Population Geography

Jones

 

H9     The Political Economy of Internal Migration

 

Zelinsky’s mobiliteitstransitiemodel: zie fig 9.1

 Beschrijft patronen in groei van mobiliteit door ruimte en tijd waarin het modernisatieproces een belangrijke rol speelt.

Loopt parallel aan demografisch transitiemodel.

In modernisatieproces steeds verschillende vormen van migratie.

 

Model echter onvoldoende. Steeds meer aandacht voor veranderingen in ‘mode of production’ als oorzaak. Migratie wordt gezien als sociaal-economisch proces. Migratie voor arbeid, veranderde arbeidsverdeling.

 

1 Case-studie Schotland

Ook in pre-industriële transitie aanwezigheid substantiële migratie, met name over korte afstanden

 

A: Lowlands

Kapitalistische relaties ontstaan  door innovaties in de landbouw. Veel arbeiders werden weggesaneerd. Daarvoor in de plaats kwamen innovatievere landarbeiders op de groter wordende bedrijven.

De meeste arbeiders kwamen weer terecht op het platteland omdat daar nu ook genoeg andersoortig werk ontstond.

Er ontstonden dus geen grote migratiestromen.

Er ontstond wel nieuwe ruimtelijke organisatie. Landheren met veel land en arbeiders zonder land.

Door het arbeidersoverschot kon er kleine industrie op het platteland ontstaan: de huisnijverheid. Er ontstond migratie over korte afstand.

 

B: Highlands en eilanden

Tot 2e helft 18e eeuw speelt opkomende industrialisatie kleine rol, dit komt met name door de clan traditie in Schotland.

Dit verandert door:

-Toename van de vraag naar producten uit de Highlands

-Jacobijnse rellen gaven gevaar aan van Highlandse staat voor Groot-Brittannië, daarom werden de clans ontmanteld.

Het land komt vooral in handen van rijke landheren en die leggen zich toe op de grootschalige productie van wol. Arbeiders trekken naar de kustgebieden. Zij migreren vaak per seizoen om te werken op de boerderijen.

 

C: Industrieel kapitalisme

Industriële revolutie doet zijn intrede in de landbouw. Hierdoor ontstaan overschotten in arbeid en voedsel.

Gevolg: interregionale en internationale migratie. Gericht op steden.

 

Vestiging van fabrieken in gebieden waar opbrengst het hoogst is. Men gaat op zoek naar ‘poel van arbeid ‘.

‘Scots Pour Law Act versterkt armoede onder arbeiders (zie blz. 213)

Migratie in Schotland zie fig. 9.2 blz. 212.

Richting stad: Op platteland minder werk in rurale huisnijverheid door industrialisatie, in steden soepele woningmarkt.

 

D: herstructurering van kapitaal 

Na de 1e WO heeft industrie in Brittannië het zwaar te verduren, er ontstaat overcapaciteit. Hierdoor overzeese migratie.

 

Wat betreft migratie binnen Schotland waren 2 factoren van belang:

-Ontwikkelingen op de oliemarkt

-Counterurbanisatie

 

Olie wordt steeds belangrijker voor de economie.

Olie wordt gehaald uit Noordzee, hierdoor groeit werkgelegenheid in NO- Schotland en neemt de migratie toe naar dit gebied.

 

2        Counterurbanisatie

Counterurbanisatie kenmerk van geïndustrialiseerde landen

 

De trek van stad naar platteland

 

Drie fundamentele determinanten van counterurbanisatie:

 

A: Metropolitane expansie

Wegtrekken vanuit binnenstad naar nabijgelegen dorpen en steden door middenklassers.

Veel middenklassers keren nu ook weer terug naar binnenstad (doklands)

 

B:  Economische herstructurering

Steeds meer industrieel kapitaal naar platteland. Dus meer werkgelegenheid. De bestaansmiddelen op het platteland zijn enorm toegenomen.

 

C:  Veranderde levensstijl en residentiële preferenties

Idealistische platteland

 

Comfort op het platteland gestegen, mensen hebben het geld om een huis op het platteland te kopen en kwaliteit in het leven wordt voor mensen steeds belangrijker in plaats van het economisch gewin. Mensen vinden het milieu steeds belangrijker.

 

Echter: Grote delen van het platteland kennen nog steeds een negatief migratiesalde

 

Moeilijk om trends in counterurbanisatie aan te geven.

 

3        Ruraal-urbane migratie in ontwikkelingslanden

 

A Urbanisatieschaal

Hoge urbanisatiegraad in ontwikkelingslanden. Hoger dan ontwikkelde landen tijdens hun urbane transitie.

Dit geldt met name voor Latijns-Amerika.

 

B Modellen van dualisme en afhankelijkheid

Dualisme; moderne sector versus traditionele.

Jaren ’50 en ’60: Ruraal–urbane migratie werd als iets positiefs gezien.

Door Europese investeringen ontstonden mijnen en plantages. Concentratie in steden, men moest arbeid aantrekken.

 

Bekritiseerd door afhankelijkheidsmodel.

Centrum versus periferie. Ontwikkelingslanden afhankelijk van kapitalistische staten. De traditionele manier van produceren verdwijnt.

 

C Primate city dominance

Veel hoofdsteden van ontwikkelingslanden onevenredig groot en veel migratie richting deze steden.

 

D Circulatie

Circulatiemigratie is tijdelijk

Bijvoorbeeld: Tijdens nattejaargetijde oogsten op het platteland en in het droge jaargetijde naar de stad om te werken.

 

Het hebben van een stuk grond is belangrijk. Daarom is men vaak loyaal aan het dorp waar men vandaan komt.

In Latijns-Amerika meer permanente trek naar steden. Dit komt omdat daar veel mensen hun baan op het platteland permanent verliezen (door schaalvergroting). 

 

Vaak werk in de informele sector

Tijdelijke migratie kan gezien worden als iets functioneels (zie blz. 225) of als iets dwangmatigs omdat er niet voldoende bestaansmiddelen aanwezig zijn op het platteland.

 

E Urbane onderontwikkeling

Informele sector speelt grote rol in steden van Derde Wereld.

Geen bloeiende industrie als destijds in westen.

Vaak zijn migranten slechter af in de stad dan op het platteland.

Men gaat vaak niet te lang weg uit de stad omdat men bang is om geen werk meer te kunnen vinden.

 

 

 

 

 

 

 

  

 

 

Hosted by www.Geocities.ws

1