HOME
Inleiding Romaanse Taalkunde (Spaans, Italiaans)
Opdrachten voor werkcollege #2.

n.b. Je dient bij aanvang van het college een kopie van je gemaakte opdrachten in te leveren bij de docente. Niet inleveren leidt tot uitsluiting van het tentamen.


Opdrachten:

1. Bedenk 5 tentamenvragen bij de stof van blz. 19 � 42 van de syllabus. Daarvan moeten er twee gaan over het onderdeel �werkwoordsvervoeging� (blz. 33 � 38).

2. a. Geef voor elke van de onderstaande woorden uit het relevante rijtje de vertaling in je thuistaal.
b. Geef de etymologie (herkomst) van het thuistaal-woord. Gebruik volledige zinnen.


n.b. gebruik voor b. etymologische woordenboeken en/of ��ntalige woordenboeken met etymologie-vermelding, uit de letterenbibliotheek.

woorden voor studenten Spaans                      woorden voor studenten Italiaans
1. aanleggen, vastbinden (schip)                     1. bacchanaal
2. bard                                                          2. bard
3. gong                                                         3. blond
4. handschoen                                               4. dragon
5. hoofd                                                        5. gondel
6. kauwgum                                                   6. gong
7. lak, vernis                                                  7. handschoen
8. lexicon, woordenschat                                8. kerk
9. magazijn                                                     9. mannequin (paspop)
10. robot                                                       10. schaakspel  
11. schaak (spel)                                           11. suiker
12. sonnet                                                     12. stuurboord
13. suiker                                                      13. snor
14. tomaat                                                     14. thee
15. ui                                                            15. vreemdelingenhaat

3. Geef nog voor vijf  andere woorden uit je thuistaal de etymologie. Deze woorden moeten beginnen met de eerste letter van je achternaam.

                                                                                                                    
4.  De onderstaande woorden zijn afkomstig uit het Klassiek Latijn. Zeg voor elk ervan wat de eerste klinker is geworden in het Vulgair Latijn 1 en het Vulgair Latijn 2 (blz. 27 syllabus). Geef ook de vertaling van het woord in je thuistaal. N.b. hoodfletter is lang, kleine letter is kort.

1. bonu          �goed�
2. bucca         �mond�
3. cAru          �duur�
4. crUdu         �rauw�
5. fIcu            �vijg�
6. lutu             �modder�
7. manu          �hand�
8. mel             �honing�
9. pilum          �haar, haartje�
10. rota           �wiel�
11. siccu         �droog�
12. tEla           �doek�
13. tOtu           �alles�
14. ventum       �wind�

5. Vertaal in het Klassiek Latijn (bldz. 28-32 syllabus):

n.b. Je gebruikt geen lidwoorden en zet de persoonsvorm achteraan..

1. De heren zien de roos.
2. De roos is ( est) van de heren.
3. (Ik) hoor de vaders zingen.
4. (Hij) ziet de handen van de vader.
5. (Wij) schenken de rozen aan de vaders.       �schenken� is �donare�
6. Met sterke handen
Hosted by www.Geocities.ws

1