Taalkunde Spaans: fonetiek, fonologie, morfologie

Opdrachten voor week 10

1. Noem vijf Nederlandse neologismen die uit meer dan één morfeem bestaan.

2. Bij pagina 1 van hoofdstuk I: De volgende woorden zijn potentiële NN composita in het Nederlands. Vertaal deze in het Spaans, waarbij je de taalspecifieke regels voor in het Spaans respecteert. (Gebruik een woordenboek).

(1)

computerstoel

 

kinderpak (vgl. mannenpak)

 

vogeldroom

 

vleermuisvrouw

 

parkstandbeeld

 

3. Benoem de onderstreepte morfemen in de woorden hieronder aan de hand van het overzicht in sectie 2.4 van hoofdstuk I:

(2)

casita

"huisje"

niñería

"kinderachtigheid"

amaba

"ik hield van"

amábamos

"wij hielden van"

prehistoria

"prehistorie"

digital

"digitaal"

digitalmente

"digitaal"(bijwoord)

libro

"boek"

inscribir

"inschrijven"

solar

"zonne-"

4. Verdeel de woorden hieronder in morfemen:

(3)

prehistórico

"prehistorisch"

rompecabezas

"puzzel"

inscribir

"inschrijven"

bilabial

"bilabiaal"

gramaticalización

"grammaticalisering"

5. Zeg van de woorden hieronder of ze endocentrisch dan wel exocentrisch zijn. Noem ook het hoofd van de endocentrische gevallen.

(4)

parasol

(stop+zon)

"parasol"

hombre anuncio

(man reclame)

"sandwichman"

uniforme

"uniform"

normal

"normaal"

yamesbondesco

"als James Bond"

bimotor

"tweemotorig vliegtuig"

bicicleta montaña

(fiets berg)

"mountain bike"

azul eléctrico

"electrisch blauw"

tragaperras

(slik+poen)

"gokautomaat"

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hosted by www.Geocities.ws

1