Strahler & Strahler Introductie p 2-13

Sferen, schalen, cycli en systemen

Fysische geografie is de wetenschap van de leefomgeving. Het bestudeert de systemen en cycli die invloed hebben op de leeflaag van de aarde, wat het landoppervlak, het wateroppervlak en de onderste laag van de atmosfeer inhoudt. Globale veranderingen houden niet alleen natuurlijke processen in, maar ook de interactie met de mens. Fysische geografie verklaart deze interactie.

De vier grote ‘realms’.

De natuurlijke systemen vinden plaats in 4 grote ‘realms’ of sferen. Deze staan in interactie met de leeflaag.

Atmosfeer: gaslaag die de aarde omringt distribueert warmte en vocht en bevat vitale elementen voor leven, carbon, hydrogen, oxygen, nitrogen.

Lithosfeer: ondergrond voor de leeflaag. Vormt het land en is een bodem met voedingsstoffen.

Hydrosfeer: water, vooral in oceanen. Bevindt zich in of op de lithosfeer en ook in atmosfeer als waterdamp, druppels of ijskristallen.

Biosfeer: alle levende organismen. Is afhankelijk van atmosfeer, hydrosfeer en lithosfeer.

Schalen

Processen van de leeflaag en de 4 grote ‘realms’ spelen op verschillende schalen af.

Fysische geografie en de menselijke woonomgeving

De aarde is ook de menselijke leefomgeving, daarom is fysische geografie interessant, het verklaart hoe en waarom onze omgeving verandert.

Systemen in de fysische geografie

Processen die plaatsvinden in de leeflaag zijn complex. Voor de relaties tussen deze processen kunnen we spreken van systemen.

In een stroomsysteem (flow system)beweegt iets van een plaats naar een andere (bijv energiestroom). Dit gaat via paden die met elkaar in verbinding staan. Het padenpatroon met z’n verbindingen is de structuur van het systeem. Een belangrijk kenmerk zijn de inputs en outputs en er moet een soort energiebron aanwezig zijn. Voorbeelden van natuurlijke flow systems zijn rivieren of een voedselketen.

Open en gesloten flow systems.

In een open flow system is sprake van in- en outputs, bijvoorbeeld bij een rivier, die gevoed wordt door bronnen en uitmondt in een oceaan. Een gesloten flow system heeft geen in- en outputs. Het bewegend materiaal in het systeem blijft altijd rondgaan. Dit is ook wel een cyclus, de hydrologische cyclus op aarde is een voorbeeld.

Als op bredere schaal wordt gekeken zijn alle systemen op aarde gesloten, omdat er geen interactie is met de ruimte. Alleen het energiesysteem is open omdat het energie ontvangt van de zon en ook energie afgeeft aan de ruimte.

Feedback en evenwicht in flow systems.

Feedback: een pad in het systeem handelt om de stroom in een ander pad te versterken of te reduceren.

Evenwicht: de verschillende paden van het systeem zijn in een stabiele staat en houden elkaar in evenwicht. (bijv. een meer, gevoed door een beek, water verdampt).

Een voorbeeld van feedback en evenwicht is te vinden in het wereldklimaat systeem, door bijv. de werking van wolken.

Tijdcycli

Elk systeem kan een verandering ondergaan in z’n activiteit door de tijd heen. Bijvoorbeeld invloed door het ritme van de seizoenen of de maan.

Systeem denken

Systemen en cycli zijn ideeën die ons helpen aardse processen en fenomenen te begrijpen en organiseren, maar het is ook een manier van denken hoe dingen bewegen, veranderen en samenwerken.

De mensheid is nu de dominerende soort op deze planeet en bijna overal is menselijke invloed merkbaar. We hebben allemaal de verantwoordelijkheid de aarde goed te behandelen en het begrijpen van de processen die de leefomgeving hebben geschapen zullen daarin helpen.

 

 

 

 

Hosted by www.Geocities.ws

1