<BGSOUND SRC="Shad-SummerLove59.mid">
Verhalen bij volle maan
                        
door Roger Bamps
* Vlucht OZ 588

Jim had maar ��n grote interesse: hij deelde namelijk dezelfde passie als zijn vader. Jim's vader was captain op Boeing 747, zo'n megagrote Jumbo. Hij vloog al jaren voor
Asiana, en was dikwijs onderweg tussen Belgi� en Zuid-Korea. Jim groeide op samen met zijn vader en zijn al wat oudere grootmoeder, die sinds kort in een rustoord woonde niet zo ver van Jim's geboortehuis. Zijn moeder had hij nauwelijks gekend, en hij was enig kind.

Als de captain van huis was richting Azi�, verbleef Jim bij zijn zieke grootmoeder. Want in het home Sint-Anna was hij zeer geliefd als opgewekte jongen die altijd de vele verhalen van zijn vader ging vertellen aan de oudere mensen, die hem vol bewondering aanhoorden. Maar op een zekere dag kwam zijn vader niet meer thuis, want de Jumbo was niet langer de trots van het luchtruim. Dagenlang had Jim tevergeefs gewacht aan de landingsbaan, omdat hij niet kon geloven dat zijn vader dood zou zijn. Nu stond hij daar, zo alleen op de wereld, zonder ouders, broers of zussen, met enkel nog zijn oude, lieve oma. Hij besloot dan maar met zijn oma te blijven, maar dit geluk was maar van korte duur. Er was namelijk sprake van plaatsing in een weeshuis, ver weg van waar hij zo van hield, namelijk zijn geliefde luchthaven waar hij van kindsaf iedere dag even langs ging om te genieten van het geluid van de loeiende motoren en de geur van verschroeid rubber. Zijn besluit stond vast: Nooit zou hij zich vrijwillig laten meenemen, ver weg van zijn geliefde plek met de herinnering aan zijn vader, die hij altijd weer welkom heette aan de landingsbaan terwijl die zijn prachtige Boeing in beige en bruine kleuren aan de grond zette. Vermits hij nog vrienden van zijn vader kende die ook met Asiana vlogen, zou hij het wagen om 's nachts na het lossen van cargo zich snel te verstoppen in de vrachtruimte van het toestel, zonder dat iemand het merkte. Hij kende zo'n vliegtuig natuurlijk van binnen tot buiten. Dus als het moment zou komen dat ze hem kwamen halen, zou hij zich verstoppen en dan wachten tot het geknipte  moment daar was om zich in de Boeing 747 te verbergen. Hij zou dan meevliegen zodat niemand wist waar hij was, en dan zouden ze wel inzien dat hij bij zijn lieve oma thuishoorde. Hij nam zijn rugzak en stopte er de nodige spullen in, plus wat drinken en eten voor de lange vlucht. Jim bleef van school weg, want daar zouden ze vrij spel hebben om hem op te pakken. Hij wachtte geduldig af op zijn vertrouwde kamer, en bladerde in de vele fotoalbums met foto's van zijn lieve vader en overleden moeder.
Opeens ging de deurbel. "Nu al !", dacht Jim, en hij keek voorzichtig door het zolderraampje naar buiten. Daar stonden ze, met 5 mannen en een vrouw om zo'n kleine jongen mee te nemen. "Vlug", dacht Jim ! Hij nam zijn rugzak die al klaar
stond en zijn jas, en klom aan de achterzijde van de woning uit het raam en via de dikke takken van de blauwe regen naar beneden. Daarna sprong hij op zijn fiets en koerste naar de luchthaven, die 2km ver was. Na 5 uur wachten in ��n van de verlaten opslagplaatsen van de vrachtterminal op de luchthaven, was het inmiddels donker geworden, waardoor de kust veilig was om snel naar de klaarstaande Boeing te lopen
en zich te verschalken tussen de vele vrachtcontainers die reeds in het vliegtuig stonden. Na een tijdje hoorde hij de motoren opstarten, en het toestel kwam langzaam in beweging om vervolgens te taxi�n. "Vlug de lucht in", dacht Jim, "of ze houden het toestel nog aan de grond voor een grondige inspectie en dan word ik gevonden !" Maar even later hoorde hij de motoren versnellen en voelde hij dat zijn rug tegen de container aangedrukt werd, hetgeen het teken was dat het toestel zich in de take-off bevond.

"Waar zijn die slimmeriken nu die zogezegd het beste met mij voorhebben ?", dacht Jim in zichzelf. Hij was ze als 15-jarige knaap toch maar te slim afgeweest, en moe van al die spanning tuimelde hij in een welverdiende slaap, dromend van een nieuwe thuis, wie weet waar ?!



Roger Bamps   07/04/2004

 

* Kaylee's Roos

Ik ontmoette haar op een avond in een rozentuin, terwijl ik op doorreis was in Frankrijk. Van ver zag ik haar staan, heel alleen bij een klimroos. En de manier waarop ze de roos bewonderde en er intens aan rook, trok mijn aandacht. Een vertederend innerlijk gevoel deed mij heel onbewust in haar richting stappen.

Toen ik vlak bij haar kwam, zag ze mij opeens, en ze zei spontaan :"Dit is ��n van mijn lievelingsrozen, ruik eens hoe heerlijk ze geurt". Ze hield het takje met de roos tussen haar slanke vingers, en toen ik dichterbij kwam, merkte ik op dat de kleur van de roos precies dezelfde tint had als die van haar hand. Aan haar ogen kon ik zien dat ze van Oosterse origine was. "Ben jij ook alleen net als ik ?" vroeg ze, en ik moest enkel bevestigend antwoorden. Haar stem klonk zacht en lief, en gaf zoveel vertrouwen dat ik zelfs dacht :"O wat ben jij lief". "Mag ik jou wat vragen ?" ging ze verder. "Ja hoor", zei ik zonder maar ��n moment te twijfelen. "Daar we nu zo alleen zijn hier, zou ik je willen vragen om samen op die bank daarginds te gaan zitten, en samen te genieten van de heerlijke geuren van de verschillende rozenvari�teiten die rondom ons staan". Ze vertelde ook dat op dit moment van de dag (bij zonsondergang) de verschillende geuren pas goed vrijkomen. "Zo'n moment wil je toch graag met iemand delen, begrijp je ?!" zei ze. "Ja hoor", zei ik, "ik denk er net zo over". Haar mooie uiterlijk en stem gaven mij een gevoel van innerlijke rust. Ik dacht enkel maar aan dit moment, de rest was van geen tel meer. Enkel wij twee samen op de bank in deze mooie rozentuin. Het was misschien wat ongewoon, maar o zo heerlijk. Ik dacht :"Dit is nu het moment waarnaar ik zolang verlangd heb", en ik voelde mij intens gelukkig.

De tuinverlichting langs de wandelpaadjes ging aan, en ik vroeg haar :"Woon je ver van hier ?" "Nee hoor", zei ze, "ik woon vlakbij, en ik kom iedere zomeravond voor zonsondergang naar hier. En weet je wat zo bijzonder is? Jij hebt mij opgemerkt. Want niemand heeft mij ooit aangesproken. Ben jij vreemd hier ?" vroeg ze. "Ja", zei ik, "eigenlijk ben ik alleen op doorreis en ik wou even uitrusten". "Maar het is intussen al laat geworden", zei ze, "ken je een plaats om te overnachten ?" "Nee", zei ik, "eigenlijk weet ik niet waar. Misschien in mijn auto ..." "Weet je wat", zei ze, "als je het goed vindt, dan kan je bij mij thuis overnachten". "Ok� Kaylee, bedankt" zei ik. "O, je kent mijn naam ?" "Ja", zei ik, "die staat toch in je mooie halsketting gegraveerd". "Ah ja, vandaar dat je het weet, maar eigenlijk moet ik je iets bekennen. Ik voel mij zo goed bij jou, eigenlijk wil ik graag dat je bij mij blijft vannacht. Want net zoals jij verlang ik naar iemand die ik kan vertrouwen, en van wie ik weet dat hij, net als ik, zijn liefde heeft opgespaard om aan een speciaal iemand te geven". "Ja", zei ik, "ik heb zolang gewacht en gehoopt op dit moment".

Toen Kaylee de deur opende, vroeg ze :"Hoe heet jij eigenlijk ?" "Randy", zei ik, en terwijl ze de deur sloot, lachte ze even naar me. Deze nacht zou het einde betekenen van mijn eenzame reis, en het begin van een leven met twee. Eindelijk had ik nu gevonden van wie ik altijd had gedroomd: mijn lieve Kaylee!

Ondertussen zijn we samen oud geworden, en als mijn Kaylee in de wintermaanden geurolie laat druppelen in de bakjes die aan de radiatoren hangen, dan kijk ik weer vol bewondering naar haar zachte, roze handen, en ruik ik weer die heerlijke geur van die bijzondere roos uit de rozentuin waar we elkaar leerden kennen.


Roger Bamps   30/12/2003


* Demon World

Halloweenavond, Tupelo, Mississipi. Het was Ritchie's verjaardag, en hij vond deze avond het geschikte moment om zichzelf eens goed te verwennen. Hij zou naar het nabijgelegen pretpark gaan.

Na een tijdje slenteren in het park, werd de lucht pikzwart. "Onweer op komst", dacht hij. Niet veel later brak de hel los! Het begon te stortregenen, bliksemen en donderen. Ritchie zocht een schuilplaats in "Demon World", niet meteen de gezelligste schuilplaats, maar ja, het enige wat nu van tel was, was veilig en droog blijven en het onweer laten passeren.
Wat Ritchie meteen opviel, was dat bijna niemand interesse toonde om deze bizarre attractie te bezoeken. Maar dat deerde Ritchie blijkbaar niet. De avonturier in hem kwam boven, en hij ging op ontdekkingstocht in "Demon World". Eens hij binnen was, leek alles angstaanjagend en onzeker. De angst greep hem met de keel, en terugkeren was onmogelijk. De deur waardoor hij naar binnen gegaan was, bleek nu gesloten te zijn. Er zat dus niets anders op dan verder te gaan en een andere uitgang te zoeken. Overal langs de route stonden rare creaturen opgesteld. Het angstzweet brak hem uit. "Verder, verder", zei hij in zichzelf, "ik moet hier terug zien uit te geraken !"
Opeens stond vlak voor hem een demoon, gekleed in een lang donkerbruin gewaad met cape. Op het moment dat hij zijn verstand dreigde te verliezen, voelde hij fysisch contact. Iets raakte zijn schouder aan, en het voelde levend en warm aan. Zijn eerste reactie was:"Help, ik ga eraan !" Zijn hart klopte in zijn keel. Hij keek even achterom, en dacht:"Maar dat kan toch niet? Deze demoon leeft echt !"
Plots verkrampte de demoon en viel als een baksteen op de grond. Zonder ook maar ��n seconde na te denken, hielp hij waar hij kon. Ritchie voelde in zijn jaszak, want daarin zat nog een blikje frisdank. Hij trok het blikje open, hield het hoofd van de demoon wat omhoog, en goot wat frisdank in zijn mond. En jawel, het hielp! De demoon was terug bij bewustzijn. Nu was het toverwoord 'vertrouwen', en de demoon begon tegen Ritchie te praten. "Jongen", zei hij, "je loopt hier gevaar". Jaren geleden had hij hetzelfde lot ondergaan. Ook hij was hier binnengegaan en nooit meer buiten geraakt. Hij vertelde Ritchie dat er een beetje verderop een labo was waar men experimenten uitvoerde om mensen via inspuitingen tot demonen om te vormen. Als het proces dan was afgelopen, werden ze gebruikt als demonen in spookhuizen over heel de wereld. Er zou een heel netwerk van medewerkers bestaan, en er zou veel geld mee gemoeid zijn. Menselijk leed zou voor hen van geen belang zijn. Ritchie wist niet wat hij hoorde en wist geen raad met zijn angst. De demoon stelde Ritchie gerust, en verzekerde hem de weg naar buiten te wijzen.
De weg naar buiten leek oneindig ver. Maar eens buiten zou alles voorbij zijn, of toch niet? Na een doolhof van gangen stonden ze opeens buiten. Toen dacht Ritchie :"Ik moet iets terug doen zodat Demon terug een normaal leven kan leiden". Demon was intussen een echte vriend geworden, want hij had in feite zijn leven aan hem te danken. "Kom maar mee naar mijn vader", zei Ritchie, "misschien kan hij jou helpen". Ondertussen was het reeds middernacht geworden, en de straten in Tupelo lagen er verlaten bij. Het was dus geen probleem om onopvallend huiswaarts te keren.
Na een half uurtje stappen was Ritchie samen met zijn vriend terug thuis. Ritchie gaf Demon ondertussen een onderkomen in het grote tuinhuis, en vertelde hem dat hij nu alles tegen zijn vader ging vertellen. Zodra hij meer wist, zou hij het aan zijn vriend komen vertellen. Ritchie belde aan, en zijn vader opende de deur. Onmiddelijk vertelde Ritchie het hele verhaal: over hetgeen hij  had meegemaakt, en over Demon. Ritchie's vader stelde voor om Demon te helpen. Ritchie bracht daarop zijn vader tot bij zijn vriend. Ritchie's vader vertelde Demon dat hij een  van 's werelds beste plastische chirurgen was, en dat hij hem zou helpen zijn uiterlijk van vroeger terug te geven. Hij had reeds onnoemelijk veel mensen met een afwijking een nieuw uiterlijk gegeven. De demoon had zich nooit kunnen inbeelden dat hij ooit nog een normaal leven zou kunnne leiden, gelijk hij deed als kind. Demon ging dan ook akkoord met de voorstellen van Ritchie's vader. Bij het eerste onderzoek deed Ritchie's vader de grootste ontdekking uit zijn leven. De demoon had een geboortevlek onder zijn linkeroksel, net zoals hij. Ritchie's vader besefte toen dat hij zijn tweelingsbroer had gevonden, die hij sinds kindsbeen af doodwaande. Hij vertelde aan zijn zoon en aan Demon dat zijn tweelingsbroer op 12-jarige leeftijd op mysterieuze wijze was verdwenen. Na 25 jaar waren ze dus eindelijk weer terug samen. Het toeval maakt dat ook Ritchie 12  jaar was toen hij dit alles meemaakte. De cirkel was dus rond, en na verschillende operaties gaf Ritchie's vader zijn tweelingsbroer zijn oorspronkelijk uiterlijk weer terug. Dat ging vlot, want hij kon het uiterlijk van Demon met zichzelf vergelijken.

Ritchie vond zijn oom terug en een nieuwe vriend die hem het leven gered had, en Ritchie's vader vond zijn broer terug. Dit was ongetwijfeld de mooiste verjaardag die Ritchie zichzelf ooit had kunnen toewensen!


Roger Bamps   24/09/2000


* Feest

Deze morgen vind ik een heerlijke morgen. Zo een goeie morgen morgen. Ik moet een beetje lachen als ik het neerschrijf. Ja, dat is toch ook zo raar h� ?! Je zegt 'neerschrijven', maar zeg dan toch gewoon 'schrijven', want ik heb nog nooit iemand omhoog zien schrijven! Want als je dat zou doen, dan weet ik zeker dat het je niet zou lukken. Weet je waarom niet? Ik zal het je vertellen: dan loopt de inkt in je balpen namelijk heel stilletjes naar beneden, en dan kan je niet meer lezen wat je schrijft. Handig, zou je zeggen, want dan kan de andere ook niet lezen wat je geschreven hebt (indien het iets is wat ietsie pietsie priv� is). Maar goed, ik vertel verder over mijn morgen. Het is een heerlijke, pas gepoetste nieuwe dag, want het heeft vannacht zachtjes geregend, en nu schijnt de gouden zon en alles droogt op. Ik wil deze mooie morgen aanvangen als een feest: heel rustig voor mij alleen, even genieten en niet gestoord worden. Nu zou je zeggen:"Vrienden, zijn die niet aanwezig op je feest ?" Jawel hoor, ze zijn bij mij. Ik voel ze in mijn linkerborstholte, en ik moet bekennen: er zijn zelfs lieve vrienden bij die ik enkel ken van naam. Maar het is een zalig gevoel, net zoals de muziek die ik nu zachtjes hoor. De muziek van ��n van mijn beste vrienden, die ik het langst ken, en toch heeft hij mij nog nooit gezien. Dit noemt men nu precies 'houden van'. Het is een heel bijzondere vriend, en hij heet Toon Hermans. Hij is aanwezig in heel mijn lijf, ja, ik voel hem nu. Het is net alsof hij een arm op mijn schouder legt, en tegen me zegt:"Je doet dat heel goed vriend !" En ik luister, en ik hoor Toon. Hij vertelt over het 'onzelieveheerebeestje', en aansluitend volgt er een streepje muziek. Ik zit in het raam van de eerste verdieping van mijn huis, en ik kijk recht in mijn tuin. Een wereld die ik zelf (na vele jaren werk) naar mijn eigen idee cre�erde. Het moest een tuin worden voor vogels, dieren en zelfs insecten (want daar hou ik ook erg van). Even kijken, en de heerlijke geur opsnuiven van de blauwe regen, die met trossen in de dennenbomen hangt. Hij deed het zelf, de blauwe regen, hij hing zijn bloemen overal in de dennentakken. En dat vind ik nu zo mooi: dat ik de natuur zelf zijn gang kan laten gaan. Soms praat ik tegen de vele bomen in mijn tuin, en dan vertel ik hen hoe mooi ze wel zijn. Ze zijn nu allemaal groen. Ze hebben allemaal hun nieuw bladerenkleed, en toch is de tint van het groen bij iedere boom verschillend: gaande van donkergroen naar middengroen en zo naar heel licht groen, bijna geel. Wonderlijk vind ik dat! Het feest kan nu beginnen in mijn tuin, want iedereen komt alweer aangevlogen naar mijn voedertafel, met granen voor klein en groot, voor ieder wat wils. De bosduiven komen samen met hun buren, de tortelduiven. Ook de merels en de vinken in allerlei soorten zijn van de partij. Zelfs de eksters met hun mooi zwart pak en wit hemd aan. En als ze er dan uiteindelijk allemaal zijn, dan wordt het voor mij een onvergetelijk feest. En ik voel, als ik heel stil ben...genegenheid: de aanwezigheid van mijn vriend Toon die over mijn schouder meekijkt naar het prachtig feest dat in mijn tuin gaande is, hetgeen ik noem...gelukkig zijn!


Roger Bamps   07/05/2003



* Talisman


Er was een tijd dat ik het even moeilijk had. Een dierbaar iemand, die tevens mijn partner was, maakte een depressie mee. Ik wou ze zo graag helpen, maar ze sloot zich volledig van mij af, en dat maakte het zeer moeilijk voor mij. Zo moeilijk dat ik door de bomen het bos niet meer zag!

Ik zat dan 's avonds maar alleen in de woonkamer voor me uit te staren en te piekeren. En dat wou ik niet, want ik moest gezond blijven om mijn partner te kunnen helpen. Mijn zoon was nog klein en was naar bed.
Ik keek naast de bank waarop ik zat, en zag zijn tafeltje staan waar hij altijd aanzat om te spelen met, net zoals vandaag, een heleboel stukjes kneedbare klei voor kinderen. Hij had de verschillende kleurtjes door elkaar gehaald. Ik nam ze bij elkaar en kneedde ze tot ��n geheel. Het voelde goed aan, want zo kon ik de klei gebruiken als stressballetje. De kleur van de klei werd legergroen. En ik maar knijpen! De klei puilde overal tussen mijn vingers door!
Ineens dacht ik, op een moment dat ik een bepaalde vorm zag in de klei:"Misschien kan ik wat knutselen". Ik had het voorheen nog nooit gedaan. "Zou ik het proberen ? Ja hoor, niets te verliezen, want niemand kan mij bezig zien !" Ik dacht na en wat mij opviel was dat de beginvorm leek op een handvuurwapen. Ik werkte het verder af, en het pistool was zo natuurgetrouw geworden dat ik dacht:"Ik verfoei dat ding, want er is al genoeg agressie en geweld in de wereld !"
Ik probeerde iets anders te bedenken en kneedde alles weer samen. Nu probeerde ik een roos te maken en dat lukte heel aardig, omdat ik allemaal platte schijfjes maakte en die schikte van klein naar groot zodat het een mooie roos werd. Ik dacht:"Echt mooi, maar er is een probleem! Rozen hebben een mooie kleur en deze is legergroen! Kan niet!" Bij die gedachte kneedde ik alles terug samen.
Wat nu? Ik dacht aan mijn lievelingsdier, een olifant. "Ja! Dat moet het worden, en de kleur zit ook mee!" Ik beeldde mij een olifant in en vormde de klei. Het werd een beeldje van zo'n 10cm groot, en de olifant stond met zijn slurf recht omhoog. Dat hoorde zo, want ik had ooit gehoord dat het geluk zou brengen.
Ja, daar zat ik dan met mijn werkstuk. Ik kon zelf nauwelijks geloven dat ik het gemaakt had. Morgen zou mijn zoon het wel zien, en het daarna weer samen kneden. Dat vond ik een normale reactie van een kind van vijf jaar. Ik plaatste het olifantje op zijn tafeltje. Eigenlijk voelde ik mij nu al veel beter, al wist ik niet waarom.
Dagen gingen voorbij en ook maanden, totdat mijn moeder, die toen nog alleen woonde op een gegeven moment aan mij vroeg of ik het oud papier buiten wilde zetten, want ze kwamen het 's anderendaags ophalen voor een goed doel. Dit deed ik samen met mijn zoon. We sorteerden het papier, en wat zag hij ineens? Het olifantje dat ik gemaakt had! Het was steenhard geworden en nog steeds mooi intact. Ik vroeg hem:"Heb je het nog nooit gezien?" "Nee", zei hij,"nu voor het eerst !" Ik moest lachen, want hij zei:"Dit wordt mijn olifantje! Voor altijd!" Ik vertelde hem het verhaaltje over het maken van dit beeldje.

Intussen is mijn zoon 15 jaar, en het olifantje heeft nog altijd een ereplaats voor hem. Het is zijn persoonlijke talisman geworden, en ik denk nu steeds als ik het zie staan:"Is het dan toch waar dat een mens creatiever is als hij problemen heeft ?"
Het is voor mij een mooie ervaring en levensles geweest. Het is dus waar:"Een olifant met zijn slurf in de lucht brengt geluk !"


Dit verhaal speelde zich 10 jaar geleden af en is 100% waar gebeurd.

Roger Bamps   23/10/2002
Hosted by www.Geocities.ws

1