| Nestelen |
| De agapornis is een holtenestelaar. In het wild bouwt hij zijn nest in holle bomen of neemt hij oude vogelnesten in gebruik. Een broedkast voor de grotere agapornidensoorten heeft een afmeting van 17�20�25 cm. De kleinere soorten kunnen met iets minder ruimte toe. Men bouwt de kast van stevig hout, spaanplaat zou stukgeknaagt worden. Iets onder de opening wordt aan de buitenkant een zitstokje bevestigd. Aan de binnenkant komt op die plaats een klein houten laddertje. Dat maakt het makkelijker voor de pop en de jongen om naar buiten te komen. De opening maakt men bij voorkeur niet in het midden van de broedkast. Er valt op die manier minder licht naar binnen en dat geeft de vogels een gevoel van veiligheid. Het gat moet ook niet te groot zijn, de vogels moeten er net doorheen kunnen. De kweker moet zorgen voor een ruime hoeveelheid materiaal waarmee de vogels het nest kunnen bouwen. Leg veel verse twijgen, gedroogd gras, droge en verse bladeren en andere niet giftige plantresten neer. Bij het ophangen van de broedkast kiest men een beschutte, niet te lichte plek. twee kasten per kweekpaartje verdient aanbeveling, zo kunnen de dieren zelf kiezen waar ze hun nest willen bouwen. Wanneer men in kolonieverband kweekt, moet men proberen om de kasten op vergelijkbare plaatsen en hoogte te hangen. Hiermee wordt voorkomen dat de vogels aan het kibbelen slaan bij het verdelen van de beste locaties. |