Taalkunde Spaans: Fonetiek, Fonologie, Morfologie
Opdrachten voor week 7
Transcriptie week 5
és-la-lén-gwa-má-sa-blá-da-del-mún-do (/) des-pwés-del-tƒS í-noj-(no/i-)de-lin-glés//más-de-tre-P jén-tos-mi-´ó-nes-de-per-só-na-sá-(nas/á-)bla-nes-pa-ø ól// tam-bjé-nen-lo-ses-tá-do-su-ní-dos-dea-mé-ri-ka/más-de-béjn-ti-P ín-ko-mi-´ó-nes-de-per-só-na-sá-bla-nes-pa-ø ól//e-les-pa-ø ó-les-de-la-fa-mí-lja-de-las-lén-gwas-ro-má-ni-kas/kó-moe-li-tá-lja-no/el-fran-P és/el-por-tu-gés/el-ka-ta-lá-njo- (lan/jo-)tras// pa-lá-bra-sin-ter-na-P jo-ná-les/kó-mo-sjés-ta/ge-r# i-´a/xún-ta/má-tƒS o/plá-jaj- (ja/i-)pa-ra-sól/só-es-pa-ø ó-las//
1. Welke van de /e/ en /o/ klanken in de volgende woorden worden als vocales semiabiertas ([e7 ] en [o7 ]) uitgesproken?
(1) ojo, románicas, otro, comen, miel, aborto, dejar, sierra, nevada, esto, extra, pez,opcional, séptimo, euro, entre, cielo, cierto, dejo, Barcelona, oro, honra, hembra
2. Transcribeer de volgende zinnen (narrow phonetic transcription; [e7 ] en [o7 ] mag je buiten beschouwing laten).
|
(2) |
a |
El cielo italiano es muy azul. |
|
b |
En Europa hay italianos, suecos, portugueses ... |
|
|
c |
Mi abuela me cuenta la historia del buey y la vaca. |
|
|
d |
Oía a Ana, que insinuaba que yo no la quería. |
|
|
e |
Mario quiere un vino de Rioja. |
3. Wat zijn de onderliggende vormen van de volgende woorden/woordreeksen (hier moet je dus abstraheren van de processen )?
Voorbeeld: [pí-deál-F o] : /pé-de-ál-go/
|
(3) |
a |
[kwén-ta] |
‘hij vertelt’ |
|
b |
[pu-djén-do] |
‘kunnende’ |
|
|
c |
[la-r# á-djos] |
‘de radio’s’ |
|
|
d |
[reá-la-ka-dé-mja] |
‘Koninklijke Academie’ |
|
|
e |
[ews-tá-Pjo] |
‘Eustacio’ |
4. Zet de onderliggende vormen in (2) om in fonetische vormen en geef daarbij aan welke processen zijn toegepast (gebruik voor elk soort proces een aparte regel, je mag een proces wel twee keer toepassen, maar niet twee keer noemen; zie voorbeeld).
/en-ká-sa-kó-men-pa-é-´ a/ 'en casa comen paella'
|
N |
m |
nasaalassimilatie |
||||
|
aé |
sinéresis |
[eN -ká-sa-kó-mem-paé-´a]
|
(4) |
a |
/Pe-Pí-li-a-es-ro-mán-ti-ka-i-ka-riø ó-sa/ |
|
|
|
b |
/pó-de-us-téd-be-nir/ |
|
|
|
c |
/xu-án-bé-no-tem-prá-no/ |
‘Juan kwam vroeg’ |
|
|
d |
/el-al-ko-ol-es-ma-lo/ |
|
5. (Herhaling) De volgende vraag heeft betrekking op termen. Formuleer je antwoord zo precies mogelijk, maar geef geen overbodige informatie; dus ook geen voorbeelden, als daar niet om gevraagd wordt. Gebruik formuleringen van het type:
‘Een x is...’ ‘Men spreekt van x als...’ e.d.
Wat verstaat men binnen de fonologie onder de volgende termen?
a. Foneem
b. Minimale paren
c. Assimilatie
d. Neutralisatie
e. Fricatieve klanken
6. (Herhaling). Beantwoord de volgende vragen precies, maar wees weer kort en bondig.
a. Wat is fonetiek? Welke soorten fonetiek zijn er?
b. Wat is een combinatorische allofoon? Illustreer je antwoord met een Spaans voorbeeld.
c. Noem een assimilasitieproces in het Spaans en illustreer het met een voorbeeld.
d. Wat is sinalefa? Geef een voorbeeld.
e. Wat is diftongering? Geef twee voorbeelden.
f. Waarin berust articulatorisch gezien het verschil tussen (orale) oclusieven en nasale consonanten?
g. Wat zijn velaire klanken? Noem de velaire fonemen van het Spaans.
h.Wat is elisie? Geef een voorbeeld van elisie in het Spaans.
i. Wat is resilabificación. Illustreer je antwoord met een Spaans voorbeeld.
j. Geef de algemene structuur van een lettergreep.