Hoofdstuk 2: Population and environmental change: the case of Africa

 

2.1: Introduction

Door velen wordt bevolkingsgroei gezien als grote bedreiging voor natuurlijke hulpbronnen en diersoorten. Anderen zien bevolkingsgroei niet als grootste bedreiging hiervoor, maar juist de mate waarin de mens natuurlijke hulpbronnen verbruikt.

Dit hoofdstuk zal zich vooral bezig houden met Afrika, ten zuiden van de Sahara. Dit is, omdat Afrika de hoogste bevolkingsgroei kent en gezien wordt als testcase voor allerlei ideeën over overbevolking. Een andere redden is dat Afrika het minst geïntegreerd is in het wereldeconomische systeem, waardoor de armoede hier verergert. Door deze armoede hebben Afrikanen een duurzamere leefwijze dan mensen in het Westen, maar zien zij ook minder noodzaak om natuurlijke hulpbronnen te beschermen.

2.2: Global population growth and environmental change

2.2.1: Global population patterns

In de wereldbevolkingsgroei door de jaren heen zijn verschillende aspecten belangrijk. Ten eerste heft de wereldbevolking in de 20e eeuw een groei meegemaakt als nooit tevoren. Daarnaast is de groei aan het afnemen en zal de wereldbevolking rond 2100 zijn top bereiken. De groei vond na 1950 vooral plaats in Afrika en Zuid-Azië.

Sinds de jaren 50 zijn de geboortecijfers over de hele wereld flink gaan dalen, in Afrika nog maar sinds kort. Hierdoor heeft Afrika de huidige hoogste bevolkingsgroei. Voorspellingen over toekomstige bevolkingsontwikkelingen hoeven niet altijd juist te zijn.

Naast de hoogste bevolkingsgroei kent Afrika ook de laagste bevolkingsdichtheid. Velen zien Afrika dan ook als onderbevolkt. Anderen benadrukken dat een groot deel van het land in Afrika niet geschikt is voor de landbouw.

2.2.2: Population growth and the environment: three approaches

Er bestaan drie verschillende stromingen in het denken over de relatie bevolking-omgeving: negatieve, positieve en neutrale.

Negatieve visie: vindt zijn oorsprong in het werk van Malthus eind 18e eeuw: zijn beroemdste uitspraak was dat de hoeveelheid voedsel langzamer toenam dan de bevolking, waardoor er honger zou ontstaan. Tegenwoordig is in deze negatieve kijk het werk van Paul Ehrlich belangrijk. Tegenwoordig wordt bevolkingsgroei vooral gezien als de oorzaak van het verdwijnen van veel dier- en plantensoorten op aarde.

In al deze kwesties is de formule I (impact) = P (bevolking) * A (weelde) * T (technologie) van belang.

De neo-Malthusiaanse kijk wordt bekritiseerd door de optimistische visie. Deze positivisten zien bevolkingsgroei als een goede zaak. Groei in P, zorgt voor voordelen in T, waardoor er verbeteringen in I plaatsvinden. Julian Simon toonde dit aan bij metalen en mineralen, Ester Boserup bij de landbouw.

 

 

In dit optimisten-pessimisten-debat moeten verschillende aanmerkingen worden gebracht:

  1. een oplossing voor hulpbronnen hoeft niet altijd een oplossing voor mensen te zijn.
  2. de oplossing voor één hulpbronnenprobleem kan leiden tot problemen met andere hulpbronnen (resources), bv. Groene Revolutie in Zuid-Azië
  3. het belang van bevolkingsgroei verschilt per milieuprobleem, bv. CFK vooral door technologie, terwijl CO2 ook door bevolkingsgroei

De neutrale visie ziet milieuproblematiek vooral als een gevolg van economische en sociale structuren, en niet zozeer van bevolkingsgroei. Marx was één van de eersten die kritiek had op de visie van Malthus.

2.3: Africa: overcrowded or underpopulated

Er bestaat nu de discussie of Afrika overbevolkt (neo-Malthusianen) is of onderbevolkt (optimisten). In deze paragraaf zal eerst aandacht worden besteed aan de oorzaken van de sterke bevolkingsgroei in Afrika.

2.3.1: High fertility in Africa

De hoge bevolkingsgroei in Afrika wordt vooral veroorzaakt door hoge geboortecijfers (deze verschillen echter sterk binnen Afrika). Hoge geboortecijfers kunnen verklaard worden door het voortzetten van oude irrationele religies en culturele warden uit de pré-koloniale periode toen hoge geboortecijfers nodig waren door een hoge kindersterfte.

Een andere verklaring is dat kinderen in Afrika meer bijdragen aan het huishouden dan ze kosten. Er is als het ware een opwaartse stroom van weelde van het kind naar de ouders. Veel kinderen zorgen daarnaast voor zekerheid voor de oude dag van de ouders, met name van vrouwen.

Door verbetering van onderwijs worden kinderen duurder om op te voeden als gevolg van verlies van inkomen voor de ouders. Hierdoor zouden de geboortecijfers moeten gaan dalen. In Afrika echter zijn de geboortecijfers nog lange tijd gestegen. Dit heeft niet zozeer economische, maar vooral culturele oorzaken. Al deze theorieën zijn het er over eens dat bij de daling van geboortecijfers de positie van de vrouw als oorzaak belangrijk is.

2.3.2: Two views on population and rural environments

Het is nu de vraag wat voor invloed de trends in de bevolkingsgroei hebben voor de Afrikaanse natuurlijke omgevingen. Hierop bestaan twee verschillende visies. De ene benadering hangt sterk samen met de pessimistische visie: door een groeiende bevolking zal land steeds vaker verbouwd worden en de braakperiodes steeds korter worden tot op een gegeven moment de grond geen meer krijgt zich te herstellen. De gronden raken uitgeput, voedselproduktie neemt af en armoede neemt toe.

De tegenovergestelde benadering (Boserup) gaat ervan uit dat door een groeiende bevolking er steeds meer gebruik gemaakt gaat worden van nieuwe technologieën. Hierdoor stijgt de produktiviteit en neemt de voedselproduktie toe.

Daarnaast gaat de Malthusiaanse benadering ervan uit dat de omgeving een vaste draagkracht (carrying capacity) heeft, terwijl de Boserupiaanse benadering van een draagkracht uitgaat die te beïnvloeden is door toepassing van arbeid of technologie.

2.4: Africa: a unique case?

De Boserupian conservation pathway is duidelijk de meest gewenste, maar wordt in Afrika om drie redenen tegengewerkt:

  1. de bevolkingsgroei is te hoog om Boserupiaanse effecten een kans te geven
  2. een gebrek aan instituten die met de milieuproblematiek om kunnen gaan
  3. de unieke kwetsbaarheid van de Afrikaanse natuurlijke omgevingen

2.4.1: Assessing"population pressure"

Veel milieuproblemen wijdt men aan bevolkingsgroei. Om na te gaan of dit juist is, moet men eerst kijken wat milieudegradatie inhoudt. Het kan gedefinieerd worden als onherstelbare vernietiging van biologisch potentieel. Als tweede is het zeer moeilijk om aan te tonen dat bevolkingsgroei de belangrijkste oorzaak is van milieuproblematiek. Vaak blijkt dat andere factoren een belangrijkere rol spelen, zoals verandering in activiteit van mensen, techologie of in eigenaarschap van resources. Zie droogte in Sahel als voorbeeld. Vaak blijkt dat de natuur in de loop der tijd in staat is zichzelf te herstellen.

2.4.2: Social organization and agricultural intensification

Velen beschouwen Afrika als gevangene in een technology trap, die niet in staat is zich verder te ontwikkelen naar Boserupiaanse intensivering. Dit is vooral de pessimistische benadering.

Een reden om zo pessimistisch te zijn is dat in Afrika veel hulpbronnen gemeenschappelijk bezit zijn en daarom oververbruikt worden. In Afrika behoren mensen tot een lineage en hebben ze toestemming om land te gebruiken, terwijl in Azië bv. privébezit belangrijk is. Hoe meer mensen, hoe sterker een lineage, dus hoe meer een hulpbron verbruikt wordt.

Deze maatschappelijke kenmerken in Afrika hoeven niet altijd te betekenen dat een intensivering van de landbouw leidt tot milieudegradatie. In het voorbeeld van Machakos wordt dit duidelijk. Hieruit wordt duidelijk dat de bevolkingsdruk juist nodig was, alsmede dat een samenleving open moet staan voor verandering. Daarnaast maakt het voorbeeld van Machakos duidelijk dat het belangrijk is dat vrouwen toegang hebben tot hulpbronnen en mogelijkheden om te investeren in de omgeving.

Uit de voorbeelden van Machakos en Kano blijkt dat rurale gebieden in de nabijheid van grote steden meer mogelijkheden hebben om te investeren in hun omgeving dan verder weggelegen gebieden, doordat ze meer geïntegreerd zijn in het nationale economische systeem.

2.4.3: Are African environments really uniquely fragile?

Uit het voorgaande is gebleken dat snelle groei van de bevolking niet altijd tot vernietiging van de natuur leidt. Toch is men over het algemeen pessimistisch over de capaciteit van de Afrikaanse omgeving. Dit komt, onder andere doordat veel onderzoekers tropische en semi-arische gebieden als extreme kwetsbaat beschouwen. Zo ook E.B. Stebbing, die door menselijke activiteit de woestijn steeds verder naar het zuiden ziet verschuiven. Eilanden van bossen in zeeën van eilanden worden gezien als overblijfselen van vroegere tijden toen het hele gebied met bos bedekt was, dat verdwenen is door een grotere bevolking. Uit onderzoek blijkt juist dat deze zijn aangeplant door de locale bewoners en een grotere bevolking tot meer bos heeft geleid. Dezelfde perceptie die Westerse onderzoekers hebben over savannas geldt ook voor tropische regenwouden.

2.4.4: Future sustainability

Er zijn bepaalde voorwaarden om een hoge bevolkingsgroei naar een succesvolle Boserupiaanse aanpassing te leiden: hulpmiddelen, stimulansen en mogelijkheden om te investeren in de natural resource base. Een grotere bevolking kan leiden tot grotere druk op de ecosystemen, maar ook tot meer mensen betrokken in niet-agrarische activiteiten. Veel van deze niet-agrarische activeiten hebben echter te lijden gehad onder economische programma’s van structurele aanpassing. Hierdoor is er grotere armoede ontstaan.

Hosted by www.Geocities.ws

1