Hoofdstuk 3: Air temperature and air temperature cycles

Bladzijden: 66, 67, 70-72, 77-83.

 

 

Temperature structure of the atmosphere

 

De atmosfeer wordt in hoofdzaak vanaf het aardoppervlak verwarmd. Over het algemeen geldt dus: hoe hoger, hoe kouder. Lapse rate = verval in temperatuur bij stijging van 1 km. (environmental temperature lapse rate = het wereldwijde jaarlijkse gemiddelde daarvan: 6,4 ºC).

 

Overzicht temperatuur atmosferische lagen: figuur 3.8

Troposfeer (0-15 km.: hoe hoger, hoe kouder) = de laagste atmosferische laag, waar weersprocessen plaatsvinden. Neerslag ontstaat hier door snel condenserende waterdamp. Zeer kleine aerosolen komen in de troposfeer vanuit o.a. oceanen, woestijnen, vuur en industrie. Hun belangrijkste functie is het aantrekken van waterdamp, waardoor wolken ontstaan.

Stratosfeer (15-50 km.: hoe hoger, hoe warmer) = bevat weinig waterdamp, hier ontstaan wel de permanente westenwinden. De absorptie van zonne-energie door ozonmoleculen neemt toe met de hoogte.

Mesosfeer (50-80 km.: hoe hoger, hoe kouder)

Thermosfeer (>80 km.: hoe hoger, hoe warmer)

 

De eerste 100 km. is de gas-samenstelling in de lucht hetzelfde: homosfeer.

Daarboven vindt sortering plaats op moleculair gewicht en electrische lading: heterosfeer.

 

 

The annual cycle of air temperature

 

(Jaarlijkse) Cyclus zonnestraling à cyclus netto straling. De netto straling en locatie t.o.v. watermassa’s bepalen voor een groot deel de jaarlijkse temperatuurcyclus. Plaatsen dichtbij watermassa’s hebben een gematigder klimaat dan plaatsen ver landinwaarts.

 

Invloed netto straling op temperatuur:

Bij de evenaar (Manaus, 3º ZB) = netto straling altijd hoog, toppen in lente en vooral in herfst. Temperatuur blijft constant rond 27 ºC.

Bij de kreeftskeerkring (Aswan, 24º NB) = netto straling altijd ruim positief, top in zomer. Temperatuur schommelt tussen 16 en 33 ºC.

In de gematigde zone (Hamburg, 54º NB) = netto straling in zomer hoog, in winter licht negatief. Temperatuur schommelt tussen -1 en 17 ºC.

Bij de poolcirkel (Jakoetsk, 62º NB) = netto straling in zomer zeer hoog, in (lange) winter licht negatief. Temperatuur schommelt tussen -45 en 17 ºC.

 

Ook verschillende mate van schommelingen in dag- en nachttemperatuur per locatie:

San Francisco (tussen oceaan en baai, afgekoeld door koudwaterstroom vanuit Alaska): nauwelijks temperatuurverschil tussen dag en nacht.

Yuma (in woestijn): nacht ongeveer 20 ºC kouder dan dag.

 

Waarom zijn dagelijkse en jaarlijkse verschillen in temperatuur landinwaarts groter?

1.      een dunne laag (land) verwarmen of afkoelen gaat sneller dan een dikke laag (water);

2.      de soortelijke warmte (specific heat) van gesteente is veel kleiner dan van water;

3.      water kan zich mengen met een onderliggende laag water van gematigder temperatuur;

4.      verdamping vindt op continenten veel minder plaats dan in de oceanen.

 

 

World patterns of air temperature

 

Algemene constateringen over het verschil in januari- en juli-temperaturen:

1.      hoe hoger de breedte, hoe groter het verschil; geldt vooral op Noordelijk Halfrond;

2.      in NO-Siberië en O-Alaska / Canada is het verschil het grootst;

3.      in woestijnzones op lage breedten is er een relatief groot verschil;

4.      bij gelijke breedte is het verschil over land groter dan over de oceanen;

5.      het jaarlijkse verschil is miniem over oceanen bij de evenaar

 

 

Global warming and the greenhouse effect

 

Is klimaatverandering gevolg van natuurlijke processen of menselijke activiteiten? Het broeikaseffect houdt langgolvige straling in de atmosfeer, waardoor de temperatuur toeneemt. Oorzaken ervan zijn uitstoot van de broeikasgassen: koolstofdioxide (CO2), methaan (CH4), nitro-oxiden (NOX) en ozon (O3).

Vanaf 1940 is CO­2-uitstoot exponentieel gaan toenemen. Als huidige uitstoot wordt doorgezet dan verdubbelt de CO2-concentratie zich elke 35 jaar. CO2 wordt opgenomen door planten (fotosynthese), maar de CO2 komt weer vrij als de plant sterft. In ontwikkelde landen neemt het bosgebied toe, maar in ontwikkelingslanden neemt het veel sterker af. Oceanen bevatten ook planten die CO2 opnemen. Wanneer deze sterven, wordt CO2 d.m.v. stroming verplaatst. Het is nog onduidelijk of CO2 ‘verdwijnt’ via oceaanbodem. Zeker is dat toenemende fossiele energie-consumptie leidt tot duidelijke temperatuurtoename.

20e eeuw: aanzienlijke verschillen in jaarlijks temperatuurgemiddelde. Mogelijke oorzaken: variërende zonnestraling, vulkanische activiteit. Analyse vindt plaats aan de hand van de dikte van jaarringen van bomen (warm jaar: dikke ring, koud jaar: smalle ring). Wellicht is er sprake van een warm-koud-cyclus van 150 à 200 jaar. Toch is er in 1995 bewezen dat de mens wel degelijk invloed heeft op het klimaat.

Geschat wordt dat in 2100 de gemiddelde temperatuur 1 tot 3,5 ºC hoger is dan nu. Gevolgen zijn dan:

1.      de zeespiegelstijging (door smeltende ijskappen) van 19 tot 90 cm, waardoor eilanden onderlopen en het risico op overstromingen toeneemt;

2.      verschuivende klimaatgrenzen;

3.      een gunstiger klimaat voor insecten die ziektes kunnen verspreiden (malaria).

In Rio de Janeiro in 1992 besloten 150 landen de CO2-emissie voor 2000 terug te brengen naar het niveau van 1990. In 1995 werd al duidelijk dat slechts drie landen deze doelstelling konden bereiken. Voor de toekomst is het duurzaam opwekken van energie waarschijnlijk het belangrijkste middel om de CO2-uitstoot terug te dringen.

Hosted by www.Geocities.ws

1