H15 Fluvial Processes and Landforms
Stromend water is één v/d vier stromende substanties die mineralen en organische stoffen erodeert, transporteert en afzet. (Overige 3: golven, ijs & wind) Door dit proces van denundation wordt het landoppervlak constant verlaagd.
Fluvial landforms zijn stukken land gevormd door stromend water, deze grond is vaak erg geschikt om landbouw op te bedrijven. 2 soorten:
- Erosional landforms à wordt gevormd door constante verwijdering van het gesteente (Ravine, canyon, peak, spur & col)
- Depositional landforms à wordt gevormd door afzetting van materiaal (Fan, floodplain)
Accelerated erosion komt voor als de bodemdeeltjes veel sneller worden verwijderd dan dat het gevormd wordt, gebeurd meestal als de soort vegetatie verandert.
Splash erosion komt vooral voor in gecultiveerde gebieden met een overschot aan water.
Bodemdeeltjes die wegens het ontbreken van vegetatie makkelijk worden meegenomen, worden uiteindelijk in de vallei neergelegd. Colluvium à de laag die zich dan vormt.
Alluvium à sediment dat in de stroom en uiteindelijk op de valleibodem terechtkomt, kan overstromingen veroorzaken.
In (semi-)aride gebieden worden badlands gevormd door erosie. Hieronder liggen kleiformaties, die gevoelig zijn voor erosie. Er kan zich geen vegetatie ontwikkelen.
Het transport van zand en stenen gaat over de bodem (bedloads) en het transport van klei en silt gaat door het water (suspended load).
De mate van transport hangt af van de hoeveelheid water en de stroomsnelheid. Hoe steiler de gradiënt des te meer transport.
Graded stream à door erosie van de rivier wordt het stromingsprofiel van terrassen naar een doorlopende lijn gevormd. (Fig. 15.9)
Eerste indicatie van een graded stream is het ontstaan van een floodplain.
Landmass is het totale volume rotsen wat boven zeeniveau ligt en wat verplaatst kan worden door een rivier. Langzaam daalt dit oppervlak dmv fluviale erosie.
Alluvial terraces ontstaan als een graded stream langzaam materiaal uit de riviervallei wegsnijdt. Deze terrassen zijn altijd al aantrekkelijk geweest voor bewoning, omdat de valleibodem vaak overstroomde (om de 2 jr.) en de steile rotsen niet gecultiveerd konden worden.
Als een rivier sterk gaat meanderen wordt er wel is een meander afgesneden, dan blijft er een oxbow-meer over.
In droge gebieden gaat het er anders aan toe; de grootste oorzaak hiervan is de hoeveelheid neerslag. Ook rivieren gedragen zich verschillend:
- in vochtige gebieden wordt een rivier gevoed door grondwater van het zeeniveau
- in droge gebieden sijpelt rivierwater uit de rivierbedding in het lagere grondwater naar beneden
Alluvial fans zijn een veel voorkomende landschapsvorm in droge gebieden, bestaande uit zand en grind. Deze fans zijn gevormd door ‘gevlochten’ stromen die een grote lading stenen etc. van een bergketen of hooggelegen gebied met zich meedragen.
Grote complexe alluvial fans bevatten ook lagen van modderstromen die door de lagen zand en grind lopen. Deze modderstromen blokkeren het grondwater dat door de fan heen stroomt, waardoor het water spontaan omhoog komt als je een put graaft in een laag gedeelte van de fan.
In het zuidwesten van de VS zijn deze alluvial fans de belangrijkste grondwaterresevoirs, die dan ook volop gebruikt worden voor irrigatie. Een groot probleem dat ontstaat door het teveel onttrekken van dit grondwater is daling van het landoppervlak.
Gebieden waar door tectonische activiteit hoge gekantelde delen worden afgewisseld door lage basins vormen een ideale omgeving voor de ontwikkeling van spectaculaire erosional en depositional fluvial landforms.
Gebergten in de woestijn hebben in het beginstadium van denundatie erg steile en diepe ravijnen (Fig. 15.30). In een later stadium zorgen stromen ervoor dat sediment van de steile bergen wordt afgezet aan de voet van de berg, alluvial fans ontstaan.
In het centrum van de woestijnbasins is vaak een playa te vinden, een extreem plat grondoppervlak gevormd door fijn sediment en zout. In sommige playas wordt door ondiep water een zout meer gevormd.
Naarmate dit proces verloopt, de bergen zijn verlaagd en verkleind, onstaat er een peneplain, een langzaam aflopende rotsformatie.