Taalkunde Spaans: Fonetiek, Fonologie, Morfologie
Opdrachten voor week 3
Opmerking vooraf:
Het is de bedoeling dat je bij deze opdrachten zo veel mogelijk zelf voelt hoe je de klanken in kwestie articuleert (dus in principe niet opzoekt hoe ze gearticuleerd dienen te worden). Hieronder worden nog even de klanken van het Spaans, zoals besproken op het eerste college, herhaald. Dit overzicht kan nuttig zijn bij het maken van sommige opdrachten.
p t k b d g (B d g )
f q s x (q ¤ s¤ )
tS
m n ø (N )
l ´
r r#
j w
a e i o u
1. Spreek een [n] uit en houdt die aan [nnnnnnnn….]. Wat gebeurt er als je nu je neus dichtknijpt? Doe hetzelfde met een [l]. Wat gebeurt er dan? Verklaar het verschil tussen beide gevallen.
2. Zeg voor elk van de volgende paren Spaanse klanken wat precies het verschil is in hun articulatie:
b.v. [t] – [d] [t]: de stembanden trillen niet, [d]: de stembanden trillen wel
1. [p] – [b] 5. [k] – [x] 9. [T ] - [s] 13. [l] - [´ ]
2. [b] – [m] 6. [l] – [r] 10. [g] - [N ] 14. [a] - [e]
3. [p] – [t] 7. [j] – [i] 11. [g] - [g ] 15. [e] - [o]
4. [t] – [k] 8. [b] – [B ] 12. [ø ] - [N ] 16. [o] - [u]
3.
1. Noem alle stemloze klanken van het Spaans op.
2. Welke klanken zijn in het Spaans velair (=de tonrug gaat omhoog naar, of in de richting van het zachte verhemelte)?
3. Welke consonanten zijn in het Spaans palataal(=de tongrug gaat omhoog naar, of in de richting van, het harde verhemelte)?
4. Wat is het verschil tussen een fricatieve klank en een africaat?
5. De Spaanse /s/ wordt apico-alveolar genoemd. Wat betekent deze term?
4. Motiveer bij de volgende vragen je antwoord.
Is het mogelijk om een klank te vormen die tegelijkertijd:
1. resonantie vertoont en stemloos is?
2. bilabiaal en velair is?
3. occlusief en fricatief is?
4. lateraal en stemloos is?
5. nasaal en oraal (=luchtstroom gaat naar buiten door de mond) is?