B1THEh5joneswillem Population Geography – Huw Jones samengevat door Willem de Joode
Hoofdstuk 5, opgedragen aan Bert Ruimtelijke vruchtbaarheid patronen; ontwikkelde landen.
Vruchtbaarheid en geografie
De invloed van menselijk gedrag op geografische patronen van vruchtbaarheid worden minder erkend dan de invloed van het menselijk gedrag op geografische patronen van gezondheid. Geografische vruchtbaarheidspatronen kunnen inzicht verschaffen in tot dusver onopgeloste problemen, en wel op drie manieren:
1. ruimtelijke diffusie theorie en afstandsverval mechanismen.
2. het op waarde schatten van regionale culturele identiteiten
3. het voorkomen van fouten door een gemiddelder beeld te creëren i.p.v. een momentopname; dit komt naar voren in:
Vruchtbaarheidsmaten
Crude birth rate àB/P * 1000 = het aantal geboorten per jaar per 1000 van de bevolking halverwege het jaar. Geeft de aanwas door geboorten goed weer, maar minder geschikt voor vergelijkingen in tijd en ruimte
General fertility rate àB/P(f15-44) * 1000 = het aantal geboorten per jaar per 1000 vrouwen tussen de 15 en de 44. Gedeeltelijke standaardisatie, de opbouw van deze groep is niet overal gelijk.
Child:woman ratio àP(0-4)/P(15-49) * 1000 = verhouding tussen kinderen jonger dan 5 en vrouwen in de vruchtbare leeftijd. Data makkelijk te vinden, maar het beeld wordt verstoord door gedeeltelijke standaardisatie, kindersterfte en migratie.
Age-specific birth rate àB(fa)/P(fa) * 1000 = het aantal geboorten door vrouwen van een bepaalde leeftijdsgroep per 1000 vrouwen van die groep. Gedetailleerd, maar niet erg praktisch.
Standardized birthrate àgeeft het crude birth rate aan als er gestandaardiseerd is voor leeftijd en sekseverhoudingen binnen een populatie.
Total fertility rate à5 * (45-49)Σ(15-19)(B/Pf * 1000) = het aantal kinderen dat 1000 vrouwen gedurende hun hele leven zouden krijgen als er geen enkele vrouw zou overlijden, en als het geboortecijfer per leeftijdsklasse gelijk blijft. Handig om te kijken of een bevolking zichzelf vervangt. à gross reproduction rate = enkel de vrouwelijke geboorten rekenend à net reproduction rate = ook nog gecorrigeerd voor sterfte van vrouwen tussen de 15 en de 49
Cijfers gecorrigeerd voor huwelijkse status en duur van het huwelijk àDe hierboven beschreven maten kunnen ook gecombineerd worden. Er moet altijd rekening gehouden worden met de gebruiken rond het trouwen.
Cohort measures àeen cohort is een groep vrouwen geboren in een bepaalde tijdsperiode, waardoor de hierboven beschreven cijfers minder gevoelig worden voor incidentele afwijkingen dan als je jaarlijkse groepen zou gebruiken. Voorbeeld: cumulatieve huwlijksvruchtbaarheids ratio, gestandaardiseerd voor leeftijd en duur van het huwelijk.
Invloeden op vruchtbaarheid:
Twee categorieën;
- culturele(religie), sociaal economische(inkomenszekerheid) en omgevingsinvloeden(opleidingsniveau)
- biologische (steriliteit) en gedragsinvloeden(voorbehoedsmiddelen)
Vruchtbaarheidsafname theorie
Warren Thompson en Frank Notestein bedachten het klassieke demografische transitiemodel. Onduidelijke verklaring die een mix was van industrialisatie, bureaucratisatie, urbanisatie, commercialisatie, ontwikkeling en modernisatie.
2 problemen
Theorie van intergenerationele welvaartsstromen
Twee soorten samenlevingen:
dit onderscheid wordt bepaald door de richting van de welvaartsstroom(geld, goederen, arbeid, diensten, bescherming en garanties), en wordt veroorzaakt door een overgang van de familie productiewijze naar de kapitalistische productiewijze.
Welvaartsstromen en vruchtbaarheid in ontwikkelingslanden
Wordt ondermijnt door scholing, kapitalisme en verwesterlijking(feudalisme, protestantisme, kapitalisme), afhankelijk van de ontvankelijkheid van de samenleving in kwestie.
Welvaartsstromen en vruchtbaarheid in ontwikkelde landen
In het westen had de communale productiewijze onder invloed van het Romeinse rijk, feudalisme en de protestantse reformatie aan invloed verloren, en was vervangen door de kern familie als basis economische eenheid. Door de invoer van verplichte schoolgang veranderde de richting van de welvaartsstroom, kinderen werden consumptiegoederen, en een middel om de familie op een hoger sociaal niveau te brengen. De standaard arbeidersfamilie veranderde van een reproductief en productief systeem in een reproductief en consumptief systeem. Secularisatie ondermijnde het grote christelijke gezin. Het omslag punt was de tweede fase van de industrialisatie, toen er meer geproduceerd werd in de fabrieken dan door de nijverheid, omdat toen de vrouwen minder tijd kregen om kinderen groot te brengen. Veranderingen in reproductie zijn direct gerelateerd aan sociale veranderingen in het productiesysteem.
Vruchtbaarheid in Europa voor de industrialisatie
Voor de industrialisatie was er ook al sprake van een vermindering van de vruchtbaarheid doordat een inkomen een voorwaarde was, wat leidde tot laat huwen en niet huwen. De effecten van goede en slechte tijden kennen aanzienlijke tijdsvertraging. Bijna geen buitenechtelijke huwelijken. Gezinsplanning in hogere klassen, boeren zoveel kinderen als god wil à verwaarlozing kinderenà hoge kindersterfte een gevolg van hoge vruchtbaarheid. De maximale draagkracht was bereikt, maar als een innovatie doorgevoerd werd, sprong de bevolkingsomvang naar een nieuw evenwicht. Bij kolonisatie van land of proto industriële activiteiten, groeide de bevolking. Verschuiving van bezit naar inkomen als voorwaarde voor huwelijk.
De moderne vruchtbaarheidstransitie in Europa
Door de economische en sociale veranderingen van de industrialisatie keren de welvaartsstromen om, waardoor het aantal geboorten afneemt. Soms nam de vruchtbaarheid zelfs toe door industrialisatie. Er is geen duidelijke correlatie tussen ruimtelijke patronen van sociale en economische verschijnselen en vruchtbaarheid. Een grotere rol wordt er nu toegeschreven aan de innovatie diffusie van de sociale acceptatie van een kleinere gezinsgrootte.
Om de demografische transitie samen te vatten, kunnen vier familie strategieën onderscheidden worden;
A in de derde wereld nu & europa tot in de 16e eeuw. C daarna in noordwest europa. Daarna diverse paden naar B nu. Individuele, gecontroleerde vruchtbaarheid heeft onbewuste controle door de gemeenschap verdrongen.
De transitie buiten Europa.
In de ontwikkelde landen in Noord-Amerika, Australië en Japan laat de demografische transitie overeenkomsten en verschillen zien. Een sterke negatieve correlatie tussen bevolkingsdichtheid en vruchtbaarheid. Opvallend genoeg was er weinig verschil tussen sociale klassen wat betreft het tijdstip van acceptatie van de nieuwe ideale gezinsgrootte.
Na de transitie
Vruchtbaarheid varieert sterk door uitgestelde of vervroegde huwelijken. Men trouwt over het algemeen jonger, tot aan de jaren ’60, daarna gaat men samenwonen alvorens te trouwen. De economische vruchtbaarheidstheorie à de vraag naar kinderen staat centraal, een stel streeft maximaal geluk na door keuzes te maken tussen verschillende mogelijkheden, afhankelijk van de mogelijkheden (inkomen), en de beperkingen (kosten).
Mogelijkheden
Op de korte termijn neemt het de vruchtbaarheid toe bij een toename van de welvaart. Op de langere termijn is er sprake van een negatieve correlatie. Fluctuaties in inkomen kunnen conceptie vervroegen of uitstellen. Echo effect; crisisà lage vruchtbaarheid àschaarste arbeiders à hoge vruchtbaarheid à overvloed arbeiders à minder welvaart à lagere vruchtbaarheid.
Keuzes
Kinderen zijn consumptiegoederen, dus er moet gekozen worden tussen kinderen en goederen. De hoeveelheid benodigde goederen is sterk afhankelijk van de omgeving waarin de ouders zijn opgegroeid, hierdoor zal bij een toename in welvaart de vruchtbaarheid stijgen. Ook erg belangrijk is de invloed van de sociale omgeving, welke normen zijn er?
Beperkingen
Gelegenheidskosten; zwangere vrouwen kunnen geen geld verdienen, dit heeft een negatieve invloed op de vruchtbaarheid. De wisselwerking tussen mogelijkheden, keuzes en beperkingen geeft een verklaring voor vruchtbaarheidstrends in het westen na de demografische transitie. Normen en waarden hebben een veel grotere invloed gehad op vruchtbaarheid dan anticonceptiemiddelen. In Oost-Europa daalde de vruchtbaarheid pas in de zestiger jaren, als gevolg van urbanisatie en woningnood.
Verschillen in vruchtbaarheid
Deze zijn zeer moeilijk te verklaren doordat factoren uit het fysische en sociale milieu elkaar sterk beïnvloeden, direct en indirect. Vruchtbaarheidsafname begint in bepaalde sociale klassen, en verspreidt zich dan door tijd en ruimte. In ontwikkelde landen is er sprake van sociale convergentie, mede doordat vruchtbaarheid niet meer afhankelijk is van sociale status, maar van individuele keuzes.
Sociale klasse
Vroeger kregen armere mensen meer kinderen, nu worden de verschillen tussen arm en rijk steeds kleiner. Twee aspecten spelen een grote rol 1. onderwijsniveau 2. inkomen. Rijkere vrouwen verliezen meer geld als ze stoppen met werken om zwanger te worden., ook hebben ze meer interesses buiten een gezin dan arme vrouwen. Inkomen is gecorreleerd aan veel vruchtbaarheid beïnvloedende factoren. Hoe welvarender een gezin is vergeleken met de rest van de referentiegroep, hoe vruchtbaarder.
Werkende vrouwen
Sterke correlatie tussen een hoge arbeidsparticipatie van vrouwen en een lagere vruchtbaarheid. Maar de aard van het werk kan deze correlatie sterk verminderen.
Urbanisatie
In steden zijn de directe en indirecte kosten om kinderen op te voeden groter dan op het platteland.
Religie
Katholieken zijn vruchtbaarder dan gemiddeld. Protestanten focussen meer op kwaliteit i.p.v. kwantiteit. Protestanten zijn overal vertegenwoordigd, katholieken meer in de lagere klassen, en joden in de hogere klassen. De katholieke vruchtbaarheid is met name groter daar waar ze een minderheid vormen.
Etniciteit
Doordat verschillende groeperingen in verschillende regio’s bewonen en oververtegenwoordigd zijn in een bepaalde sociale klasse, zal ook hun vruchtbaarheid verschillend zijn.
Ruimtelijke analyses
Analyse van ruimtelijke verschillen in vruchtbaarheid is voorbehouden aan geografen. Het probleem is echter dat men niet uit enkel de fysieke omgeving de factoren kan herleiden die de vruchtbaarheid bepalen. (ecological fallacy) Verder kan een consistent ruimtelijk patroon in vruchtbaarheid zeer verschillende oorzaken hebben. Het wordt steeds moeilijker bepaalde factoren te identificeren die verantwoordelijk zijn voor fluctuaties in vruchtbaarheidsniveaus door de structurele diversificatie van de samenleving. Toch blijven er in enkele gebieden duidelijke oorzaken van een sterk regiogebonden vruchtbaarheidsniveau, bijvoorbeeld concentraties van etnische minderheden, of nieuwbouwwijken met veel jonge gezinnen. Over het algemeen wordt het beeld diffuser, wat niet wil zeggen dat er wel degelijk regionale verschillen blijven bestaan.