Voor wie stemmen op 13 juni 2004?

 

U als zonevreemde kan nu kiezen.

Weet dat destijds een aantal politieke partijen gekozen hadden om uw woning gratis te onteigenen.

Als u de wetteksten er op nakijkt dan zal u merken dat op 18 mei 1999 het decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening goedgekeurd werd door L. Van Den Brande (CD&V) de minister president van de Vlaamse regering en S. Stevaert (SP.A) de Vlaamse minister van ruimtelijke ordening.

 

De huidige paars-groene regering besliste op 26 april 2000 om de onteigening te versnellen!

Werken die betrekking hadden op de constructieve elementen van een gebouw, zoals het vervangen van het dakgebinte werden vergunningsplichtig.

Op termijn betekende dit dat we onze woning moesten laten verkrotten.

Het is pas onder druk van de vorige VLD voorzitter dat een aantal verbeteringen aangebracht werden.

Na tien wijzigingen aan het decreet zijn zij er echter nog steeds niet in geslaagd om alle onrechtvaardigheden weg te werken.

Voor de zonevreemde woningen in kwetsbaar gebied of zij die in agrarisch gebied wonen en in de toekomst in een GEN of VEN terecht komen is er nog steeds géén degelijke oplossing ( zij riskeren niet te mogen verbouwen als dit nodig is!).
Hetzelfde voor diegenen die in agrarisch gebied wonen aan een zogezegd onvoldoend uitgeruste weg (recentelijk vernamen wij dat herbouwen geweigerd werd voor een oude hoeve aan een “certivitude” weg, 70 meter van de openbare weg, waar het wel bouwzone is).

 

Wilt u weten hoe de houding is van de politieke partijen in dit dossier lees er dan ons debat met de verschillende politieke partijen ( http://www.geocities.com/rvmscherp/POLPART.html ) of de verslagen van debatavonden van gewenst ruimtelijk Vlaanderen ( http://www.geocities.com/rvmscherp/GRVL.html ) nog eens op na en u weet met zekerheid voor wie u niet moet stemmen.

 

Wat nemen de verschillende politieke partijen nu op in hun programma?

 

VLD           ( http://www.vld-2004.be/index.php?sub=levensruimte&item=2 )

 

4.2 Ruimte voor wonen en werken
De ruimtelijke ordening moet ervoor zorgen dat het evenwicht bewaard blijft tussen de open ruimte en de natuur, het wonen en de economie. Dankzij de ruimtelijke ordening kwam er een eind aan de wildgroei en werd er nagedacht over het gebruik van de ruimte.

Maar de regels werden dikwijls te star ingevuld. Ingewikkelde plannen stonden soms veraf van de realiteit. Bovendien werd met de zonevreemde woningen en bedrijven een grote rechtsonzekerheid gecreëerd. De VLD heeft die trend de jongste jaren volledig omgebogen. Maar het werk is nog niet afgelopen.

4.2.1 Dwingende regels moeten niet vertrekken van abstracte plannen. Daarom moeten structuurplannen een visie op de ruimtelijke ordening bevatten, geen dwingende regelgeving. Zo kan er later een afwijking komen als er voldoende redenen voor zijn en wordt de ruimtelijke ordening minder star.

4.2.2 Ruimtelijke ordening moet zoveel mogelijk aansluiten bij de plaatselijke omstandigheden. Daarom krijgen gemeenten de mogelijkheid om via een ruimtelijk uitvoeringsplan een eigen invulling te geven aan de structuurplanning en er zo nodig van af te wijken. Het bindend advies van de gemachtigde ambtenaar wordt afgeschaft.

4.2.3 Onteigenen kan enkel als er geen alternatieven zijn. Een hervorming van de regeling bij onteigening zorgt ervoor dat de mensen in dat geval een behoorlijke en billijke vergoeding krijgen. De overheid zal hierbij niet langer in herziening of in beroep gaan. Deze regel geldt ook in geschillen over schade door plannen voor ruimtelijke ordening.

4.2.4 Wanneer de overheid een recht van voorkoop geniet, heeft de particuliere koper steeds het recht van hoger opbod.

4.2.5 Voor gebouwen die behoren tot het culturele erfgoed, komen er welbepaalde uitzonderingen van strenge reglementeringen. Zo heeft het geen zin om voor industriële archeologie de regels voor nieuwe machines op te leggen.

4.2.6 Gemeenten moeten meer kunnen samenwerken om plannen voor ruimtelijke ordening te maken. Zo moet de verplichting verdwijnen die elke gemeente oplegt om zelf een structuurplan te maken. Dat kan net zo goed in samenwerking met buurgemeenten.

4.2.7 Nieuwe milieunormen worden eerst getoetst op hun technische haalbaarheid. Pas wanneer die toets positief is, worden ze ingevoerd.

4.2.8 Bodemsanering biedt nieuwe kansen voor woon- of bedrijfsprojecten. Daarom worden meer terreinen (brownfields) schoongemaakt in functie van hun nabestemming en op voorwaarde dat ze geen gevaar meer opleveren voor de volksgezondheid. Daarbij werkt de overheid op een soepele manier samen met de particuliere sector.

4.2.9 Het platteland wordt geherwaardeerd met inspraak van de landbouwers en de andere gebruikers van het platteland. Dat betekent dat een inventaris wordt gemaakt van alle wrijvingspunten en een plan om er wat aan te doen. De indeling in kwetsbare gebieden wordt opnieuw bekeken aan de hand van objectief wetenschappelijke gegevens. Er komt een soepelere aanpak voor de aflevering van vergunningen om aan mestverwerking te doen.

4.2.10 Er moet meer openheid en overleg komen bij de aanduiding van vogel- en habitatgebieden. De Europese wetgeving moeten we in die zin herbekijken. Zonder te raken aan de waardevolle stukken natuur in Vlaanderen en Europa, moeten we vermijden dat de vogel- en habitatrichtlijn wordt misbruikt om bijvoorbeeld duurzame vervoersprojecten te blokkeren.

4.2.11 Landbouw en natuurbeheer zijn verzoenbaar. Daarom moet de afbakening van landbouw- en natuurgebieden op hetzelfde ogenblik gebeuren. Natuurbeheerscontracten tussen overheid en landbouwers en de verwerving door particulieren moeten de voorkeur krijgen op gesubsidieerde eigendomsverwerving door natuurverenigingen.

4.2.12 Dierenwelzijn is een volwaardig politiek thema. Naast het feit dat wantoestanden, waarbij dieren nodeloos leed wordt berokkend, te allen tijde moeten worden bestreden, dient de overheid ook een beleid te voeren dat dierenrechten respecteert en het dierenwelzijn promoot.

4.2.13 De Europese steun voor plattelandsontwikkeling wordt gebruikt om de landbouwsector te helpen bij het halen van de milieudoelstellingen.

4.2.14 De verwerving van gronden om er natuurgebied van te maken, midden in een aaneengesloten landbouwareaal, bemoeilijkt in hoge mate de activiteit van de betrokken landbouwbedrijven. Daarom moet dat in de toekomst uitgesloten zijn.

4.2.15 Landbouwbedrijven die overbemesting verwerken en voldoen aan alle milieunormen, mogen uitbreiden.

4.2.16 Exportsubsidies schaden de landbouw in de ontwikkelingslanden. Daarom moet dit ter sprake komen op de lopende onderhandelingen over de wereldhandel. Wel moeten we erop toezien dat dit gebeurt ten voordele van de ontwikkelingslanden en niet van andere rijke landen. Daarom moeten we ervoor zorgen dat alle rijke landen die landbouwproducten exporteren, hun subsidies afschaffen.


VIVANT        (http://www.vivant.org/Vivant/nl/programma/programma.html )

Niets over ruimtelijke ordening in hun programma.

 

CD& V            ( http://www.cdenv.be/programma/thema/index.php#ruimtelijke )

CD&V wil een rechtszekere ruimtelijke ordening zonder willekeur realiseren: mensen die willen bouwen en verbouwen weten heel precies onder welke voorwaarde en binnen welke termijn ze een vergunning kunnen krijgen. Ook willen we een duidelijke regeling voor de verjaring van bouwmisdrijven. Want ook de koper van een onroerend goed moet absoluut weten waar hij/zij aan toe is

We schrappen een aantal voorwaarden en beperkingen die geen meerwaarde bieden maar enkel leiden tot prijsverhogingen voor de (ver)bouwkandidaat van een gezinswoning: de verplichte veiligheidscoördinator, de plicht tot het betalen van een waarborg bij de aanvang van de werken om te verzekeren dat volgens de letter van het decreet en de vergunning wordt gebouwd/verbouwd.

We zorgen voor de effectieve uitvoering van het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen: snelle, correcte en gelijktijdige afbakening van het stedelijk gebied, het woongebied en de 7.000 ha. extra bedrijfsterreinen, evenals 750.000 ha. agrarisch gebied en natuur- en bosgebied, waarbij we gebruik kunnen maken van planologische ruil.

We werken aan een stipte maar soepele evaluatie en herzieningsprocedure voor het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen.

CD&V geeft m.a.w. géén voorstel om de huidige discriminatie onder de zonevreemden weg te werken.

 

Vlaams Blok ( http://vlaamsblok.be/index.shtml )

d. Ruimtelijke ordening

i. Een breuk met het verleden

Ruimtelijke ordening is een relatief nieuw begrip in dit land. Lintbebouwing, de ondoordachte inplanting van industrieterreinen of winkelcentra, de hoogbouw aan de kust… Jarenlang was zowat alles toegelaten en de overheid kneep hier en daar een oogje dicht. Het panorama van Vlaanderen is dan ook niet altijd even fraai. De politiek moet nu het puin ruimen van een fout beleid uit het verleden en trachten wat meer orde te brengen in de bouwkundige chaos. En ook dat gebeurt helaas niet altijd doordacht of rechtvaardig.

Een leefbaar Vlaanderen is alleen maar mogelijk met een verstandige visie op ruimtelijke ordening. Volgens ons moet de klemtoon liggen op een concentratie van menselijke activiteiten. Lintbebouwing en verstedelijking worden best tegengegaan. De zeldzame natuurgebieden en open ruimtes moeten beschermd en uitgebreid worden. Het Vlaams Blok gaat akkoord met de idee van een ruimtelijk structuurplan. Het bestaande Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) verdient echter zeker bijsturing, daar waar het verstedelijking en industrialisering in de hand werkt.

ii. Zonevreemdheid

Het probleem van de zonevreemde woningen is perfect op een menselijke wijze op te lossen. Het Vlaams Blok pleit ervoor dat alle zonevreemde woningen die op een wettelijke wijze werden gebouwd tot zone-eigen woning worden gemaakt. Het kan niet dat mensen de dupe worden van foute overheidsbeslissingen uit het verleden. Daarom moet ook het onrechtvaardige systeem van planbaten afgeschaft worden.

Ook het probleem van de weekendzones kan redelijk worden opgelost. Gemeentebesturen kunnen de weekendzones omvormen tot woonzones met recreatief karakter. Dat heeft tot gevolg dat de betrokken weekendverblijven worden gelijkgeschakeld met gewone woningen en dat de bewoners er permanent kunnen verblijven. Deze regularisatie die het Vlaams Blok voorstelt, geldt uiteraard alleen voor weekendverblijven die opgetrokken werden buiten natuurgebieden. In natuurgebieden moeten ze worden afgebroken binnen een periode van vijf jaar, zodat het gebied in zijn oorspronkelijke staat kan worden hersteld.

Wat bouwmisdrijven betreft is het Vlaams Blok niet alleen voorstander van een verjaringstermijn van vijf jaar voor overtredingen uit het verleden, maar ook van een strengere controle om nieuwe wantoestanden te voorkomen.

SP.A                  (http://www.sp.be/nationaal/ideeen/politiekprogr/verkiezingen2004.asp )

Géén programma gevonden over ruimtelijke ordening of zonevreemdheid.

SP.A geeft m.a.w. géén voorstel om de huidige discriminatie onder de zonevreemden weg te werken.

Groen                ( http://www.groen.be/ )

5. Woonplaats en leefomgeving in harmonie: behoud de open ruimte!

Ook het milieu is een belangrijk element voor kwalitatief wonen. Groen! kiest voor een platteland dat leefbaar en groen blijft en haar open karakter behoudt. Groen! kiest ook voor leefbare steden met voldoende groen en open ruimte. Studies wijzen uit dat elke stadsbewoner minstens 30m² groen moet hebben om van een gezonde omgeving te spreken. Dit impliceert dat we efficiënt moeten omspringen met de open en bebouwde ruimte. Ook onze kinderen en kleinkinderen hebben recht op ruimte! Daarom wil Groen! een actief woonbeleid met visie op groen en ruimte.

*       Een onderzoekssteunpunt voor grond- en woonbeleid bezorgt het beleid actuele gegevens over evoluties in de regionale woonbehoeften.

*       ruimtelijke structuurplannen zijn geen eenmalige operatie maar een instrument voor een evenwichtig grond- en woonbeleid. Een grondbeleidsplan verhoogt de kwaliteit van het ruimtegebruik en dient op lokaal vlak als handleiding voor planning en vergunningen.

*       Een efficiënt woonbeleid kan niet zonder een volwaardig stedenbeleid. De ruimtelijke visie van hoe en waar men woningen inplant, hangt samen met hoe mensen leven, waar ze werken en wat buurtleven biedt. Naast de woonfunctie is het ruimtegebruik in Vlaanderen ook sterk bepaald door economische activiteit. Daarom hebben we nood aan een voldragen visie op plattelandsontwikkeling en mobiliteit.

*       Gedifferentieerd en creatief bouwen geeft ook in dichtbevolkte wijken vrije ruimte. Groen! wil uitpitting maximaal ondersteunen: door het slopen van koterijen of niet meer gebruikte magazijnen binnenin bouwblokken krijgen alle bewoners meer groen of meer speel- en ontmoetingsruimte. Via duplex-woningen (één etage hoger bouwen!) kan eenzelfde aantal mensen een relatief minder dicht bebouwde oppervlakte bewonen.

*       Iedereen heeft recht op bereikbaar groen in de buurt. Als er bvb. binnen een straal van 500 m geen speelpark is, moet er één komen. Deze kunnen verbindingselementen tussen buurten zijn. Bij elke stad willen we een stadsbos. Aan de rand van de woonwijken willen we een herwaardering van volkstuintjes en buurttuinen.

*       Meer water in de stad. Heropen de gedempte waterlopen. Water vervult een belangrijke rol in het stadsweefsel. Naast esthetische en milieuvoordelen, is open water ook goed voor een beter beheer van de waterhuishouding.

*       Publieke ruimte is noodzakelijk in het stedelijk weefsel: het zijn ontmoetingsplaatsen bij uitstek. Naast markten, parken, pleinen of sportveldjes wil Groen! ook de straat als publieke ruimte herwaarderen. De verkeersdrukte beperkt de bewegingsvrijheid, zeker van kinderen. Daarom moet de publieke ruimte er in de eerste plaats voor de bewoners zijn en is ze niet gecommercialiseerd. Door een samenwerking (bvb. hulp bij het onderhoud) tussen de overheid en privé-eigenaars van grote open ruimten (de boomgaard van de pastorie, de speelplaats, het kasteelpark, het scoutsheem, …) kunnen we deze ruimten ontsluiten voor publiek gebruik.

6. De woonplaats en hoe we samenleven

In theorie heeft iedereen vrije keuze van woonplaats. Toch kunnen vele mensen niet wonen hoe ze willen. De prijs en de kwaliteit van de woning, maar ook de omgeving en de buurt zijn belangrijk. Grote residentiële projecten ontwikkelen zonder dat deze geïntegreerd zijn in de buurt of zonder betrokkenheid van de omwonenden, kan niet langer. Men kan publieke ruimte niet van bovenaf inkleuren en moet bewoners steeds betrekken.

Mensen hebben recht op een veilige woonomgeving met groen, speelmogelijkheden en open ruimte, waar contacten tussen bewoners en bevolkingsgroepen mogelijk zijn en waar er voldoende voorzieningen de buurt levend houden. Daarom wil Groen! werken aan de kwaliteit van de leefomgeving!

*       Het beleid moet bij haar ruimtelijke planning van wijken aandacht hebben voor maatschappelijke voorzieningen zoals een zitbank, een ontmoetingsplaats, een basketbalpleintje, een buurtwinkel, … Mensen worden nu te vaak hun auto ingejaagd omdat er te weinig woonfaciliteiten in hun directe leefomgeving zijn. Bij de opmaak van ruimtelijke uitvoeringsplannen moet er oog zijn voor invullingen die de woonfunctie ondersteunen. Zo moeten kleine KMO’s zoals bakkers en kappers zich ook in woonverkavelingen en sociale woonwijken kunnen vestigen. Zij zijn een surplus en geen bedreiging voor de plaatselijke levenskwaliteit.

*       Gelijkmatige spreiding van buurtvoorzieningen zoals kinder- en ouderenopvang, sport- en ontspanningsinfrastructuur, gezondheids- en welzijnsdiensten, openbaar vervoer.

*       Wijkontwikkelingsplannen betrekken de bewoners en de winkeliers bij de dialoog over de toekomst van de wijk. Ze geven een beeld van de sociale en demografische mix van de wijk en van gewenste ingrepen.

*       Investeringen in achtergestelde buurten willen we aanmoedigen door lagere registratierechten bij aankoop van een gezinswoning.

*       Ouderen en gehandicapte personen hebben soms nood aan een aangepaste woning en woonomgeving. Wie haar of zijn huis (laat) aanpassen, kan op een tegemoetkoming rekenen. Zo ondersteunen we de keuze om in de eigen woonomgeving te blijven en om niet naar een ‘residentiële voorziening’ te moeten verhuizen. Ook aanpassingen van de straat, zoals het kinderwagen- of rolstoelvriendelijk maken van de stoephoogte of de oversteekplaats, verdienen stimulansen van overheidswege.

*       Groen! wil ook minder verkeersdrukte in woonbuurten. Mensen mogen van hun straat woonerven of speelstraten maken tijdens vakanties en op woensdagnamiddag. Trage wegen en fietsroutes geven bewoners de kans om veilig en stressvrij de stad te doorkruisen. De doortocht van vrachtwagens wordt uit de dorpskom geweerd.

*       Buurtscholen hebben een belangrijke rol in de wijk. Men leert er elkaar kennen. Scholen kunnen ook een buurtfunctie ontplooien buiten de schooluren. Zo kunnen speelplaats, vergaderruimte en sporthal leemten opvullen in de gemeente of de wijk.

*       Wijkoverleg of wijkbudgetten geven bewoners meer inspraak over hun buurt, welke veranderingen zij wensen of hoe zij daaraan mee willen werken. Groen! wil ruimte geven aan gezamenlijke projecten die het buurtleven ten goede komen. Het wijkoverleg is ook een plaats waar samenlevingsconflicten aan bod komen met alle betrokkenen: niet als een beschuldigend volkstribunaal, wel als forum waar ieders mening telt en waar men in overleg oplossingen voor de buurt zoekt. Het is ook de plaats waar bewoners afspraken maken over het beheer of de inrichting van de publieke ruimte in hun wijk.

 

Groen geeft m.a.w. géén voorstel om de huidige discriminatie onder de zonevreemden weg te werken.

 

Hopelijk draagt ook uw stem bij tot een oplossing voor alle zonevreemden!

 

Opmerkingen mag u steeds mailen naar: [email protected]

 

Groeten,

Freddy Van Gompel.


Terug naar hoofdmenu

Hosted by www.Geocities.ws

1