| Agapornis Pullaria |
| De Roodmakseragapornis, Agapornis Pullaria, heeft het grootste verspreidingsgebied van alle agapornidensoorten. Hij bewoont Centraal- en centraal West-Afrika. Zoals de naam al zegt wordt deze vogel gekenmerkt door het oranjerode masker dat over voorhoofd, bovenschedel, wangen en bef ligt. De snavel is eveneensrood. Het masker van de pop is wat bleker oranjerood en omzoomd met gelige veren. Haar ondervleugeldekveren zijn groen; die van het mannetje zijn zwart. De Roodmaskeragapornis is een verlegen vogel die buitengewoon kan zijn. Het zijn zeker geen vogels voor de beginner. Vanwege zijn uitzonderlijke nestelgedrag is het de moeilijkste agapornis om mee te kweken, en daarom zijn ze vrij zeldzaam. In het wild graven ze hun nest uit in hoog in de bomen gelegen bewoonde termietennesten. Slechts af en toe graven ze hun broedholte uit in termietenheuvels op de grond. Kwekers gebruiken soms stevige balen turf of kurk om de termietennesten na te bootsen. De poppen steken gras, bast en takjes tussen hun lichaamsbevedering en transporteren die zo naar de broedholte. Hun wijze van slapen is vrij uniek. Ze hangen daarbij, net zoals de ahangparkiet dat doet, ondersteboven aan stok of gaas. |