| Taalkunde Spaans: Fonetiek, Fonologie, Morfologie Opdrachten voor week 15 1. Zeg van de volgende extranjerismos (importwoorden) tot welk formeel type ze behoren. 1. bicicleta monta�a (van Engels: 'mountain bike') 2. OTAN (van Engels: 'NATO') 3. besamel (van Frans: 'b�chamel') 4. minifalda (van Engels: 'miniskirt') 5. lavaplatos (let. was borden) (van Engels: 'dishwasher') 6. rat�n (= computermuis) (van Engels: mouse) 7. downloadear (van Engels: 'download') 8. fax (van Engels: 'fax') 9. espacio vital (van Duits: 'lebesraum') 10. surfista (van Engels: 'surfer') 11. babor (van Nederlands: bakboord) 2. Geef heel precies aan wat de morfologische verschillen zijn tussen het Engelse 'dishwasher' en het Spaanse 'lavaplatos'. Herhaling: 3. Geef de definitie van de volgende termen: a. morfologie b. morfeem c. nul-morfeem d. allomorf e. subcategorisatiekenmerk 4. Leg uit wat de relatie is tussen 'morfologische regels', 'potenti�le woorden' en 'neologismen'. 5. Zeg of de volgende vormen endo- dan wel exocentrisch zijn en geef voor de exocentrische gevallen aan wat het hoofd is. a. surfista b. quitamanchas (let. haal+weg vlekken) 'vlekkenwater' c. revoluci�n 'revolutie' d. hombre murci�lago 'batman' e. agramatical f. cuadr�ngulo 'vierhoek' (�ngulo = 'hoek') g. librito 'boekje' h. hermanas 'zusters' i. cineclub 'filmclub' j. pelirrojo k. aguanieve (let. water-sneeuw) 'natte sneeuw' l. parag�ero 'paraplubak' m. simpapeles (let.: zonder papieren) 'illegaal persoon' 6. Geef de gelabelde boomsstructuur van de volgende vormen: a. antitabaquismo b. inalterable (alterar = veranderen) c. parag�ero (van "paraguas") d. preescolar e. individualmente (individu(o) = individu ) 7. Zeg waarom de volgende woorden niet mogelijk zijn in het Spaans: a. *comprafuerza (in de betekenis van het Nederlandse 'koopkracht') b. *mortosilencioso (in de betekenis 'doodstil' ; dood= muerto en stil = silencioso) c. *cocina armario (in de betekenis 'keukenkast'; keuken=cocina, kast=armario) d. *mortoci�n e. *inparaguas f. *paraguable g. *holandidad 8. De volgende morfofonologische regels hebben betrekking op de uitgang van werkwoorden. Zeg wat ze inhouden en geef een voorbeeld dat ze illustreert. 1. e --> i / --do 2. e/i --> a/ -- subjuntivo presente 3. 3 sg --> � / definido -- 8. Verdeel de volgende werkwoordvormen in morfemen (inclusief nul-morfemen) en beschrijf elk morfeem zo volledig mogelijk. 1. am�bamos 2. com�as 3. amar� 4. am�is 5. hojeando 'bladerend' (hoja = blad) 6. esclavizan (esclavo = slaaf) 7. embellecemos (bello = mooi) 8. normalizar (norma= norm) 9. prevenimos ('wij voorkwamen') 10. abotonaremos (bot�n = knoop). |