B1THEh6joneswillemherjosimon

Population Geography – Huw Jones samengevat door Willem de Joode, Herjo Koffijberg en Simon Witter

Hoofdstuk 6 Ruimtelijke vruchtbaarheid patronen; ontwikkelingslanden.

Vruchtbaarheidstoenames

Tot de jaren ’60 werd het demografische transitiemodel overall toepasbaar geacht. De moeilijkheid bij het bestuderen van veranderingen in demografie in de ontwikkelingslanden, is de kwaliteit en de kwantiteit van de gegevens.

Er zijn grote regionale verschillen aan te wijzen in het belang van de verschillende factoren (zie figuur 5.1) die bijdragen aan een toename van de vruchtbaarheid over de gehele linie.

Huwelijksleeftijd

De levensstandaard, en vooral de stijging daarvan, dan wel echt of waargenomen, is van groot belang voor de fluctuaties in het vruchtbaarheidsniveau en het aantal huwelijken.

Weduwen

Een daling van de sterftecijfers betekend dat getrouwde paren langer blijven leven als kinderen producerende eenheden. Ook de toegenomen acceptatie van hertrouwen leidt tot een hogere vruchtbaarheid.

Seksfrequentie

Informele polygamie systemen; een toename in de stabiliteit van de seksuele band, verhoogd de vruchtbaarheid.

"Lactational amenrrhoea" en onthouding na geboorte.

Borstvoeding à abnormaal ovulatie en menstruatie patroon à niet vruchtbaar. Dus als de borstvoedingsperiode of de onthoudingsperiode verkort wordt in afwezigheid van voorbehoedsmiddelen, stijgt de vruchtbaarheid.

Steriliteit door ziekte

Twee factoren bevorderen geslachtziekten; 1. meerdere partners in een polygaam systeem 2. prostituee bezoek tijdens de onthoudingsperiode.

Spontane abortus

Malaria en ondervoeding kunne abortus bevorderen. Malaria zorgt er ook voor dat de seksfrequentie lager wordt.

Alle bovenstaande factoren hebben bijgedragen aan een stijging van de vruchtbaarheid in het begin van de economische en sociale transformatie, mits er geen voorbehoedsmiddelen werden gebruikt. Er zijn echter ook voor de afname van de vruchtbaarheid grote verschillen binnen traditionele samenlevingen.

Vruchtbaarheidsafname; het algemene patroon

Tot de jaren 60 was er weinig te zien van een afname van de vruchtbaarheid als gevolg van modernisatie. In de jaren 70 werd het echter in de gehele derde wereld zichtbaar, dit echter met uitzondering van sub-sahara Afrika, het middenoosten, Pakistan en Bangladesh. Een significante afname was te zien op dichtbevolkte eilanden, China, Taiwan, zuid Korea, Thailand en Indonesië. Deze variatie komt voor uit drie oorzaken; 1. ontwikkelingsniveau, 2. culturele waarden, 3. gezinsplanning. Deze factoren zijn onderling sterk verweven. De grootste invloed gaat uit van huwelijksleeftijd en het gebruik van voorbehoedsmiddelen.

Invloeden van ontwikkeling

Economische verandering

Mode of production binnen de familie (zelfvoorzienende manier van productie) is nog steeds belangrijk in Afrika. Kinderen leveren hierbij een belangrijke bijdrage, daarom blijft de vruchtbaarheid vaak hoog binnen Afrikaanse families. Ook belangrijk voor de status van een totale stam.

In Latijns Amerika is deze mode van productie ondermijnt door de vercommercialisering van de landbouw, economische diversificatie en urbanisatie. Er wordt daar meer nadruk gelegd op de economische kosten ipv de voordelen van een grote familie.

Educatie

Afname in vruchtbaarheid door educatie op twee manieren:

Er is steeds meer aanbod van en vraag naar scholen. Met name in dichtbevolkte agrarische gemeenschappen waar de druk op bestaansmiddelen groot is. Er kan zo werk gevonden worden buiten de agrarische sector.

Culturele invloeden

Religie

Meeste Afrikanen zijn Christen of Moslim, maar veel kenmerken van Afrikaanse godsdienst zijn nog merkbaar. De invloed van de Afrikaanse religie is tweeledig: vruchtbaarheid is een belangrijke spirituele waarde en het is belangrijk om je bezittingen aan een groot nageslacht achter te laten.

Ook de Islam werkt positief op de vruchtbaarheid. Dit is een meer indirect verband doordat vrouwen een ondergeschikte positie innemen. Ze moeten vroeg trouwen en mogen geen baan hebben.

In het Boedhisme zijn er geen barrières voor het terugdringen van de vruchtbaarheid (vb Thailand). In Confucianisme zijn ook delen van pragmatisch en rationeel denken aanwezig wat ook een remmend effect heeft op vruchtbaarheid (Oost-Azië).

Systemen van verwantschap

Verschillen tussen noord- en zuid India. In noorden werken aan elkaar verwante mannen samen. Zij trouwen met vrouwen buiten hun eigen gemeenschap. Vrouwen hebben een ondergeschikte positie. Ze mogen geen baan hebben. De verbondenheid tussen de mannen is belangrijker dan die tussen de vrouwen. Vrouwen trouwen vroeg en leven geïsoleerd.

In zuid India is dit anders. Hier trouwt men vaker met elkaar als men elkaar al kent (vaak neef of nicht). Vrouwen blijven dus in contact met eigen familie. De sociale positie van de vrouw is hierdoor beter. Ze hebben meer vrijheid. Ze trouwen dan ook later waardoor hier het vruchtbaarheidscijfer lager ligt (zie fig 6.5).

Invloeden van gezinsplanning

Invloeden van gezinsplanning kunnen grote invloed hebben op vruchtbaarheid (China, Thailand en Indonesië). Verschillen in succes tussen verscillende gebieden zijn te wijten aan: Verschillen in ideologie tussen regeringen, verschillen in financiële ondersteuning, verschillen in infrastructuur, verschillen in geografische restricties.

Decomposition studies

Volgens de methode van Retherford & Cho is het mogelijk om CBR te ontleden in 3 onderdelen, maar hiervoor zijn extra data nodig. In de minder ontwikkelde landen zijn de huwelijksvruchtbaarheidscijfers nooit zo hoog geweest als in voorindustrieel Europa.

Macro-analytical studies

Er is in de laatste 3 decennia veel geschreven over het ontwarren van de onderlinge effecten van de 3e wereld vruchtbaarheid door ontwikkeling, culturele achtergronden en FP-programma’s. Meestal regressie analyse, met de landen als eenheden, een vruchtbaarheidsmaat als afhankelijke- en verschillende modernisatie indicatoren als onafhankelijke variabelen. Deze studies kunnen in twee groepen opgedeeld worden, degenen met pre-1970 data en degenen met post-1970 data.

Studies met pre-1970 data

In 1950 kregen de Latijns-Amerikaanse naties met modernere sociaal-economische karakteristieken een lagere vruchtbaarheid. Kirk onderzorcht de geboorte-modernisatie verhouding in drie culturele regio’s in de minder ontwikkelde wereld,: Latijns-Amerika, Islamitische landen en Zuid Azie. De relaties waren binnen de groepen veel sterker dan voor alle landen gecombineerd à cultuurverschillen, zijn van grote invloed op vruchtbaarheid.

Een probleem bij multivariate regressie is multicollineariteit (zie bundel B1VDH) daardoor wordt het moeilijker om het ‘gewicht’ van een variabele te bepalen. Dit is op te lossen door het vangen van allerlei losse variabelen in een index. Bij een doorsnede analyse moet men ook uitkijken voor tijdelijke vervormingen in de data. Beaver wijst op de grote rol van culturele factoren, onafhankelijk van de ontwikkeling, die het patroon van de residuen verklaren. Hij zegt dat de sleutel tot interpretatie in de verschillen binnen groepen in familie structuur en geslachts rollen ligt.

Moderne doorsnede studies

Het meest algemene en geciteerde werk is dat van Mauldin en Bereleson, die 94 ontwikkelingslanden bestudeerden, zoals voorspelbaar is er een relatie tussen, de modernisatie variabelen en programma inspanningen zijn ook gecorreleerd. Zij concluderen dat de gezamelijke aanpak effectiever is dan elk alleen, en dat de programma inspanningen een duidelijk verschil maken. Hoe beantwoodren losse landen aan het algemene patroon.

De kwaliteit van data op het gebruik van contraceptiva moet altijd voorzichtig benaderd worden. Zij zijn meetsal gebaseerd op eerste-keer acceptors, maar houden geen rekening met drop-out of onderbreking. Deze data komt uit twee bronnen: "the World Fertility Survey" en "the Contraceptive Prevalence Survey". Dat er een sterke relatie tussen modernisatie en programmasterkte bestaat blijkt duidelijk uit de clustering van landen langs de diagonaal in tabel 6.6. Ook is binnen elke cel een zekere graad van gelijkheid in het voorkomen van contraceptiva, hoewel er individuele afwijkingen zijn.

Gebiedsstudies

De multivariate analyse wordt ook gebruikt voor districten in landen. In Barbados kan 2/3 van de variatie in vruchtbaarheid verklaard worden door verschillende modernisatie en demografische structuur variabelen. Hieruit blijkt dat ook op een klein eiland als Barbados er duidelijke variatie in de vruchtbaarheid kan zijn, die ook verklaard kan worden vanuit de regressie.

Survey Analyse

Kritiek op de doorsnede analyse is dat er geen onderzoek gedaan word naar de achterliggende mechanismen. Bij de survey analyse wordt daarom informatie verzameld per persoon in plaats van per populatie of groep. Deze benadering wordt duidelijk uit de internationale onderzoeken die een serie standaard vragen stellen aan vrouwen in de kinddragende leeftijd in een groot aantal ontwikkelingslanden. Het meest recente onderzoek is the Demographic and Health Surveys of the Institute for Resource Development of Westinghouse. Dit ttont de verwachte vruchtbaarheid per gemeenschap en per moederlijke opleiding, maar er zijn opmerkelijke verschillen tussen continenten en landen.

Gemeenschapsstudies

Onderzoeken op grote schaal geven de mogelijkheid om vruchtbaarheidspatronen te indentificeren en verklaren, maar ze missen de achterliggende behaviorale mechanismen. Een oplossing hiervoor is de micro-demografisch benadering. Observatie en ‘losserse’ bredere discussie kunnen voor een beter begrip van de economische en culturele context zorgen. Het probleem blijft echter, hoe kan men zulke nauwe studies generaliseren.

 

Hosted by www.Geocities.ws

1