| Fonetiek, Fonologie, Morfologie Oefeningen voor week 2 1. Hebben de volgende uitspraken betrekking op fonologie of op fonetiek, en, in het laatste geval: op welk type fonetiek? 1. De �k� van �koel� wordt net iets anders uitgesproken dan die van �kiel�. 2. Aan het eind van een woord treedt in het Spaans neutralisatie op tussen /n/ en /m/, ten gunste van /n/. 3. Zeer jonge baby�s kunnen het verschil tussen [p] en [b] al waarnemen. 4. In het Chinees is het verschil tussen [p] en [b] niet distinctief (=betekenisonder- scheidend). 5. Vereenvoudigd voorgesteld wordt de identiteit van een klinkergeluid bepaald door een aantal karakteristieke frekwenties in het geluidsspectrum. 2. Trancribeer de volgende Spaanse woorden in het fonetisch alfabet (gebruik een broad phonetic description, met alleen fonemen; geen allofonen). guerilla casa poncho Aznar tango paella M�xima Buenos Aires playa tortilla Juan Carlos Espa�a merengue tapa Margarita Barcelona macho cuatro Don Juan Valencia 3. Transcribeer de volgende Spaanse woordparen en en zeg voor elk paar of het een minimaal paar betreft. In het geval dat dat zo is: wat toont het paar in kwestie aan? 1. (el) humo �(de) rook� 6. (el) mito �(de) mythe� fumo �ik rook� Quito �Quito� 2. (la) casa �(het) huis� 7. (la) guerilla �(de) guerilla� (la) caza �(de) jacht� (la) cerilla �(de) lucifer� 3. (la) mano �(de) hand� 8. (el) cuarto �(de) slaapkamer� (el) macho �(de) macho� cuatro �vier� 4. (la) reina �(de) koningin� 9. callar �zwijgen� Rina �Rina� calla �hij zwijgt� 5. (la) bola �(de) bol� �(de) bal� 10. calla �hij zwijgt� vola �hij vliegt� (la) cala �(het) baaitje� 4. Achterin de Syllabus (Machpherson) staan een aantal getranscribeerde teksten. Lees de eerste alinea van de eerste tekst (p. 48/82) hardop, bij wijze van oefening. Je kunt gevraagd worden dit op college ook te doen. |