Het Schulensbroek
Code: 436
Het
Schulensbroek is een uitgestrekte binnenpolder van ruim duizend hectare.
De structuur van deze open
ruimte is nauwelijks aangetast of versnipperd, hoewel de historische
waterberging van de binnenpolder in het keurslijf van een wachtbekken is
gedrongen.
In het Schulensbroek komen verschillende rivieren
samen.
De Mangelbeek legt de de
Demer, de Herk, de Haspengouw. De helft
Limburg passeert via
verbinding met het Kempens
plateau; Gete en de Velp met diverse delen van van het stromend
oppervlaktewater in het Schulensbroek.
De waterkwaliteit van de
beken is behoorlijk, maar de structuur is vaak door mensen bepaald.
Het grootste element dat de
samenvloeiing van Demer, Herk en Mangelbeek beïnvloedt, is het wachtbekken rond
het Schulensmeer met een ingedijkte oppervlakte van ruim tweehonderd hectare,
met open water en graslanden.
De structuur in het
Schulensbroek wordt bepaald door het dichte net van grote en kleine waterwegen,
met beemden en kleine landschapselementen.
De bodem heeft een heel variabele samenstelling.
We
vinden hier zeldzame plantensoorten uit de Kempen en Haspengouw.
Het gebied is een belangrijk
doortrek- en pleistergebied voor veel vogelsoorten.
Opvallende broedvogels zijn
kwartelkoning, bruine kiekendief en kleine zilverreiger.
Het is verder een geschikt
gebied voor grote modderkruiper en kruipend moerasscherm.
Het Rot-,
Gorenbroek en Diesters Broek
Code: 437
De cluster van het Halens
Broek, het Rotbroek en het Gorenbroek vormt een grote valleivlakte.
Dit gebied heeft een
uitgesproken open karakter met schaarse kleine landschapselementen en bosjes.
De Rotbroekcluster steunt op
een netwerk van grote rivieren (Demer, Zwart Water, Velp) die in ZeIk door een
natuurlijke flessenhals van twee getuigenheuvels vloeien (Bokkenberg en
Sint-Jansberg) .Ter hoogte van het Rotbroek zelf voegt zich nog de Zwarte Beek
bij het Zwart Water.
Vooral het Gorenbroek en het
Rotbroek kennen een fijnmazig netwerk van grachten dat het water uit de natte
vlakte naar de rivieren moet loodsen. Nagenoeg alle waterlopen zijn hier sterk
door mensen beïnvloed.
De waterkwaliteit van de
rivieren is matig, terwijl de aanvoerende grachten regenwater mengen met
kwalitatief goed opwellend grondwater.
In het Halens Broek en het
Rotbroek ontvangt het middenstrooms gedeelte van de Demer op een relatief
kleine oppervlakte heel wat belangrijke bijrivieren. Hierdoor is het ecosysteem
opgebouwd rond deze valleivlakte, verrijkt met grondwaterinvloeden vanuit de
omliggende heuvels.
De
Rotbroekcluster op zich vormt een grillig rivierlandschap.
We vinden hier vooral
rietkragen, veengronden, historische hooilanden, natte weilanden,
broekstruweel, broekbossen en
moerassen. Bij de fauna
vallen vooral weidevogels en moerasvogels op.
De overgang naar de
omliggende heuvels (vooral de sintJansberg) draagt bij aan de hoge
natuurwaarde van dit ecosysteem. Open natte veengronden en beboste droge
zandgronden komen hier samen voor.
Het gebied is een belangrijk
doortrek- en pleistergebied voor veel vogelsoorten.
Vermeldenswaardige
broedvogels zijn grote gele kwikstaart en blauwborst.
Opvallende
plantensoorten zijn pilvaren, glanzig en doorgroeid fonteinkruid.
De Vallei van de Drie Beken
(Limburgs
deel)
Code: 553
Het gebied ligt in de vallei
van de Winterbeek/Grote Beek/Zwart Water vanaf de Paalse plas (Beringen)
stroomafwaarts tot aan de Turnhoutsebaan in Molenstede (Diest) .
De structuur van de
Winterbeek/Grote Beek is grotendeels ongeschonden en er is een actieve relatie
tussen de beek en de vallei. De beek meandert ondiep door het landschap en
meermaals per jaar treedt het water bij sterke neerslag op verschillende
plaatsen buiten de oevers.
Naast de Winterbeek/Grote
Beek zijn de Middelbeek, de Kleine Beek en de Genevense Vliet belangrijke
beken. Verder liggen er in het gebied veel kleine sloten, een groot aantal
vijvers en enkele oude turfputten. Het grondwater zit in de vallei het grootste
deel van het jaar erg ondiep.
Op verschillende plaatsen in
de vallei en over grote oppervlakten komt (veel) grondwater aan de oppervlakte.
Enkele droge opduikingen
(donken), die verspreid liggen in het gebied, het Prinsenbos en Asdonk in
Molenstede zijn bos. In de vallei komen populierenaanplantingen voor, naast
verlaten graslanden met wilg en zwarte els. De spontaan ontwikkelde oudere
bossen zijn vooral moerasbos geworden.
Naast verschillende bostypes
vinden we ook open water, moerassen, laagveen, heischrale graslanden,
glanshavergraslanden, droge en vochtige heide en een duinencomplex (Prinsenbos)
.
Twee Diestiaanheuvels
(Hooilandse Berg en Molenberg) sluiten aan bij de vallei.
Centraal in de hele vallei
wordt de bodem gevormd door veen. Dit veen is op heel wat plaatsen nog in
matige tot goede conditie.
Verspreid in de vallei komen
geleidelijke overgangen voor van lage, droge zandige donken naar
laagveenvegetaties.
Vermeldenswaardige soorten
zijn drijvende waterweegbree, wateraardbei, waterdrieblad, moerasviooltje,
brede orchis, heidekartelblad, grote bosaardbei, houtsnip, moerassprinkhaan,
zompsprinkhaan en smaragdlibel.
De Midden- en benedenloop Zwarte Beek
Code: 438
Stroomafwaarts van het
Albertkanaal vinden we in het brede beekdal van de Zwarte Beek een stelsel van
parallelle beken (Vloedgracht, Laarbeek, Gestel-Geeneikenbeek, ...) .
Typerend voor het
watersysteem is het van overstromingen, waardoor in grote nog veel graslanden,
natte ruigten en te vinden zijn.
geregeld voorkomen delen van
de vallei populieraanplantingen
In
het Gestels broek komen veel relicten voor van kleine zeggevegetaties.
In de bocht van Laren komen
naast overstromingsgraslanden ook dottergraslanden voor. Stroomafwaarts van
Meldert tot in Zelem komen er meer nattere natuurtypen voor met onder andere
elzenbroeken. Verlaten graslanden zijn geëvolueerd naar natte ruigten met
moerasspirea.
De vallei van de Goerebeek
is een belangrijke ruimtelijke verbinding met het uitgestrekte
binnenpoldergebied van het Schulensmeer. Kenmerkend voor deze zijvallei is het
voorkomen van matig voedselrijke waterplassen met zeer goed ontwikkelde en
waardevolle watervegetaties.
Stroomafwaarts Zelem ligt
het brede samenvloeiingsgebied van de Zwarte Beek met de Demer en is er een
nauwe aansluiting met het Webbekoms- en Diesterbroek in vlaamsBrabant. In dit
gebied vinden we oude drassige hooi- en weilanden, gedeeltelijk geëvolueerd tot
rietland, ruigte en wilgenstruweel.
Opvallende broedvogels zijn
watersnip en ijsvogel. Opmerkelijke plantensoorten zijn slanke zegge,
wrangwortel,klavervreter, torenkruid, pilvaren, grote en kleine ratelaar.
De Demervallei ten oosten van Aarschot
Code: 552
Deze grote eenheid natuur
ligt grotendeels in de vallei van de Demer. Ook enkele getuigenheuvels
(Diestiaanheuvels) , die de Demervallei flankeren, maken er deel van uit.
Het gebied ligt langs beide
oevers van de Demer, stroomopwaarts van Aarschot tot Diest.
In
het gebied komen enkele kleinere zijlopen voor, met als
belangrijkste de Hulpe (die
in Zichem ter hoogte van de Kloosterbeemden in de Demer uitmondt) , de Motte,
die in Rillaar in de Demer uitmondt en de Ossebeek, die via de Laarbeek in
Rillaar in de Demer uitmondt.
De Laarbeek ontspringt uit
de Demer tussen Zichem en Testelt, fungeert dan enkele kilometers als Leibeek
voor de ontwatering van de komgronden en mondt uiteindelijk uit in de Demer ter
hoogte van Rillaar.
Vanaf Aarschot tot aan de
provinciegrens ligt een reeks belangrijke natuur- en boscomplexen:
-Achter-Schoonhoven tot
Rommelaar: graslanden, schraalgraslanden, moerasbossen, elzenbossen en
populierenbossen;
-het valleigebied rond de
Oude en Grote Motte ten noorden van de dorpskom van Rillaar: weiden, relicten
van blauwgrasland, moerasbos;
-de Demervallei rond
Messelbroek (Krekelbroek, De Baggelt De Keet) : een mozaïek van
populierenbossen, schraalgraslanden en ruigten;
-het Melkbroek te Testelt:
een uitgestrekt weilandencomplex;
-de Demerbroeken tussen
Testelt, Averbode en Zichem met uitgestrekte rietruigten, graslanden, laagveen
en trilveen wilgenstruwelen, populierenbossen, zeggenvegetaties,
moerasspirea-poelruitruigten en andere ruigten;
-het gebied tussen Zichem,
Molenstede en Diest met
populierencomplexen
(Molenstedebroek, Demervallei onder de
Vinkenberg) en riet- en
moerasspirea-poelruitruigten.
De
Demervallei wordt geflankeerd door getuigenheuvels uil het Diestiaan.
Van deze getuigenheuvels
zijn opgenomen als grote eenhei< natuur:
-de Voortberg in Testelt met
een mix van naald- en loofbos, bloemrijke schraalgraslanden, heiderelicten en
kruidenrijke akkers,
-de
Middelborg te Rillaar met gelijkaardige vegetaties;
-het Grasbos te Molenstede
(Diest) , met vooral loof- en naaldbos en een oude groeve met gaspeldoorn;
-de
Vinkenberg met naald- en loofbos.
In het gebied komen enkele
belangrijke zones met opwellend grondwater (kwel) voor, vooral aan de
zuidelijke de vallei: Achter-Schoonhoven ten noorden van de Middelborg, ten
noorden van Messelbroek, in het Doodbroek en Vierkensbroek, in het gebied
Kraanrijk, en ten noorden van de Vinkenberg.
Winterse overstromingen doen
zich geregeld voor in de Demerbroeken tussen Averbode, Zichem en Testelt en
stroomopwaarts Aarschot in de Demervallei tussen Langdorp en Rillaar.
In de Demervallei tussen
Langdorp en Testelt liggen enkele zandige rivierduinen en opduikingen (donken)
, die zorgen
voor een grote ecologische
verscheidenheid en geleidelijke overgangen. Het gaat om schrale gebieden die
hoger liggen dan de rijkere valleibodems.
Ze zijn vaak beplant met
dennen, maar we vinden er ook nog relicten van heide en heischrale vegetaties.
Laagveen is nog aanwezig ter
hoogte van Messelbroek, Vierkensbroek en Kraanrijk.
In deze grote eenheid natuur
liggen unieke kansen voor het herstel van de vallei als winterbed van de Demer,
gekoppeld aan maximale ruimte voor natuurontwikkeling.
Dit houdt in: hermeandering,
vrije meandering, vrije rivierdynamiek en vrije overstroming. Grootschalige
natuurontwikkeling is mogelijk voor de vorming van broekbossen, hooilanden,
blauwgraslanden, elzenvogelkersbossen met overgangen naar andere bostypes en
naar vegetaties van drogere en schralere standplaatsen.
Diestiaanheuvels,
rivierduinen en sommige donken hebben een zandige bodem.
Deze schrale of verschraalde
bodems die hoger liggen dan de rijkere valleibodems bieden ook grote kansen
voor natuurontwikkeling.
Vermeldenswaardige soorten
zijn bruine eikenpage, watersnip, waterral, porseleinhoen, ijsvogel,
blauwborst, roodborsttapuit, zomertaling, bittervoorn, grote modderkruiper,
kamsalamander en poelruit.
De
Bossen Van Averbode
(Limburgs
deel)
Code 309
Dit gebied is het brongebied
van verschillende waterlopen die in het noorden horen bij het Netebekken en
zuidelijk bij het Demerbekken.
Het is een reliëfrijk
landschap, met getuigenheuvels en stuifzandduinen die grotendeels zijn bebost.
De verschillen in bodemsgrondwaterpeil en voedselrijkdom maken het een
potentieel (en historisch) ecologisch zeer verscheiden en waardevol gebied.
Naast de getuigenheuvels
zijn ook de natuurlijke vennen in het gebied zeer waardevol. Uitzonderlijk is
dat de volledige serie van infiltrerend regenwater over horizontaal stromend
grondwater tot uittredende kwel aanwezig is binnen hetzelfde grote gebied.
De aanwezigheid van
mineraalrijk materiaal maakt dat de vennen gebufferd zijn tegen externe
verzurende invloeden. Deze situatie komt nagenoeg uitsluitend voor op de
overgangen van Kempense zandgronden naar een rijkere (lemige) streek.
De ligging als natuurlijke
verbinding tussen de Oemervallei en de Netevallei maakt dit complex tot één van
de grootste aaneengesloten eenheden in Vlaanderen.
Een opvallende vlindersoort is kleine
ijsvogelvlinder.
De Vallei van de Tieltse Motte Code: 544
De vallei van de Tieltse
Motte is een uitgestrekt, aaneengesloten natuurgebied in het noordelijk
Hageland.
Naast de vallei ligt in dit
gebied ook de aansluitende DiestiaanheuvelOsseberg.
De Tieltse Motte heeft hier
op de meeste plaatsen een erg waardevolle structuur.
Bij
hoge waterstanden zijn er plaatselijk en jaarlijks overstromingen.
In de vallei vinden we een
afwisseling van beekbegeleidende loofbossen, vochtige graslanden, moerasjes en
plaatselijk nog restanten van dopheidevegetaties.
In het gebied zijn ook
verschillende vijvers aangelegd. In de vallei komt op verschillende plaatsen
veel grondwater aan de oppervlakte. Op deze plaatsen is de bodem gedurende het
hele jaar erg nat.
De Diestiaanheuvel Osseberg is grotendeels verbost. Er
zijn nog verschillende open plekken met een heischrale vegetatie.
Tussen de verschillende grote natuurgebieden in de
vallei van de Tieltse Motte, de aansluitende valleien van de Motte en de Winge
en de Diestiaanheuvels bestaan belangrijke ecologische relaties.
Vermeldenswaardige soorten
zijn matkop, blauwborst, boompieper en bosrietzanger.
De Begijnenbeekvallei
Code: 543
Het gebied omvat delen van
de Begijnenbeekvallei tussen Waanrode en Diest. Lokaal is de vallei diep
ingesneden. DI Begijnenbeek heeft een waardevolle, meanderende structuur tC)t
Assent .
De vallei bestaat uit een
afwisseling van vochtige dottergraslanden, loofbossen met een uitbundige
voorjaarsflora en natte ruigten (moerassen en rietlanden) De natuurwaarde is er
zeer hoog. De omgeving van de Begijnenbeek (met onder meer de Hermansheuvel)
bezit ook een hoge landschappelijke waarde.
In de smalle vallei komt
zeer veel grondwater aan de oppervlakte {sterke kwel) zodat vrijwel alle
(zeldzame) kwelindicatoren in de vegetatie te vinden zijn.
Er zijn jaarlijks
overstromingen. Het waterbergende vermogen van de vallei is zeer belangrijk
voor de beveiliging van het stroomafwaarts gelegen Diest.
Vermeldenswaardige soorten
zijn roodborsttapuit, blauwborst, sprinkhaanzanger, bont dikkopje, dotterbloem,
gevlekte orchis en kleine valeriaan.