Samenvatting van Maaike Schravesande.
Hoofdstuk 2.
The global energy system.
Blz. 35 tot 54.
De energy blance van een oppervlak beschrijft de balans tussen de energiestromen die dat oppervlak bereiken, en de energiestromen die hetzelfde oppervlak verlaten. Deze 'energiebalans' van de aarde veroorzaakt de veranderingen in temperatuur van het aardoppervlak per dag en per seizoen.
Deze vorm van radiatie wordt uitgegeven door alle objecten. Zie het als een verzameling, een spectrum van golven van zeer uiteenlopende golflengte die snel wegschieten van het oppervlak van het object.
Er bestaan twee belangrijke principes betreffende de afgifte van elektromagnetische straling.
Bijv: Zon = heet, hierdoor korte golflengte / Aarde = veel kouder, hierdoor lange golflengte.
Wanneer de solar radiation beweegt door de ruimte gaat er niets verloren, echter de stralen gaan wel steeds verder uit elkaar. Zodoende krijgt een planeet die verder van de zon afligt minder zonnestraling dan een planeet dichterbij. Het portie zonnestraling van de zon voor de aarde bestaat uit een elektromagnetisch spectrum, die in vier categorieën verdeeld kan worden gebaseerd op verschillen in golflengte (zie ook figuur 2.2/blz. 37).
De energieproductie in van de zon is praktisch constant, zodoende ook de uitgifte. De hoeveelheid inkomende 'korte-golf-energie' staat bekend als de solar constant en wordt gemeten voordat de zonne-energie door de atmosfeer gaat (waar energie verloren gaat), deze is 1400 watt per m2.
Dus zowel de golflengte als de intensiteit van de straling uitgegeven door een object hangen af van de temperatuur van het object. Omdat het oppervlak en de atmosfeer van de aarde veel kouder is dan het oppervlak van de zon, kunnen we concluderen dat onze planeet minder energie uitstraalt dan de zon, en deze energie ook in langere golflengtes.
De aarde absorbeert constant kortegolf energie, en geeft langegolf energie af, dit energiestromenproces staat ook wel beter bekend als the earth's radiation balance. De zon zend een constante hoeveelheid shortwave straling uit richting aarde. Een gedeelte van deze straling scattered terug in de ruimte zonder absorptie. Wolken en stofdeeltjes in de atmosfeer veroorzaken deze scattering tezamen met bepaalde land- en oceaan oppervlakken. De overgebleven shortwave energie wordt opgenomen in atmosfeer, land of oceaan. Eenmaal geabsorbeerd verhoogt de zonne-energie de temperatuur in de atmosfeer en op de aarde.
Atmosfeer, land en oceaan geven ook energie af in de vorm van longwave radiatie, die de aarde verlaat voor "outer space". Deze longwave straling veroorzaakt een verlaging van de temperaturen van atmosfeer, land en oceaan. Op de lange termijn staan deze inkomende en uitgaande energiestromen in balans, waardoor de temperatuur van de aarde redelijk constant blijft.
Zonnestraling is groter gedurende een dag ten tijde van de zomer solstice dan een dag in de winter solstice.
Vlakbij de evenaar kent men twee maximale momenten van dagelijkse insolation. Deze perioden corresponderen met de equinoxen, wanneer de zon recht boven de evenaar staat. Tussen de kreeftskeerkring en de steenbokskeerkring kent men ook twee maxima en minima van insolation. Verder poolwaarts komen deze maximum perioden steeds dichterbij en om in een enkel maximum te smelten.
Het is de draaiing om de as van de aarde waardoor wij seizoenen en dus verschil in insolatie per geografische breedte kennen.
De atmosfeer van de aarde bestaat uit lucht, d.w.z. verschillende soorten gassen rondom de aarde op verschillende afstanden van diezelfde aarde. Deze lucht wordt bij de aarde gehouden door de zwaartekracht.
Tot en met 80 km omhoog bestaat de chemische compositie van de aarde grotendeels uit dezelfde gassen. Pure droge lucht bestaat voor 78% uit nitrogen en voor 21% uit oxygen.
In de stratosfeer vinden we een belangrijk gas: Ozon O3 , deze stof absorbeert ultraviolette straling voor het de aarde bereikt, en beschermd zodoende tegen deze schadelijke straling. Door ingewikkelde chemische reacties wordt deze stof gevormd, kort samengevat wordt O2 gesplitst door de ultraviolette straling (O+O). Een 'losse' O gaat een chemische reactie aan met een andere O2 molecuul, en zo ontstaat de O3.
Eye on the environment:
CFK's zijn gevaarlijke stoffen die in de ozonlaag door chemische reactie chlooroxidemoleculen worden, en op hun buurt de ozon-molekulen aanvallen, en deze tot gewone zuurstof moleculen vormen.
In de jaren '80 ontdekte men het gat in de ozonlaag boven Antartica. In de winterperiode is hier een "whirlpool" van winden die de lucht hierin vasthoudt en uit de zon houdt gedurende de lange poolnacht. De lucht in deze vortex wordt enorm koud en er gaan zich een soort ijskristallen vormen. Hierdoor gaan chemische reacties plaatsvinden, waardoor de vorming van chlooroxide (ClO). Als de lente op het zuidelijk halfront begint, wordt de vortex langzaam door de zon beschenen, en het chloor gaat in reactie met de ozon. Uiteindelijk bereikt meer ultraviolette straling de aarde. Echter ook andere processen hebben invloed op de mate van ultraviolettestraling die het aardoppervlak bereikt, zoals hoeveelheid wolken en luchtvervuiling.
Terwijl de zonnestraling zich verder en verder door de atmosfeer boort, zorgen gasmoleculen en stofdeeltjes ervoor dat sommige 'visible light rays' alle kanten op springen. Dit staat beter bekend als scattering. De straling verandert alleen van richting. Men noemt de 'scattered radiation' die alle richtingen opgaat diffuse radiation.
Diffuse reflection is wanneer bepaalde richtingen van de stralingen terug de ruimte ingaan. Een andere vorm van energieverlies in de atmosfeer is door absorptie, door gas- en stofdeeltjes. Ook wolken kunnen flink wat zonnestraling reflecteren, en absorberen.
Albedo is het percentage kortegolfstraling dat weer omhoog gescattered wordt door een oppervlak. Albedo van de aarde, dus het percentage door aarde en atmosfeer teruggekaatste zonnestraling is ongeveer 1/3 van wat zij ontvangt.
Counterradiation treedt op wanneer de door het aardoppervlak weerkaatste langegolfstraling door deeltjes in de atmosfeer geabsorbeerd wordt en gedeeltelijk terug wordt geweerkaatst en deze zodoende opwarmt. Dit atmosferisch opwarmprincipe noemen ook wel het broeikaseffect.
Welk mechanisme brengt energie van lagere breedtegraden richting pool?
Deze twee energietransportprocessen noemen we de poleward heat transport.
Eye on the environment:
Solar power.
Over zonne-energie.