An Overcrowded World

Hf 3 Stabilizing population growth: the European experience

3.1 Inleiding

3.1.1 Waarom Europa?

De middenlandse zee is een scheidslijn wat betreft demografie de oudste-de jongste, de snelst groeiende-de langzaamst groeiende. Europa heeft hele lage vruchtbaarheidscijfers, hoe komt dit? Er zijn drie kern vragen: 1. Hoe heeft Europa de groei gestabilizeerd. 2. Wat is de invloed van Europa's bevolking op de rest van de wereld? 3. Heeft het proces in Europa voorspellende waarden voor andere gebieden?

Deze vragen worden in vier fasen aangepakt:1. hoe vergelijkt de groei in Europa met die van de ontwikkelingslanden 2.Heeft het vertragingsproces lessen voor de rest van de wereld. 3. Hoe heeft de rest van de wereld de groei van de bevolking in Europa ondersteund. 4. Hoe is de toekomst van Europa met deze bevolkingsopbouw.

3.1.2 Hoe groeit een bevolking?

Een bevolking neemt toe of af als gevolg van het verschil tussen geboorte en sterfte. P=(B-D)+/-M

3.2 Hoe en waarom groeide de bevolking van Europa

De groei cijfers waren voor bijna de gehele geschiedenis laag, maar namen toe bij tijden van voorspoed, en als er voldoende eten was. Vanaf de middeleeuwen ging het snel anders met de bevolkingsgroei, een belangrijke datum is 1492 toen duidelijk werd dat Europa zich niet hoefde te beperken tot land en hulpbronnen alleen in Europa. Omstreeks dezelfde tijd kwam de agrarische revolutie die een effectief landgebruik bevorderde en zo meer mensen kon herbergen. Hierna kwam de industriele revolutie die al helemaal de zaak op z'n kop zette.

3.2.1. Vruchtbaarheid en Huwelijk

In pre industrieel Europa waren er gematigde geboorte en sterfte cijfers. Dit in tegenstelling tot de bevolking in bv. India omstreeks 1900. In dit Europa blijkt de bevolking beperkt te zijn gebleven, o.a. door een Europees Huwelijkspatroon. Dit hield in dat mensen laat trouwden, pas als ze een op zichzelf staand huishouden konden betalen. Tevens was een redelijk deel van de populatie ongehuwd en was het aantal buitenechtelijke kinderen laag. Dit goldt voor het Europa ten westen van de lijn: St.Petersburg-Triest. Dit patroon is anders dan in niet Europese samenlevingen waar al vroeg gehuwd werd, en het leven van het stel begon in het ouderlijk huis. In Engeland nam als eerste de bevolking toe tijdens de industriele revolutie. Dit kwam omdat de geboorte cijfers omhooggingen door meer werk, waardoor mensen eerder gingen trouwen, en zo

meer kinderen kregen. De sterft daling trad pas later op. In de andere landen van Europa kwam dit proces pas veel later op gang.

3.2.2 Sterfte Daling

Sterfte cijfers waren in pre industrieel Europa hoog, en de kindersterfte cijfers ook. Verder stond het onder invloed van het slechte klimaat, en misoogsten. Toch was de sterftecijfer van Europa over het algemeen lager dan buiten Europa.

Vanaf het einde van de 18e eeuw kwam er langzaam aan wat verbetering in de positie van de mensen. Voedsel werd beter verbouwd, en men kreeg meer greep op de omgeving. Dit ging langzaam, en in 1870 was de verwachte leeftijd slechts met 2 jaar omhoog gegaan. De uitbanning van dodelijke ziektes ging pas langzaam, en haalde zo veel mensen neer. Toen deze ziekten werden aangepakt steeg de verwachte leeftijd snel. In Fr. van 32 naar 45 tussen 1880-1900.

De sterfte cijfers daalden slechts langzaam, ondanks de toegenomen welvaart en voedselzekerheid. Dit kwam door de slechte woon en werk omstandigheden. De verbeteringen die gaandeweg optraden golden niet voor de gehele bevolking, bv. voor de zuigelingen. Ook waren er regionale verschillen. In de 19e eeuw in Europa was het verband tussen gem. inkomen en levensverwachting veel groter dan nu in de ontwikkelingslanden. Dit komt omdat het veel verspreid is hoe je de levensverwachting omhoog kan halen.

3.2.3 Historische groeicijfers, en vergelijkingen met vandaag

De groei was tijdens de demografische transitie nooit echt hoog. Maximaal 1.6%. Dit is veel lager dan in veel regio's in de wereld. Waarom? In Afrika zijn de geboorte cijfers veel hoger dan in Europa destijds, en zijn de sterfte cijfers veel sneller gedaald. Wat ook belangrijk is, is dat Europa zijn overtollige bevolking kon afschepen naar de V.S. en dit is niet mogelijk voor de ontwikkelingslanden.

3.2.4 Emigratie

Emigratie was een veiligheidsklep op de bevolkingsgroei. De overtollige mensen konden weg, met als enige belemmering de persoonlijke kosten, dus niet IND. Dit was vooral handig in tijden van economische malaise. Aangezien vooral de jongere bevolking wegtrok, was er in Amerika een grote bevolkinsgroei te zien, en bleef het in Europa redelijk rustig tussen 1750 en 1950.

3.3. Vertraging van de Europese Bevolkingsgroei

We kijken waarom de groei cijfers in Europa zijn gedaald. Wat zijn de oorzaken, en de gevolgen. Ondanks enorme emmigratie groeide de bevolking van Europa zeer snel. Dit begon te dalen tot aan de 2e wereld oorlog.

3.3.1 Afname van de sterfte cijfers in de twintigste eeuw

De spectaculaire daling van de sterfte begon in de 20e eeuw. Dit kwam door het gebruik van antibiotica en de afname van infectie ziekten. Dit verhoogde de levensverwachting. In Oost Europa is de verbetering van de levensverwachting gestagneerd. De verlenging van de levensverwachting is afgenomen. Nu is er een interessant patroon te zien in Europa, geld bepaalt niet de gezondheid. In Spanje is de levensduur namelijk veel langer dan in Duitsland. Oorzaken hiervan zijn, dieet en stress en klimaat. De invloed van AIDS is nog niet zichtbaar, maar zal waarschijnlijk niet zo erg zijn als in Afrika.

3.3.2 De afname van de vruchtbaaarheid in de 19e en vroeg 20e eeuw

De daling van de vruchtbaarheid is niet lineair verlopen, en is uiteindelijk veel sterker gedaald dan de sterftecijfers. Ondanks veel onderzoek, is het nog niet precies duidelijk hoe het komt. Belangrijke factoren zijn wel: economische factoren en de toename van het inkomen, ook sociale veranderingen en culturele veranderingen zijn ook belangrijk.

De daling begon aan het einde van de 19e eeuw, toen echtparen zich voornamen om minder kinderen te nemen. Dit deden ze door onthouding, en niet door anti-conceptie. Dit is zowel door de tijd, ruimte en sociale lagen verspreid. Waarom? Oorzaken die worden genoemd zijn: industrialisatie en zijn veranderingen van de maatschapij. Een toenemende focus op het individu en materialisme. Ook wordt de toename van de aandacht voor kinderen gezien als een oorzaak om minder kinderen te nemen. Ook de toenemende welvaart was belangrijk. Wat ook niet onderschat moet worden is de invloed van het feminisme, en de controle die de vrouwen over hun leven wilden uitoefenen.

De daling van de geboorte cijfers is tegelijk met de invoering van anti conceptie middelen, maar de invloed van deze wordt betwist, mede omdat er wel draagvlak moet zijn om deze ook daadwerkelijk te gebruiken.

Wat is dan de invloed van deze kennis op de rest van de wereld. Het belangrijkste lijkt te zijn dat als een vrouw zelf haar keuzes kan maken t.o.v. familie planning, dat dan ook de geboorte cijfers zullen dalen.

3.3.3 Vruchtbaarheid tendenzen van 1930 tot nu

In 1930 was in een aantal landen in Europa de geboortecijfers zo laag, dat dit leidde tot vervangingscijfers kleiner dan 1. Dit werd in het interbellum als gevaarlijk beschouwd, en er kwam een politiek van meer kinderen. Dit had een kleine invloed. De angst hiervoor verdween echter snel, toen na 1945 de geboorte cijfers omhoog gingen, en dit bleef zo tot het midden van de jaren 60. Dit is niet alleen de invloed van de oorlog, maar kent ook andere oorzaken. Deze zijn nog niet goed bekend, maar gedacht kan worden aan economische invloeden. De geboorte cijfers zijn nu het laagst in Zuid Europa. In Zweden waren ze langere tijd ook laag, maar ze namen hier weer toe. Zulke contrasten laten zien dat we niet te snel kunnen generaliseren. En in tegenstelling tot het model van de demografische transitie blijkt in een aantal landen de vervangingswaarde lager dan 1 te zijn.

3.3.4 Oorzaken van de huidige lage vruchtbaarheidscijfers

Hoe kan het, dat ondanks de vooruitgang van de inkomens in Europa, de geboortecijfers zijn gedaald. Een mogelijke oorzaak is de toename van het materialisme, en dat dit niet kan met veel kinderen, maar dit is een te puur economische benadering. De economische voorspoed maakte het mogelijk dat jonge stellen eerder gingen trouwen. Maar dit leidde niet tot een hoger kindertal. Vanaf dit breekpunt rond de zestiger, zeventiger jaren is de koppeling die er was tussen huwelijksleeftijd en huwelijksvruchtbaarheid losgelaten.

Tot een zekere mate hangt dit samen met de introductie van de pil in de jaren 70, maar ook dat vrouwen in toenemende mate voor eigen doelen gingen, ipv gezinsdoelen, wat ook de vruchtbaarheid naar beneden bracht. Ook het werken van de vrouwen bracht de vruchtbaarheid omlaag. Er is echter niet een lineair verband, dit komt, omdat zaken zoals kreches, en lonen ervoor kunnen zorgen dat vrouwen werken en kinderen hebben tegelijk. Ook is het beeld van de anticonceptie veranderd, was dit eerst nog een stiekem gebeuren, later werd dit een morele plicht.

3.3.5 Veranderende Levenstijlen

De veranderingen in de vruchtbaarheid zijn volledig onverwacht gekomen. De sociaal demografische veranderingen sugereren dat er fundamentele veranderingen zijn gekomen in wat mensen verwachten van het leven. Dit wordt misschien het beste duidelijk als we naar de opbouw van het gezin kijken. De veranderingen in de gezinnen is: daling van het aantal huwelijken, stijging van het aantal scheidingen, meer buitenechtelijke kinderen en meer mensen die samenwonen. Samenwonen blijkt een proces te zijn die voorafgaat aan het huwelijk. Maar zal dit in de toekomst zo blijven? Of zullen vrouwen zich meer geroepen voelen tot kortere relaties. Scheiding is vooral in Noord Europa, dit is een gevolg van de soepele wetgeving in vergelijking met Zuid Europa, maar het laat ook een veranderende denkbeeld zien.

Aanzienlijk is de stijging van het aantal buitenechtelijke kinderen, vooral in Zweden. Een huwelijk is niet meer nodig om kinderen te krijgen, en een man vaak ook niet. Als vrouwen kinderen willen en werken tegelijk zullen ze hard moeten werken, het is lastig om dit voor elkaar te krijgen.

3.4 De Impact van Europa op de wereld.

Dit bekijkt de invloed van Europeanen op de rest van de wereld, en de mate waarin Europese rijkdom afhankelijk is van de rest wereld.

3.4.1 De demografische invloed

De Europeanisering van de rest van de wereld is van groot belang voor het vergroten van de rijkdom van Europa. Dit komt niet alleen door het weglaten van demografische druk, maar ook door hulpbronnen. Ook was de rest van de wereld zeer belangrijk in het voldoen van de groeiende voedingsbehoeften van de Europeanen. Wat goed was voor Europa was helemaal niet goed voor de plaatselijke bevolking die vaak ten onder ging aan ziektes en oorlog. Ook was er geforceerde migratie door de Europeanen, en slavernij

3.4.2 Kolonialisering

In Azie was er een relatief kleine europese bevolking, maar het was zeer belangrijk voor het halen van mineralen en landbouwprodukten. Voor Europeanen in de 19e eeuw, was de wereld iets wat voor hun was, en uitgebuit moest worden.

3.4.3 Handelsrelaties vandaag

Het merendeel van de handel van Europa is binnen Europa, of met een ontwikkeld land. Het deel van de handel met onderontwikkelde landen is voor olie. De handelsrelaties zijn belangrijk. De markt bepaalt dat sommige prijzen gedrukt worden, omdat europa dat wil, terwijl er juist ook, land wordt gebruikt voor luxe westerse goederen ipv eten te verbouwen voor de lokale markt. Het gebruik van de westerse wereld, contrasteert heel erg met die van de ontwikkelingswereld.

3.4.4 Consumptiepatronen en milieu impact

De consumptie maatschapij zoals we die kennen in west europa vreet grondstoffen, en richt enorme schade aan, ook binnen europa door land degradatie. De levenstandaard in Europa en de V.S. vraagt veel meer dan in de ontwikkelingslanden. Vooral in contrast met landen als bangladesh. De wereld kan in de toekomst rijker worden, maar zal dit ook inhouden dat het milieu er op achteruit gaat. Ook de achteruitgang in Europa zal doorzetten, mede door de lage plaats van het milieu op de ranglijst.

3.5 Een groeiloze bevolking

Hier gaan we kijken naar de gevolgen van een bevolking die niet meer groeit. De scheidslijn tussen groei en geen groei wordt het meest duidelijk in het middelandse zeegebied.

3.5.1 Leeftijdsopbouw

Europa heeft de oudste bevolkingsopbouw van de wereld. De VN verwacht tegen 2025 dat 20% van de bevolking ouder zal zijn dan 65. Hoe zal de maatschapij hier mee omgaan, wat zullen de gevolgen zijn.

3.5.2 Problemen bij bevolkingen zonder groei

De problemen van een vergrijsende bevolking zullen te merken zijn in het beleid t.o.v. de zorg, sociale en economie. Op het eerste niveau is het probleem er, dat een kleiner deel van de bevolking meer mensen moet onderhouden. In 1930 reageerden ze hierop door te pleiten voor hogere geboortecijfers, nu is er echter vraag om stabilisering, en moeten we de korte termijn problemen oplossen. Eventueel zou er een arbeidstekort kunnen ontstaan, maar dit zou kunnen opgevangen worden. Ook is het mogelijk om mensen langer te laten doorwerken. Dit is al gebeurd in het V.K. Tevens bestaat er de mogelijkheid dat zij een sterke groep zullen worden die hun rechten actief gaan aanvechten.

Immigratie zou eventueel ook een oplossing zijn voor het tekort aan arbeid. Dit gebeurde vroeger ook, maar de gevolgen ervan zijn lastig. Moet Europa een fort worden, of kunnen we de immigranten toelaten, dit is een belangrijke vraag, maar er moet wel gedacht worden aan de dichtbevolktheid van Europa op dit moment. Ook lijkt de rek er enigzins uit in Europa wat betreft de creativiteit en de ambities van de Europese bevolking.

Er gaan stemmen op, om te kijken naar de noodzaak van het stimuleren van de geboorte cijfers, omdat een maatschapij zonder verversing een dode maatschapij is. De demografische toekomst van Europa is onduidelijk, maar wat wel duidelijk is, is dat hij niet minder ingewikkeld zal zijn dan die van de rest van de wereld.

3.6 Conclusie

We hebben gezien dat de bevolkingsgroei is toegenomen, en uiteindelijk negatief is geworden.

De groei en daling in Europa is niet te vergelijken met de derde wereld. De cijfers waren nooit zo hoog in Europa, en ze hadden toegang tot veel hulpbronnen.

Er was grote druk in Europa door de bevolking, maar er waren ontspanningsmogelijkheden door druk af te stoten naar de V.S. Tevens is in de laatste tijd de manier veranderd waarop mensen hun leven organiseerden. Ook zeer interessant is de toekomst van de oude bevolking van Europa.

De gevolgen voor de rest van de wereld van de oorzaken van de groei in Europa zullen klein zijn. De omstandigheden waarin de rest van de wereld de demografische veranderingen doorgaan zijn heel anders van aard, of komen in andere omstandigheden tot stand. etcetcetcetcetcetcetcetcetc.

Hosted by www.Geocities.ws

1