neoliberale economie heeft haar met de grootste gretigheid helemaal geannexeerd en bezet. Het probleem is ook niet het vrijemarktrecept maar het ontbreken van de nodige structurele voorwaarden voor het structurele functioneren van een marktstelsel. Globalisatie moet niet uitmonden in Global pillage. Sustainable Globalisatie is alleen mogelijk wanneer aan de globalisatie beperkingen worden opgelegd; regels die de belangen van de minder machtigen respecteren, het ideaal zou dan worden de global garden. Het probleem van Globalisatie is dat ’t altijd voor de makkelijkste, goedkoopste en platste manier kiest.
Globalisatie betekent ook inleveren van culturele identiteit, als culturele identiteit opgevat wordt als beweegelijke basis waardoor mensen zowel naar buiten als naar binnen kunnen kijken.
J: Wederom een definitiekwestie, het verdwijnen van de culturele identiteit ligt niet aan globalisatie maar aan modernisatie (zo is het wel erg makkelijk om voor te zijn), verdwijnen lokale culturen is inherent aan internationale contacten.
Gezamenlijke identiteit is zo generaliseren dat erg ontmenselijkend is, ’t is een ideologische fictie binnen het nationalisme. Een van de grootste voordelen van mondialisering is dat het de kansen vergroot voor iedere burger (identiteit op het persoonlijk niveau dus) om zijn eigen culturele identiteit te construeren die beantwoord aan zijn eigen persoonlijke voorkeuren en drijfveren. Eigen cultuur beschermen is dan ook beter dan andere culturen ‘buiten houden’, culturen hebben interactie nodig om zich te blijven ontwikkelen. Een cultuur die zich niet meer ontwikkeld is enkel nog folklore. Mondialisatie geeft kansen en levert schade op. Vergeleken met de kansen (ook in de achtergebleven gebieden) zouden de uitdagingen ons niet moeten ontmoedigen. De uitdagingen kunnen zorgen voor een fatsoenlijke levensstandaard overal in de wereld en voor ongekende intellectuele wetenschappelijke kennis om bijvoorbeeld honger, ziekte, vooroordelen en onderdrukking te bestrijden.
Ondanks vooruitgang ook veel problemen; armoede, honger, sexeverschillen, etc. De vooruitgang is ongelijk en ongebalanceerd.
Veranderend landschap:
Schrinking time: gebeurtenissen (vooral financieel) versnellen ongekend hard
Disappearing borders: in de handel zijn grenzen steeds minder relevant
De economische vooruitgang verschilt sterk over de verschillende landen
Volgens conventionele economie zorgt handelsliberalisatie voor verdwijnen van arbeid naar de zogenaamde lagelonenlanden. Dit blijkt echter niet verantwoordelijk te zijn voor de problemen in het westen.
Wereldwijdende mogelijkheden openen maar voor een groter deel sluiten ze juist
Veel migratie is gedwongen illegaal
Er is een sexekwestie binnen migratie
Culturele interactie is nog nooit zo groot geweest, cultuur is tegenwoordig ook economie. De markt voor cultuur is alleen erg geconcentreerd. Global consumer culture zorgt voor culturele homogenisatie. De meningen hierover zijn echter sterk verdeeld.
Er is behoefte aan globale regelgeving. Arme landen participeren maar weinig in de internationale handelswetgeving, voor sommige van deze landen is vertegenwoordiging in bijeenkomsten zelfs moeilijk.
Hierdoor is de handelswetgeving erg in het voordeel van de vrije markt. Voor de mensenrechten is te weinig handhaving beschikbaar. NGO’s blijken goede advocaten te zijn voor ontwikkeling, dit door constante druk uit te oefenen op regeringen en bedrijven.
Globalisatie zorgt voor integratie maar ook voor fragmentatie.
De kloof tussen arm en rijk blijft groeien.
Door het ontbeken van sociale protectie zorgt banenverlies in deze landen voor enorme problemen.
Zelfs in rijke landen is er sprake van armoede. Het merendeel kan zich geen werkloosheid permenteren en beland in de informele sector.
2 lessen over de globale markt
1. Financiele vluchtigheid is een permanent onderdeel aan de globale financiele markten
2. Voorzichtigheid is geboden bij opengooien van buitenlands kortetermijn kapitaal. Dit kapitaal heeft niet hetzelfde effect als langetermijn kapitaal en kan desastreuze effecten hebben.
Globalisatie opent ook veel negatieve mogelijkheden; zoals internationale misdaadsyndicaten (drugshandel, wapenhandel vrouwenhandel), spreiding van AIDS, oorlog en milieuvervuiling (mensen zijn gevoelig voor de zogenaamde “loud emergencies” binnen milieuvervuiling, bestrijding van “silent emergencies” is veel moeilijker.
Wat te doen?
- social protection policies om ontwikkeling van de armen veilig te stellen
- meer internationale samenwerking
- ook actie vanuit gemeenschappen, NGO’s en corporaties
Economische groei is belangrijk voor ontwikkeling, dit wordt pas sociale ontwikkeling als het gelijker verdeeld wordt en een groter deel publiek geïnvesteerd wordt.
Globale markten vergeten snel de noodzaak van “human development”, marktprijzen bevatten bijvoorbeeld geen milieukosten. Voor “human development” is sterke politiek nodig
Globalisatie moet ook betekenen: Ethiek, Ontwikkeling, rechtvaardigheid, omvattendheid, internationale beveiliging en duurzaamheid.
Culturen bestaan alleen in meervoud, er kan niet 1 cultuur zijn
Ook zijn culturen altijd in ontwikkeling
“Nation states” zorgden voor twee wereldoorlogen, na deze oorlogen was alle hoop ook gevestigd op de ontwikkeling van transnationale culturen, nation states en alle aspecten van nationalisme worden steeds overbodiger, er is behoefte aan een alternatief voor nationale culturen. Een federaal Europa wordt onder andere als een middel hoertoe gezien.Bovendien zitten we nu in een postmodern tijdperk waarin internationale samenwerking onmogelijk te stoppen is.
Hoewel culturen van vroegere natiestaten kunstmatig van bovenaf waren opgelegd hadden ze wel een basis in een kernregio (staten zijn sowieso verzonnen en geconstrueerd). Bij het construeren van deze staten (Vernaculair Mobilization) werd gebruik gemaakt van al bestaande bronnen en het slagen van het construeren van een gezamelijke culturele identiteit hing naast de kwaliteiten van de bestuurders en de elite ook af van deze bestaande bronnen. Van Globale culturen hebben geen kern of geografische band en zijn daarmee 100% kunstmatig en gedomineerd door gestandaardiseerde massacultuur. Culturele identiteit heeft zijn basis in een lang verleden. Omdat globale cultuur geen verleden heeft kan het ook onmogelijk toekomst hebben, het kan niet anders dan kunstmatig zijn.
Onderdelen van gezamenlijke culturele identiteit:
1. Een gevoel van continuïteit van ervaringen van succesvolle generaties van de populatie
2. Gezamenlijke herinneringen van specifieke gebeurtenissen en personages die het keerpunt hebben gevormd in de gezamenlijke geschiedenis.
3. Een gevoel van gezamenlijke lotsbestemming.
Voor het vormen van een natie moeten mensen het gevoel hebben waar ze vandaan komen en waar ze heengaan.
Dit alles is onmogelijk bij globale cultuur, globale cultuur beantwoordt dan ook niet aan een levend verlangen, de enige gezamenlijke historische herinneringen herinneren ons vooral aan onze verschillen.
Als gezamenlijke identiteit kunstmatig is, waarom houden mensen er dan aan vast?
1. voor mensen die zich uitgesloten voelen geeft deze identiteit nog een gevoel van eigenwaarde
2. Het zorgt ervoor dat mensen vooruit willen denken, de toekomstige generaties zijn namelijk ook onderdeel van “ons volk”, ze denken en doen als “wij”.
Culturen zijn in conflict over herkenning van de cultuur (Cultural Wars), de wereld wordt verdeeld in culturele blokken (het verschil met honderd jaar geleden is dat het nu volledig losstaat van staten en grotendeels losstaat van ruimte). Ook claimen ethnische minderheden steeds vaker territoria.
Een paar talen worden steeds internationaler gesproken. Geen enkele taal heeft echter de status die ooit Arabisch en Latijn hadden. Het verschil tussen elitaire talen en volkstalen bestaat nog alleen via dialecten.
Pannationalisme: de poging een “culturele familie” te verenigen
Geen enkele pannationalistische groepering in het verleden is echt succesvol geweest. De motivaties kunnen misschien enkel politiek en economisch zijn, pannationalisme zorgt echter wel voor een drang tot via communicatie verschillen te overbruggen. Er zijn duidelijk gezamenlijke Europese culturele basissen; sommige zijn geïnstitutionaliseerd andere blijven enkel waarden en normen.
Er zijn tekenen dat nationale culturen meer hybride worden, maar echt natuurlijk zijn ze ook nooit geweest. Migratie en culturele mixing heeft echter ook in sommige westerse landen een sterke etnische tegenreactie opgeleverd. Een globale cultuur is nog ver van ons verwijderd. Internationale cultuurontwikkelingen zijn wel te bemerken bij cultuurmixen, lingua franca en pannationalisme. Deze ontwikkelingen kunnen de basis vormen voor toekomstige verdere culturele intercontinentale integratie. Het verdwijnen van nationale culturen is echter pure theorie.
Tegenwoordig hebben bijna alle Franse buitengewesten een taalbeweging, die soms een eigen volk, soms een eigen natie claimt.. Vooral regiotalen waar geen steun van een buurland is hebben het meeste behoefte aan herkenning. Taalstrijd kan niet zonder politieke strijd, verwijzen naar taal kan niet zonder naar volk en natie te verwijzen. Frankrijk reageert erg agressief , het Frans is het handvest van de Franse republiek. Frankrijk ziet ook niets het Europees handvest. Frankrijk ziet Europa als een verlangstuk van haar imperialistische dromen, tegelijkertijd is Frankrijk bang dat de Franse identiteit ondergesneeuwd wordt in de Europese. Frankrijk zal echt niet bedreigd worden door regiotalen (ze zullen nooit moedertalen worden) maar moet nu wel inzien dat de universele pretenties van Frankrijk verleden tijd moeten worden.
Door globalisatie is de rol van de staat veranderd, welke gevolgen dit heeft voor de soevereiniteit van de staat staat ter discussie. Dat de staat nog bestaat staat in ieder geval vast.
De staat is niet in staat (nogmaals sorry nu stop ik echt mee) de markt en bedrijven te beïnvloeden. De wereld is meer geïnternationaliseerd dat geglobaliseerd (J: Definitiekwestie?). Het is waar dat honderd jaar geleden het aandeel van buitenlandse handel vergelijkbaar is met dat van nog meer kort geleden. Staten zijn nu alleen meer afhankelijk van buitenlandse handel en buitenlandse investeringen. De huidige economische werkelijkheid isoleren en sluiten Afrika uit ten opzichte van centraal- en Oost-Europa.
Er is een strijd gaande over de soevereiniteit van de staat. Dit wordt bijvoorbeeld ondermijnd door opgelegde bepalingen van WTO en internationale misdaadsyndicaten. Staten willen zich vooral weer doen gelden als het gaat om migratie en financiele regulatie. Er wordt verwacht dat conflicten in de toekomst niet meer tussen staten zullen plaatsvinden, de redenatie hierachter is echter zwak, conservatief en bevooroordeeld. Globalisatie heeft geen invloed op de staat maar op democratie in het algemeen democratische participatie gaat overal achteruit
(J: definitiekwestie?).
In mensenrechten hebben staten duidelijk nog legitimiteit, tenminste staten kunnen nog niet voorkomen dat andere staten de mensenrechten schenden. Er zijn schendingen hiervan op z’n niveau dat term mensenrechten al niet meer toereikend is. Er is weinig bewijs dat de rechtzaken die hierover plaatsvinden acht verschil zullen uitmaken hiervoor. Ook mensenrechten en internationale wetgevingen zijn benadelend voor vrouwen. Vrouwen zijn extra kwetsbaar, vooral voor handelingen buiten het ‘publieke’ om. Vele schendingen van mensenrechten worden indirect door globalisatie veroorzaakt. Zelfs de Humanitaire interventie gebeurd onder internationaal politiek systeem gebaseerd op staatssoevereiniteit en de gewoonde van noninterventie. Dit maakt de interventie die wel plaatsvindt erg discutabel. De veiligstellen van de mensenrechten in de wereld heeft nog een lange weg te gaan.
Sleutelfactor voor internationale relaties en globale conditie is niet meer territorium (geopolitiek) maar tijd (chronopolitiek). Het instorten van het belang van territoriale afstand is al te merken aan hoe snel nieuws van de andere kant van de wereld in elke huiskamer is. In beeld brengen van lijden van mensen kan erg belangrijk worden bij het vaststellen van internationale prioriteiten. Deze invloed wordt ook wel de CNN-factor genoemd. Deze factor werkt op 3 manieren:
1. het politieke proces versnellen
2. agendasetting
3. belemmering van politieke acties door beïnvloeden van publieke opinie
De beïnvloeding gaat echter meestal andersom (politiek > media), ook wordt de media beinvloed door ontoegankelijkheid van sommige probleemgebieden ( de cnn-factor werkt alleen bij rampgebieden waar cameramensen goed in beeld gebracht kunnen worden). Of media een politieke cultuur van humanitairisme teweeg kan brengen is nog maar te bezien.
De noodzaak van internationale samenwerking wordt vooral duidelijk in milieuproblemen, juist hierin is de staatssoevereiniteit sterker dan ooit (Bush > Kyoto). De rol van de staat verandert, de staat blijft echter wel relevant. Omdat welke symbolen we met Globalisatie verbinden enorme invloed heeft op wat we over globalisatie zeggen (J: hehe, eindelijk begint iemand zelf over het probleem van de definitiekwestie, I rest my case) moeten we ons begrippenkader zorgvuldig specificeren.
Definitie globalisatie: Een gevoel van snelle tijd-ruimte compressie, verbondenheid, communicatie en circulatie in diverse processen van culturele, economische, politieke en sociale verandering.
1. Er zijn kwalitaiteve veranderingen in de natuur reikwijdte en intensiviteit van sociale interactie op wereldwijde schaal.
2. Er is een groeiend gevoel van verbondenheid in verschillende gebieden
3. Achter globalisatie zit een vorm van kapitalisme, bij de theorievorming over globalisatie wordt vaak de link gelegt met neo-liberale sociale en economische politiek (dit artikel richt zich op punt 3)
Schalen zijn representaties van ruimte, welke sociaal geproduceerd zijn en politiek geladen (al is dit niet voor 100%). Zelfs de globale schaal is sociaal geconstrueerd. Over schaalniveau’s spreken is tegenwoordig erg moeilijk, sociale relaties spelen zich af TUSSEN schalen, bepaalde schalen willen bevoordelen is net zo inzinnig. Om conflict tegen te gaan is er binnen schalen van socialspatial compromise.
Door veel wetenschappers wordt de karikatuur geschapen van een wereld op weg naar een geglobaliseerde eindstaat, gedicteerd door de markt, waar cultuur niet meer plaatsgebonden is en waar de staat een anachronisme is. De vrolijke, vreedzame weerspiegeling hiervan is ideologie, geen werkelijkheid.
Globalisatie wordt ook vaak gebruikt om duidelijk te maken dat sommige zaken onontkoombaar zijn, globalisatie is de deus ex machine maarmee de politiek onplezierige maatregelen mee kan rechtvaardigen (threat to exit).
Volgens veel wetenschappers is dit een vanzelfsprekende combinatie. Volgens Harvey is globalisatie niet meer dan een ideologisch gereedschap om socialisten mee aan te vallen.
De twee zijn echter duidelijk verschillend:
1.
Globalisatie is vooral erg vaag;
neoliberalisme is duidelijk gedefinieerd, degene die globalisatie aanvallen
willen eigenlijk neoliberalisme aanvallen (J:
definitiekwestie!!!).
2. Globalisatie heeft wel progressieve potentie. Sommige progressieve zaken hebben juist globalisatie nodig.
1. Globalisatie is geen eindstadium, er is geen noodzakelijke link met een bepaalde politiek
2. Globalisatie heeft progressieve en repressieve potentie
3. Globalisatietheorie is erg populair binnen de academische wereld (wetenschapssociologie)
4. Er is ruimte voor andere globalisatietheorie
Twee tactieken:
1. van binnenuit en de slachtofferrol negeren
2. van buitenaf, de legitimiteit ondermijnen
Bedrijven zijn erg kwetsbaar voor internationale samenwerking van werknemers.
Globalisatie kan ook gezien worden als het liberaliseren van een verscheidenheid aan verschillende economische ontwikkelingspaden.
De feiten
Omdat globalisatie geen eindstadium is maar een proces is empirische bewijs erg moeilijk, vooral omdat internationale handel voor WOI ook erg groot was. Kwantitatief gezien is vooral de speed-up in de financiële sector relevant, ook de ontwikkeling van telecommunicatie gaat ongekend snel. Bij de laatste benadering worden echter al gauw de kwalitatieve veranderingen die al plaats hebben gevonden uit het oog verloren. Het essentiële verschil tussen globalisering en internationalisering is het verschil tussen kwantitatieve en het kwalitatieve.
De staat opnieuw belangrijk
Zelfs globale markten zijn gereguleerd, natiestaten hebben hierin een sleutelpositie, de staat heeft ontelbare rollen in de economie. De vraag is niet of de macht van de staat afneemt maar op welke manier de staat blijft participeren in de economie.
Er is verschil in invloed voor staten, kleine, arme staten worden wel in macht aangetast. Hetzelfde geldt voor functies van staten. Staten kunnen wel nieuwe functies ontwikkelen. Staat en geld zijn sterk aan elkaar gebonden, organisaties als WTO zijn door staten ontworpen, volgens meerdere redenaties ZIJN staten kapitalisten.
Er wordt ook gepleit voor “progressieve competitie”, globalisatie zonder neo-liberalisme. IN deze benadering krijgen welvaartsstaten met goed onderwijs “strategisch voordeel”.
Het belang van plaatsen
Ook binnen globalisatie is locatie van belang, kapitaal is niet zo mobiel als het lijkt. Eigendom en bestuur blijft vooral nationaal, technologische ontwikkeling heeft een duidelijke thuisbasis.
1. globaal en lokaal bestaat samen
2. de globale schaal is ook zeker van belang
3. de globale schaal is niet egaal
De sociale tegenbeweging is ook een fenomeen binnen de globalisatie, hierin ontstaat een nieuwe visie op democratie. Nadeel hiervan kan zijn de aandacht bij de staat wegtrekken en interne verschillen uitvergroten. De beslissingen worden op nationaal niveau genomen, dus is een tegenbeweging op dit niveau het meest logisch.
Nieuwe staten zijn wellicht niet meer het oude Fordistische systeem. Regulering moet niet door de markt gebeuren maar door instituties, soms zal dit intergouvermentaal zijn. De organisaties die er nu zijn werken onder neoliberale consensus, er ligt een enorme potentie als deze organisaties een progressieve agenda zouden aannemen.
Hier zijn drie aanpakmogelijkheden voor:
1. sleutelpunten in de economische kring vinden waar de transformatie plaats kan vinden
2. de globale economie reguleren (geldhandel is onnodig, onproductief en immoraal)
3. vertrouwen in het vermogen de regulatiestructuren te hervormen
globale problemen vragen om globale remedies
Globalisatie wordt vaak in verband gebracht met het neo-liberale gedachtgoed, vooral wanneer de schadelijke effecten naar voren gebracht worden. Globalisatie is echter niet alleen ontstaan vanuit een leer ook uit materiele, quantitatieve processen; globalisatie kan zonder neoliberalisme.
Andere globalisatie is:
1. inzien dat globalisatie geen eindstadium is, de gaande processen zijn kwalitatief anders dan die van andere periodes
2. opnieuw belang hechten aan territorium. We moeten ons vooral concentreren op nieuwe vormen van staatslegitimiteit. Globalisatie gebeurt ook door mensen en instituties.
3. Schalen niet meer hiërarchisch zien maar als gelijkwaardig bestaand naast elkaar
De globale-lokale leer is wel nuttig bij het zien van het geconstueerde van schaal en om het dualisme te laten instorten.
Wanneer bepaalde schalen niet meer bevoordeeld zouden worden kunnen processen tussen verschillende schalen pas ontrafeld worden, dan ook wordt duidelijk hoe nieuw bestuur eruit kan gaan zien. Globalisatie moet ook niet ongedaan worden maar worden veranderd.
Er heerst tegenwoordig een grote vraag over hoe om te gaan met de onderlinge afhankelijkheid, dus moet gezien worden in een ruimere context over tijd en ruimte. De groei versnelt zich (future shock), dit maakt de problemen nog ernstiger.
“wie geloofd dat exponentiële groei oneindig door kan gaan in een eindige wereld is of gestoord of econoom”
Er is een eindgrens aan de draagkracht van een systeem (carrying capacity), met globale ontwikkelingen zitten we aan de absolute bovengrens.
Hoofdlijnen van de ecologische problematiek:
1. het exponentiele karakter van groei
2. de eindigheid van de natuurlijke hulpbronnen
3. de gecompliceerde onderlinge afhankelijkheid
4. de traagheid van het feedbackproces
Ecologische problemen oplossen kan op twee manieren, de grenzen oprekken of de groei vertragen
De neotraditionele zienswijze o.a. van de club van Rome is pessimistisch, ecosystemen zijn kwetsbaar en technologie vormt geen oplossing. De moderne benaderingswijze heeft veel meer vertrouwen in de wetenschap (technological fix); tot nu toe heeft de technologie het altijd nog opgelost. Duurzame ontwikkeling is een algemeen onderschreven iets; wat het is en hoe het te bereiken staat nog wel ter discussie.
Nu wordt nog te veel op de korte termijn gedacht.
Arme landen bekritiseren de houding van de rijke landen flink. Volgens hen proberen de rijke landen hun bewust onderontwikkeld te houden, dit wordt nog eens versterkt als milieuactivisten hen vertellen dat huidige welvaart voor de hele wereld ecologisch niet verantwoord is.
Wat het probleem is staat ter discussie, overbevolking of levensstijl.
Rijken geven de schuld aan de groei van de bevolking in arme landen, mensen die vele malen minder beslag op grondstoffen leggen dan zij; deze redenering wordt ook wel aangeduid als “lifeboat ethics”.
Een kleine investering kan in arme landen al een enorm verschil maken, het effect van inkomen op ontwikkelingsniveau is namelijk logistisch. In landen waar de inkomensverschillen klein zijn is de ontwikkelingssituatie t.o.v. het gemiddeld inkomen dat ook duidelijk beter.
We voelen alleen echter veel meer verantwoordelijk voor problemen in onze directe omgeving.
Voor sommigen is constante groei in het westen noodzakelijk het loskomen van geldstromen naar arme landen.
De kloof tussen arm en rijk is niet alleen kwantitatief, er zijn ook duidelijke kwalitatieve verschillen.
Voor de wereld in te laten storten is geen ecologische ramp nodig, kleine ecologische problemen zijn al genoeg voor een oorlog. Er zijn duidelijke parallellen te trekken met de situatie vlak voor WOI, toen was er ook een snelle verandering die kansen en bedreigingen bood.
Er zijn 2 menselijke behoeftes:
-(politieke) vrijheid
-(materiele) welvaart
om deze te bereiken is stabiliteit nodig en hiervoor is een zekere hoogte van nivellering nodig, te veel nivellering is echter ook schadelijk voor ontwikkeling. Niemand wil OF gelijkheid OF groei, het gaat om de verhoudingen. Ditzelfde geld voor de verhouding welvaart/vrijheid. Het is een mythe dat vrede, vrijheid en ontwikkeling niet gezamenlijk kan. Groei kan echter wel zonder gelijkheid, dit heeft het verleden bewezen, gelijkheid kan als belangrijker gezien worden dan groei. Een goede combinatie van groei, gelijkheid en vrijheid zorgt voor de meest wenselijke situatie. Welvaart kan alleen maar ontstaan onder concessies in gelijkheid zowel tussen als binnen landen. Het volledig ontbreken van of groei of gelijkheid is een goed recept voor onderdrukking en oorlog.
De drie wereldvisies (realistisch, transnationaal en radicaal) zijn niet alleen filosofische benaderingen maar ook de basis van politieke strategieën. We moeten niet opgesloten blijven binnen aannames van de realisen. De uitdaging is om deze te veranderen voor het grote milieuramp of oorlog. Binnen nieuwe politieke structuren kunnen individuele interesses omgevormd worden in collectieve winsten.
De vergelijking met Chicago 100 jaar geleden en L.A. nu geeft een mooi beeld van de veranderde verhoudingen, dit beeld is niet te verkrijgen bij het bestuderen van 1 bedrijf.
Beide waar “booming”, hadden ook veel armoede en zaten in een wereldwijd handelsweb.
De economie van de Chicago is vernield door 2 wereldoorlogen.
Verschillen:
- vroeger veel meer migratie (J: legaal in ieder geval)
- Chicago was een Natures Metropolis
- L.A. is afgesneden van de fysische geografie, L.A. zou best integraal 100 km verplaats kunnen worden
Het verschil is echter het beste te vergelijken in de werkgelegenheid.
Ironisch gezien zit de werkgelegenheid vooral daar waar we slecht in zijn, tegenwoordig vooral diensten.
Dit kan vaak niet met een computer, hier is echt persoonlijk contact voor nodig.
Hierdoor is de economie van L.A. veel localer gericht, alle energie gaat zitten in contactgericht werk.
Hierdoor de welvaart in L.A. veel stabieler dan lijkt in deze abstracte economie.
4 vormen van internationale economische integratie
1.
vrijhandelszones
2.
gestandaardiseerde unie: ook buitenlandse
handelspolitiek
3.
gezamelijke markt: vrij vervoer van onder
andere arbeid en productie
4.
economische unie: ook verdere politieke
samenwerking
Vooral in de late jaren tachtig groeide het aantal internatiale samenwerking enorm, meestal bleef het wel beperkt tot de eerste twee catagorieen.
Regionale handelsblokken zijn van nature discriminerend
Er zij twee directe effecten van handelsblokken:
Handelsdiversie: wanneer handel van een partner buiten het blok vervangen wordt voor handel met een partner binnen het blok
Handelscreatie: verhoogde handel geassocieerd met economische groei binnen een blok
Handelsblokken hebben vooral invloed op investeringen
EU
De EU is vooral ontstaan om Frankrijk en Duitsland samen te brengen en om oorlog binnen Europa in het algemeen tegen te gaan (dit ook door Europa te versterken tegen het sovietgevaar).
NAFTA
De argumenten voor in de nafta te gaan verschillen sterk per partij.
In Azie is geen echt belangrijk samenwerkingsverband ontstaan, dit onder andere omdat de verschillen tussen de landen hiervoor te groot zijn.
Dit alles laat wederom zien dat natiestaten nog steeds flink bijdragen aan de vorming van de economische wereldkaart
Continentale core, Nationale core, Dynamische regio, Perifere regio
2 mogelijkheden tot conflicten, dynamische regio’s staan sterker in deze conflicten dan perifere regio’s
In Canada is de vergelijking moeilijk door:
1. Culturele barriere BINNEN de nationale kernregio
2. De opkomst van een tweede continentale coreregio
In mexico is afname van machtpositie duidelijk merkbaar. Mexico city heeft nooit zo’n sterke positie gehad als de grootte zou doen vermoeden, Miami kan meer gezien worden als de Caribische culturele hoofdstad.
De winst van een regio wordt bepaald door de afstand tot de continentale core en interne competetieve elementen, het pure afstandseffect moet niet overdreven worden.
Nu veel grote bedrijven blijven saneren wordt de hoop steeds meer gevestigd op SME’s (small and medium enterprises), SME’s profiteren van schaal zonder er veel nadeel van te hebben. veel regios richten hun economische politiek hierop.
Regio’s worden steeds belangrijker, de toekomst van Europa ligt in de regio; de grenzen hiervan worden getrokken door een onzichtbare hand (J: hier ben ik; en Kelly met mij, het niet mee eens alle grenzen van regio’s worden door mensen verzonnen).
Onderdelen van netwerken: informatie uitwisselen, vertrouwen, leren, partnerschap, versterken
Het ideale klein bedrijf is de zgn. Fractal factory, kenmerken van de moderne fractal factory:
- productiecapaciteit vergroten
- nieuwe filosofie (gelijke winstverdeling tussen afnemer en producent)
- nieuwe bedrijfshierarchie, meer invloed van de geschoolde werknemers
- capaciteiten
Vooral kleine bedrijven profiteren enorm van werken in netwerken
Innovatie is de sleutel tot overleving
Netwerken is de term geworden voor practijken van interactieve uitwisseling, leerprocessen, vertrouwen scheppen, samenwerken en kracht bijzetten
1. Door globalisatie wordt de natiestaat verzwakt, de regio’s kunnen hiervan profiteren
2. Regio’s werken het meest effectief waar een cluster is
3. De Chaos theorie kan gebruikt worden om uit te leggen waarom kleine bedrijven tegenwoordig zo belangrijk zijn
De economie is meer funcioneel geintegreerd dan ooit, ondanks dit alles zijn staatsgenzen nog steeds van belang.
In een kapitalistisch systeem zijn er enkele basisfuncties die een staat moet verrichten, daarmee legitimeert een staat zichzelf. Staten dit niet doen (bijv Oost-Afrika) vormen zo’n slecht vestigingsmilieu dat het land economisch gezien dood is. Regio’s zijn een product van geografie en geschiedenis en hebben simpelweg niet de legitimiteit die staten wel hebben. Wel trekken economische regio’s steeds meer macht naar zich toe.
In de neoliberale leer ontbreekt het feit dat markten nooit natuurlijk zijn, markten kunnen simpelweg niet bestaan, de staat is hiermee ook een kapitalist, gevangen in de kapitalistische ‘mode of production’.
Een belangrijke rol van de staat is dus hiermee ook via fiscaal en industrieel beleid een goed vestigingsklimaat voor ondernemers scheppen.
3 rollen van de staat in een globaliserende wereld:
1. vrijheid scheppen voor ondernemers door liberalisering
2. grote economische crisis voorkomen
3. financiele handelingen niet effectiever controleren (J: ?!?)
Er is een duidelijke relatie tussen ruimte en geld, geld heeft een duidelijke territoriale basis.
- De meeste multinationals zijn geen globale bedrijven
- Eigendom en bestuur van globale bedrijven zijn lokaal
- Technologische ontwikkelingen zijn duidelijk geconcentreerd in thuisregio’s van bedrijven
Dit alles zorgt ervoor dat economische wereldwijde topcentra vrij stabiel zijn, New York, London en Tokyo zullen hun positie niet snel kwijtraken. Binnen territoriale complexen is de enteractie enorm. Binnen complexen i ook menselijke interactie, specifieke kennis, culturele patronen en het lokale milieu belangrijke (ondernemersschap is hier weer een onderdeel van).
Conclusie
1. de staat blijft invloedrijk voor de lokale economie
2. kapitaal heeft een duidelijke territoriale basis
De wereld bestaat uit een dynamisch mozaïek van ongelijke geografische formaties die over de tijd veranderen, onderwerp van interactie van machtsrelaties tussen staat, kapitaal en andere vormen van sociale instituties.
1. het wordt erg belangrijke kapitaalallianties te cultiveren door ze duidelijk in te bedden in territoriale specifieke locaties
2. Ongelijke regulatiesystemen zullen ervoor blijven zorgen dat buitenalndse investeringen daar tercht komen waar de situatie voor hen het gunstigst is.
3. Het eindstadium bestaat niet.
Sinds thatcher is het regionale beleid in Engeland omgeslagen; er wordt niet meer gestreefd naar volledige werkgelegenheid maar naar goed lopende regio’s. Binnen en tussen regio’s zijn er nu duidelijke winners en verliezers. De politiek die streefde naar volledige werkgelegenheid heeft zwakke, kwestbare regio’s opgeleverd.
De zogenaande Nanny staat was geen oplossing maar een probleem op zichzelf.
Nu wordt er niet allen meer op de kwantiteit van werk maar ook op de kwaliteit gelet.
Er wordt flink geinvesteerd in verniewingsinstituten.
Het effect van deze nieuwe aanpka begint langzaam duidelijk te worden.
Het biedt kansen maar het ontneemt kansen van de zwaksten.
Er is geen sprake van 2 Italiës maar van 3, het noorden is duidelijk in west en oost op te splitsen.
Het derde Italië, het noordoosten doet het erg goed in de zogenaamde SME-clusters
Toen het westen nog als kwaadaardig gezien werd werd en in Dungguan weinig geinvesteerd omdat het zo dicht bij Hongkong lag. Hierdoor zijn veel inwoners van Dungguan naar Hongkong gevlucht.
Dit zorgt er samen met de aanwezigheid van goedkope arbeidskrachten voor dat de contacten tussen deze gebieden nu erg goed zijn en dungguan het economisch erg goed doet. Nu wordt er dan ook flink in de infrastructuur van Dungguan geinvesteerd.
Drie voorwaarden voor het slagen van뀟⿐뀠㷠뀡։뀢։連։逤։뀥뀟⿐뀠㷠뀡뀟⿐뀟⿐뀠㷠뀡뀟⿐뀠뀟⿐뀠㷠뀡։뀢։連։逤։뀥뀟뀟⿐뀠㷠뀡։뀢։連։逤։뀥뀟⿐뀠㷠뀡։뀢։連։逤։뀥