| HOME | ||||||
| Opdrachten voor wercollege #4 1. Bedenk 5 tentamenvragen over de stof van p. 89 - 108 van de syllabus. 2. Voer de volgende opdracht uit. Je werkt in principe in groepjes van twee (in noodgevallen is alleen of met z�n drie�n ook toegestaan). Het gaat om een klein sociolingu�stisch onderzoek. In het Nederlands komen drie typen �r� voor: de tong-r (weergegeven als /r/) de brauw- of huig-r (weergegeven als een kleine hoofdletter R) de retroflexe of Gooise-r (weergegeven als /r/, maar met onder de poot een haakje naar rechts); deze klinkt ongeveer als een /j/, maar wordt meer naar achteren gearticuleerd ("ja hooj" ). Voor het onderzoek dien je tien proefpersonen te benaderen. Zorg dat je niet all��n leeftijdsgenoten uitkiest. Noteer van elke proefpersoon: 1) leeftijd 2) geslacht 3) herkomst (regio/plaats waar proefpersoon is opgegroeid). Leg aan de proefpersoon de volgende woorden voor, en noteer welke �r� of �r-en� hij/zij daarin gebruikt. 1. rood 2. door 3. tegenwoordig 4. rimpelig 5. drijfveer 6. doornroosje 7. staart 8. straat 9. regenworm 10. vereren 11. slechterik 12. erg 13. vuur 14. Romaans 15. Frans Maak van de opzet en uitkomsten een verslagje waarin je ook rekening houdt met de plaats in de woorden waar de �r� optreedt. Generaliseer zo veel mogelijk en gebruik schema�s en eventueel statistiekjes. Zorg dat het verslag zo is dat je het desgevraagd kunt presenteren op college. |
||||||