HOME

Inleiding Romaanse Taalkunde LRR03P05 (Spaans, Italiaans)
Oprdrachten voor te bereiden voor Werkcollege 1 (Syllabus: p. 1-17)

1. Bedenk vijf tentamenvragen over de behandelde stof (syllabus p. 1-17)

2. Leer het fonetisch alfabet (syllabus p. 165-166). Transcribeer sectie 1.1. uit de syllabus (p.1) in fonetisch schrift, dus met de symbolen uit dit alfabet (probeer dit uit je hoofd te doen!).

3. Leg uit wat het verschil is tussen een �letter�, een �klank� en een symbool uit het fonetisch alfabet.

4. Beantwoord de volgende vragen (verschillend voor Spaans en Italiaans):

Spaans

a. Waarom beginnen de volgende woorden in het Spaans met een [e]? Hoe heet het proces dat hier heeft plaatsgehad?

escribir (van Latijn: scribere), estar (Latijn: stare) escorbuto (van: scheurbuik), estr�s (van stress).

b. Hoe heet het proces dat heeft geleid tot verandering van de interne medeklinker van de volgende woorden: lodo (Lat. lutu), lobo (Lat. lupus), higo (Lat. ficu).

c. Hoe werd de beginklank van de volgende Spaanse woorden in het Latijn uitgesproken? Beschrijf de verandering die deze klank heeft ondergaan (gebruik de symbolen uit het fonetisch alfabet):

cena �avondeten�, cielo �hemel�, cerca �dichtbij�.

d. Het Spaanse silbar is afgeleid van het Latijnse sibilare. Hoe heten de processen die hierbij hebben plaatsgehad?

e. Van welk proces is er sprake bij de afleiding van colmo �hoogtepunt� van het Latijnse cum(u)lu? En bij die van alma �ziel� uit an(i)ma?

Italiaans

a. Hoe zou je het proces noemen waarbij in woorden als piovere (van Latijn plovere) en fiamma (van flamma) de [l] verandert in een [j]? Waarom zou je het zo noemen? Kan je nog een relevant voorbeeld van [consonant + l] wordt [consonant + j] vinden?

b. Hoe wordt de Romeinse god Neptunus genoemd in het Italiaans? Welke klankverandering is hier binnen het woord opgetreden?

c. Hoe heet het proces dat bijvoorbeeld [kae�kare] �blind maken� verandert in [tSe�kare]?

d. Het Latijnse [pati�entia] wordt in het Italiaans uitgesproken als [pa�tsjentsa]. Welk proces is hier volgens jou bij betrokken?

e. Weet je hoe het proces heet waardoor b.v. ovum in uovo is veranderd? (staat niet in syllabus).

5. Zeg welke naamval in het Latijn gebruikt zou zijn voor de onderstreepte zinsdelen of zinsdeelstukken.

a. Mijn broer wordt arts.
b. Wie weet dit niet?
c. Het leven van Caesar was vol oorlog.
d. Aan vader heb ik een brief gestuurd en aan moeder een telegram.
e. Ik overhandigde vader een brief.
f. Met een verrekijker kan je het dorpje zien liggen.
g. Ze dachten dat Dolores dat wel zou willen weten.

6. (Verschillend voor Spaans en Italiaans). Zeg of het bij de volgende woordvormingsprocessen gaat om flexie, derivatie, dan wel compositie. Zoek de betekenis van de woorden die je niet kent op in een woordeboek.

Spaans

a. alimentar --> alimentaci�n
b. (un) espa�ol --> (dos) espa�oles
c. estar --> estamos
d. hablar --> hablo
e. tragar + perras --> tragaperras
f. perro --> perrito
g. perrito + caliente --> perrito caliente
h. feliz --> infeliz
i. feliz --> felizmente
j. feo --> fea

Italiaans

a. parlemento --> parlementario
b. bambino --> bambini
c. visitare --> visitano
d. pesce + spada --> pesce spada
e. pagare --> pagamento
f. cortese --> scortese
g. contento --> contenta
h. grattare + cielo --> grattacielo
i. zucchero --> zuccheriera
j. puro --> purificare

Hosted by www.Geocities.ws

1