Taalkunde Spaans:
Fonetiek, Fonologie, Morfologie
Opdrachten voor week 11
Bestudeer eerst hoofdstuk 2 van de syllabus.
1. Vertaal de volgende woorden in het Nederlands (maak, daar waar nodig, gebruik van een woordenboek) en omschrijf voor elk geval de betekenis van het prefix anti-.
|
1. antiestrés |
4. anticorrosivo |
|
2. antifeminista |
5. anticongelante |
|
3. anticorrosivo |
6. antinatural |
|
4. antiamericano |
7. anticonceptivo |
2. Zoek in een woordeboek tien woorden die beginnen met een prefix in- en zeg voor elk geval of het gaat om in1- (= -on, p. 12 syllabus), of in2- (ruwweg: "in", p.15 syllabus, allomorf van en-). Vermeld welk woordenboek je hebt gebruikt.
3. Bedenk twee (potentiële) Spaans woorden met elk twee prefixen.
4. Bij de onderstaande exocentrische woorden wordt het hoofd meestal nader ingevuld door een voorafgaand nomen (vgl. franela unicolor "effen flanel") Zoek per geval op internet twee (voor 5 één) uitdrukkingen waarin het betreffende woord vergezeld gaat van zo'n nomen en vertaal die uitdrukkingen in het Nederlands (zorg dus dat je uitdrukkingen vindt die je kunt begrijpen/vertalen, al dan niet met behulp van een woordenboek). Tip: gebruik Google (www.google.com) en stel die met "taalhulpmiddelen" in op het Spaans; beperk de zoekoptie tot "páginas en español".
1. multicolor
2. premamá (zoek andere uitdrukkingen dan vestido premamá uit de syllabus)
3. antiarrugas
4. pro Bush (of pro-Bush)
5. posventa (één geval is voldoende)
5. (Bij laatste sectie van hoofdstuk 2.) Verdeel de volgende woorden in morfemen en geeft vervolgens de analyse van de woorden in de vorm van een boomstructuur. Geef ook aan welke criteria je hebt gebruikt om tot deze analyse te komen.
1. anormal
2. predice
3. prehistórico
4. triangular (driehoekig; ángulo = hoek)
5. antifranquismo