November 2005 Voorontwerp
RSP ter goedkeuring op de gemeenteraad.
Na ons vorig bericht “Evolutie RSP in Scherpenheuvel juni 2005” gaven we aan onze schepen onze opmerkingen in verband met dit voorstel.
We benadrukten betere garanties voor herbouw van zonevreemde woningen op
te nemen
.
Ook aan alle GECORO leden gehuisvest in
Scherpenheuvel-Zichem stuurden we op 3 november 2005 een brief met het
volgende:
Betreft: standpunt van Ruimte voor mensen Scherpenheuvel-Zichem i.v.m zonevreemde woningen.
Geachte,
wij vernamen dat er maandag 07/11/05 een vergadering is gepland van de GECORO met ondermeer, op de agenda de goedkeuring van het R.S.P..
Als vertegenwoordigers van Ruimte Voor Mensen die de belangen van de zonevreemde eigenaars behartigen willen wij u volgend probleem onder uw aandacht brengen.
Volgens het decreet zal bij het opstellen van een “R.U.P. zonevreemde woningen”, de gunstige maatregelen van het huidige decreet komen te vervallen. Dit betekent dat de zonevreemde eigenaars terug in de problemen komen. De rechtszekerheid die het decreet ons nu biedt, valt dus weg.
Een reëel voorbeeld:
R.V.M. Vlaanderen
adviseert ons aan te dringen bij de verantwoordelijken van onze gemeente de
nodige garanties in te bouwen in het R.U.P.. Zoniet is het beter om geen R.U.P.
voor zonevreemde woningen op te stellen, hetgeen volgens het huidige decreet
(april 2005) niet meer noodzakelijk is. Hierdoor blijft onze rechtszekerheid
gewaarborgd.
Met beleefde groeten,
Rudy Mertens
Roten Karel
Van Gompel Freddy
Groenstraat, 137
Groensstraat 141
Prinsenbosstr. 143
3270
Scherpenheuvel
3270 Scherpenheuvel 3270
Scherpenheuvel
Na de GECORO vergadering van 07/11/05 kregen we van onze schepen terug een toelichting over het RSP dat donderdag 24 november aan de gemeenteraad zal voorgelegd worden ter goedkeuring.
We stellen vast dat er praktisch overal herbouwmogelijkheden
voor zonevreemde woningen worden gegarandeerd, met uitzondering van enkele
verspreide woningen in bosgebied en de Demervallei.
Er is dus nog steeds
onzekerheid of deze woningen zullen kunnen herbouwd worden ingeval van een ramp
door heirkracht.
Volgens de schepen wordt nagegaan met het Vlaams gewest of
er voor deze woningen andere oplossingen zijn.
Voor eigenaars in
bosgebied of de vallei van de Demer is extra waakzaamheid
geboden!
Volgens
onze schepen van R. O. komt er een openbaar onderzoek over dit Ruimtelijk
Structuurplan. Op diverse plaatsen zullen er infovergaderingen ingericht worden
in onze Gemeente Dit zou doorgaan in januari /
februari.
In een
zestal vergaderingen wordt het volledige structuurplan overlopen.
Vier
vergaderingen zijn er voorzien om de zonevreemde problematiek toe te
lichten.
Staat
u nog niet op onze mailinglist en wenst u op de hoogte blijven van de
zonevreemde problematiek stuur dan een E-mail naar
[email protected].
Hieronder
een samenvatting van de belangrijkste teksten over de zonevreemde
woningen.
Het
rood gemerkte zijn aanvullingen van ons.
Beter
nog is de volledige tekst, 217 bladzijden en een vijftigtal kaarten, tijdens het
openbaar onderzoek door te nemen.
Blz
196
6.
Gewenste ruimtelijke structuur voor de verschillende open
ruimtegebieden
6.1 De gewenste
ruimtelijke structuur
Demervallei als
bovenlokale groenstructuur.
−
Afbouwen
van permanente bewoning in de Demervallei
Ten
zuiden van de Demervallei kenmerkt zich een verblijfsrecreatieve zone
waar
permanente
bewoning voorkomt, dat zich ook verder uitgebreid heeft in het
valleigebied.
niet
gewenst dat het permanent wonen in deze zone wordt
gestimuleerd.
Blz
197 Voor het permanent wonen wordt in deze zone een uitdoofscenario
opgesteld:
·
de
bestaande eigenaars kunnen er blijven wonen.
Enkel instandhoudings- en
verbeteringswerken zijn mogelijk.
·
Het
herbouwen of bouwen van nieuwe constructies wordt niet toegelaten.
−
Duidelijke
ontwikkelingsperspectieven voor de bestaande woningen en bedrijven in
het
valleigebied:
Is
herbouwen dus niet toegelaten?
Als
de hogere overheid op deze suggestie niet ingaat bent u als zonevreemde beter af
met het decreet.
Blz 198
Averbodebossen en beboste getuigenheuvels als groene
stapstenen.
Als
suggesties naar hogere
overheid worden hieronder volgende maatregelen
vooropgesteld:
−
Actief
uitdovingsbeleid naar illegale weekenhuisjes.
Vele
van deze weekendhuisjes zijn permanent bewoond. Voor het permanent wonen wordt
in deze
zone
een uitdoofscenario opgesteld:
−
Duidelijke
ontwikkelingsperspectieven voor de
bestaande woningen en bedrijven in het bosgebied:
·
bebouwing
verspreid in de beboste gebieden
Hier gelden de decretale
mogelijkheden voorzien voor ruimtelijke kwetsbare gebieden als maximale
ontwikkelingsmogelijkheid.
XX
Zie rode alinea in onze brief aan de GECORO-leden.
Aan
bestaande woningen kunnen instandhoudingswerken worden uitgevoerd.
·
Blz
199 bebouwing gelegen aan uitgeruste lokale verbindingswegen.
De
bestaande woningen kunnen naast instandhoudingswerken herbouwd
worden tot maximum 850 m3. Er worden geen nieuwe of nevenfuncties
voorzien.
Blz 200 Het open
landschap.
Dit
is een nog vrij ongeschonden gebied in het zuidoosten van de gemeente en iets
meer versnipperd gebied ten zuiden en zuidwesten van de gemeente. Het zijn
gebieden waar de landbouw overwegend voorkomt. In grote lijnen dient de open
ruimte maximaal in functie van landbouw als belangrijke speler met aandacht voor
de landschappelijke inpassing.
−
Landschappelijk
integreren van de bebouwing op de plateaus zowel in de woonlinten als voor
deverspreide bebouwing
Andere
nieuwe functies dan wonen en landbouw zijn niet wenselijk binnen deze
zone.
−
Het
beperken van ontwikkelingen langsheen de N10, de
Diestsestraat.
Zowel
voor de zone-eigen als voor de zonevreemde woningen langsheen de Diestsestraat
een visie ontwikkeld het wonen wel mogelijk laat en woonondersteunende functies,
verdere ontwikkelingskansen biedt aan andere dan woonondersteunende
voorzieningen. het landschappelijke belang van deze deelruimte, zullen de
ontwikkelingsperspectieven opgesteld worden dat zichten naar de achterliggende
open ruimte open blijven.
Blz 201 Het
rasterlandschap.
Dit
zijn gebieden ten noorden en ten zuiden van de Demer gekenmerkt door open
ruimtegebieden, versnipperd door lintbebouwing, kleine landschapselementen,
kleine bosfragmenten en kleine landbouwpercelen. De landbouw dreigt verder
achteruit te gaan door de verregaande versnippering van de open ruimte. De
resterende open ruimte zijn niet alleen belangrijk voor de resterende landbouw,
ze zijn ook belangijk voor de identiteit van de landelijke gemeente en voor de
woonkwaliteit. Bovendien kunnen ze ingeschakeld worden in nieuwe vormen van
landbouw en landbouwaanverwante functies (structurele en agrarische verbreding)
en hebben zo ook een (potentieel) economische waarde.
Blz 203 Naast het
wonen zijn slechts een beperkt aantal voorzieningen mogelijk.
In de verdere
tekst is niets te vinden over zonevreemde woningen.
6.2. Acties en
maatregelen
1)
Opmaak van een RUP voor de woonlinten
Er
wordt geen onderscheid gemaakt tussen de zonevreemde linten en de andere
woonlinten. De zonevreemde woonlinten en de zone-eigen woonlinten krijgen
dezelfde ontwikkelingsperspectieven, zoals bovenstaand geformuleerd, met dat
verschil dat de zonevreemde woningen niet opgenomen worden in woongebied om geen
interferentie te hebben met andere regelgeving (vormelijk). Dit gezien er
morfologisch geen verschil is tussen beide types. Er wordt dus geen bijkomend
aanbod gecreëerd. ;Als basis voor de afbakening van woonlinten gelden volgende
bepalingen:
−
indien
zij binnen de 100m gelegen zijn van een bestaande verkaveling of woonlint
volgens het gewestplan en de aanpalend op minder dan 70m (gevelbreedte) van de
andere gelegen zijn
−
indien
zij een concentratie vormen van minimum 5 zonevreemde woningen op een
tussenafstand van maximum 70m (gevelbreedte).
Deze kunnen in functie van de
opmaak van het RUP nog worden aangepast.
De ontwikkelingsperspectieven
gelden volgens de hierboven vermelde deelruimte ‘rasterlandschap’.
Specifiek
voor de woonlinten gelegen in het deelgebied ‘open landschap’ dient de aandacht
gevestigd
te
worden op de landschappelijke integratie (zie deelruimte open
landschap)
2)
Opmaak van een RUP voor de overige verspreide zonevreemde
woningen
Voor
de overige verspreid gelegen zonevreemde woningen, wordt een RUP opgemaakt met
ontwikkelingsperspectieven conform de decretale bepalingen. Afhankelijk
van de deelruimte waarin ze gelegen worden kunnen specifieke
ontwikkelingsperspectieven naar inrichting worden meegegeven. De
volumebeperkingen zullen voor deze groepering overal hetzelfde inhouden.
Toch opgelet met de
decretale bepalingen!!
Zo mag volgens het decreet men niet herbouwen in de
ruimtelijk kwetsbare gebieden. Zelfs in landbouwgebied mag men niet herbouwen in
bepaalde omstandigheden.
3)
Opmaak van een RUP voor de markante gebouwen
Voor
de specifieke markante gebouwen (zoals Craenenburghoeve, Roeboshoeve,
Spellehut,…) worden beperkte logies mogelijk gemaakt in het kader van het
aanbieden van andere vormen van kleinschalig verblijfstoerisme.
De drie
voorgaande acties kunnen worden opgenomen in één RUP zonevreemde
woningen.
6)
Opmaak van een RUP voor de beboste getuigeheuvels
Dit
betekent het afstemmen en het creëren van meer aaneengesloten groene beboste
ruimtes in de gemeente. Aandachtspunt hierbij is het toegankelijk houden en de
recreatieve ondersteunende functie van de verschillende beboste getuigeheuvels.
Met uitzondering van Doodbroek zijn verblijfrecreatie of andere vormen van harde
recreatie uitgesloten.
Er is niets vermeld over zonevreemde
woningen!
7)
Suggestie naar hogere overheid: Opmaak van een RUP voor de woningen in de
Demervallei, Averbodebossen en andere beboste
getuigeheuvels
Er
wordt geen onderscheid gemaakt tussen de zonevreemde woningen en de andere
woningen gelegen langs de Ernest Claesstraat, Hoornblaas, Reppelsebaan,
Herseltsebaan, Grensstraat, Dijk, Mechelsebaan, Pastorie Monseigneurstraat,
Bremstraat, Binnenstraat, Engelenberg en Ijsbergstraat.
Doel is om de open
ruimte zoveel mogelijk in deze woonlinten te vrijwaren. Dit kan door het
maximaal behoud van de bestaande kleine landschapselementen, het opleggen van
beperkingen van verhardingen in de tuin, het verbieden van het kappen van bomen
(tenzij om veiligheidsredenen), het verhinderen van een vertuining van
achterliggende gebied, het afbakenen van een achterbouwlijn, het beperken van de
perceelsdiepte,….
Doel
is ook om zo rechtszekerheid te bieden voor alle woningen langs deze lokale
wegen. Dit betekent concreet dat
zonevreemde woningen naast de instandhoudingswerken ook mogen herbouwen tot
max.850m³.
9)
Opmaak van gemeentelijke verordeningen
Gemeentelijke
verordeningen zijn ofwel van toepassing op het ganse grondgebied van de
gemeente, of op gedeelten. In functie van het vrijwaren van de open ruimte kan
de gemeente een verordening opstellen.
Bepaalde op te nemen elementen in de
RUP’s kunnen eventueel vervangen worden door de opmaak van een stedenbouwkundige
of verkavelingsverordening:
−
verordening tot het aanplanten van beplanting. De gemeente beschikt sinds 1995
reeds over een beplantingsverordening die vandaag zo goed als geregeld is in
andere decreten en regelgevingen. Ter aanvulling van de gewenste open
ruimtestructuur zou meer gebiedsspecifiek een verordening tot het aanplanten van
streekeigen bomen, houtkanten, houtwallen, hagen,…. kunnen worden
opgemaakt.
−
verordening om de eigenheid van bebouwing in vb. open landschap te behouden: dus
naar esthetische waarde, of het behoud en het versterken van de visuele en
historische betekenis van het open landschap (aangepaste
gebouwtypologie)
−
verordening voor de aanleg van groen en beplanting in de tuinzone van woonlinten
in het rastergebied of in de Demervallei, Averbodebossen en andere beboste
getuigeheuvels,
−
verordening voor de aanleg van erfbeplanting rond de verspreide
bebouwing
−
…
11)
Toekennen van een voorkooprecht in bepaalde zones bij de
RUPs
Om
het versterken van de open ruimte af te dwingen kunnen binnen de verschillende
RUPs voorkooprechten worden toegekend aan specifieke zones
Voorkooprecht
komt meestal overeen met een waardevermindering van uw
eigendom.
Deel
6: Afwegingskader zonevreemde constructies
Als
apart hoofdstuk volgt hieronder een globaal gemeentelijk afwegingskader voor de
zonevreemde constructies, die verder in verschillende RUP’s zal worden
uitgewerkt. In het voorgaande richtinggevend deel werden
ontwikkelingsperspectieven ten aanzien van wonen, werken en recreëren op basis
van een gebiedsgerichte benadering opgenomen. In het volgende wordt het
afwegingskader voor de zonevreemde constructies nog eens opgenomen.
Het
beleid, dat Scherpenheuvel-Zichem wenst te voeren ten aanzien van de zonevreemde
constructies
(woningen,
bedrijven, recreatie…) dient afgestemd te worden met de rol die de gemeente
wenst uit te
voeren
ten aanzien van haar open ruimte-gehelen.
Onderstaande
visie is niet uitgewerkt op perceelsniveau en geeft enkel
ontwikkelingsperspectieven
weer
vanuit een gebiedsgerichte en typologische benadering. Een verdere diepgaande
analyse en
voorstudie
zal verbonden zijn aan de opmaak van het RUP.
Scherpenheuvel-Zichem
wenst zich in de toekomst te profileren als een landelijke
groene
woongemeente
met belangrijke culturele en toeristisch-recreatieve troeven.
Dit
houdt in dat Scherpenheuvel-Zichem het residentieel wonen in de open ruimte
aanvaard. Dit wil evenwel niet zeggen dat de gemeente een aanmoedigend
beleid zal voeren. De gemeente ondersteunt de principes van het ruimtelijk
structuurplan Vlaanderen waarin wordt gesteld dat nieuwe woonontwikkelingen
dienen aan te sluiten op de dorpskernen en dat de bebouwing in de open ruimte
dient afgeremd te worden.
Scherpenheuvel-Zichem
vertrekt van het algemeen principe dat elk gebouw (met uitzondering van stallen,
weekendverblijven, loodsen,…) buiten de geëigende zone voor wonen en
niet gelegen in kwetsbaar gebied
volgens het gewestplan, in aanmerking komt om als functie een eengezinswoning te
hebben.
Het inrichten van meergezinswoningen buiten de afgebakende kernen
wordt niet ondersteund, tenzij in deze markante gebouwen
(los
van de decretale regelgeving voor zonevreemde monumenten) die het cultureel en
historisch karakter van Scherpenheuvel-Zichem bepalen en die meestal omwille van
hun bestaande grote volumes moeilijk overeen te stemmen zijn met hun huidige
bestemming of economisch niet rendabel om te vormen zijn naar een
eengezinswoning.
Dit houdt geen herbouw van appartementsgebouwen in, wel
binnen het huidige volume en de architecturale karakteristieke elementen
respecterend het inrichten van meergezinswoningen.
Gelet op de culturele en
toeristisch-recreatieve troeven van Scherpenheuvel-Zichem kunnen deze gebouwen
eveneens een ondersteunende rol betekenen in het cultureel en
toeristisch-recreatief verhaal.
Opgelet hiermee bedoelen we geen dynamische
functies die de eigenheid van de omgeving verstoren, maar passieve lokale en
laagdynamische functies, zoals onthaalfunctie, specifiek museum, …. Een gunstig
advies van Monumenten en Landschappen is hiervoor wel aan te raden.
Het
creëren van bijkomende woongelegenheden buiten de woonzones wordt niet
ondersteund. Hiervoor zal elke opsplitsing van percelen voor het creëren van
bijkomende bouwmogelijkheden worden geweigerd (dit houdt onder meer een
beperking in van één bedrijfswoning per landbouwbedrijf (tenzij als markant
gezien), vrijkomende gebouwen op één perceel worden als één geheel beschouwd en
kunnen niet opgesplitst worden).
Dit
betekent dat Scherpenheuvel-Zichem voor het vastleggen van de
ontwikkelingsmogelijkheden voor de zonevreemde woningen de bepalingen volgens
het decreet op de ruimtelijke ordening, zoals neergeschreven in art. 145 en 145
bis, tenzij de uitzonderingen in dit hoofdstuk omwille van gebiedsgerichte of
typologisch gerichte redenen. Hetzelfde geldt voor de functiewijzigingen die
volgens het besluit van 28/11/2003 ‘ tot toelaatbare functiewijzingen voor
gebouwen gelegen buiten de geëigende bestemingszone’ zijn opgenomen. Gekoppeld
aan de verschillende openruimte-gehelen vindt u hieronder onze
ontwikkelingsperspectieven voor zonevreemde gebouwen.
In
het richtinggevend gedeelte werden schematisch de verschillende kernen
afgebakend. Dit zijn Scherpenheuvel, Averbode, Zichem, Testelt, Schoonderbuken,
Messelbroek, Okselaar, De Hoeve en Keiberg.
Gelet op een duidelijk
kerngericht beleid waarin verweving van functies ondersteund wordt, worden
volgende ontwikkelingsperspectieven meegegeven aan zonevreemde constructies in
of aan de kernen:
−
Woningen:
conform art. 145 en 145 bis met uitzondering tot de bepaling rond het herbouwen,
veranderen in herbouwen tot het bestaand volume is
toegelaten
en functiewijzingen conform het landelijk woongebied volgens het gewestplan, met
uitzondering rond het toelaten van meergezinswoningen indien er zich in de
nabijheid ook meergezinswoningen voordoen.
−
Bedrijven:
instandhouden en ontwikkelen indien ze gelegen zijn aan een goed ontsloten
weg
−
Bedrijven
die langs landelijke wegen zijn gelegen kunnen behouden blijven, maar niet
verder ontwikkelen
−
Recreatie:
kunnen in principe behouden blijven en verder ontwikkelen
Vanuit het
openruimtebeleid, geldt volgend afwegingskader naar de overige
zonevreemde
constructies.
Hieronder wordt per openruimtegebied de specifieke voorwaarden opgesomd naar
de
aanwezige
zonevreemde constructies. Voor markante gebouwen gelden
bovenstaande
ontwikkelingsperspectieven,
losgekoppeld van onderstaande openruimtegebieden.
Ruimtelijk
kwetsbare gebieden
Tot
de ruimtelijk kwetsbare gebieden behoren de Demervallei de Averbodebossen en de
beboste getuigenheuvels als groene stapstenen.
De Demervallei en de
Averbodebossen zijn op Vlaams niveau geselecteerd als natuurgebied van
bovenlokaal belang en bijgevolg opgenomen in de eerste afbakening van het Ven en
zijn beschermd op Europees niveau via het besluit op de
habitatrichtlijngebieden.
De Demervallei is een belangrijk
overstromingsgebied (zowel van nature als door recentere gebeurtenissen) en
bijgevolg ongeschikt om andere functies op te vangen. De overige beboste
getuigenheuvels zijn op het gewestplan aangeduid als ruimtelijk kwetsbare
gebieden.
De natuurfunctie wordt in deze gebieden als hoofdfunctie naar voren
gebracht. Naast het beschermen van de huidige natuurwaarden en het versterken in
de meest waardevolle delen wordt een verweving met andere ruimtegebruikers
(land- en bosbouw, recreatief medegebruik) vooropgesteld en als suggestie naar
hogere overheid meegegeven.
Deze
ruimtelijk kwetsbare gebieden worden doorsneden door lokale
verbindende wegen waarlangs
verschillende zonevreemde woningen zijn
gelegen. Deze woningen zijn gelegen in de nabijheid van een landelijk
woonlint op het gewestplan, of zijn gelegen in de nabijheid van goedgekeurde
verkavelingen.
Uitgaande
van de bestaande vergunde toestand, uitgaande van de ligging langs een
geselecteerde lokale weg en uitgaande van het beperkte ecologisch functioneren
van de Demervallei langsheen deze verbindingswegen wordt als suggestie naar
hogere overheid voorgesteld om de herbouw van deze woningen toe te laten.
Niettegenstaande is het beleid gericht op het versterken van het groen karakter,
ook langs deze wegen. Dit betekent concreet dat er verder geen onderscheid wordt
gemaakt tussen de zonevreemde en de zone-eigen woningen, maar dat via de opname
in een RUP de bestaande resterende open ruimte maximaal in de ganse zone langs
de lokale weg gevrijwaard blijft door de opname in ‘residentieel wonen in een
natuurlijke omgeving’. Dit kan door het maximaal behoud van de bestaande kleine
landschapselementen, het opleggen van beperkingen van verhardingen in de tuin,
het verbieden van het kappen van bomen (tenzij om veiligheidsredenen), het
verhinderen van een vertuining van achterliggende gebied om de overgang naar het
aangrenzend natuurgebied vloeiend te laten verlopen, of maatregelen ten aanzien
van de waterproblematiek, het afbakenen van een achterbouwlijn, het beperken van
de perceelsdiepte,…. Hierdoor wordt een bepaalde rechtszekerheid gecreëerd voor
de bestaande zonevreemde woningen in dit aangetast natuurlijk gebied, maar wordt
tegelijkertijd strenger opgetreden dan voor de verschillende woongebieden met
landelijk karakter en de verkavelingen.
De bestaande toestand kan minimaal behouden blijven. Concrete
ontwikkelingsmogelijkheden voor zonevreemde woningen zijn: in de aangetaste
delen van de valleigebieden en bossen worden geen uitbreidingen
toegelaten.
De bestaande woningen
kunnen naast instandhoudingswerken herbouwd worden tot het bestaand volume of
tot een maximum van 850 m3
voor
deze woningen wiens bestaand volume reeds groter is dan 850m³
(dus als het bestaand voldume kleiner is dan 850m³ dan is herbouw enkel mogelijk
tot het bestaand volume). Er worden geen nieuwe of nevenfuncties
voorzien.
Geen enkele vorm van bedrijvigheid mag voorkomen in deze zone.
Bestaande bedrijven kunnen, in zoverre ze de natuurlijke omgeving niet
aantasten, enkel en alleen blijven bestaan. Hetzelfde geldt voor het zonevreemd
recreatief terrein in Averbode.
Concreet gaat het over volgende straten:
Ernest Claesstraat, Hoornblaas, Reppelsebaan, Herseltsebaan, Grensstraat, Dijk,
Mechelsebaan, Pastorie Monseigneur Bremstraat, Voort, Engelenberg en
Ijsbergstraat, in de nabijheid van een landelijk woongebied op het gewestplan of
bestaande verkaveling.
Om
de natuurwaarden in deze gebieden zoveel mogelijk te versterken, worde enkel
instandhoudingswerken toegestaan aan de individuele
zonevreemde gebouwen
en
volgen deze de decretale voorzieningen, met uitzondering van een clausule rond
herbouwen. Herbouwen kan enkel bij vernielingen (brand, storm) aan een vergunde
of vergund geachte zonevreemde woning buiten de wil van de eigenaar om en indien
de Vlaamse Overheid geen onteigeningsgelden ter beschikking stelt. (Infeite zijn
deze zaken vermeld in art. 145 DRO, maar worden toch nog eens vermeld indien de Vlaamse Overheid het
zou nalaten tot een billijke onteigening over te
gaan.).
Voor
alle duidelijkheid, het DRO vervalt als er een uitvoeringsplan(RUP) opgesteld wordt. Zal de Vlaamse overheid
dan nog onteigenen?!
Toch
er even op wijzen dat:
de gemeente is sinds de laatste decreetwijziging (22
april 2005) niet meer verplicht een RUP op te stellen.Als er géén RUP opgesteld
is blijft u onder het decreet.
Wij
raden iedereen aan die mogelijke problemen verwacht, naar de gemeentelijke
hoorzittinge, te komen om advies in te winnen (zie
inleiding).
Rasterlandschap
Dit
zijn gebieden ten noorden en ten zuiden van de Demer gekenmerkt door open
ruimtegebieden, versnipperd door lintbebouwing, kleine landschapselementen,
kleine bosfragmenten en kleine landbouwpercelen. Het is dus een
verwervingsgebied waar naast agrarische, ook natuurlijke, recreatieve en
residentiële functies voorkomen. De residentiële functies kenmerken zich
voornamelijk in langgerekte woonlinten opgenomen in verkavelingen, landelijk
woongebied of zonevreemd (maar niet gelegen in kwetsbare gebieden) en beperkter
in verspreide zonevreemde woningen.
De agrarische functie wordt hier
voornamelijk gericht op kleinschalige, duurzame landbouwbedrijven, meer en meer
verweven met hobbyland, natuur en residentieel wonen.
Dit gebied wordt erkend
als structureel onderdeel van de bestaande nederzettingsstructuur waarvoor als
algemeen beleid wordt gestreefd naar het behouden van een overwegende landelijke
(landbouw of landbouwaanverwant) en residentiële functie. Het complementair
beleid wordt gevoerd t.o.v. het concentratiebeleid in de kernen. In deze
gebieden is het behoud van de typische landschappelijke kenmerken belangrijk,
meer bepaald het behoud van de achterliggende openruimtekamers, behoud van het
zicht op deze open ruimtekamers, behoud van bestaande kleine landschapselementen
en holle wegen die als natuurverbinding optreden tussen grotere gehelen
belangrijk.
Naar
de ontwikkelingsperspectieven maken we een onderscheid tussen deze gelegen in
een woonlint
en
de individuele
zonevreemde woningen.
Aangezien
we een complementair beleid wensen te voeren ten opzichte van de kernen, zullen
voor de woonlinten eveneens de zone-eigen woningen opgenomen worden in het RUP,
met dat verschil dat de zonevreemde woningen niet opgenomen worden in woongebied
om geen interferentie te hebben met andere regelgeving.
Als basis voor de
afbakening van de woonlinten gelden volgende bepalingen:
−
Indien
zij binnen de 100m gelegen zijn van een bestaande verkaveling of woonlint en
de
aanpalende op minder dan 70m (gevelbreedte) van de andere zijn
gelegen
−
Indien
zij een concentratie vormen van minimum 5 zonevreemde woningen op een
tussenafstand van maximum 70m (gevelbreedte)
Afhankelijk van de concrete
ligging op het terrein en de micro-analyse die zal gebeuren bij de opmaak van
het RUP kan dit verder nog aangepast worden.
De zonevreemde linten zullen een
onderdeel zijn van het RUP, waarin per lint volgende zaken worden
onderzocht:
−
Overheersend
type (open-gesloten-halfopen) en typologie
−
Aantal
bouwlagen
−
Percellering,
positief en oriëntatie op de kavel?
−
Afstanden
tussen de gebouwen
−
Massa
(volume) en de vorm van de bebouwing en de bijgebouwen
−
Gevels
−
Detaillering,
kleur en materiaalgebruik
−
Reclame
en licht
Bij
werken aan woningen in de zonevreemde linten, dienen deze bepalingen als
uitgangspunt te worden genomen. Concreet betekent dit dat op het gebied van
volumebepalingen de decretale bepalingen niet worden gevolgd wat betreft volgend
aspect. Indien in een zonevreemd lint het overheersend volume groter is dan
decretaal bepaald, kan in dat woonlint tot het overheersend volume worden
uitgebreid, verbouwd, herbouwd,…. Dit wordt voorgesteld om eenheid en samenhang
in het woonlint te verkrijgen.
Voor elke individuele woning is te allen
tijde een herbouw tot het bestaand volume mogelijk indien dit meer is dan
decretaal bepaald.
De
verspreid gelegen zonevreemde woningen zullen een apart onderdeel uitmaken van
het RUP, waarin de aandacht zal gaan naar een uniforme benadering wat
betreft:
−
Aantal
bouwlagen
−
Massa
(volume) van de bebouwing en de bijgebouwen
−
Erfbeplanting
−
Detaillering
en materiaalgebruik
−
Reclame
en licht
Voor
de verspreide zonevreemde woningen wordt een herbouw eveneens toegelaten tot het
bestaande vergunde volume of tot de decretale maximumgrens.
Beide
categorieën (linten en verspreid gelegen woningen) volgen het besluit op het
gebied van de functiewijzingen.
Gelet op de specifieke aandacht voor de
landschappelijke kwaliteiten kunnen aan beide categorieën volgende
randvoorwaarden gekoppeld worden gericht op het ‘esthetische’:
−
Betreffende
landschappelijke inkleding naar de achterliggende open ruimtekamers wordt het
kameleon-principe toegepast. Dit betekent dat het lint moet worden ingepast in
de omgeving door de kleur van het achterland een bepaalde rol te laten spelen.
Is achter het lint een bos gelegen dan dient het lint landschappelijk te worden
ingekleed door aanplant van een bossingel, is achter het lint een beek gelegen
dat dient streekeigen hoogstamgroen te worden aangeplant, is het achterland
landbouwgebied dan dienen kleine landschapselementen te worden
aangeplant,…
−
Er
worden brede erfdientsbaarheden ten opzicht van de beken en landbouwwegels
opgelegd.
−
Doorkijken
naar het achterliggende landschap, dienen te worden bewaard, hiervoor kunnen
bepalingen naar zijtuinen mogelijk zijn
−
Behoud
van de achterliggende open ruimtekamers door de grens van het inrichten van een
tuin te beperken.
−
Behoud
van kleine landschapselementen en holle wegen en integratie ervan bij nieuwe
bouwconstructies.
Vanuit een kerngericht beleid stimuleert het beleid geen
ontwikkeling van ambachtelijke bedrijven en recreatieve voorzieningen buiten de
kernen, tenzij voor deze laatste indien zij onlosmakelijk samenhangen met
typische open ruimte-onderdelen.
Bestaande bedrijven en bestaande recreatieve
voorzieningen kunnen blijven bestaan. In de mate dat zij de omgevingskenmerken
niet aantasten en verweefbaar zijn met de omliggende woonomgeving kunnen zij
beperkt ontwikkelen. Bestaande woonondersteunende recreatie die niet
onlosmakelijk samenhangt met typische openruimtegehelen (bos, vijvers…) kunnen
enkel blijven bestaan. Dit betreft
immers
een functie die bedoeld zijn voor de inwoners en het meespelen in het
aangenaam
woonklimaat
en de levendigheid van de verschillende kernen.
Open
landschap
Dit
is een nog vrij ongeschonden gebied in het zuidoosten van de gemeente en iets
meer versnipperd gebied ten zuiden en zuidwesten van de gemeente. Het zijn
gebieden waar de landbouw overwegend voorkomt.
Dit gebied grenst in het
zuiden aan een geselecteerd natuurverbindingsgebied, waar behoud en versterking
van kleine landschapselementen voorop staat. Dit agrarisch gebied heeft zich
ontwikkeld op zacht hellende heuvelruggen en is in veel mindere mate versnipperd
door woonlinten of beboste heuveltoppen. In grote lijnen dient de open ruimte
maximaal in functie van de landbouw als belangrijke speler behouden te blijven,
met aandacht voor de landschappelijke inpassing. Een schaalvergroting in de
landbouw dient hier open gehouden te worden in respect met de kleinschalige
natuurlijke waarden die in het gebied aanwezig zijn. Daarnaast heeft het gebied
ook een residentiële functie. Deze bebouwing is voornamelijk gegroeid op de
hoger gelegen delen (de heuvelflanken) zowel in de vorm van woonlinten als
verspreide gebouwen. Deze gebieden zijn gebieden met een typische landelijke
landschapskwaliteit die een extra aandacht verdient.
Ten aanzien van de
zonevreemde woningen wordt gestreefd naar het behoud van de landelijke bouwstijl
in deze gebieden als harde stedenbouwkundige norm (o. bouwstijl,
materiaalgebruik…) die het landelijk karakter van de omgeving hersteld. Een
toetsing van de aanwezige bebouwing leert ons dat deze landelijke bebouwing nog
effectief veelvuldig aanwezig is.
Ook voor deze gebieden zal net zoals voor
het rasterlandschap een onderscheid worden gemaakt tussen de woonlinten en de
verspreide woningen. De zonevreemde linten zullen een onderdeel zijn van het
RUP, waarin per lint volgende zaken worden onderzocht:
−
Overheersend
type (open-gesloten-halfopen) en typologie
−
Aantal
bouwlagen
−
Percellering,
positief en oriëntatie op de kavel (dit ten opzicht van elkaar)
−
Aansluiting
van het lint naar het achterliggende landschap (dit wordt samen
bekeken)
−
Afstanden
tussen de gebouwen
−
Massa
(volume) en de vorm van de bebouwing en de bijgebouwen
−
Gevels
−
Detaillering,
kleur en materiaalgebruik
−
Reclame
en licht
Bij werken aan woningen in de zonevreemde linten, dienen deze
bepalingen als uitgangspunt te worden genomen. Concreet betekent dit dat op het
gebied van volumebepalingen de decretale bepalingen niet worden gevolgd wat
betreft volgend aspect. Indien in een
zonevreemd lint het overheersend volume groter is dan decretaal bepaald, kan in
dat woonlint tot het overheersend volume worden uitgebreid, verbouwd,
herbouwd… Dit wordt voorgesteld om eenheid en samenhang in
het
woonlint
te verkrijgen.
Voor elke individuele
woning is ten allen tijde een herbouw tot het bestaand volume mogelijk indien
dit meer is dan decretaal bepaald.
De verspreid gelegen zonevreemde
woningen zullen een apart onderdeel uitmaken van het RUP,
waarin de aandacht
zal gaan naar een uniforme benadering wat betreft:
−
Aantal
bouwlagen
−
Massa
(volume) van de bebouwing en de bijgebouwen
−
Erfbeplanting
−
Detaillering
en materiaalgebruik
−
Reclame
en licht
Voor de verspreide
zonevreemde woningen wordt een herbouw eveneens toegelaten tot het bestaande
vergunde volume of tot de decretale maximumgrens.
Gezien het
landschappelijk belang van deze reliëfovergangen is extra aandacht noodzakelijk
naar de beeldkwaliteit van de linten en verspreide bebouwing door bijvoorbeeld
te streven naar een lage bouwhoogte, ruimtelijke randvoorwaarden naar inpassing,
erfbeplanting eigen aan een bocagelandschap…
Andere nieuwe functies dan wonen
en landbouw zijn niet wenselijk binnen deze zone. Bestaande bedrijven en
recreatieve voorzieningen kunnen blijven bestaand en eventueel beperkt
uitbreiden voor zover zij enkel wonen en landbouwbedrijven of andere
activiteiten die qua schaalgrootte en qua activiteiten (milieu, geluid,
verkeer…) niet hinderlijk zijn voor de directe omgeving en gelegen zijn in een
lint.
Functiewijzingen in deze gebieden zijn conform het besluit met
uitsluiting van de opslag van materiaal en de omvorming naar kantoren- en
dienstenfunctie. Dit met het oog op het maximaal behoud van landbouw en
residentieel wonen. Echter een beperkte dienstenfunctie beperkt tot 50m²,
opgericht in een bestaand gebouw kan wel worden toegelaten.
Dit gebied wordt
doorsneden door de N10, de
secundaire verbindingsweg tussen Aarschot en Diest, een dichter woonlint, niet
eigen aan het gebied. Zowel voor de zone-eigen als de zonevreemde woningen is de
visie gericht op residentieel wonen en beperkte woonondersteunende functies.
Verhinderd wordt dat eenzelfde ontwikkeling plaatsvindt zoals ten westen van de
kern Scherpenheuvel. Concreet betekent
dit dat voor dergelijke woningen de decretale bepalingen van kracht zijn, met
uitzondering van de volumes. Indien in een zonevreemd lint het overheersend
volume groter is dan decretaal bepaald, kan in dat woonlint tot het overheersend
volume worden uitgebreid, verbouwd, herbouwd… Dit wordt voorgesteld om
eenheid en samenhang in het woonlint te verkrijgen. Ook wat betreft de
functiewijzigingen wordt het besluit nagestreefd. Vanuit het landschappelijk
belang in de ruimere omgeving kunnen bijkomende randvoorwaarden worden opgelegd
in het openhouden van de zijtuinen, waardoor een zicht wordt bewaard op het
achterliggend landschap.
Bindend
deel.
Het
ruimtelijk structuurplan is een beleidsdocument dat vooral opgesteld wordt voor
de gemeentelijke overheid. In dit structuurplan worden doelstellingen en
wenselijkheden met betrekking tot de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente
neergeschreven. Om deze gewenste ruimtelijke structuur ook in werkelijkheid waar
te kunnen maken, moeten concrete stimulerende, ontmoedigende en/of maatregelen
en acties ondernomen worden. Het ruimtelijk structuurplan geeft geen enkele
bindende of verordende kracht voor de burger, met andere woorden er zullen geen
vergunningen verleend of geweigerd worden op basis van het structuurplan. De
bindende bepalingen zijn echter wel bindend voor de gemeentelijke overheid, met
andere woorden de gemeente en de instellingen die hieronder ressorteren, moeten
de uitspraken in de bindende bepalingen nakomen en zullen er onder geen beding
van afwijken.
Het bevat die maatregelegen welke essentieel worden geacht om
de visie en de opties van het structuurplan op het terrein uitvoerbaar te maken.
De bindende bepalingen omvatten:
−
de
selectie van structurerende elementen;
−
de
taakstellingen;
−
een
aantal maatregelen en acties die zullen uitgevoerd worden tijdens de
planperiode;
−
een
bindende selectie van strategische projecten en pilootprojecten;
Een selectie
van de vastgelegde acties en maatregelen in de bindende bepalingen van het
ruimtelijk structuurplan wordt jaarlijks vastgelegd in het beleidsprogramma van
de gemeente (DORO art. 6),
waardoor na advies door de GECORO en goedkeuring
door de gemeenteraad, een jaarlijkse terugkoppeling bestaat tussen de bindende
bepalingen van het ruimtelijk structuurplan en de begroting van het
gemeentebestuur van Scherpenheuvel-Zichem.
Om de voorgestelde maatregelen en
acties uit het richtinggevend deel om te zetten naar een concreet werk- en
investeringsprogramma, dient hun haalbaarheid gekoppeld te worden aan de
gemeentelijke begroting. Hierbij dienen volgende elementen in rekening te worden
gebracht:
−
de
financiële mogelijkheden van de gemeente
−
vastliggende
of opgelegde timingen en investeringsprogramma’s van hogere
overheden
−
de
mogelijkheden wat betreft personeel om de nodige onderzoeken te doen, dossiers
voor te bereiden…
−
de
verschillende moeilijkheidsgraad van de te ondernemen acties
−
de
gewenste of verplichte realisatiemogelijkheden van de verschillende acties