An Overcrowded World

Hf 1 Intoduction: Why Wilderness

1.1 Inleiding

Dit Hoofdstuk zal laten zien dat de ontginning van de wildernis een acceleratie is van een proces dat al millenia aan de gang is. Het draait om twee kern vragen: Is de mondiale samenleving de laatste wildernis aan het verstoten, en Wat is wildernis en hoe wordt de wildernis vertegenwoordigd.

1.2 De betekenis van de wildernis

In de bijbel(Genesis) staat dat de mens de macht over het land moet nemen. Tegelijk staat er dat de mens is gemaakt van de aarde. Als mensen gezuiverd moesten worden dan stuurde god ze naar de wildernis.

In de VS aan het einde van de 19e eeuw stelt Turner dat het karakter van de Amerikanen is gevormd door de wildernis, en dat dit tevens de overheid heeft ondermijnd. Hij stelde ook dat de frontier zo snel mogelijk moest worden bedwongen. Dit is niet vaak zo expliciet gezegd, maar wel uitgevoerd. Maar er waren ook andere meningen.

Aan het einde van de 19e eeuw was er een filosoof die de spiritualiteit van het landschap benoemde. Pas in de laatste kwart van de eeuw kwam er een luidere stem, die van John Muir. Nu is er de strijd tussen conserveren of preserveren. Kolonialisme werd gezien als een vorm van ontginning van sociale orde, dit omdat er vaak al mensen woonden.

1.2 Pressures on Wilderness

Er zijn vijf typen regio's waar er nog weinig invloed is van de mens. Deze paragraaf concentreert zich op 2 van deze regio's: De pool cirkel en de tropische regenwouden.

1.3.1 De transformatie van de Natuur

Deze paragraaf gaat over de invloeden van de mens op het milieu in tijd en ruimte.

De groei en spreiding van de menselijke invloeden op het milieu

De invloeden van de mens op het milieu verschillen per produktie methode( jagen/verzamelen, landbouw, introduktie). Vroeger waren de invloeden misschien kleiner en vooral lokaal, en later op mondiale schaal en zijn de effecten vaak langeduriger. Toch moeten de effecten van de oudere beschavingen niet onderschat worden bv: aboriginals, jagers/verzamelaars. Bijvoorbeeld het aanpassen van de begroeing en het uitsterven van diersoorten.

Sedentarisatie maakte ook veranderingen in het landschap die vaak van blijvende aard waren. Toch is het vaak niet duidelijk wat de oorzaak of gevolg was. Was een milieu verandering oorzaak van de val van een rijk, of was het rijk de oorzaak van de milieu verandering. Later kwam de ontbossing in Europa, vooral in Engeland.

Later werd Engeland het eerste geindustrialiseerde gebied met de bijbehorende vervuiling(Black Country). Deze industrialisatie was niet enkel het bouwen van een paar fabrieken, maar veranderde de hele maatschappij. Er kwam een grote bevolkingstoename, een enorme trek naar de steden en een toenemende mechanisatie van de landbouw, bosbouw en visserij. Een grote bedreiging bij deze geindustrialiseerde maatschappijen is de toename van de bevolking, door de afname van de sterfte cijfers, zonder een gelijktijdige afname van de geboorte cijfers.

1.4 Concepten van Natuur en Wildernis

1.4.1 Jagers & Verzamelaars

Het is moeilijk een goed beeld te krijgen van deze jagers en verzamelaars, ook omdat onderzoekers hun eigen meningen laten blijken in de beschouwingen. Wat wel duidelijk is, is dat zij een nomaden bestaan hadden en dus weinig spullen bij zich droegen. Zij werkten samen om grotere dieren te kunnen jagen, en kenden vele soorten planten. Over het algemeen gingen zij voorzichtig om met de natuur, dit werd bewerkstelligd door geloof in heilige dieren en de grote moeder, de aarde. Waarschijnlijk geloofden ze dat ze deel uitmaakten van de natuur, en dat de natuur leefde. Zij beschouwden de natuur als heilig en geloofden dat "divinity" de vorm aan kon nemen van dieren en planten.

1.4.2 Landbouw Maatschapij

De overgang naar landbouw, koppelde het verbond los tussen de jagers/verzamelaars en de natuur. De natuur die niet nuttig was werd gezien als een nutteloze woestenij. Dit leidde tot een meer antropocentrisch wereldbeeld. Er kwam bevolkingsgroei, en meer ingewikkelde maatschapijen. De godsdienst veranderde van animistic naar polytheisic. Er waren twee belangrijke ontwikkelingen 2000 jaar geleden. Ten eerste de ontwikkeling van het jodendom en christendom, en ten tweede het contact tussen het christendom en het griekse rationalisme. Dit leidde tot het centraal stellen van de mens, en een dualisme tussen, man-vrouw, mens-natuur etc. Dit komt van plato, die hier anderhalve millenium veel invloed mee had. Dit heeft een grote invloed gehad op de natuur beleving, omdat de wildernis als waardeloos, en cultuurlandschap als het hoogste goed.

In zijn analyse van de gedachten over de natuur van de klasieke grieken tot 1800 vindt Glacken drie themas: 1) Dat de aarde door god is ontworpen als huis voor de mensheid 2) Deat de menselijke culturen gevormd zijn door de fysieke factoren waar ze mee te maken hadden. 3) Dat de mensen een grote actor waren in het veranderen van het natuurlijk milieu.

In Azie is de invloed anders, door de afwezigheid van een godsdiens met 1 god. Sommige godsdiensten zijn ook meer op de natuur gefocused. In Japan is de milieu oplettendheid intern groot, maar de ecologische voetafdruk op de zee, en de regenwouden is groot evenals de industriele vervuiling. Over het algemeen leiden de mensen in Azie een leven met een lage impact op het milieu. Ook is het verschil tussen de mensen en de natuur minder groot dan in het westen. Dit wordt wel verstoord door de westerse samenlevingen die dit veranderen.

1.4.3 Europe: modernity and beyond

In Europa was het verschil tussen de natuur en de mens het grootst tijdens de verlichting. De opkomende industrie zag de natuur puur als leverancier voor grondstoffen. Kapitalisme kwam de wereld in, en leide tot cumulatieve economische en technische vooruitgang. In dit proces van veranderingen werd de mens niet meer gezien als de beheerder van de natuur, maar als uitbater.

De industrie veroorzaakte vieze steden, Kant reageerde hierop met een kritiek van de Pure Ratio en de Krietiek van de Praktische Ratio. Engelse poeten als Coleridge en Wordsworth sprongen hierop in met gedichten over de beleving van de pure natuur. Deze beweging had een eigen geografie die ontsprong in Duitsland en via Engeland naar Frankrijk ging, in elk land waren weer andere karakteristieken.

Later werd er gezien dat de wereld veel complexer in elkaar zat door Hutton en Darwin, en werd er erkend dat de mens niet alleen de natuur kon gebruiken, maar dat men er ook invloed in had. Dit bracht de milieubeweging op gang, maar de industie zette door en won meer macht.

1.5 Globalisering, Maatschapij en de vertegenwoordiging van de natuur

De laatste helft van de 20e eeuw heeft grote activiteit gezien van de mensen. De bevolkingstoename, de mondiale penetratie van grondstoffen en vervuiling. Sommige mensen zeggen de vooruitgang. Andere zeggen dat het niet zo goed gaat, grote sociale verschillen, en veel internationale conflicten.

Een van de paradoxen van de moderne wereld is de beleving van het milieu, er bestaan veel analyses en even zoveel oplossingen. Een belangrijk onderscheid is tussen de antropocentrische visies, en de ecocentrische visies. Er is aan beide kanten wat te zeggen, ecocentristen willen niet als wilden leven, en antropocentristen willen toch wel enige natuur behouden.

De hoofdvraag van dit boek is: Zijn de huidige levensstijlen te onderhouden? Twee centrale thema's hier zijn: bevolkingsgroei en natuurlijke hulpbronnen.

Hosted by www.Geocities.ws

1