Samenvatting "An Overcrowded World?" hoofdstuk 6
door Colijn Wakkee ([email protected])
6.1 Introductie
Hoe duurzaam zijn huidige levenswijzen? Antwoord bestaat uit twee belangrijke elementen:
De relatie tussen samenleving en natuur is de rode draad in dit hoofdstuk.
6.2 De situatie tot nu toe
Natuurlijke grenzen worden op de proef gesteld door toenemende concurrentie strijd om ruimte en grondstoffen. Dit is gevolg van de wereldwijde economie en verder gaande industrialisering.
Jager-verzamelaars hebben een ecologisch duurzame samenleving gehad, maar die is aangetast door contacten met deelnemers aan het economisch wereldsysteem (nieuwe ziektes, afname beschikbare ruimte). Jager-verzamelaars hebben geen kracht om exploitatie van hun regio te weren, terwijl in het Westen velen voor behoud van wildernis zijn. Integratie in het economisch wereldsysteem dwingt tot exportgerichte grondstoffenexploitatie voor een laag loon.
1992 Rio: ‘native’ bevolking betrokken bij conferentie. Verschillen tussen groepen die hun regio duurzaam beheren en groepen die contacten met de buitenwereld zoeken via technologie. Ook natives staan onder druk bij environmentalisten vanwege jacht. Als mensen tot de natuur behoren, leven primitievelingen ook in wildernis. In het Westen wil men een gevoel van wildernis hebben door bijv. Nationale Parken. Maar men moet, voor het te laat is, wereldwijde exploitatie een halt toe roepen.
Afrika heeft het imago van ecologisch aangetast gebied door overbevolking. Dit is niet geheel juist omdat
In Afrika zijn er veel interpretaties van het ecologische probleem, maar zeker is dat ongelijke ontwikkeling en afhankelijkheid ook invloed hebben. Het vruchtbaarheidspatroon is een sleutelfactor wat betreft de bevolking. Door verstedelijking is het noodzakelijk agrarische productie te intensiveren en zo de natuur aan te tasten.
Vanaf de 19e-eeuwse kolonialisatie stapten Afrikanen over van ‘subsistence agriculture’ naar arbeid op Westerse plantages: ook na dekolonialisatie. Gevolg is een toegenomen kwetsbaarheid van de grond voor droogte.
Dekolonisatie leidde tot politieke instabiliteit en burgeroorlogen. Door terugdringen van volksgezondheids-subsidies voor Afrika nam de bevolking sterker toe dan de economie. Veel kinderen zijn nodig als arbeidskrachten, ook voor later als de ouders niet meer kunnen werken. Een beterde levensstandaard kan de vruchtbaarheid terugdringen (= globalization of welfare).
Tenslotte hoofdpunten wat betreft duurzaamheid:
Europeanen voelen zich overbevolkt vanwege
Immigratiebeperking is begrijpelijk vanwege beperkte huizen- en banenvoorraad. Ook racisme speelt een rol.
Tijdens industrialisatie was er veel emigratie naar de nieuwe wereld. Frankrijk, Spanje en Italië hadden toen extreem lage vruchtbaarheidscijfers door culturele verschillen en late, snelle industrialisatie. In Noord-Europa had het goede welvaarts-systeem meer effect om een stationaire bevolking te bereiken dan het pro-natale beleid in het zuiden. Na de Eerste Wereldoorlog werd Europa defensiever in het handel- en immigratiebeleid. Een goede immigratie-opvang door sommige landen is een aanzet tot globalization of citizen rights.
Europa is eigenlijk ook niet duurzaam, omdat het afhankelijk is van geïmporteerde grondstoffen die grootschalig geconsumeerd worden. Ook is er op het eigen continent veel vervuiling.
De groei van grondstofverbruik in ontwikkelde gebieden is afgenomen vanaf 1945 vanwege technologische verbeteringen. Het gunstige klimaat leidt tot weinig conflicten over bijv. internationale waterwegen.
Ontwikkelingslanden kunnen alleen goedkope technologieën hanteren, die niet ecologische efficiënt zijn. Conflicten komen hier vaker voor wegens het ongunstigere klimaat.
Ongelijke ontwikkeling leidt dus tot slechts beperkt gebruik van ecologisch betere technologieën.
Industriële ondernemingen zoeken locaties uit waar de grondstof beschikbaar is. Kenmerkend is petroleum, wat in landen geboord wordt waar men vijandig staat tegenover de voornaamste gebruikers. Door de afhankelijkheid van de economie op olie kunnen landen met oliereserves machtiger worden naarmate de olie uitgeput raakt.
Bij metalenwinning concentreerden multinationals voor 1960 in Noord-Amerika, Australië en Zuid-Afrika. Als gevolg daarvan beschermde men de natuur daar meer. Zo ontstond er een verschuiving naar andere landen. Sommige landen accepteren ecologische schade in ruil voor banen en export, maar nemen een risico vanwege de onzekere prijs op de wereldmarkt. Mijnbouw is op lokaal schaalniveau niet duurzaam, maar de economische krachten die er op werken maken het een mondiaal probleem.
Industriële productie is vaak gesubsidieerd door belastingreductie en (indirect) vervuilings-boetes. Opheffing van belastingreductie leidt tot meer gebruik van schonere productiemiddelen, omdat de vervuilings-boetes dan zwaarder drukken op de uitgaven van een onderneming. Hiervoor is wel een omslag nodig van massaproductie naar kleinschaligere productie.
6.3 Duurzame ontwikkeling?
Een groot project onderzocht ecologische verandering over de periode 1945-1994. Men concludeerde wat betreft de relatie tussen mens en natuur dat
Belangrijk is verder dat
Momenteel is de UN Commission on Environment and Development de grootste kracht achter mondiale oplossing van milieuproblemen. Hun uitgebrachte Brundtland Report (1987) stelde een nieuwe vorm van ontwikkeling voor: duurzame ontwikkeling. Het behandelde economische en milieu-ontwikkelingen, maar sindsdien is er weinig respons geweest, mede door uiteenlopende belangen van landen. De conclusie is dat duurzame ontwikkeling gestimuleerd moet worden, anders ontstaan er conflicten, want druk op het milieu is zowel oorzaak als gevolg van politieke en militaire onrust.
Na 1987 kwam het probleem van de ozonlaag onder de aandacht. Het Brundtland Report onderschatte dit probleem enorm. Milieuproblemen trokken in Rio 1992 meer aandacht dan de sociale problemen.
Het Report stimuleerde politieke actie ten behoeve van het milieu, maar werd bekritiseerd vanwege het anthropocentrische gehalte, zonder dat het duidelijke richtlijnen stelt. Niks doen, zoals nu in feite, zal leiden tot een onzekere toekomst. Er twee opties voor environmentalisten:
6.4 Wereldwijd denken
De natuur wordt beïnvloed door de mens op 5 manieren:
Deze relaties zijn uit balans geraakt, zodat verandering niet alleen natuur maar ook welvaart bedreigt. Wat in de toekomst duurzaam is, is dan ook niet te zeggen. Verschillen tussen landen zijn het grootste obstakel om tot een mondiaal verdrag te komen. Er zijn veel voorstellen om het probleem op te lossen, maar politieke en economische mechanismen zijn afhankelijk van prioriteiten van regeringen en bevolking.
De Gaia Hypothesis van James Lovelock (1979) stelde de aarde als een zichzelf regulerend systeem. Evolutie van levende wezens verandert de atmosfeer, die de geologie verandert, waardoor er nieuwe levende wezens komen. Steeds meer wetenschappers accepteren deze theorie, die de planeet centraal stelt. Onverantwoord gebruik van de aarde kan leiden tot eliminatie van de mensheid door de aarde. Radio-actieve straling wordt, door de radio-actieve geschiedenis van de aarde, niet als bedreigend gezien, wèl locaal geproduceerde vervuiling die massaal over de hele wereld wordt uitgestoten.
De aarde kan zich aanpassen aan nieuwe omstandigheden en dus herstellen van vervuiling, maar dat proces duurt langer dan de mens nodig heeft om te vervuilen. De Gaia Hypothesis ziet de mens als steward, voor zichzelf en het nageslacht. Behoud van biodiversiteit en goed beheer van de atmosfeer moeten snelle veranderingen tegengaan. Terug gaan naar wildernis, met een veel lagere bevolking en consumptie is onhaalbaar. Wel zijn er locale verschijnselen die daar een aanzet toe geven, zoals NIMBY (Not In My BackYard) en LULU (Locally Unwanted Land Use), terwijl Bookchin directe participatie van burgers in besluitvorming suggereert. Een locaal veto kan LULU tot een wereldwijd ‘nee’ leiden.
6.5 Conclusie
Angst voor overbevolking berust op de begrensde capaciteiten van de natuur. De invloed van de mens op de natuur hangt af van verwachtingen, levensstijlen, technologie en ontwikkelingsniveau. De conclusie van dit boek is dat de natuurlijke hulpbronnen niet oneindig zijn, waardoor de vraag ernaar beperkt moet worden om toekomstige generaties een waardevol bestaan te bezorgen.
Sommigen stellen dat linkse partijen angst voor het milieu misbruiken om een sociaal-democratische partij te kiezen, maar ongelijke ontwikkeling is oorzaak van milieuschade en is obstakel om het op te lossen. Verandering in levensstijl naar minder consumptie is daarvoor nodig, en dat is met de huidige economische, politieke en demografische krachten nu ondenkbaar.
Door het cultiveren van wildernis heeft men nu geen ‘opvangnet’ meer, mochten natuurlijke grenzen zijn overschreden. Prioriteiten zijn daarom:
Hiervoor moet dit geografische beeld van de wederzijdse natuur-mens relatie wereldwijd worden ondersteund.