Verwering = proces waarbij gesteente fysiek en chemisch uiteenvalt door blootstelling aan het aardoppervlak
Twee soorten: Chemische en fysische
verwering
Massabeweging (eng.= Mass wasting)= Spontane bergafwaartse beweging van bodem, regoliet en gesteente door toedoen van de zwaartekracht
Regoliet = een laag verweerd gesteente
‘Bedrock’ = harde, vaste gesteentelaag onder regoliet
Sediment = getransporteerd ‘afvalgesteente’
‘Outcrop’ = Bedrock aan het oppervlak
Vorst:
Blokscheiding door scheuren in bedrock
Kenmerk: rechte lijnen, symmetrisch patroon
Granulaire disintegratie:
Water komt in gesteente, gesteente breekt in korrels uit elkaar
Felsenmeer= groot oppervlak bezaaid met afgebroken gesteente
Talus hellingen= Kegelvormige ‘routes’ van afgebroken gesteente
Opheffing (kleine delen) bodem door ijsnaalden komt ook voor.
Door lange droogte, grondwater aan oppervlakte, neerslaan zoutkristallen, aantasting kwetsbare bodem
Doet zich ook voor als grondwater dieper in de bodem aan het oppervlak komt. Bijv. bij kliffen
Het verdwijnen van druk door bovenliggende lagen
Hierdoor expandeert gesteente, gesteentelagen laten los, ontstaan ‘sheeting’structuur
‘Exfoliation dome’= ontlading boven een een groot massief lichaam
- Door grote temperatuurverschillen. (Uitzetting&inkrimping)
- Plantenwortels
Beide typen niet geheel duidelijk doordat 3 andere processen vaak ook een rol spelen in deze processen!
Hydrolyse= uiteenvallen door reactie met water
Kenmerk: vaak ronde vormen in aride klimaten
Oxidatie= uiteenvallen door reactie met zuurstof
Zuren:
In stedelijke gebieden zure regen door zwavel en stikstof verbindingen
Soil creep:
Langzaam naar beneden kruipen/buigen van bodem
Vaak schuld van de mens door bebouwing van gevaarlijke hellingen
‘Quick clays’= plotseling van vaste naar vloeibare toestand veranderende lei onder invloed van een schok of andere verstoring
Modderstromen:
Ontstaan doordat neerslag niet geabsorbeerd wordt, dunne modderlaag ontstaat, modderstroom naar beneden
Lahar= modderstroom bij uitbarstende vulkaan (Neerslag vermengd zich met vulkanische as!)
Landslides:
‘Landslide’ = glijden
van grote hoeveelheden ‘bedrock’
Veroorzaakt door hevige aardbevingen
Menselijk veroorzaakte massabeweging
(Eng.= induced mass wasting):
‘Scarification’= verstoren evenwicht door winning delfstoffen
Arctisch permafrost:
Permafrost= grond, waarvan de temperatuur het hele jaar onder het vriespunt ligt
Grondijs= bevroren water in de bodem
Actieve laag (Eng.= Active layer)= laag die tijdelijk ontdooit
‘Permafrost table’= bovenste oppervlak van de altijd bevroren laag
Continu-permafrost= ononderbroken permafrost
Discontinu-permafrost= permafrost onderbroken door matigende invloed van rivieren e.d.
‘Sub-sea’-permafrost= permafrost van zeebodem in een smalle strook om de kust
Talik= stukken bodem die nooit onder het vriespunt vallen
Vormen van grondijs:
‘Ice wedge’= ijs in diepe spleten in rivierbeddingen
‘Ice wedge’polygonen= regelmatig patroon van ice wedges dat ontstaat
Pingo= ijskegel die blijft groeien, vormt een heuvel
Steen polygonen/ringen/netten= uitsortering van verschillende steengrootten door uitdooiing en bevriezing
Steenstrepen= Steenpolygonen die ontstaan op hellingen
Solifluctie= wegvloeien bodem door ontdooiing ijs
Alpiene toendra:
Door de hoogte komen hier dezelfde verschijnselen voor als in het arctische gebied