Samenvatting Het Nederlands landschap

 

Hoofdstuk 4 Het duinlandschap

 

De oude duinen

Vorming van Oude duinen

Oude duinen zijn gevormd in Holoceen. Kwam door zeespiegelstijging. Kwam 11000 jaar geleden op gang. Door snelle zeespiegelstijging tussen 9000 en 5000 jaar geleden ontstonden er strandwallen steeds verder oostwaarts. Daarna vermindering zeespiegelstijging daardoor komen de nieuwere strandwallen meer westwaarts te liggen. Door zeespiegelstijging zijn deze ook hoger gelegen. Op de strandwallen werden de Oude duinen gevormd (vanaf 2000 jaar geleden). Strandwallen lopen parallel aan de dieptelijnen van het pleistocene dekzand. Kustuitbouw stopt in Romeinse tijd. In noorden van Nederland is er een afwijkende situatie. Daar kust met aantal openingen daarachter een wadgebied. Komt door oost-west gerichte vloedbeweging. Strandwallen hier in loop van tijd westwaarts geschoven. Tussen strandwallen in kon zich veen vormen (in Nederland het zogenaamde Hollandveen). In Romeinse tijd weer kustafname.

Oudste bewoning

Dateert van 3500-2500 jaar terug. Later in brons- en ijzertijd lijkt het hele strandwallen gebied bewoond te zijn geweest. Concentratie archeologische vondsten bij riviermondingen. Middeleeuwse bewoning en ontginning

Kustgebied in vroege middeleeuwen intensief bevolkt. Meeste nederzettingen op strandwallen. Strandwal zelf als bouwland gebruikt (“de geest”). Daarbuiten was grasland. Op strandwal ook wegen en boerderijen (op grens strandwal en grasland).

 

De jonge duinen
Vorming van de jonge duinen

2e helft van de 10e eeuw begint het te stuiven. Duurde tot 14e eeuw. Hierdoor ontstaan jonge duinen. Daarna nieuwe fase waarin paraboolduinen worden gevormd. In tweede helft 18e eeuw derde fase. Jonge duinen strekken zich over groot gebied uit. In 12e eeuw  verandering kustontwikkeling. Klimaatsverandering, zeespiegelstijging, ontbossing en overbeweiding. Hierdoor kustafname in zuidwest Nederland en kop van Noord-Holland.

Jacht

Jonge duinen minder aantrekkelijk voor landbouw. Wel jacht belangrijk vanwege de konijnen die uitgezet werden.Vooral voor huid. Jacht wel steeds sterker gereglementeerd. Ook schade aan de duinen door de holen.

Waterwinning

Grondwaterstand reikt boven zeeniveau uit. Hierdoor veel zoet water in duinen. Een zoetwaterzak boven het zoute water. Voor de kustbevolking was dit van levensbelang. Vanaf midden 19e eeuw waterleidingbedrijven in duinen gesticht. Grondwaterstand in duinen sterk onderhevig aan veranderingen. Door kustafslag wordt duinengebied smaller. Ook menselijke invloeden zoals afgravingen aanleg van campings e.d. Maar grootste invloed door drinkwatervoorziening. Hierdoor daalt waterstand en kan zout water in zoetwater bekkens dringen.

Veranderd duinbeheer

In 19e eeuw veel duinen veranderd in zandverstuivingen door overbeweiding en ontbreken begroeiing. Daarom beplanting met naaldbomen maar die verdampten veel water dus ook nadeel ervan. Ook minder diversiteit. Daardoor probeerde men waar het kon weer zandverstuivingen toe te staan. Hierdoor hogere natuurwaarde.

 

Ontwikkelingen in de binnenduinrand en de duinvalleien
Zandwinning

Vanaf Middeleeuwen vindt afzanding plaats. Vanaf 17e en 18e eeuw commerciële afzanding. Veelal gericht op winning van landbouwgrond.

Landbouw in de duinen

 In binnenduinen van zuidwest Nederland zijn vlakste delen begreppeld. Benut door bouwland. Vanaf 17e eeuw meer duinvalleien ontgonnen. Zandgronden hadden veel mest nodig. Vanaf 18e eeuw in duinen aardappelteelt.

Landgoederen en villadorpen

Vanaf 19e eeuw neemt aandacht voor duinen als woon- en recreatiegebied toe (Bloemendaal en Zandvoort). Aanzet hiervoor zijn verbeterde verbindingen. Hierdoor sterke groei van woningen.

 

Voorbeelden duinlandschap West-Ameland en Goeree zie blz. 50-53.

 

 

Hosted by www.Geocities.ws

1