Software

Huiswerk javascript

Check my page

 

 

 

 

Opg. 1-4   8.2

1.     Zal een gebruiker direct opdrachten geven aan de printer?

Nee.

 

2.     Met welke software heeft een gebruiker die met een tekstverwerkingspakket werkt, hoofdzakelijk te maken?

Met applicatiesoftware.

 

3.     Wordt de processor direct aangestuurd door een applicatieprogramma?

Nee, de gegevens moeten eerst gedecodeerd worden voordat de processor de gegevens krijgt.

 

4.     Een gebruiker geeft vanuit een spreadsheetprogramma de opdracht om een bestand op te slaan.

a.      Welke programma’s vervullen een functie bij het opslaan?

De programma’s uit het standaardpakket.

b.     Wat wordt door welk programma uitgevoerd?

 

 

Opg. 1-5  8.3

1.          a. Tot welke soort programmatuur behoort het spreadsheet voor de kantine?

Tot een databaseprogramma.

b.     Welke software komt er aan te pas om de spreadsheet naar de ouder/boekhouder te versturen?

Een datacommunicatieprogramma.

c.     En voor het centraal verzamelen van de verkoopgegevens van elk verkooppunt?

Een elektronisch leer- en werkomgeving programma.

d.     En welke programmatuur om een kantineposter te ontwerpen en af te drukken?

Toepassingsoftware.

 

2.     Welke argumenten spelen een rol bij de aanschaf van maatwerk- of standaardsoftware?

Programma’s voor specifieke toepassingen zijn op maat gemaakt, en daarom heten ze maatwerkprogramma’s, alleen bij hoog nodig gebruik, dat je iets moet maken wat exclusief van jou is op de computer, dan moet je een maatwerkprogramma halen, maar als het niet direct nodig is om exclusiviteit te brengen, dan is een maatwerkprogramma niet nodig.

 

3.     Geef de Nederlandse term voor de onderstaande Engelse begrippen:

a.      Browser: zoek programma dat op het internet naar gewenste informatie zoekt.

b.     Game: een spel wat op de computer gespeeld kan worden.

c.     Database: een bestand waarin verschillende gegevens netjes gerangschikt zijn.

d.     Spreadsheet: een rekenvel

e.      Text Editor: een programma om tekst mee te verwerken

 

4.     Is het zinnig voor de kantine om een maatwerkprogramma te laten maken?

Nee, want er zijn al programma’s die de taken uitvoeren die de kantine nodig heeft, om dan een maatwerkprogramma te laten maken is niet nodig.

 

5.     De ontwerper van de spreadsheet beweert dat hij maatwerk heeft gemaakt voor de kantine. Hij heeft de knoppenbalken aangepast voor specifieke handelingen en zijn macro’s werken uitstekend. Geef voor- en tegenargumenten voor deze bewering.

VOOR: Het programma is zo veranderd waardoor het eigenlijk wel een maatwerk is.

TEGEN: Het programma wordt eigenlijk helemaal klaar gekocht, waardoor een paar kleine aanpassingen het geen maatwerk maken.

 

Opg. 1-3  8.4.2

1.     Noem de namen van minimaal 3 veel gebruikte utilities.

WinRAR(zip/unzip), Norton Anti-virus, Microsoft Anti-spyware.

 

2.     Welke utilities worden bij jullie op school veel gebruikt?

Norton Anti-virus.

 

3.     Om een gecomprimeerd programma of document te kunnen gebruiken moet het eerst gedecomprimeerd worden. Noem 2 voorbeelden waarbij je compressie kunt gebruiken.

Bij het versturen van e-mails compres je vaak de foto of file eerst, dan gaat het versturen van de file sneller en makkelijker om te downloaden. Ook om spelletjes op een CD minder ruimte in te laten nemen maar toch wel hetzelfde te laten, en werkende, kan het gezipped worden.

 

Opg. 1-8  8.5

  1. Beschrijf nauwkeurig de handelingen die je vanuit het besturingssysteem moet uitvoeren om een bestand te kopiëren naar een andere map.

 

  1. Wat is de functie van een interface?

De interface is het intermediair tussen programma en gebruiker. Hiermee kunnen we bestanden kopiëren, instellingen te wijzigen, programma’s te starten, etc.etc. 

 

3.     Bekijk de opbouw van de gebruikersinterface van WORD en van EXCEL. Welke elementen van de interface worden gemeenschappelijk gebruikt?

De hele opstelling is bijna hetzelfde, op natuurlijk de elementen van wat ze doen na, maar daarnaast is de interface hetzelfde, op dezelfde plaats dezelfde mogelijkheden om te kopiëren, “cutten”, etc.

 

4.     Noem minimaal 3 (nog niet genoemde) taken die door WINDOWS uitgevoerd kunnen worden.

Foto’s veranderen en aanpassen, het maken van presentaties(wat eigenlijk vaker gedaan wordt in Powerpoint).

 

5.     In het begin van deze paragraaf is een aantal taken van het besturingssysteem beschreven. Rubriceer deze taken onder één van de bovenstaande groepen.

 

6.     Noem 5 hulp- en aanvullende programma’s die bij WINDOWS worden geleverd.

 

7.     Geef aan welke besturingssystemen aan de bovengenoemde kenmerken voldoen.

 

 

Multitasking

Multi-user

Multiprocessing

Multithreading

Mac OS

x

 

 

 

Windows

x

x

 

 

UNIX

 

 

 

x

VMS

x

x

 

 

 

 

8.     a. Waarom heeft MICROSOFT zijn besturingssysteem WINDOWS genoemd?

Omdat je met verschillende “schermen” tegelijk bezig kunt zijn, je kunt van het ene raam naar het andere raam overstappen op ieder willekeurig moment.

b. Dankzij welke kenmerken is UNIX  nog steeds populair?

Door zijn overdraagbaarheid, flexibiliteit, kracht en stabiliteit is UNIX het belangrijkste besturingssysteem geworden op werkstations, waardoor het nogsteeds zeer populair is.

 

Opg.  1-3  8.7.3

1.             Welke voordelen biedt het programmeren in assembleertaal, vergeleken met het coderen in machinetaal?

a.       De opdrachten worden aangeduid met zinvolle codes die gemakkelijker zijn te onthouden

b.      De programmeur hoeft de geheugenplaatsen niet te onthouden.

 

2.             Wat voor programma’s lenen zich goed voor machinetaal of assemblertaal?

         Notepad   assemblertaal

 

3.             Geef aan waarom het niet zinvol is om een programma zoals Word in machinetaal te schrijven.

         Het is heel onhandig om het zo te doen.

 

Opg. 1  8.7.4

1.             Leg uit wat men bedoeld met de volgende uitspraak:

Een assembler zorgt voor een een-op-een vertaling, een compiler voor een een-op-veel vertaling.

De assembler voert per commando een opdracht uit, terwijl een compiler per commando meerdere opdrachten uitvoert.

 

Opg. 3,4,6 +12  6.5.1    

         3.         We kunne uitrekenen hoeveel ruimte het vraagt om een bitmap op te slaan. We rekenen dat uit voor een plaatje van 400 pixels breed en 200 pixels hoog. Uit hoeveel pixels bestaat het plaatje?

                     400 x 200 = 80.000 pixels.

 

4.             Stel dat we gebruik maken van 16 verschillende kleuren. Als we de kleuren coderen met de getallen 0 t/m 15, dan hebben we voor elke kleurcode 4 bits nodig. Waarom gebruiken we niet de getallen 1 t/m 16 als codering voor de kleuren?

Want om de kleuren te coderen gebruiken we bits, en met het tellen met bits beginnen we altijd bij 0.

 

6.             Gebruiken we 16.7 miljoen kleuren, dan hebben we 2 tot de 24 verschillende kleuren. Om die te coderen hebben we 24 bits of 3 bytes nodig. Vergeleken met de 16 verschillende kleuren hebben we nu 3 bytes per pixel in plaats van een halve byte nodig. Dat is 6 keer zoveel. Hoeveel bytes hebben we nodig om dit plaatje met 16.7 miljoen kleuren vast te leggen?

24 x 3 = 72 bytes.

 

12.         MPEG is “s werelds meest gebruikte standaard voor video.

a.             Waarom is zo’n standaard erg handig?

Want dan wordt er universeel begrepen wat je bedoelt en is vertaling/omrekening niet nodig.

b.            Met welke extensie wordt een MPEG-bestand opgeslagen?

                              Jpeg.

c.             Met welk WINDOWS onderdeel (welke menukeuzen) kan een filmpje bekeken worden?

                              Met Windows Media Player.

d.            Ga naar de site van de VPRO en bekijk een film uit het filmarchief.

         Is goed.

 

Opg 1-10  8.9

  1. Welke 2 hoofdgroepen software zijn er? Geef de onderverdeling van deze 2 hoofdgroepen.

1.             Source.

2.             De door computer uitvoerbare vorm.

 

  1. Programmatuur kan vanuit 3 gezichtpunten bekeken worden. Welke zijn dat en welk gezichtspunt is in het deel software vooral aan de orde?

1.             Technische kant.

2.             Programmeurskant.

3.             Gebruikerskant.

Het gezichtspunt wat in Software vooral aan de orde komt is de Programmeurskant.

 

  1. Welke software zal de NS gebruiken voor de kaartuitgifte aan de kassa?

 

  1. Het besturingssysteem is veelal bepalend voor de programmatuur die op de computer kan werken.
    1. Noem enkele besturingssystemen.

Linux, Windows.

    1. Wat zijn de taken van het besturingssysteem?

Het regelt het opstarten en beëindigen van andere programma's, toegang tot de harde schijf, scherm, invoer van gegevens en applicaties maken gebruik van het besturingssysteem door middel van een Application Programming Interface (API).

    1. Leg uit waarom je een WINDOWS applicatie niet kunt gebruiken op een MAC.

Want het zijn allebei besturingssystemen, die elk op een beetje een andere manier werken, waardoor bij inbrenging van beiden ze elkaar in de weg kunnen gaan staan met het correct laten werken van de pc.

 

  1. Beantwoord de volgende vragen:
    1. Welke programmeertalen gebruiken een 1 op 1 vertaling en welke 1 op veel vertaling?

 

    1. Wat is hierbij het bronprogramma en wat het doelprogramma?

 

    1. Welke vertaalprogramma’s voeren de vertaling uit?

 

 

  1. Je hebt WINDOWS 95 op je PC geïnstalleerd. Welke van de onderstaande beweringen is/zijn juist?

WINDOWS is een besturingssysteem met mogelijkheden voor:

    1. Multithreading                juist
    2. Multiprocessing             onjuist
    3. Multitasking                   juist
    4. Multi-using                    onjuist

 

  1. Een taal van de 3de generatie is proceduregericht.
    1. Wat is een procedure?

Een procedure is een serie instructies die op volgorde moeten worden uitgevoerd.

    1. Beschrijf de volgende procedure: controleer of een getal even of oneven is.

 

 

  1. Een taal van de 4de generatie is probleemgericht.
    1. Geef een voorbeeld van een “probleem” dat zo’n taal voor je oplost.

 

    1. Wat is het nadeel van een probleemgerichte taal?

 

 

  1. Programma’s bestaan uit 2 hoofdbestanddelen.
    1. Welke zijn dat?

 

    1. Hoe maakt een objectgeoriënteerde taal hier gebruik van?

 

 

  1. Java is in korte tijd behoorlijk populair geworden.
    1. Aan welke eigenschap van Java is dit te danken?

 

    1. Tot welke generatie behoort Java en tot welk soort taal behoort Java?

 

    1. Wat is het kenmerkende verschil tussen Java en Javascript?

 

 

Opgaven

 

les 4

Opgave 1

 

Lees tempCelsius

Tempfahrenheit: = tempCelsius * 1,8 + 32

Schrijf tempfahrenheit

 

Wat is het antwoord als de gebruiker het getal 20 invult?

Het antwoord is  68.

 

Opgave 2

 

Lees tempfahrenheit

Tempcelcius := tempfahrenheit -32 / 1.8

Schrijf tempcelcius

 

Opgave 3

 

Lees pinkaart

Lees password

Password goed=  write “Hoeveel geld ophalen?”, password fout= write “Incorrect password” and quit.

Lees hoeveel geld ophalen

Geld geven

Write “Have a nice day!”

 

Opgave 4

 

OB = prijs/100*5

Bedrag := prijs + OB

Schrijf bedrag


Opgave 5

 

Lees spaarbedrag, rentepercentage, renteperiode

Temp:= rentepercentage : 100 (+1)

Temp2:= Temp (tot de macht van renteperiode)

uitkomst:= Temp2 *spaargeld (+spaarbedrag)

Schrijf uitkomst

 

les 5

Opgave 1

 

Regelnummer

Dag

Maand

Datum

1.

1 t/m 31

 

 

2.

7 t/m 67

 

 

3.

350 t/m 3350

 

 

4.

 

1 t/m 12

 

5.

 

351 t/m 3362

 

6.

 

 

101 t/m 3112

7.

 

 

101 t/m 3112

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Opgave 2

11

5

2

1

16

27

135

67.5

67.5

 

 

Opgave 3

Lees x,y

G:= x

X:= y

Y:= x

Schrijf x, y

 

Opgave 4

Lees lengte, leeftijd, gewicht

G:= lengte – 100

H:= leeftijd / 100 + 0.75

I:= G * H

Overgewicht:= gewicht – I

Schrijf “U bent” overgewicht “te zwaar.”

 

les 6

 

Opgave5.
Maak een PSD waarin je een digitale klok simuleert. De klok toont de correcte uren, minuten en seconden in het formaat UU:MM:SS

u:=0

WHILE u<24

m:=0

s:=0

WHILE s<60

write u, '': '', m, '': '', s

clear

s:=s+1

m:=m+1

u:=u+1

u:=0                                              
WHILE u<24
m:=0
s:=0
WHILE s<60
write u, '': '', m, '': '', s
clear
s:=s+1
m:=m+1
u:=u+1

 

 

 

Hosted by www.Geocities.ws

1