November 2005 Voorontwerp RSP ter goedkeuring op de gemeenteraad.

 

Na ons vorig bericht “Evolutie RSP in Scherpenheuvel juni 2005” gaven we aan onze schepen onze opmerkingen in verband met dit voorstel.

We benadrukten betere garanties voor herbouw van zonevreemde woningen op te nemen
.
Ook aan alle GECORO leden gehuisvest in Scherpenheuvel-Zichem stuurden we op 3 november 2005 een brief met het volgende:

 

Betreft: standpunt van Ruimte voor mensen Scherpenheuvel-Zichem i.v.m zonevreemde woningen.

 

Geachte,

 

wij vernamen dat er maandag 07/11/05 een vergadering is gepland van de GECORO met ondermeer, op de agenda de goedkeuring van het R.S.P..

Als vertegenwoordigers van Ruimte Voor Mensen die de belangen van de zonevreemde eigenaars behartigen willen wij u volgend probleem onder uw aandacht brengen.

 

Volgens het decreet zal bij het opstellen van een “R.U.P. zonevreemde woningen”, de gunstige maatregelen van het huidige decreet komen te vervallen. Dit betekent dat de zonevreemde eigenaars terug in de problemen komen. De rechtszekerheid die het decreet ons nu biedt, valt dus weg.

Een reëel voorbeeld:

 

R.V.M. Vlaanderen adviseert ons aan te dringen bij de verantwoordelijken van onze gemeente de nodige garanties in te bouwen in het R.U.P.. Zoniet is het beter om geen R.U.P. voor zonevreemde woningen op te stellen, hetgeen volgens het huidige decreet (april 2005) niet meer noodzakelijk is. Hierdoor blijft onze rechtszekerheid gewaarborgd.

Met beleefde groeten,

 

 

 

Rudy Mertens                          Roten Karel                                        Van Gompel Freddy
Groenstraat, 137                                 Groensstraat 141                                 Prinsenbosstr. 143

3270 Scherpenheuvel                          3270 Scherpenheuvel             3270 Scherpenheuvel

 

Na de GECORO vergadering van 07/11/05 kregen we van onze schepen terug een toelichting over het RSP dat donderdag 24 november aan de gemeenteraad zal voorgelegd worden ter goedkeuring.

 

We stellen vast dat er praktisch overal herbouwmogelijkheden voor zonevreemde woningen worden gegarandeerd, met uitzondering van enkele verspreide woningen in bosgebied en de Demervallei.
Er is dus nog steeds onzekerheid of deze woningen zullen kunnen herbouwd worden ingeval van een ramp door heirkracht.
Volgens de schepen wordt nagegaan met het Vlaams gewest of er voor deze woningen andere oplossingen zijn.

Voor eigenaars in bosgebied of de vallei van de Demer is extra waakzaamheid geboden!

 

Volgens onze schepen van R. O. komt er een openbaar onderzoek over dit Ruimtelijk Structuurplan. Op diverse plaatsen zullen er infovergaderingen ingericht worden in onze Gemeente Dit zou doorgaan in januari / februari.

In een zestal vergaderingen wordt het volledige structuurplan overlopen.
Vier vergaderingen zijn er voorzien om de zonevreemde problematiek toe te lichten.

 

Staat u nog niet op onze mailinglist en wenst u op de hoogte blijven van de zonevreemde problematiek stuur dan een E-mail naar [email protected].

 

Hieronder een samenvatting van de belangrijkste teksten over de zonevreemde woningen.

Het rood gemerkte zijn aanvullingen van ons.

Beter nog is de volledige tekst, 217 bladzijden en een vijftigtal kaarten, tijdens het openbaar onderzoek door te nemen.

 

Blz 196

6. Gewenste ruimtelijke structuur voor de verschillende open ruimtegebieden

 

6.1 De gewenste ruimtelijke structuur

Demervallei als bovenlokale groenstructuur.

Afbouwen van permanente bewoning in de Demervallei

Ten zuiden van de Demervallei kenmerkt zich een verblijfsrecreatieve zone waar

permanente bewoning voorkomt, dat zich ook verder uitgebreid heeft in het valleigebied.

niet gewenst dat het permanent wonen in deze zone wordt gestimuleerd.

 

Blz 197 Voor het permanent wonen wordt in deze zone een uitdoofscenario opgesteld:

·         de bestaande eigenaars kunnen er blijven wonen.
Enkel instandhoudings- en verbeteringswerken zijn mogelijk.

·         Het herbouwen of bouwen van nieuwe constructies wordt niet toegelaten.

 

Duidelijke ontwikkelingsperspectieven voor de bestaande woningen en bedrijven in het

valleigebied:

Is herbouwen dus niet toegelaten?

Als de hogere overheid op deze suggestie niet ingaat bent u als zonevreemde beter af met het decreet.

 

Blz 198 Averbodebossen en beboste getuigenheuvels als groene stapstenen.

Als suggesties naar hogere overheid worden hieronder volgende maatregelen vooropgesteld:

Actief uitdovingsbeleid naar illegale weekenhuisjes.

Vele van deze weekendhuisjes zijn permanent bewoond. Voor het permanent wonen wordt in deze

zone een uitdoofscenario opgesteld:

Duidelijke ontwikkelingsperspectieven voor de bestaande woningen en bedrijven in het bosgebied:

·         bebouwing verspreid in de beboste gebieden
Hier gelden de decretale mogelijkheden voorzien voor ruimtelijke kwetsbare gebieden als maximale ontwikkelingsmogelijkheid.

XX Zie rode alinea in onze brief aan de GECORO-leden.

Aan bestaande woningen kunnen instandhoudingswerken worden uitgevoerd.

·         Blz 199 bebouwing gelegen aan uitgeruste lokale verbindingswegen.

De bestaande woningen kunnen naast instandhoudingswerken herbouwd worden tot maximum 850 m3. Er worden geen nieuwe of nevenfuncties voorzien.

 

Blz 200 Het open landschap.

Dit is een nog vrij ongeschonden gebied in het zuidoosten van de gemeente en iets meer versnipperd gebied ten zuiden en zuidwesten van de gemeente. Het zijn gebieden waar de landbouw overwegend voorkomt. In grote lijnen dient de open ruimte maximaal in functie van landbouw als belangrijke speler met aandacht voor de landschappelijke inpassing.

 

Landschappelijk integreren van de bebouwing op de plateaus zowel in de woonlinten als voor deverspreide bebouwing

 

Andere nieuwe functies dan wonen en landbouw zijn niet wenselijk binnen deze zone.

 

Het beperken van ontwikkelingen langsheen de N10, de Diestsestraat.

Zowel voor de zone-eigen als voor de zonevreemde woningen langsheen de Diestsestraat een visie ontwikkeld het wonen wel mogelijk laat en woonondersteunende functies, verdere ontwikkelingskansen biedt aan andere dan woonondersteunende voorzieningen. het landschappelijke belang van deze deelruimte, zullen de ontwikkelingsperspectieven opgesteld worden dat zichten naar de achterliggende open ruimte open blijven.

 

Blz 201 Het rasterlandschap.

Dit zijn gebieden ten noorden en ten zuiden van de Demer gekenmerkt door open ruimtegebieden, versnipperd door lintbebouwing, kleine landschapselementen, kleine bosfragmenten en kleine landbouwpercelen. De landbouw dreigt verder achteruit te gaan door de verregaande versnippering van de open ruimte. De resterende open ruimte zijn niet alleen belangrijk voor de resterende landbouw, ze zijn ook belangijk voor de identiteit van de landelijke gemeente en voor de woonkwaliteit. Bovendien kunnen ze ingeschakeld worden in nieuwe vormen van landbouw en landbouwaanverwante functies (structurele en agrarische verbreding) en hebben zo ook een (potentieel) economische waarde.

Blz 203 Naast het wonen zijn slechts een beperkt aantal voorzieningen mogelijk.
In de verdere tekst is niets te vinden over zonevreemde woningen.

6.2. Acties en maatregelen

1) Opmaak van een RUP voor de woonlinten

Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen de zonevreemde linten en de andere woonlinten. De zonevreemde woonlinten en de zone-eigen woonlinten krijgen dezelfde ontwikkelingsperspectieven, zoals bovenstaand geformuleerd, met dat verschil dat de zonevreemde woningen niet opgenomen worden in woongebied om geen interferentie te hebben met andere regelgeving (vormelijk). Dit gezien er morfologisch geen verschil is tussen beide types. Er wordt dus geen bijkomend aanbod gecreëerd. ;Als basis voor de afbakening van woonlinten gelden volgende bepalingen:
indien zij binnen de 100m gelegen zijn van een bestaande verkaveling of woonlint volgens het gewestplan en de aanpalend op minder dan 70m (gevelbreedte) van de andere gelegen zijn
indien zij een concentratie vormen van minimum 5 zonevreemde woningen op een tussenafstand van maximum 70m (gevelbreedte).
Deze kunnen in functie van de opmaak van het RUP nog worden aangepast.

De ontwikkelingsperspectieven gelden volgens de hierboven vermelde deelruimte ‘rasterlandschap’.

Specifiek voor de woonlinten gelegen in het deelgebied ‘open landschap’ dient de aandacht gevestigd

te worden op de landschappelijke integratie (zie deelruimte open landschap)

2) Opmaak van een RUP voor de overige verspreide zonevreemde woningen

Voor de overige verspreid gelegen zonevreemde woningen, wordt een RUP opgemaakt met ontwikkelingsperspectieven conform de decretale bepalingen. Afhankelijk van de deelruimte waarin ze gelegen worden kunnen specifieke ontwikkelingsperspectieven naar inrichting worden meegegeven. De volumebeperkingen zullen voor deze groepering overal hetzelfde inhouden.
Toch opgelet met de decretale bepalingen!!
Zo mag volgens het decreet men niet herbouwen in de ruimtelijk kwetsbare gebieden. Zelfs in landbouwgebied mag men niet herbouwen in bepaalde omstandigheden.

 

3) Opmaak van een RUP voor de markante gebouwen

Voor de specifieke markante gebouwen (zoals Craenenburghoeve, Roeboshoeve, Spellehut,…) worden beperkte logies mogelijk gemaakt in het kader van het aanbieden van andere vormen van kleinschalig verblijfstoerisme.
De drie voorgaande acties kunnen worden opgenomen in één RUP zonevreemde woningen.

 

6) Opmaak van een RUP voor de beboste getuigeheuvels

Dit betekent het afstemmen en het creëren van meer aaneengesloten groene beboste ruimtes in de gemeente. Aandachtspunt hierbij is het toegankelijk houden en de recreatieve ondersteunende functie van de verschillende beboste getuigeheuvels. Met uitzondering van Doodbroek zijn verblijfrecreatie of andere vormen van harde recreatie uitgesloten.
Er is niets vermeld over zonevreemde woningen!

 

7) Suggestie naar hogere overheid: Opmaak van een RUP voor de woningen in de Demervallei, Averbodebossen en andere beboste getuigeheuvels

Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen de zonevreemde woningen en de andere woningen gelegen langs de Ernest Claesstraat, Hoornblaas, Reppelsebaan, Herseltsebaan, Grensstraat, Dijk, Mechelsebaan, Pastorie Monseigneurstraat, Bremstraat, Binnenstraat, Engelenberg en Ijsbergstraat.
Doel is om de open ruimte zoveel mogelijk in deze woonlinten te vrijwaren. Dit kan door het maximaal behoud van de bestaande kleine landschapselementen, het opleggen van beperkingen van verhardingen in de tuin, het verbieden van het kappen van bomen (tenzij om veiligheidsredenen), het verhinderen van een vertuining van achterliggende gebied, het afbakenen van een achterbouwlijn, het beperken van de perceelsdiepte,….

Doel is ook om zo rechtszekerheid te bieden voor alle woningen langs deze lokale wegen. Dit betekent concreet dat zonevreemde woningen naast de instandhoudingswerken ook mogen herbouwen tot max.850m³.

 

9) Opmaak van gemeentelijke verordeningen

Gemeentelijke verordeningen zijn ofwel van toepassing op het ganse grondgebied van de gemeente, of op gedeelten. In functie van het vrijwaren van de open ruimte kan de gemeente een verordening opstellen.
Bepaalde op te nemen elementen in de RUP’s kunnen eventueel vervangen worden door de opmaak van een stedenbouwkundige of verkavelingsverordening:

− verordening tot het aanplanten van beplanting. De gemeente beschikt sinds 1995 reeds over een beplantingsverordening die vandaag zo goed als geregeld is in andere decreten en regelgevingen. Ter aanvulling van de gewenste open ruimtestructuur zou meer gebiedsspecifiek een verordening tot het aanplanten van streekeigen bomen, houtkanten, houtwallen, hagen,…. kunnen worden opgemaakt.

− verordening om de eigenheid van bebouwing in vb. open landschap te behouden: dus naar esthetische waarde, of het behoud en het versterken van de visuele en historische betekenis van het open landschap (aangepaste gebouwtypologie)

− verordening voor de aanleg van groen en beplanting in de tuinzone van woonlinten in het rastergebied of in de Demervallei, Averbodebossen en andere beboste getuigeheuvels,

− verordening voor de aanleg van erfbeplanting rond de verspreide bebouwing

− …

 

11) Toekennen van een voorkooprecht in bepaalde zones bij de RUPs

Om het versterken van de open ruimte af te dwingen kunnen binnen de verschillende RUPs voorkooprechten worden toegekend aan specifieke zones

Voorkooprecht komt meestal overeen met een waardevermindering van uw eigendom.

 

Deel 6: Afwegingskader zonevreemde constructies

 

Als apart hoofdstuk volgt hieronder een globaal gemeentelijk afwegingskader voor de zonevreemde constructies, die verder in verschillende RUP’s zal worden uitgewerkt. In het voorgaande richtinggevend deel werden ontwikkelingsperspectieven ten aanzien van wonen, werken en recreëren op basis van een gebiedsgerichte benadering opgenomen. In het volgende wordt het afwegingskader voor de zonevreemde constructies nog eens opgenomen.


Het beleid, dat Scherpenheuvel-Zichem wenst te voeren ten aanzien van de zonevreemde constructies

(woningen, bedrijven, recreatie…) dient afgestemd te worden met de rol die de gemeente wenst uit te

voeren ten aanzien van haar open ruimte-gehelen.

Onderstaande visie is niet uitgewerkt op perceelsniveau en geeft enkel ontwikkelingsperspectieven

weer vanuit een gebiedsgerichte en typologische benadering. Een verdere diepgaande analyse en

voorstudie zal verbonden zijn aan de opmaak van het RUP.

Scherpenheuvel-Zichem wenst zich in de toekomst te profileren als een landelijke groene

woongemeente met belangrijke culturele en toeristisch-recreatieve troeven.

 

Dit houdt in dat Scherpenheuvel-Zichem het residentieel wonen in de open ruimte aanvaard. Dit wil evenwel niet zeggen dat de gemeente een aanmoedigend beleid zal voeren. De gemeente ondersteunt de principes van het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen waarin wordt gesteld dat nieuwe woonontwikkelingen dienen aan te sluiten op de dorpskernen en dat de bebouwing in de open ruimte dient afgeremd te worden.

 

Scherpenheuvel-Zichem vertrekt van het algemeen principe dat elk gebouw (met uitzondering van stallen, weekendverblijven, loodsen,…) buiten de geëigende zone voor wonen en niet gelegen in kwetsbaar gebied volgens het gewestplan, in aanmerking komt om als functie een eengezinswoning te hebben.
Het inrichten van meergezinswoningen buiten de afgebakende kernen wordt niet ondersteund, tenzij in deze markante gebouwen
 (los van de decretale regelgeving voor zonevreemde monumenten) die het cultureel en historisch karakter van Scherpenheuvel-Zichem bepalen en die meestal omwille van hun bestaande grote volumes moeilijk overeen te stemmen zijn met hun huidige bestemming of economisch niet rendabel om te vormen zijn naar een eengezinswoning.
Dit houdt geen herbouw van appartementsgebouwen in, wel binnen het huidige volume en de architecturale karakteristieke elementen respecterend het inrichten van meergezinswoningen.
Gelet op de culturele en toeristisch-recreatieve troeven van Scherpenheuvel-Zichem kunnen deze gebouwen eveneens een ondersteunende rol betekenen in het cultureel en toeristisch-recreatief verhaal.
Opgelet hiermee bedoelen we geen dynamische functies die de eigenheid van de omgeving verstoren, maar passieve lokale en laagdynamische functies, zoals onthaalfunctie, specifiek museum, …. Een gunstig advies van Monumenten en Landschappen is hiervoor wel aan te raden.
Het creëren van bijkomende woongelegenheden buiten de woonzones wordt niet ondersteund. Hiervoor zal elke opsplitsing van percelen voor het creëren van bijkomende bouwmogelijkheden worden geweigerd (dit houdt onder meer een beperking in van één bedrijfswoning per landbouwbedrijf (tenzij als markant gezien), vrijkomende gebouwen op één perceel worden als één geheel beschouwd en kunnen niet opgesplitst worden).

Dit betekent dat Scherpenheuvel-Zichem voor het vastleggen van de ontwikkelingsmogelijkheden voor de zonevreemde woningen de bepalingen volgens het decreet op de ruimtelijke ordening, zoals neergeschreven in art. 145 en 145 bis, tenzij de uitzonderingen in dit hoofdstuk omwille van gebiedsgerichte of typologisch gerichte redenen. Hetzelfde geldt voor de functiewijzigingen die volgens het besluit van 28/11/2003 ‘ tot toelaatbare functiewijzingen voor gebouwen gelegen buiten de geëigende bestemingszone’ zijn opgenomen. Gekoppeld aan de verschillende openruimte-gehelen vindt u hieronder onze ontwikkelingsperspectieven voor zonevreemde gebouwen.

In het richtinggevend gedeelte werden schematisch de verschillende kernen afgebakend. Dit zijn Scherpenheuvel, Averbode, Zichem, Testelt, Schoonderbuken, Messelbroek, Okselaar, De Hoeve en Keiberg.
Gelet op een duidelijk kerngericht beleid waarin verweving van functies ondersteund wordt, worden volgende ontwikkelingsperspectieven meegegeven aan zonevreemde constructies in of aan de kernen:
Woningen: conform art. 145 en 145 bis met uitzondering tot de bepaling rond het herbouwen, veranderen in herbouwen tot het bestaand volume is toegelaten en functiewijzingen conform het landelijk woongebied volgens het gewestplan, met uitzondering rond het toelaten van meergezinswoningen indien er zich in de nabijheid ook meergezinswoningen voordoen.
Bedrijven: instandhouden en ontwikkelen indien ze gelegen zijn aan een goed ontsloten weg
Bedrijven die langs landelijke wegen zijn gelegen kunnen behouden blijven, maar niet verder ontwikkelen

Recreatie: kunnen in principe behouden blijven en verder ontwikkelen
Vanuit het openruimtebeleid, geldt volgend afwegingskader naar de overige zonevreemde

constructies. Hieronder wordt per openruimtegebied de specifieke voorwaarden opgesomd naar de

aanwezige zonevreemde constructies. Voor markante gebouwen gelden bovenstaande

ontwikkelingsperspectieven, losgekoppeld van onderstaande openruimtegebieden.

 

Ruimtelijk kwetsbare gebieden

Tot de ruimtelijk kwetsbare gebieden behoren de Demervallei de Averbodebossen en de beboste getuigenheuvels als groene stapstenen.
De Demervallei en de Averbodebossen zijn op Vlaams niveau geselecteerd als natuurgebied van bovenlokaal belang en bijgevolg opgenomen in de eerste afbakening van het Ven en zijn beschermd op Europees niveau via het besluit op de habitatrichtlijngebieden.
De Demervallei is een belangrijk overstromingsgebied (zowel van nature als door recentere gebeurtenissen) en bijgevolg ongeschikt om andere functies op te vangen. De overige beboste getuigenheuvels zijn op het gewestplan aangeduid als ruimtelijk kwetsbare gebieden.
De natuurfunctie wordt in deze gebieden als hoofdfunctie naar voren gebracht. Naast het beschermen van de huidige natuurwaarden en het versterken in de meest waardevolle delen wordt een verweving met andere ruimtegebruikers (land- en bosbouw, recreatief medegebruik) vooropgesteld en als suggestie naar hogere overheid meegegeven.

Deze ruimtelijk kwetsbare gebieden worden doorsneden door lokale verbindende wegen waarlangs verschillende zonevreemde woningen zijn gelegen. Deze woningen zijn gelegen in de nabijheid van een landelijk woonlint op het gewestplan, of zijn gelegen in de nabijheid van goedgekeurde verkavelingen.

Uitgaande van de bestaande vergunde toestand, uitgaande van de ligging langs een geselecteerde lokale weg en uitgaande van het beperkte ecologisch functioneren van de Demervallei langsheen deze verbindingswegen wordt als suggestie naar hogere overheid voorgesteld om de herbouw van deze woningen toe te laten. Niettegenstaande is het beleid gericht op het versterken van het groen karakter, ook langs deze wegen. Dit betekent concreet dat er verder geen onderscheid wordt gemaakt tussen de zonevreemde en de zone-eigen woningen, maar dat via de opname in een RUP de bestaande resterende open ruimte maximaal in de ganse zone langs de lokale weg gevrijwaard blijft door de opname in ‘residentieel wonen in een natuurlijke omgeving’. Dit kan door het maximaal behoud van de bestaande kleine landschapselementen, het opleggen van beperkingen van verhardingen in de tuin, het verbieden van het kappen van bomen (tenzij om veiligheidsredenen), het verhinderen van een vertuining van achterliggende gebied om de overgang naar het aangrenzend natuurgebied vloeiend te laten verlopen, of maatregelen ten aanzien van de waterproblematiek, het afbakenen van een achterbouwlijn, het beperken van de perceelsdiepte,…. Hierdoor wordt een bepaalde rechtszekerheid gecreëerd voor de bestaande zonevreemde woningen in dit aangetast natuurlijk gebied, maar wordt tegelijkertijd strenger opgetreden dan voor de verschillende woongebieden met landelijk karakter en de verkavelingen. De bestaande toestand kan minimaal behouden blijven. Concrete ontwikkelingsmogelijkheden voor zonevreemde woningen zijn: in de aangetaste delen van de valleigebieden en bossen worden geen uitbreidingen toegelaten.
De bestaande woningen kunnen naast instandhoudingswerken herbouwd worden tot het bestaand volume of tot een maximum van 850 m
3 voor deze woningen wiens bestaand volume reeds groter is dan 850m³ (dus als het bestaand voldume kleiner is dan 850m³ dan is herbouw enkel mogelijk tot het bestaand volume). Er worden geen nieuwe of nevenfuncties voorzien.
Geen enkele vorm van bedrijvigheid mag voorkomen in deze zone. Bestaande bedrijven kunnen, in zoverre ze de natuurlijke omgeving niet aantasten, enkel en alleen blijven bestaan. Hetzelfde geldt voor het zonevreemd recreatief terrein in Averbode.
Concreet gaat het over volgende straten: Ernest Claesstraat, Hoornblaas, Reppelsebaan, Herseltsebaan, Grensstraat, Dijk, Mechelsebaan, Pastorie Monseigneur Bremstraat, Voort, Engelenberg en Ijsbergstraat, in de nabijheid van een landelijk woongebied op het gewestplan of bestaande verkaveling.

 

 

Om de natuurwaarden in deze gebieden zoveel mogelijk te versterken, worde enkel instandhoudingswerken toegestaan aan de individuele zonevreemde gebouwen en volgen deze de decretale voorzieningen, met uitzondering van een clausule rond herbouwen. Herbouwen kan enkel bij vernielingen (brand, storm) aan een vergunde of vergund geachte zonevreemde woning buiten de wil van de eigenaar om en indien de Vlaamse Overheid geen onteigeningsgelden ter beschikking stelt. (Infeite zijn deze zaken vermeld in art. 145 DRO, maar worden toch nog eens vermeld indien de Vlaamse Overheid het zou nalaten tot een billijke onteigening over te gaan.).

Voor alle duidelijkheid, het DRO vervalt als er een uitvoeringsplan(RUP)  opgesteld wordt. Zal de Vlaamse overheid dan nog  onteigenen?!

Toch er even op wijzen dat:
de gemeente is sinds de laatste decreetwijziging (22 april 2005) niet meer verplicht een RUP op te stellen.Als er géén RUP opgesteld is blijft u onder het decreet.

 

Wij raden iedereen aan die mogelijke problemen verwacht, naar de gemeentelijke hoorzittinge, te komen om advies in te winnen (zie inleiding).

 

Rasterlandschap

Dit zijn gebieden ten noorden en ten zuiden van de Demer gekenmerkt door open ruimtegebieden, versnipperd door lintbebouwing, kleine landschapselementen, kleine bosfragmenten en kleine landbouwpercelen. Het is dus een verwervingsgebied waar naast agrarische, ook natuurlijke, recreatieve en residentiële functies voorkomen. De residentiële functies kenmerken zich voornamelijk in langgerekte woonlinten opgenomen in verkavelingen, landelijk woongebied of zonevreemd (maar niet gelegen in kwetsbare gebieden) en beperkter in verspreide zonevreemde woningen.
De agrarische functie wordt hier voornamelijk gericht op kleinschalige, duurzame landbouwbedrijven, meer en meer verweven met hobbyland, natuur en residentieel wonen.
Dit gebied wordt erkend als structureel onderdeel van de bestaande nederzettingsstructuur waarvoor als algemeen beleid wordt gestreefd naar het behouden van een overwegende landelijke (landbouw of landbouwaanverwant) en residentiële functie. Het complementair beleid wordt gevoerd t.o.v. het concentratiebeleid in de kernen. In deze gebieden is het behoud van de typische landschappelijke kenmerken belangrijk, meer bepaald het behoud van de achterliggende openruimtekamers, behoud van het zicht op deze open ruimtekamers, behoud van bestaande kleine landschapselementen en holle wegen die als natuurverbinding optreden tussen grotere gehelen belangrijk.

Naar de ontwikkelingsperspectieven maken we een onderscheid tussen deze gelegen in een woonlint en de individuele zonevreemde woningen.
Aangezien we een complementair beleid wensen te voeren ten opzichte van de kernen, zullen voor de woonlinten eveneens de zone-eigen woningen opgenomen worden in het RUP, met dat verschil dat de zonevreemde woningen niet opgenomen worden in woongebied om geen interferentie te hebben met andere regelgeving.
Als basis voor de afbakening van de woonlinten gelden volgende bepalingen:
Indien zij binnen de 100m gelegen zijn van een bestaande verkaveling of woonlint en de
aanpalende op minder dan 70m (gevelbreedte) van de andere zijn gelegen
Indien zij een concentratie vormen van minimum 5 zonevreemde woningen op een tussenafstand van maximum 70m (gevelbreedte)
Afhankelijk van de concrete ligging op het terrein en de micro-analyse die zal gebeuren bij de opmaak van het RUP kan dit verder nog aangepast worden.
De zonevreemde linten zullen een onderdeel zijn van het RUP, waarin per lint volgende zaken worden onderzocht:
Overheersend type (open-gesloten-halfopen) en typologie
Aantal bouwlagen
Percellering, positief en oriëntatie op de kavel?
Afstanden tussen de gebouwen
Massa (volume) en de vorm van de bebouwing en de bijgebouwen
Gevels
Detaillering, kleur en materiaalgebruik
Reclame en licht

Bij werken aan woningen in de zonevreemde linten, dienen deze bepalingen als uitgangspunt te worden genomen. Concreet betekent dit dat op het gebied van volumebepalingen de decretale bepalingen niet worden gevolgd wat betreft volgend aspect. Indien in een zonevreemd lint het overheersend volume groter is dan decretaal bepaald, kan in dat woonlint tot het overheersend volume worden uitgebreid, verbouwd, herbouwd,…. Dit wordt voorgesteld om eenheid en samenhang in het woonlint te verkrijgen.


Voor elke individuele woning is te allen tijde een herbouw tot het bestaand volume mogelijk indien dit meer is dan decretaal bepaald.

De verspreid gelegen zonevreemde woningen zullen een apart onderdeel uitmaken van het RUP, waarin de aandacht zal gaan naar een uniforme benadering wat betreft:
Aantal bouwlagen
Massa (volume) van de bebouwing en de bijgebouwen
Erfbeplanting
Detaillering en materiaalgebruik
Reclame en licht

 

Voor de verspreide zonevreemde woningen wordt een herbouw eveneens toegelaten tot het bestaande vergunde volume of tot de decretale maximumgrens.
Beide categorieën (linten en verspreid gelegen woningen) volgen het besluit op het gebied van de functiewijzingen.
Gelet op de specifieke aandacht voor de landschappelijke kwaliteiten kunnen aan beide categorieën volgende randvoorwaarden gekoppeld worden gericht op het ‘esthetische’:
Betreffende landschappelijke inkleding naar de achterliggende open ruimtekamers wordt het kameleon-principe toegepast. Dit betekent dat het lint moet worden ingepast in de omgeving door de kleur van het achterland een bepaalde rol te laten spelen. Is achter het lint een bos gelegen dan dient het lint landschappelijk te worden ingekleed door aanplant van een bossingel, is achter het lint een beek gelegen dat dient streekeigen hoogstamgroen te worden aangeplant, is het achterland landbouwgebied dan dienen kleine landschapselementen te worden aangeplant,…
Er worden brede erfdientsbaarheden ten opzicht van de beken en landbouwwegels opgelegd.
Doorkijken naar het achterliggende landschap, dienen te worden bewaard, hiervoor kunnen bepalingen naar zijtuinen mogelijk zijn
Behoud van de achterliggende open ruimtekamers door de grens van het inrichten van een tuin te beperken.
Behoud van kleine landschapselementen en holle wegen en integratie ervan bij nieuwe bouwconstructies.
Vanuit een kerngericht beleid stimuleert het beleid geen ontwikkeling van ambachtelijke bedrijven en recreatieve voorzieningen buiten de kernen, tenzij voor deze laatste indien zij onlosmakelijk samenhangen met typische open ruimte-onderdelen.
Bestaande bedrijven en bestaande recreatieve voorzieningen kunnen blijven bestaan. In de mate dat zij de omgevingskenmerken niet aantasten en verweefbaar zijn met de omliggende woonomgeving kunnen zij beperkt ontwikkelen. Bestaande woonondersteunende recreatie die niet onlosmakelijk samenhangt met typische openruimtegehelen (bos, vijvers…) kunnen enkel blijven bestaan. Dit betreft

immers een functie die bedoeld zijn voor de inwoners en het meespelen in het aangenaam

woonklimaat en de levendigheid van de verschillende kernen.

 

 

Open landschap

Dit is een nog vrij ongeschonden gebied in het zuidoosten van de gemeente en iets meer versnipperd gebied ten zuiden en zuidwesten van de gemeente. Het zijn gebieden waar de landbouw overwegend voorkomt.
Dit gebied grenst in het zuiden aan een geselecteerd natuurverbindingsgebied, waar behoud en versterking van kleine landschapselementen voorop staat. Dit agrarisch gebied heeft zich ontwikkeld op zacht hellende heuvelruggen en is in veel mindere mate versnipperd door woonlinten of beboste heuveltoppen. In grote lijnen dient de open ruimte maximaal in functie van de landbouw als belangrijke speler behouden te blijven, met aandacht voor de landschappelijke inpassing. Een schaalvergroting in de landbouw dient hier open gehouden te worden in respect met de kleinschalige natuurlijke waarden die in het gebied aanwezig zijn. Daarnaast heeft het gebied ook een residentiële functie. Deze bebouwing is voornamelijk gegroeid op de hoger gelegen delen (de heuvelflanken) zowel in de vorm van woonlinten als verspreide gebouwen. Deze gebieden zijn gebieden met een typische landelijke landschapskwaliteit die een extra aandacht verdient.
Ten aanzien van de zonevreemde woningen wordt gestreefd naar het behoud van de landelijke bouwstijl in deze gebieden als harde stedenbouwkundige norm (o. bouwstijl, materiaalgebruik…) die het landelijk karakter van de omgeving hersteld. Een toetsing van de aanwezige bebouwing leert ons dat deze landelijke bebouwing nog effectief veelvuldig aanwezig is.
Ook voor deze gebieden zal net zoals voor het rasterlandschap een onderscheid worden gemaakt tussen de woonlinten en de verspreide woningen. De zonevreemde linten zullen een onderdeel zijn van het RUP, waarin per lint volgende zaken worden onderzocht:
Overheersend type (open-gesloten-halfopen) en typologie
Aantal bouwlagen
Percellering, positief en oriëntatie op de kavel (dit ten opzicht van elkaar)
Aansluiting van het lint naar het achterliggende landschap (dit wordt samen bekeken)
Afstanden tussen de gebouwen
Massa (volume) en de vorm van de bebouwing en de bijgebouwen
Gevels
Detaillering, kleur en materiaalgebruik
Reclame en licht
Bij werken aan woningen in de zonevreemde linten, dienen deze bepalingen als uitgangspunt te worden genomen. Concreet betekent dit dat op het gebied van volumebepalingen de decretale bepalingen niet worden gevolgd wat betreft volgend aspect. Indien in een zonevreemd lint het overheersend volume groter is dan decretaal bepaald, kan in dat woonlint tot het overheersend volume worden uitgebreid, verbouwd, herbouwd… Dit wordt voorgesteld om eenheid en samenhang in het

woonlint te verkrijgen.
Voor elke individuele woning is ten allen tijde een herbouw tot het bestaand volume mogelijk indien dit meer is dan decretaal bepaald.
De verspreid gelegen zonevreemde woningen zullen een apart onderdeel uitmaken van het RUP,
waarin de aandacht zal gaan naar een uniforme benadering wat betreft:
Aantal bouwlagen
Massa (volume) van de bebouwing en de bijgebouwen
Erfbeplanting
Detaillering en materiaalgebruik
Reclame en licht
Voor de verspreide zonevreemde woningen wordt een herbouw eveneens toegelaten tot het bestaande vergunde volume of tot de decretale maximumgrens.
Gezien het landschappelijk belang van deze reliëfovergangen is extra aandacht noodzakelijk naar de beeldkwaliteit van de linten en verspreide bebouwing door bijvoorbeeld te streven naar een lage bouwhoogte, ruimtelijke randvoorwaarden naar inpassing, erfbeplanting eigen aan een bocagelandschap…
Andere nieuwe functies dan wonen en landbouw zijn niet wenselijk binnen deze zone. Bestaande bedrijven en recreatieve voorzieningen kunnen blijven bestaand en eventueel beperkt uitbreiden voor zover zij enkel wonen en landbouwbedrijven of andere activiteiten die qua schaalgrootte en qua activiteiten (milieu, geluid, verkeer…) niet hinderlijk zijn voor de directe omgeving en gelegen zijn in een lint.
Functiewijzingen in deze gebieden zijn conform het besluit met uitsluiting van de opslag van materiaal en de omvorming naar kantoren- en dienstenfunctie. Dit met het oog op het maximaal behoud van landbouw en residentieel wonen. Echter een beperkte dienstenfunctie beperkt tot 50m², opgericht in een bestaand gebouw kan wel worden toegelaten.
Dit gebied wordt doorsneden door de N10, de secundaire verbindingsweg tussen Aarschot en Diest, een dichter woonlint, niet eigen aan het gebied. Zowel voor de zone-eigen als de zonevreemde woningen is de visie gericht op residentieel wonen en beperkte woonondersteunende functies. Verhinderd wordt dat eenzelfde ontwikkeling plaatsvindt zoals ten westen van de kern Scherpenheuvel. Concreet betekent dit dat voor dergelijke woningen de decretale bepalingen van kracht zijn, met uitzondering van de volumes. Indien in een zonevreemd lint het overheersend volume groter is dan decretaal bepaald, kan in dat woonlint tot het overheersend volume worden uitgebreid, verbouwd, herbouwd… Dit wordt voorgesteld om eenheid en samenhang in het woonlint te verkrijgen. Ook wat betreft de functiewijzigingen wordt het besluit nagestreefd. Vanuit het landschappelijk belang in de ruimere omgeving kunnen bijkomende randvoorwaarden worden opgelegd in het openhouden van de zijtuinen, waardoor een zicht wordt bewaard op het achterliggend landschap.

 


Bindend deel.

 

Het ruimtelijk structuurplan is een beleidsdocument dat vooral opgesteld wordt voor de gemeentelijke overheid. In dit structuurplan worden doelstellingen en wenselijkheden met betrekking tot de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente neergeschreven. Om deze gewenste ruimtelijke structuur ook in werkelijkheid waar te kunnen maken, moeten concrete stimulerende, ontmoedigende en/of maatregelen en acties ondernomen worden. Het ruimtelijk structuurplan geeft geen enkele bindende of verordende kracht voor de burger, met andere woorden er zullen geen vergunningen verleend of geweigerd worden op basis van het structuurplan. De bindende bepalingen zijn echter wel bindend voor de gemeentelijke overheid, met andere woorden de gemeente en de instellingen die hieronder ressorteren, moeten de uitspraken in de bindende bepalingen nakomen en zullen er onder geen beding van afwijken.
Het bevat die maatregelegen welke essentieel worden geacht om de visie en de opties van het structuurplan op het terrein uitvoerbaar te maken.
De bindende bepalingen omvatten:
de selectie van structurerende elementen;
de taakstellingen;
een aantal maatregelen en acties die zullen uitgevoerd worden tijdens de planperiode;
een bindende selectie van strategische projecten en pilootprojecten;
Een selectie van de vastgelegde acties en maatregelen in de bindende bepalingen van het ruimtelijk structuurplan wordt jaarlijks vastgelegd in het beleidsprogramma van de gemeente (DORO art. 6),
waardoor na advies door de GECORO en goedkeuring door de gemeenteraad, een jaarlijkse terugkoppeling bestaat tussen de bindende bepalingen van het ruimtelijk structuurplan en de begroting van het gemeentebestuur van Scherpenheuvel-Zichem.
Om de voorgestelde maatregelen en acties uit het richtinggevend deel om te zetten naar een concreet werk- en investeringsprogramma, dient hun haalbaarheid gekoppeld te worden aan de gemeentelijke begroting. Hierbij dienen volgende elementen in rekening te worden gebracht:
de financiële mogelijkheden van de gemeente
vastliggende of opgelegde timingen en investeringsprogramma’s van hogere overheden
de mogelijkheden wat betreft personeel om de nodige onderzoeken te doen, dossiers voor te bereiden…
de verschillende moeilijkheidsgraad van de te ondernemen acties
de gewenste of verplichte realisatiemogelijkheden van de verschillende acties

Hosted by www.Geocities.ws

1