Scherpenheuvel-Zichem
4/1/01
·
Vooreerst
allen een gelukkig nieuwjaar toegewenst voor u en uw dierbaren.
En dat dit
jaar, liefst zo spoedig mogelijk, ons een goede oplossing aangeboden wordt
voor alle zonevreemde
woningen.
·
Tot
op heden hebben wij een 80 tal gezinnen (woningen) kunnen benaderen en hebben
deze mensen ons hun medewerking beloofd.
·
Naar
aanleiding van het boekje “Vlaams Brabant Goed om wonen” hebben wij naar de
Gouverneur en alle provincieraadsleden een brief gestuurd met de opmerking dat
wij het niet goed om wonen vinden in onze provincie.
Om er terug goed te
kunnen wonen hebben wij gevraagd de bestaande wet op ruimtelijke ordening aan te
passen en alle woningen, opgetrokken voor 1962 of nadien met een bouwvergunning,
zonder uitzondering te regulariseren. Onmiddellijk hebben wij hierop
telefonische reactie gekregen van Dhr Patrick Vandijck, eveneens burgemeester
van Kortenaken.
Hij wil een initiatief nemen om in ons arrondissement met
alle gemeentebesturen te samen een motie tot wijziging in te dienen.
Van
Agalev Dhr. Jo verwimp kregen we een schriftelijk antwoord.
Hij stelt dat er
vroeger wel regels waren maar men nam het er niet zo nauw mee- zowel de particuliere burger als de
overheid.
Hij neemt aan dat wij toch ook voor open ruimte zijn.? Ja,
maar niet ten koste van onze eigendom en niet tot 2005 wachten op de
regularisatie.
Hij stelt dat er enkel plan-baten zullen moeten
betaald worden als blijkt dat de grond en de bijhorende woning door het BPA
werkelijk in waarde vermeerderden.
Hij stuurt onze brief door naar Mevr.
Isabel Vertriest, die voor hen deze materie opvolgt in het Vlaams
parlement.
Tevens stuurde hij een kopie van de discussie op 7/12/00 die
hierover in het Vlaams parlement gevoerd werd.
Opmerking: men vertelt ons dat
het voornamelijk onder druk is van Agalef dat dit probleem nu aan de orde is.
Het is onder hun druk dat VLD ingebonden is.
Destijds was D Van Mechelen een
groot tegenstander van ....
Van het Vlaams Blok kregen we eveneens een
antwoord.
Zij bevestigen onze stelling dat het huidig decreet een sluipende
onteigening is.
Woningen getroffen door brand of door natuurramp mogen immers
niet meer hersteld worden.
Gedeputeerde Dekeyser (VLD) heeft beloofd dat er
na nieuwjaar gesprekken komen met de Vlaamse minister, dat de provincie zelf een
beleid zal ontwikkelen dat de zonevreemde woningen behoudt, en dat men de
gemeenten in dit kluwen zal bijstaan. Het lijkt hen best even te wachten om te
zien wat de deputatie nu zelf van plan is
Zij gaan de zaak op de voet verder
volgen.
·
Iets
voor nieuwjaar hebben wij ook een brief gestuurd naar de nieuwe
gemeenteraadsleden, schepenen en burgemeester om ook hun steun te vragen en zowel hun vertegenwoordigers in de
federale, provinciale als Vlaamse regering te overtuigen en de wet in gunstige
zin aan te passen.
De brieven werden afhankelijk van hun functie iets of wat
gepersonaliseerd.
Zo schreven wij F Vandenbroucke, minister van sociale
zaken, dat de huidige wet niet sociaal verantwoord is. Er wordt wel beweerd dat
de beleidsmensen een sociaal verantwoorde oplossing gaan geven voor deze die
niet geregulariseerd kunnen worden. Wat
is sociaal verantwoord?
·
Met
schepene Dhr. Nico Bergmans, onze huidige schepene ruimtelijke ordening, hadden
wij recent een gesprek. Zie apart verslag.
·
Met
P. Corens, provincieraadslid en gemeenteraadslid hebben we een afspraak op
09/01/01.
Met onze burgemeester, eveneens provincieraadslid hebben we een
afspraak op 19/01/01.
·
Diegenen
die eveneens zonevreemde eigenaars benaderd hebben verzoeken we de namen, adres,
tel. en eventueel email zo snel als mogelijk aan ons door te geven zodat we deze
mensen ook kunnen laten aansluiten
bij de nationale (vlaamse) vereniging ruimte voor mensen.
Met velen zijn we
sterker!
·
Wij
stelden eveneens een petitielijst op waarop we iedereen (ook niet zonevreemde
eigenaars) kunnen laten tekenen om onze actie te steunen.
Ook u kan dit laten
doen. Vraag wel of ze al niet iets dergelijks getekend hebben.
Ook ons
document dat we achterlaten bij onze rondgang werd licht aangepast.
Indien u
de petitie zelf afdrukt, gebruik dan beide kanten van het blad a.u.b.
·
Hebt
u een Email adres (eventueel een familielid), laat het ons weten, dat
vergemakkelijkt het voor ons om u op de hoogte te houden.
·
Wenst
u bijkomende informatie, of hebt u voorstellen voor andere initiatieven aarzel
niet en neem contact op met één van ons.
|
Naam |
straat |
Nr |
|
Tel |
E
Mail |
|
Mertens
Rudi |
Groenstraat |
137 |
3270
Scherpenheuvel-zichem |
013
355666 |
|
|
Roten
Karel |
Groenstraat |
141 |
3270
Scherpenheuvel-zichem |
013/336110 |
|
|
Van
Gompel Freddy |
Prinsenbosstraat |
143 |
3270
Scherpenheuvel-zichem |
013
334824 |
|
|
Vandelook
Paul |
Prinsenbosstraat |
107 |
3270
Scherpenheuvel-zichem |
013
336660 |
·
De Vlaming wordt een
stadsmens...
Struktuurplan beperkt bouwen
tot ruimten in bebouwde
kom
De
Vlaming van de toekomst moet in een stad wonen. Hij moet een woning betrekken
die gevoelig kleiner is dan de woning die hij vandaag als “normaal” ervaart. Het
(kleinere) perceeltje grond dat hij hiervoor moet verwerven, zal hij kopen via
een openbare grondregie. Woongebieden met een landelijk
karakter, zoals ze vandaag in de gewestplannen staan, worden afgeschaft. De
tienduizenden bouwplaatsen die het platteland op die manier verliest, worden
gecompenseerd door de schepping van kompakte bouwzones in de steden.
Dit is een onderdeel van het
trendbreukscenario” dat beschreven wordt in het voorontwerp van het Ruimtelijk
Struktuurplan Vlaanderen. Het plan
is een werkstuk van de professoren Louis Albrechts en
Charles Vermeersch, die met een groep medewerkers in de planologische
dienst van Stedenbouw aan de Brusselse Zandstraat hun voorontwerp aan het
uitdiepen zijn.
Hun opdrachtgever is Vlaams
minister van Ruimtelijke Ordening Theo Kelchtermans. De
”gewone” administratie van stedenbouw en
ruimtelijke ordening wordt bïj het werk van de
studiegroep niet of nauwelijks betrokken. Een gestructureerd overleg met
representatieve overlegorganen staat nog in de
kinderschoenen.
Dit
belet niet dat het voorontwerp van Albrechts en Vermeersch sedert 22 oktober
l993 gebruikt wordt als basis voor de ontwikkeling van een lange trein
decreten, waarvan
de teksten door de kabinetten van de ministers De Batselier (Leefmilieu en
Huisvesting) en Kelchtermans worden uitgewerkt.
En terwijl het geheel van het
struktuurplan nog grotendeels een intern geheim is, werden al beslissingen genomen
die steunen op het voorontwerp of werden delen ervan gepresenteerd in een
stijl die doet vermoeden dat het niet om een ontwerp maar om een uitgewerkt plan
ging:
- Het plan voor een Groene
Hoofdstruktuur, dat immense lappen grond ontneemt aan (vooral) de landbouw en
toewijst aan onmiddellijke of toekomstige natuurgebieden. (Ondanks het hevige
verzet vanuit onder meer de landbouw is een dekreet afgewerkt waarmee de
intussen ”Natuurlijk” genoemde ”Groene” Hoofdstruktuur onverdund kan ingevoerd
worden.)
- Een beslissing van minister
Kelchtermans om de opvulregel voor bouwgronden
buitenspel te zetten, waardoor duizenden kavels een groot gedeelte van
hun waarde verliezen, stoelt op princiepen uit het voorontwerp. Tegen deze
beslissing wordt door eigenaars verzet aangetekend, onder andere omdat deze
maatregel eigenaars met zijn allen
een paar miljarden kost. Dit verlies wordt niet of nauwelijks gecompenseerd. De
eigenaars stellen dat de minister niet de bevoegdheid heeft om zomaar een wet te
wijzigen.
- Een recent gepubliceerd
infrastructuurplan, dat voorziet in aanpassingen, uitbreidingen en nieuwbouw van
autowegen om een “havensnelweg” te realiseren, stamt bijna volledig uit het
voorontwerp van Ruimtelijk Structuurplan.
Uitgangsdoelstellingen van het
structuurplan
voor Vlaanderen
zijn:
1. De vrijwaring van de open
ruimte.
2. De versterking van de
stedelijke gebieden door
groei bij voorrang in die, gebieden
te laten plaatsvinden.
3. Het optimaal gebruik van
de bestaande infrastruktuur.
4. Het kiezen van
kerngebieden voor ekonomische aktiviteiten.
Duidelijk grenzen stellen aan
de bebouwing noemen de opstellers
van het plan ’ hun sleutelbegrip’.
Daarvoor bakenen ze de bebouwde
ruimte af:
- Bouwen moet gebeuren binnen
stedelijke gebieden, waar meer bouwruimte geschapen kan worden dan vandaag
voorzien is in de gewestplannen.
- Hetzelfde kan ook in
”bebouwde kernen in de open ruimte”, (de huidige dorpen), maar daar worden de
grenzen van de bestaande
gewestplannen behouden.
- Buiten de huidige bebouwde
kernen mag niet meer gebouwd Worden (wat
volgens de
huidige gewestplannen nog wel
kan in de woongebieden met een landelijk karakter) en op termijn moet de meeste
bebouwing er “uitdoven”, dit wil zeggen verdwijnen
In het struktuurplan ontstaan
Vlaamse grootsteden. De eerste is de Brusselse agglomeratie, waarin vijftien
gemeenten wordcn opgcnomen: Dilbeek, Grimbergen, Halle. Machelen,
Sint-Pieters-Leeuw, Vilvoorde, Zaventem,
Drogenbos, Kraainem, Linkebeek, Sint- Genesius-Rode, Wemmel, Wezembeek-
Oppem en Tervuren.
Elf gemeenten worden opgenomen
in de rand van de grootstad, wat de planologen een ”banlieu” noemen: Asse,
Gooik, Hoeilaart, Kampenhout, Meise, Overijse, Steenokkerzeel, Ternat, Zemst.
Lennik en Kortenberg.
De tweede grootstad is
Antwerpen, met elf gemeenten in de agglomeratie: Aartselaar, Antwerpen,
Boechout, Borsbeek, Brasschaat, Edegem, Hove, Kapellen, Mortsel. Schelle en
Schoten. Randstad worden vijftien gemeenten: Brecht, Kalmthout. Kontich, Lint,
Niel, Ranst, Rumst. Schilde, Stabroek, Wijnegem, Wommelgem, Zandhoven, Zoersel,
Zwijndrecht en Kruibeke.
De derde grootstad, met slechts
twee gemeenten in de agglomeratie, bestaat uit Gent en Merelbeke, maar met nog negen
gemeenten in de ”rand” : De Pinte, Destelbergen, Evergem, Lochristi, Lovendegem,
Melle, Nazareth, Sint-Martens-Latem en Wachtebeke.
Brugge. Leuven, Kortrijk en de
dubbelstad Hasselt-Genk worden
regionaal stedelijke complexen van éerste orde; van tweede orde zijn Oostende,
Roeselare, Sint-Niklaas, Aalst, Mechelen en Aarschot.
Daarnaast somt het voorontwerp
nog een lange lijst op van kleinere steden die ”verzorgcnd zijn voor een beperkt
ommeland”: Knokke-Heist, Blankenberge, Veurne, Ieper. Torhout, Izegem, Waregem,
Menen. Tielt, Eeklo, Deinze, Oudenaarde, Ronse, Zottegem, Geraardsbergen,
Ninove, Wetteren, Dendermonde, Lokeren, Beveren, Boom, Willebroek, Lier,
Herentals, Geel, Mol, Asse, Vilvoorde, Halle, Aar- schot, Diest, Tienen,
Neerpelt-Overpelt, Leopoldsburg, Beringen, Bree, Maaseik. Maasmechelen.
Sint-Truiden, Tongeren.
Kompakt
Stedelijke complexen, zo de
struktuurplanners, moeten voorrang krijgen bij nieuwe huisvestingsprojekten: ”Dit houdt een
trendbreuk in, niet alleen qua spreiding, maar ook qua woonwijzen. We moeten kompakter
wonen.”
In het algemeen wil het
struktuurplan het ruimtegebruik intensiever maken, optimaal doen aansluiten bij
verkeersinfrastrukturen en ”de beroepsbevolking op de
arbeidsplaatsen afstemmen”.
Deze ontwikkeling willen de
plannenmakers op korte termijn op gang brengen: de ”horizon” van hun plan reikt
immers slechts tot het jaar 2007. Op zeer korte termijn willen ze dat de
overheid de bestaande verhoudingen tussen open en bebouwde ruimte bevriest op de
huidige stand en onmiddellijk in de door hen gewenste richting begint te sturen.
Over de financiële en sociale
kosten laten de planologen zich nauwelijks uit, behalve in zinnen zoals deze:
”Grondregies, die de planmeerwaarde in belangrijke mate onder kontrole houden
binnen de afgebakende stedelijke ruimte, bieden de financiële basis voor een
dergelijke ontwikkeling.” En nog: ”Een grondbeleid dringt zich op,” In een land
als Vlaanderen, waar bouwen en wonen overwegend een privé-zaak is, zou die
grootscheepse inmenging van door politieke zuilen beheerste overheidsregies
inderdaad een ”trendbreuk” van formaat veroorzaken.
R.H. SCHOEMANS
BRUSSEL – Het Vlaamse platte-.
land moet leren leven met de slopershamer. Volgens het voorontwerp van het
Ruimtelijk Struktuurplan Vlaanderen moet op termijn alles verdwijnen wat daar
volgens het plan niet meer past.
De opstellers van het plan
zeggen dat de versnipperde bebouwing van Vlaanderen het onmogelijk maakt alle
gebouwen op te nemen in ”stedelijke complexen” of ”bebouwde kommen”.
Alle
gebouwen die daarbuiten vallen, noemt men ”solitaire bebouwing in de open
ruimte”. Nieuwe solitaire bebouwing, aldus het voorontwerp, moet voorkomen
worden en op termijn zoveel mogelijk ”uitdoven”.
Nieuwe landbouwuitbatingen
moeten zich op oude vrijgekomen vestigingen enten en de bestaande bedrijfs- en
woongebouwen hergebruiken of erbij aansluiten. zonder dat een afsplitsing van
bepaalde delen ervan mogelijk wordt.
Een
woonvergunning
moet gekoppeld worden
aan een exploitatievergunning, omdat men wonen in de open ruimte te allen prijze
wil verhinderen.
Streng
Indien dit hergebruik niet
volstaat, moeten de nieuwe landbouwvestigingen gekoncentreerd worden op speciaal
daartoe voorziene en uitgeruste terreinen. Gezien de aard van de bedrijfsvoering
moet de nog resterende open ruimte daarvan gevrijwaard blijven.
Bestaande
solitaire bebouwing wordt aanvankelijk ”gekonsolideerd”, dit wil zeggen dat
gebouwen alleen nog hun bestaande funkties mogen vervullen. Anderzijds is het
beleid gericht op ”uitdoving, afbraak en herlokalizering”. Hoe streng de te nemen
maatregelen zijn wordt bepaald door een afweging tussen toestand en funktie van
het gebouw en de kwaliteit van het gebied waarin het gebouw staat.
Een verkrot gebouw mag niet
gerenoveerd worden of vervangen door nieuwbouw. Bij onteigening krijgt de
eigenaar alleen de waarde van de grond uitbetaald.
Voorts zal men rekening houden
met de hoofdfunktie van een gebouw: bij een hoeve is dat landbouw. Stopt die
aktiviteit, dan ”kan de
nevenfunktie, bij voorbeeld wonen, niet langer gedoogd worden”, aldus het
voorontwerp. De plannenmakers stellen ook dat tegenover sommige hoofdfunkties
zoals wonen, horeca enz. merkelijk strenger moet opgetreden worden dan tegenover
funktie’s ’die ekonomisch afhankelijk zijn van de open ruimte, zoals bij
voorbeeld landbouw.
”De
middelen die handhavings- dan wel uitdovingsbeleid ter beschikking staan, moeten
ook verder ontwikkeld worden, aldus het voorontwerp. Ze situeren zich vooral op
het vlak van de vergunningen (bouw-, milieu- en funktiewijzigings- vergunning),
de premies (hogere slopingspremies),
de fiskaliteit en de onteigening (enkel van het gebouw of ook van de
grond).”