Taalkunde Spaans:
Fonetiek, Fonologie, Morfologie
Opdrachten voor week 14.
N.b. Bestudeer eerst hoofdstuk V van de syllabus! (Het hoofdstuk vind je in mijn uitvakje. RBB)
1. Neem het onderstaande schema over en completeer het (n.b. voor de TMA en concordantie morfemen geef je zowel de klankvorm (eventueel 0/ = 'nul-morfeem') als de betekenis.
|
vorm |
basis |
them. vocaal |
TMA-morfeem |
conc. morfeem |
|
amaba |
am- |
-a- |
'-ba: imperf,ind |
0/ : 1sg/3sg |
|
amemos |
am- |
-e- |
0/ : pres, subj |
-mos: 1 pl |
|
sentía |
||||
|
discutimos |
||||
|
hablaráis |
||||
|
pedid |
||||
|
contáses |
||||
|
pedí |
||||
|
vivirían |
||||
|
leyeron |
||||
|
discutiendo |
||||
|
hablado |
2. Verklaar de (fonetische) klemtoon van de volgende werkwoordsvormen (sectie 4 van hoofdtuk V).
a. habásemos b. hablo c. sentía d. améis e. contamos f. mover g. contáis h. gustaría i. pedid j. cuentas k. contará
3. Zeg in je eigen woorden wat er in de volgende regels staat en geef een voorbeeld dat de regel illustreert.
a. e/i --> a / --- presente, subjuntivo
b. e/i --> ie/ --- '-se/'-ra
c. n ---> ron/ indefinido ---
4. Formuleer de regels die de volgende gevallen verantwoorden:
a. het onbreken van de -s in de tweede persoon enkelvoud van de imperativo
b. de verandering van de thematische vokaal in de imperfecto de indicativo van werkwoorden op -er.
c. de verandering van de thematische vokaal in de gerundio van werkwoorden op -er en -ir
d. de uitgang -ió van de 3e persoon enkelvoud van de indefinido van werkwoorden op -er en -ir (2 regels).
5. (n.b. deze vraag heeft betrekking op nominale inflectie, zie hoofdstuk I). Bepaal of de volgende nomina een 'thematische vokaal' hebben en, zo ja, wat deze is (gebruik zo nodig een woordenboek om derivaties van de nomina te vinden te vinden).
a. forma b. problema c. camino d. torax [toraks] d. panadero e. modernidad f. tribú
g. Cervantes h. celulitis i. parlamento j. café h. amor i. paraguas j. gata