Vreemd gedrag van medewerkster
Burgerzaken Stadsdeelkantoor Amsterdam-Noord

Zoals wij in onze story over het dank zij de afdeling Burgerzaken van het Stadsdeelkantoor Amsterdam-Noord noodgedwongen uitstel van ons huwelijk al aanstipten (die story is hier verkrijgbaar), wilden wij de moeder van mijn partner uit Thailand laten overkomen, zodat die aanwezig kon zijn bij de geboorte van onze baby die eind april 2004 werd verwacht.

Daarom vervoegden mijn partner en ik ons op maandagmiddag 9 februari 2004 bij Burgerzaken omdat wij een uitnodigingsbrief en een garantverklaring wilden laten legaliseren. Deze gelegaliseerde documenten waren nodig voor de aanvraag van een toeristenvisum.

We waren enkele dagen eerder al bij Burgerzaken geweest om onze handtekeningen onder een door onszelf geschreven uitnodigingsbrief te laten legaliseren, maar de mevrouw die ons die dag vriendelijk en correct te woord stond, adviseerde ons om in plaats daarvan een zogenaamde Uitnodiging ten behoeve aanvraag toeristenvisum in te vullen. Dat is een formulier dat Burgerzaken kant-en-klaar in voorraad heeft en dat, na invulling en ondertekening door de uitnodigende partij (wij dus), door Burgerzaken ter plekke wordt gelegaliseerd. Omdat wij dachten dat die ambtenares wel zou weten wat het beste was, vonden wij haar advies een goed idee. Ik vulde het uitnodigingsformulier in, zette mijn handtekening er onder waarna de behulpzame ambtenaar er een legalisatiestempel op zette.

Maandagochtend 9 februari ontvingen we echter een e-mailbericht van de consulaire dienst van de Nederlandse ambassade in Bangkok (Thailand), waarin de volgende zinsnede voorkwam:

"Naast een aan de ambassade gerichte uitnodigingsbrief (met uitleg voor wie het visum wordt aangevraagd en verdere relevante informatie met betrekking tot de aanvraag) dient er tevens een door de gemeente gelegaliseerde garantverklaring te worden overgelegd"

De ons door Burgerzaken verstrekte en zeer algemeen gestelde uitnodigingsbrief was dus duidelijk niet voldoende voor het verkrijgen van een toeristenvisum. En bovendien moest er ook een ondertekende garantverklaring bij de visumaanvraag worden ingediend.

Dat was dus de reden dat ik mij op maandagmiddag 9 februari opnieuw bij Burgerzaken vervoegde voor nieuwe legalisatiestempels op twee nieuwe documenten. Ditmaal was ik vergezeld door mijn hoogzwangere partner, zodat wij beiden konden tekenen.

Toen wij aan de beurt waren, legde ik de zaak uit aan de mevrouw die onder het bordje Loket 7 zat. Dat was een andere dame dan tijdens ons vorige bezoek een paar dagen eerder. Een wereld van verschil, zo bleek ons al snel.

Ik legde onze beide paspoorten en het verblijfsdocument van mijn partner (ID kaartje) op de balie en vertelde uw ambtenaar dat we een paar dagen eerder door Burgerzaken prima waren geholpen met het legaliseren van onze handtekeningen ten behoeve van een toeristenvisum (VKV) maar dat de Nederlandse ambassade in Bangkok geen genoegen zou nemen met de standaard-uitnodigingsbrief zoals wij bij ons vorige bezoek aan het Stadsdeelkantoor hadden meegekregen. Ten bewijze daarvan liet ik haar het uitgeprinte e-mailbericht van de Nederlandse ambassade zien. Maar dat keurde ze met geen blik waardig en ze sprak: "Dus u verwijt mijn collega die u de vorige keer heeft geholpen dat ze haar werk niet goed heeft gedaan"

"Welnee", antwoordde ik, "uw collega deed haar werk prima. Ik probeer u alleen maar uit te leggen dat de uitnodigingsbrief die ik toen van uw collega meekreeg, niet voldoende is en dat de Nederlandse ambassade een minder algemeen gestelde uitnodigingsbrief plus een gelegaliseerde garantverklaring wil zien."

En ik legde de nieuwe uitnodigingsbrief alsmede de te legaliseren garantstelling model D17/M47 (waarvan de ambassade mij een elektronische versie had gestuurd die ik eerder die dag had uitgeprint) voor haar neer, met de mededeling dat wij onze handtekeningen daarop wilden laten legaliseren.

De baliedame keurde de documenten met geen blik waardig en vroeg waar wij die garantieverklaring voor nodig hadden. "Voor een toeristenvisum", zei ik, "om de moeder van mijn hoogzwangere partner hier een paar maandjes te laten overkomen. Dat heb ik u toch net verteld?"
‘Dan hebt u een uitnodigingsbrief nodig" zei de baliedame, "die hebben we hier standaard liggen."
"Die hebben we al hier gekregen een paar dagen terug", antwoordde ik, "en ik probeer u al een tijdje uit te leggen, dat zo’n algemeen gestelde brief niet voldoende is. Het lijkt erop of u niet kunt of wilt luisteren"
En opnieuw schoof ik het mailtje van de ambassade en de nieuwe te legaliseren documenten naar haar toe.

Daarna meende ik in een sketch van Monty Pythons Flying Circuste zijn terechtgekomen, want de ambtenares zei opeens: "Wij kunnen alleen maar handtekeningen legaliseren van personen van 18 jaar of ouder".
" Maar dit is mijn partner", zei ik, "en als u even de moeite had genomen om op haar legitimatiebewijs te kijken dat voor u ligt, dan had u kunnen zien dat zij 26 jaar oud is en dus de 18-jaars grens allang gepasseerd."

De ambtenares keurde echter ook nu het legitimatiebewijs van mijn partner met geen blik waardig en sprak nu: "De eigenares van de tweede te legaliseren handtekening moet in persoon hier naar toe komen."
"Neem me niet kwalijk", zei ik, "maar ik vind uw gedrag op zijn zachtst gezegd nogal merkwaardig. Dit is de eigenares van de te zetten handtekening zoals ik al zei en ze is geen twaalf jaar oud zoals u kennelijk denkt maar zesentwintig."
De baliemevrouw werd een beetje rood en sprak: "Ik kan toch niet aan haar neus zien hoe oud ze is."
"Nee mevrouw", zei ik, "en daarom heb ik onze legitimatiebewijzen juist voor uw neus gelegd. Maar u kijkt er niet eens naar."

Daarna stond ze plotseling op en nam de te legaliseren garantverklaring, de uitnodigingsbrief en onze legitimatiebewijzen mee naar een afgeschermde ruimte achter de balie. Dat was vreemd, want de vorige keer vond het legaliseren aan de balie zelf plaats en was het in een mum van tijd gebeurd. Nu duurde het aanmerkelijk langer.
Wat er in de ruimte achter de balie exact gebeurde was niet te zien, want een afscheiding belemmerde het uitzicht. Wel viel ons na enkele minuten op dat vanachter die afscheiding af en toe een hoofd verscheen dat ons even aankeek en schielijk weer werd teruggetrokken als we terugkeken.

Na enige tijd kwam de baliedame weer vanachter de afscheiding tevoorschijn om achter haar balie het legalisatiewerkje voort te zetten. Een klantvriendelijke ambtenaar zou in zo’n geval tegen de wachtende klant zeggen: "Sorry dat het even geduurd heeft", maar deze mevrouw trok alleen maar een zuur gezicht toen ze weer ging zitten. En toen ik iets zei over dat gluren vanachter het muurtje, stond ze op en zei: "Ik heb er nu genoeg van. Laat mijn chef u maar verder helpen." En ze liep het beeld uit.

Daarna verscheen de kennelijke chef (hij noemde zijn naam niet, het was een meneer met een bril en een snorretje) en was het legaliseren snel geregeld. Maar toen ik bij hem het vreemde gedrag van zijn ondergeschikte probeerde aan te kaarten, wilde hij daar niets van weten. Hij was er niet bij geweest, zei hij en zijn taak was alleen ons verder te helpen, of woorden van gelijke strekking.

Wij waren zo met stomheid geslagen door deze gebeurtenis, dat we vergaten te vragen met wie we eigenlijk gesproken hadden. Op de op 9 februari gelegaliseerde documenten staat alleen maar een krabbel, geen naamstempel. Aan de hand van de krabbel is wellicht te achterhalen met wie ik de eer heb gehad.

Ik heb geen idee waarom die mevrouw van loket 7 zich tegen ons zo vreemd gedroeg. Het zou kunnen zijn dat onze verschijning (ik heel lang en mijn partner heel klein van gestalte) haar om welke reden dan ook onwelgevallig was en dat ze daarom op bovenbeschreven merkwaardige manier van haar ongenoegen blijk gaf. Een andere reden zou ik niet kunnen bedenken.

Terug

1