| Agapornis Taranta |
| De Agapornis Taranta, ofwel Abessijnse agapornis, komt vooral in Ethiopie voor. Het is de grootste van de 9 soorten. De vogel is hoofdzakelijk groen. Het rood op het voorhoofd van het mannetje loopt uit tot rond de ogen. De vleugelranden zijn blauwzwart. Bij de poppen ontbreekt het rood en hun vleugelranden zijn bruinachtig zwart. Beide hebben een rode snavel. De Agapornis Taranta wordt niet op grote schaal gehouden. Het zijn taaie vogels, die het hele jaar door in de voliere kunnen verblijven. Ze maken ondiepe, kleine nesten waarin alleen wat materiaal op de bodem ligt. Typerend voor de Abessijnse agapornis is dat ze hun eigen veren gebruiken om het nest te bekleden. Indien met de hand grootgebracht, kunnen het hele tamme, aanhankelijke huisdieren zijn. De soort is erg territoriaal van aard en regelmatig is er sprake van heel wat onderling gekrakeel. Zolang de voliere maar ruim genoeg is, komt het echter slechts zelden tot ernstige schermutselingen. |