An Overcrowded World

Hf 6: Uneven Development and sustainability

6.1 Inleiding

Dit hoofdstuk zal een overzicht proberen te geven van de antwoorden op de vragen van het begin. De antwoorden zijn niet ja/nee, omdat het een lastig probleem is. De nadruk ligt op twee problemen, overbevolking en globalisering.

6.2 The story so far

6.2.1 Wildernis

De terugdringing van de wildernis is niet zomaar een groei van de vraag om ruimte, maar ook de zoektocht naar mineralen. Men komt erachter dat er in de plaatsen die niet echt zijn ontdekt dat hier nog mensen wonen die zich in leven houden met jagen/verzamelen. Om de mineralen te kunnen winnen moeten deze mensen verdwijnen, dit leidt tot een discussie, kan dit of niet? Deze bewoners worden onder druk gezet om weg te gaan zodat er grondstoffen gewonnen kunnen worden. Recent is er wel wat rehabilitatie geweest, maar dit is niet altijd even goed geweest, en zij zijn totaal onvoorbereid om te overleven in de veranderde wereld. Sommige groepen gaan zich organiseren en leveren legaal verzet via de politiek, of illegaal via geweld. Zij vallen binnen de bredere discussie wat moet de verhouding zijn tussen de mens en de natuur. Dit is een verschil in opvatting van de natuur, namelijk die als vooraadschuur van de mens, of als moeder, en levend wezen waar je voor moet zorgen. Het hoeft geen vraag te zijn van wel of geen wildernis, aangezien de wildernis beleving en de soortenrijkdom ook gewaarborgd kan zijn in gecontroleerde gebieden, maar willen wij dit, of zijn er meer stemmen om gebieden als wildernis te houden.

6.2.2 Bevolking in Afrika

Het lijkt alsof er overbevolking is in Afrika, maar voedseltekorten en milieuschade zijn niet per se de gevolgen van overbevolking. 1. De dichtheden zijn lager dan in Europa en Azie. 2. Er is geen direct verband tussen milieuschade en bevolkingsgroei. Het is niet mogelijk te generaliseren voor Afrika, er zijn te veel verschillen door verschillen in ontwikkeling en interdependentie. Er zijn verschillen in klimaat, en maatschappelijke organisatie, zowel als in stedelijke invloeden. Andere invloeden komen door de wijze van verbouwing, de snelle dekolonizatie, en de economische invloeden van de voormalige kolonieen. De economische hervormingen die nu doorgevoerd worden door het IMF laten ook hun sporen achter. Manieren om de bevolkingsgroei aan te pakken zijn het verhogen van de sociale zekerheid, het laten migriren van mensen naar de rijke wereld en het opvoeden van vrouwen. De duurzaamheid van de bevolking in Afrika is nu in het gedrang. De huidige vraag kan al niet voldaan worden, maar in de toekomst kan dit erger worden. Aan de andere kant is het zo dat de schade aan het milieu in Afrika minder erg is dan in Europa, en dat het sneller teruggedraaid zou kunnen worden. Dit komt door de lage vergiftigingsgraad.

6.2.3 Bevolking in Europa

In Europa zijn de factoren die de bevolkingsgroei hebben beinvloed anders dan in Afrika. Zij zijn over de eeuwen langzaam beinvloed, en hebben de beschikking gehad van de hulpbronnen van de hle wereld. In Europa voelt men het als dichtbevolkt. Dit komt door de hoge graad van urbanisatie, en de beperkte toegang tot natuurlijke gebieden. Aan de andere kant is er de politieke neiging om het te vol te vinden vooral wat betreft immigratie. Ook in Europa zijn er verschillen tussen de landen, bv tussen het noorden en het zuiden. De vervangingsfactor wordt in diverse landen niet gehaald, vooral in Zuid Europa. Hier ontstaan dan ook nieuwe problemen, namelijk van een tekort aan arbeid, en een tekort aan draagkracht voor de sociale verzekeringen. Dit leidt tot het bouwen van het fort Europa, vooral in landen met een hoge immigratie. De duurzaamheid van Europa is ook te bekritiseren vanwege de hoge consumptievlucht, en de vervuiling van land, water en lucht.

6.2.4 Duurzame grondstoffen?

De argumenten in hoofdstuk 4 zijn redelijk vrolijk over de duurzaamheid in ontwikkelde landen, met Europa. Dit komt door de hoge mate van hergebruik in Europa en milieu maatregelen. Er zijn ook weinig problemen te verwachten met water, er is veel regen en rivieren. Problemen die hier opkomen kunnen binnen de E.U. opgelost worden. Het ziet er echter een stuk minder rooskleurig uit voor minder ontwikkelde landen.

6.2.5 Mijnen: mondiale organisatie, lokale schade

Ongelijke ontwikkeling en ongelijke interdependentie is de kern van het argument van hoofdstuk 5. Hier is het geld geconcentreerd in het westen, en de schade in de ontwikkelingslanden. Hier is ook een belangrijke politieke macht, wat betreft olie is het een van de speerpunten van de buitenlandse politiek van de V.S. Wat ertsen betreft is er verschuiving opgetreden van het westen naar de ontwikklelingslanden. Dit komt door minder regulatie, lagere belastingen en snellere beslissingen. Dit levert dan wel meer schade op voor deze landen. De invloeden zijn ongelijk verdeeld over de ruimte, maar de oorzaken van deze ongelijkheden zijn mondiaal. Het vreemde aan de winning van ertsen is dat het niet logisch is. Het zou meer logisch zijn om hergebruik te stimuleren. Dit zou goedkoper zijn, minder last oplevren, minder energie kosten en minder schade aanrichten aan het milieu. Toch gebeurt dit niet, vooral door subsidie van de winning van ertsen.

6.3 Duurzame Ontwikkeling?

6.3.1 Ongelijke ontwikkeling en duurzaamheid

De discussies die gevoerd worden zijn niet absoluut, ze gaan over intrinsieke waarden, en visies van verschillende mensen. Dit maakt het moeilijk te komen tot een consensus over beleid. Na een onderzoek bleek een van de grootste invloeden die van de economische politiek te zijn die er in de gebieden was. Verder kwam er te voorschijn dat de interdependentie tussen verre markten groter werd. Een van de gevolgen is dat het belang van de lokale economie betekent dat er op lokaal en nationaal niveau wel oplossingen te vinden zijn.

6.3.2 Duurzame ontwikkeling

Tot nu toe komt de belangrijkste bijdrage aan de oplossing van milieu problemen op mondiale schaal van de VN met het Brundtland Report van 1987 en de conferentie in Rio in '92. Deze pakte twee grote problemen aan en zei de oplossing te hebben namelijk ontwikkeling en milieu. Het raport zei een nieuwe vorm van ontwikkleing te hebben, namelijk duurzame ontwikkeling die zou: 'meet the needs of the present without compromising the ability of future generation to meet their own needs'. Het raport is sterk antropocentrisch, en ziet de natuur slechts als een bron die verdeeld moet worden. De conclusie van het raport is dat er grote veranderingen moeten komen bij de overheden om de problemen op te lossen. Maar hoe krijg je de rijke wereld zover om de problemen van de arme wereld op te lossen. Dit zou wellicht kunnen als je laat zien dat als er niets verbeterd wordt, er oorlog komt. Het Brundtland schijnt toch nog wel invloed gehad te hebben op de overheden die wel wat beleid hebben opgenomen, al was een groot deel wel te radicaal, maar er is wel politieke reactie op gekomen.

6.4 Think Global

Hoe denkt de mens in verhouding tot de natuur:

Membership: Mensen zijn deel van de natuur, en zijn afhankelijk van de natuur voor lucht water en voedsel.

Reproductie: Als deel van de natuur zijn mensen afhankelijk van de natuur voor de reproductie, ook tot de hulpbronnen. (niet helemaal duidelijk)

Transformation: Mensen hebben de natuur veranderd door arbeid en techniek. Zij hebben een nieuwe natuur gemaakt. Deze transformatie valt kort van totale dominantie, en wildernis en gevaar blijven bestaan.

Consumptie: De mens consumeert van de natuur, door een stedelijke en materialistische maatschapij.

De hoofdargument van het boek is dat deze verhoudingen tot de natuur uit balans zijn. De aarde wordt getransformeerd, maar wij kunnen niet meer beinvloeden hoe dat gaat, en het goed spreiden. Deze imbalans wordt versterkt door de ongelijke ontwikkeling van de wereld.

Gaianisme.

Hosted by www.Geocities.ws

1