| Taalkunde Spaans: Fonetiek, Fonologie, Morfologie Opdrachten voor week 13 n. b. Maak waar nodig gebuik van een woordenboek 1. Vertaal eerst de beiden leden van de volgende composita. Klassificeer vervolgens de composita, gebruik makend van de termen uit hoofstuk IV. Probeer zo uitvoerig mogelijk te zijn. b.v. hombre rana: �man� �kikvors� nominaal NN compositum, gevormd door juxtapositie, endocentrisch 1. negro azabache �gitzwart� 2. ojo electr�nico �electronisch oog� 3. coche cuna �kinderwagen� 4. cubalibre �cubalibre� 5. quitamanchas �vlekkenwater� 6. sal de ba�o �badzout� 7. cocina-comedor �eetkeuken� 8. pernicorto �met korte benen� 9. libre albedr�o �vrije wil� 10. bono regalo �kadobon� 11. camposanto �kerkhof� 12. chupasangre �bloedzuiger� 2. De volgende composita bestaan uit drie leden. Analyseer ze d.m.v. een gelabelde boomstructuur, waarin tot uiting komt welke leden bij elkaar horen. N.b. de inflectionele uitgangen zijn niet relevant voor deze opdracht; laat deze buiten beschouwing. 1. limpiaparabrisas �ruitenwisser� 2. gafas peso pluma �lichtgewicht bril� 3. alta Edad Media �vroege Middeleeuwen� 4. m�quina quitanieves �sneeuwruimer� 5. f�brica de paraguas �paraplufabriek� 3. In de volgende woorden is het eerste lid een prefixo�de. Ga na van welk woord dit afkomstig is en geef ook de categorie (woordsoort) daarvan. 1. electrochoque �electroshock� 2. quimioterapia �chemotherapie� 3. motonave �motorboot� 4. narcod�lares �narcodollars� 5. vinicultura �wijnbouw� 4. Geef een zo expressief mogelijk Spaanse vertaling voor de onderstaande woorden, liefst bestaande uit ��n woord. (n.b. de woorden bestaan niet in het Spaans; in het Nederlands zijn het of neologismen of potenti�le woorden). 1. tranentrekker 2. zwelrok 3. bloedrijk 4. euroautomaat 5. mimosageel 6. groenharig |