(Wij roepen als getuigen) degenen die wijd en zijd verspreiden,
En degenen die de last dragen,
En degenen die rustig voortgaan,
En degenen die de zaak uitdelen.
Voorzeker, hetgeen u is beloofd, is waar,
En voorwaar, het gericht zal zeker plaats hebben.
Bij de hemelen vol van paden,
Waarlijk gij hebt uiteenlopende meningen,
Daarvan wordt afgewend wie zich (van het ware geloof) afwendt.
Vervloekt zijn zij die vermoedens uiten.
Die onachtzaam zijn in onwetendheid.
Zij vragen: "Wanneer zal de Tijd des Gerichts zijn?"
Het zal op de Dag zijn, wanneer zij in het Vuur zullen worden beproefd.
"Ondergaat uw beproeving. Dit is hetgeen gij verhaasttet."
Maar de rechtvaardigen zullen te midden van tuinen en bronnen verkeren,
Nemend hetgeen hun Heer zal geven omdat zij voorheen goed plachten te doen.
Gedurende de nacht sliepen zij weinig.
Tijdens de morgenstond zochten zij vergiffenis.
En van hun rijkdommen was een deel voor de bedelaars en ook voor degenen die niet konden bedelen.
En er zijn tekenen op aarde voor hen die zekerheid van geloof willen hebben,
En ook in uzelf, wilt gij dat niet inzien?
En in de hemel is uw onderhoud en hetgeen u is beloofd.
Bij de Heer van de hemel en de aarde - dit is inderdaad de waarheid zoals gij spreekt.
Heeft het verhaal van Abrahams geeerde gasten u bereikt?
Toen zij bij hem binnentraden en zeiden: "Vrede", antwoordde hij: "Vrede". Hij zeide (bij zichzelven): "Vreemde mensen."
Maar hij ging rustig naar zijn gezin en bracht een (toebereid) vet kalf.
En plaatste het voor hen. Hij zeide: "Wilt gij niet eten?"
Daarop begon hij hen te vrezen. Zij zeiden: "Vrees niet" en zij gaven hem blijde tijding over een wijze zoon.
Toen kwam zijn vrouw, in verbijstering en sloeg de hand voor het gezicht en zeide: "Een verwelkte, bejaarde vrouw!"
"Uw Heer heeft het zo gezegd," zeiden zij. "Voorzeker, Hij is de Alwijze, de Alwetende."
Abraham zeide: "Wat is uw taak, o boodsehappers?"
Zij antwoordden: "Wij zijn naar een schuldig volk gezonden
Om brokken klei op hen neder te zenden
Door uw Heer gemerkt (ter verdelging) voor de buitensporigen."
De gelovigen die daarin waren lieten Wij (veilig) weggaan.
Maar Wij vonden er slechts n huis der Moslims.
En Wij lieten daarin een teken achter voor hen, die de pijnlijke straf vrezen.
En in Mozes (is eveneens een teken), toen Wij hem tot Pharao zonden met openlijk gezag.
Maar deze wendde zich af om zijn macht en zeide: "Een tovenaar of een waanzinnige."
Daarom grepen Wij hem en zijn scharen en wierpen hen in de zee, waardoor hij zelfverwijt kreeg.
En er was een teken in de Aad, toen Wij een orkaan tegen hen zonden.
Deze liet van hetgeen hij teisterde niets over of hij maakte het als as,
En er was een teken in de Samoed toen er tot hen werd gezegd: "Vermaakt u voor een wijle."
Maar zij overtraden het gebod van hun Heer. Daarom achterhaalde hen de bliksem terwijl zij er naar keken,
En zij konden niet opstaan noch konden zij zich hiertegen beschermen.
En in het volk van Noach (is ook een teken), voorwaar zij waren een ongehoorzaam volk.
Voorzeker Wij bouwden de hemel door Onze macht en waarlijk Wij zin het, Die hem hebben uitgebreid.
En Wij hebben de aarde uitgespreid en hoe uitmuntend hebben Wij dit gedaan.
En Wij hebben alles in paren geschapen opdat gij er lering uit moogt trekken.
Haast u daarom tot Allah. Waarlijk ik ben voor u een duidelijke waarschuwer van Hem.
En werpt geen andere God op naast Allah, waarlijk ik ben voor u een duidelijke waarschuwer van Hem.
En er kwam tot degenen, die vr hen waren, geen boodschapper of zij zeiden: "Dit is een tovenaar of een bezetene!"
Hebben zij elkander er toe aangespoord? Neen, zij zijn een opstandig volk.
Wend u daarom van hen af en u zal niets worden verweten.
Maar ga door met het vermanen want de vermaning helpt degenen die willen geloven.
En ik heb de djinn en de mensen slechts tot Mijn aanbidding geschapen.
Ik wens van hen geen onderhoud noch wens Ik dat zij Mij zullen voeden.
Voorzeker, Allah is de grootste Voorziener, de Almachtige, de Alsterke.
Voorzeker het lot der onrechtvaardigen is gelijk aan dat van hun gezellen. Laat hen derhalve niet wensen dit te verhaasten.
Wee over de ongelovigen vanwege de Dag waarmede zij worden bedreigd!
Bij de Berg
En bij het geschreven Boek,
Op uitgebreide perkament.
En bij het veelbezochte huis
En bij het hoogverheven dak
En bij de boordevolle oceaan,
Voorzeker, de straf van uw Heer zal worden voltrokken.
Er is niemand die haar kan afwenden.
De Dag waarop de hemel in beweging zal komen.
En de bergen zullen vergaan.
Dan wee op die Dag de loochenaars,
Die zich in ijdel gesprek vermaken.
De Dag waarop zij in het Vuur der hel zullen worden geslingerd:
(Men zal zeggen:) "Dit is het Vuur dat gij placht te loochenen."
Is dit dan toverkunst of ziet gij niet?
Brandt daarin; en het zal voor u hetzelfde zijn, of gij geduld of ongeduld toont. U is slechts vergolden voor hetgeen gij placht te doen.
Voorwaar, de godvruchtigen zullen in tuinen en gelukzaligheid zijn,
Genietende van de gaven, die hun Heer hun heeft geschonken en hun Heer heeft hen voor de marteling van het Vuur behoed.
Eet en drinkt met genoegen wegens hetgeen gij placht te doen.
(U) op tronen nedervlijend die in rijen zijn gerangschikt. En Wij zullen hen met schone meisjes verenigen die grote, mooie ogen hebben.
En met de gelovigen zullen Wij hun nageslacht, dat hun in het geloof volgt, verenigen. En Wij zullen zeker niets aan hun werken afdoen. Elk mens is onderpand voor zijn daden.
En Wij zullen hun een overvloed van fruit en vlees schenken, volgens hun wensen.
Daar zullen zij elkander een beker van hand tot hand reiken waarin ijdelheid noch zonde zal zijn.
En er zullen knapen rondgaan alsof zij welbewaakte paarlen zijn.
En zij zullen zich vragend tot elkander wenden.
Zij zullen zeggen: "Voorheen vreesden wij ter wille van onze families.
Maar Allah is ons genadig geweest en heeft ons voor de marteling van de brandende wind behoed.
Wij plachten voorheen Hem te aanbidden. Voorzeker, Hij is de Goede, de Genadevolle.
Waarschuw daarom (o, profeet). Bij de gratie van uw Heer zijt gij noch een waarzegger noch een bezetene.
Zeggen zij: "Hij is een dichter en wij wachten of te zijner tijd een ramp over hem komt?"
Zeg: "Wacht! Ik wacht ook met u."
Is het hun verstand, dat hun dit oplegt of zijn zij een opstandig volk?
Of zeggen zij: "Hij heeft het verzonnen"? - Neen, zij willen niet geloven -
Laat hen dan een woord hieraan gelijk naar voren brengen, als zij waarachtig zijn.
Zijn zij door niets geschapen of zijn zij (hun eigen) schepper?
Schiepen zij de hemelen en de aarde? Neen, zij willen geen zekerheid hebben.
Bezitten zij de schatten van uw Heer of zijn zij de bewaarders hiervan?
Hebben zij een ladder naar de hemel waardoor zij kunnen luisteren? Laat hun luisteraar dan openlijk gezag tonen.
Heeft Hij (Allah) dochters terwijl gij zonen hebt?
Vraagt gij loon van hen, zodat zij onder schulden gebukt gaan?
Bezitten zij het onzichtbare, zodat zij het kunnen neerschrijven?
Willen zij een plan smeden (tegen u)? Maar de ongelovigen zullen door hun eigen plan worden gevangen.
Hebben zij een andere God buiten Allah? Allah is verheven boven hetgeen zij met Hem vereenzelvigen.
En indien zij een stuk van de hemel zien vallen, zullen zij zeggen "Opgehoopte wolken."
Laat hen daarom, totdat zij hun Dag ontmoeten waarop zij in onmacht zullen neervallen.
De Dag, waarop hun samenzwering hen niets zal baten noch zullen zij worden geholpen.
En voorwaar, voor de onrechtvaardigen is hiervoor een straf. Maar de meesten hunner beseffen het niet.
Wacht daarom geduldig op het oordeel van uw Heer. want gij zijt onder Onze ogen en verheerlijk uw Heer wanneer gij opstaat met de lof die Hem toekomt,
En verheerlijk Hem 's nachts en na het verbleken der sterren.
Bij de ster wanneer zij valt,
Uw metgezel is noch afgedwaald noch afgeweken,
Noch spreekt hij naar eigen begeerte.
Het is slechts de Openbaring die wordt nedergezonden.
Hij, die grote macht heeft, onderwees hem,
Die kracht bezit. Zo is hij volmaakt geworden
En hij staat aan de hoogste horizon.
Hij naderde en kwam steeds nader.
En werd als de spanning van twee bogen, Ja, nog dichter bij,
En Hij (Allah) openbaarde aan Zijn dienaar hetgeen Hij wilde openbaren.
Het hart loog niet over wat het zag.
Wilt gij dan met hem redetwisten over hetgeen hij heeft gezien?
En voorzeker, hij zag hem ook bij een andere nederdaling.
Bij de Lotusboom waar niemand voorbij mag gaan,
Waarnaast de Tuin van Verblijf is.
Toen het goddelijke Licht de Lotusboom overstraalde
Wendde zijn oog zich niet af, noch ging het de grens te buiten.
Voorwaar, hij zag de grote tekenen van zijn Heer.
Ziet, de Laat en de Ozza,
En een ander, de derde, Manaat?
"Zijn voor u de mannelijke wezens en voor Hem de vrouwelijke?"
Dat is dan een onrechtvaardige verdeling;
Dit zijn slechts namen die gij uitgedacht hebt - gij en uw vaderen - waarvoor Allah geen gezag heeft nedergezonden. Zij volgen slechts hun vermoedens en begeerten. En voorzeker de leiding van hun Heer is nu tot hen gekomen.
Krijgt de mens alles waarnaar hij verlangt?
Neen, aan Allah behoren het Hiernamaals en deze wereld.
En hoevele engelen zijn er niet in de hemelen wier voorspraak van geen nut zal zijn, behalve nadat Allah verlof heeft gegeven aan wie Hij wil en wie Hem behaagt.
Zij, die niet in het Hiernamaals geloven geven de engelen vrouwelijke namen,
Maar zij hebben daar geen kennis van. Zij volgen alleen een vermoeden en het vermoeden kan tegen de waarheid niets baten.
Wend u daarom van hem af die zich van de gedachtenis aan Ons afwendt, en die niets wenst dan het leven dezer wereld.
Zo ver reikt hun kennis. Voorwaar, uw Heer kent het beste degene die van Zijn pad afdwaalt en Hij kent het beste degene die Zijn leiding volgt.
En aan Allah behoort hetgeen in de hemelen en hetgeen op aarde is, opdat Hij degenen die slecht deden moge vergelden voor hetgeen zij hebben gewrocht en opdat Hji degenen die goed doen, met het beste moge belonen.
Zij, die behalve kleine feilen, de ergste zonden en slechtheden vermijden - voorwaar, uw Heer is de Heer der Alomvattende Vergiffenis. Hij kende u toen H. u uit aarde deed ontstaan en toen gij een embryo waart in de baarmoeder uwer moeder. Prijst daarom uzelf niet om reinheid. Hij kent de godvruchtigen het beste.
Ziet gij hem die zich afwendt (van het rechte pad)
En die weinig geeft en vrekkig is?
Bezit hij de kennis van het onzichtbare, zodat hij kan zien?
Is hem niet verteld over hetgeen in de geschriften van Mozes staat,
En van Abraham, die de geboden hield?
Dat geen drager van last de last van een ander zal dragen;
En dat de mens niet meer kan krijgen dan hetgeen waarnaar hij streeft.
En dat zijn streven spoedig zal worden opgemerkt;
Dan zal hij er volledig voor worden beloond.
En dat alles uiteindelijk tot uw Heer komt,
En dat Hij het is, Die doet lachen en wenen
En dat Hij het is, Die de dood veroorzaakt en het leven geeft.
En dat Hij de twee echtgenoten schept, de vrouwelijke en de mannelijke
Uit een levenskiem wanneer deze uitgegoten wordt:
En dat de volgende opwekking (tot leven) op Hem rust:
En dat Hij het is Die voldoening en rijkdom geeft
En dat Hij de Heer van Sirius is.
En dat Hij de oude (stam van Aad) vernietigde
En Samoed, en Hij spaarde (hen) niet,
Evenals het volk van Noach vrdien; waarlijk zij waren uiterst onrechtvaardig en opstandig
En Hij bracht de verwoeste steden ten val,
Zodat hetgeen bedekken kon, hen bedekte.
Over welke gaven van uw Heer wilt gij dan redetwisten?
Deze waarschuwer is gelijk aan de vroegere waarschuwers.
Het Uur nadert,
Niemand behalve Allah kan het ontsluieren.
Verwondert gij u dan over deze aankondiging?
En lacht gij in plaats van te wenen,
Terwijl gij achteloos zijt?
Werpt u voor Allah neder en aanbidt (Hem).
Het Uur is nabij, en de Maan is opengespleten.
Maar als zij (de ongelovigen) een teken zien wenden zij zich er van af en zeggen: "Een voortdurende toverkunst."
Zij verloochenen en volgen hun eigen begeerten. Maar elke verordening (Gods) zal plaats hebben.
En er zijn reeds tijdingen tot hen gekomen waarin een waarschuwing ligt.
Volmaakte wijsheid; maar de waarschuwingen helpen hen niet.
Wend u daarom van hen af. De Dag waarop de aankondiger hen zal roepen tot iets onaangenaams,
Dan zullen zij met nedergeslagen ogen uit hun graven komen als verstrooide sprinkhanen,
Zich naar de omroeper haastend. De ongelovigen zullen zeggen "Dit is een moeilijke dag."
Vr hen verloochende het volk van Noach, zij verloochenden Onze dienaar en zeiden: "Een waanzinnige." En hij werd verdreven.
Daarom bad hij tot zijn Heer: "Ik ben gewis verslagen, sta mij bij."
Toen openden Wij de poorten van de hemel voor het stromende water.
En Wij spleten de aarde door bronnen, waar door de wateren elkander ontmoetten volgens een vastgesteld plan.
En Wij droegen hem op iets, bestaande uit planken en spijkers.
Het dreef onder Onze ogen voort als een beloning voor hem, die verworpen was.
En Wij maakten dit tot een teken. Is er iemand die er lering uit trekt?
Hoe vreselijk was Mijn straf en Mijn waarschuwing!
En Wij hebben inderdaad de Koran gemakkelijk gemaakt ter vermaning. Is er iemand die er lering uit trekt?
Aad verloochende eveneens. Hoe (ernstig) was Mijn straf en Mijn waarschuwing!
Wij zonden een woedende wind tegen hen, op een kwade, onvergetelijke dag.
Die mensen wegtrok als waren zij de stammen van ontwortelde palmbomen.
Hoe groot was toen Mijn straf en Mijn waarschuwing!
En Wij hebben inderdaad de Koran gemakkelijk gemaakt ter vermaning. Is er iemand die er lering uit trekt?
Ook (het volk van) Samoed verloochende de waarschuwers.
En zij zeiden: "Moeten wij een man uit ons midden volgen? Dan zouden wij inderdaad verdwaald en krankzinnig zijn.
Is de vermaning hem alleen gegeven? Neen, hij is een grote leugenaar en misdadiger."
Morgen zullen zij weten wie de grote leugenaar en misdadiger is!
Wij zullen de kameel zenden om hen op de proef te stellen. Let daarom op hen en heb geduld.
En zeg hun, dat het water tussen hen is verdeeld en dat de tijd van elke drinkbeurt in acht moet worden genomen.
Maar zij riepen hun metgezel, deze nam het (kameel) en verlamde het.
Hoe vreselijk was toen Mijn straf en Mijn waarschuwing!
Wij zonden een enkele straf tegen hen en zij werden als droog, vertrapt stro.
En Wij hebben inderdaad de Koran gemakkelijk gemaakt ter vermaning. Is er iemand die er lering uit trekt?
Het volk van Lot verloochende de waarschuwers ook.
En Wij zonden een storm van stenen over hen allen met uitzondering van de familie van Lot, die Wij bij de dageraad verlosten,
Als een gunst van Ons. Zo belonen Wij hen die dank betuigen.
En Lot had hen inderdaad voor Onze straf gewaarschuwd doch zij trokken de waarschuwingen in twijfel.
En zij trachtten hem van zijn gasten af te keren. Daarom verblindden Wij hun ogen en zeiden: "Ondergaat nu Mijn straf en Mijn waarschuwing."
En de volgende morgen vroeg kwam er een blijvende straf over hen.
"Ondergaat nu Mijn straf en Mijn waarschuwing."
En Wij hebben inderdaad de Koran gemakkelijk gemaakt ter vermaning. Is er iemand die er lering uit trekt?
Er kwamen ook waarschuwers tot het volk van Pharao.
Zij verwierpen al Onze tekenen, daarom grepen Wij hen gelijk het grijpen van een krachtige en machtige.
Zijn uw ongelovigen beter dan dezen? Of zijt gij vrijgesteld in de geschriften?
Zeggen zij: "Wij zijn een overwinnende schare?"
De scharen zullen allen op de vlucht worden gejaagd en zij zullen hun rug tonen.
Neen, het Uur is hun vastgestelde tijd en het Uur zal uiterst rampzalig en bitter zijn.
Voorzeker, de overtreders zullen in dwaling verkeren en zich in een vlammend Vuur bevinden.
De Dag, waarop zij met hun aangezicht in het Vuur zullen worden gesleurd, zal er tot hen worden gezegd: "Voelt de aanraking der hel."
Voorwaar, Wij hebben alles naar maat geschapen.
En Ons gebod komt in n oogwenk.
En Wij hebben inderdaad uw gelijken vernietigd. Is er iemand die er lering uit trekt?
En al hetgeen zij deden staat in de geschriften.
En alles, groot of klein, is nedergeschreven.
Voorwaar, de rechtvaardigen zullen te midden van tuinen en rivieren zijn.
Op de juiste plaats in de tegenwoordigheid van de Almachtige Koning.
De Barmhartige
Heeft de Koran onderwezen.
Hij heeft de mens geschapen
En heeft hem de uiteenzetting (er van) geleerd.
De zon en de maan doorlopen hun banen volgens het plan.
En planten en bomen aanbidden Hem.
Hij heeft de hemel hoog er boven verheven en een evenwicht bepaald
Opdat gij het evenwicht niet zoudt verstoren.
Houdt de weegschaal naar recht en doet aan de maat niet tekort.
En Hij heeft de aarde voor Zijn schepselen gemaakt:
Daarop zijn vruchten en palmbomen met scheden,
En gebolsterd graan en geurige bloemen,
Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?
Hij schiep de mens uit droge klei, als aardewerk.
En Hij schiep de djinn uit de vlam van Vuur.
Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?
De Heer der twee Oosten en de Heer der twee Westen!
Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?
Hij heeft de twee zeen gescheiden, die elkander eens zullen ontmoeten.
Daartussen is een versperring geplaatst welke zij niet kunnen passeren.
Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?
Er komen paarlen en koraal uit beide (zeen) vandaan.
Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?
En van Hem zijn de bergenhoge schepen op zee.
Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?
Al hetgeen is, zal vergaan.
En er blijft alleen het Aangezicht van uw Heer, de Bezitter van Heerlijkheid en Eer.
Welke van de gunsten van uw Heer uilt gij dan ontkennen?
Van Hem smeken allen, die in de hemelen en op aarde zijn, (gunsten) af. Elk dag toont Hij een andere Heerlijkheid.
Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?
Wij zullen spoedig met u afrekenen, o gij twee volkeren!
Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?
O, groep van djinn en mensen; als gij de grenzen der hemelen en der aarde wilt overschrijden, probeert dit dan. Doch gij zult dit zonder gezag stellig niet kunnen doen.
Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?
Er zullen vurige vlammen en gesmolten koper tegen u worden gezonden en gij zult u niet kunnen verweren.
Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?
En wanneer de hemel uiteengespleten en rosssig wordt als een roodgeverfde huid.
Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?
Op die Dag zullen mens noch djinn worden ondervraagd over hun zonden.
Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?
De schuldigen zullen aan hun kenmerken worden herkend en zij zullen worden gegrepen bij haren en voeten.
Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?
Dit is de hel door de schuldigen verloochend.
Zij zullen daar tussen vuur en fel kokend water rondgaan.
Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?
Maar er zullen voor hem die het verschijnen voor zijn Heer vreest, twee tuinen zijn,
Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?
Van verschillende soort.
Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?
In beide zullen twee fonteinen stromen.
Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?
Daarin zullen alle vruchten tweesoortig zijn.
Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?
Zij zullen zich nedervlijen op divans met tapijten waarvan de voeringen van dikke zijde zullen zijn. En het fruit der tuinen zal dicht bij de hand liggen.
Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?
Daarin zullen kuise meisjes zijn met zedige blik, door mens noch djinn ooit aangeraakt.
Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?
Als waren zij robijnen en koralen.
Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?
De beloning van goedheid kan niet anders dan goedheid zijn.
Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?
En naast deze twee zijn er nog twee tuinen.
Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?
Donkergroen van gebladerte,
Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?
Daarin zullen ook twee bronnen zijn die water in overvloed spuiten.
Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?
In beide zullen er vruchten, dadels en granaatappels zijn.
Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?
Daarin zullen goede en schone meisjes zijn.
Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?
Schonen in paviljoenen gehuisvest.
Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?
Die vr hen mensen noch djinn hebben aangeraakt.
Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?
Rustend op groene kussens en prachtige tapijten.
Welke van de gunsten van uw Heer wilt gij dan ontkennen?
Gezegend zij de naam van uw Heer, de Bezitter van Heerlijkheid en Eer.
Als de Gebeurtenis plaats vindt
Zal er niets dit plaatsvinden kunnen tegenhouden -
Enigen zal het vernederen, anderen zal het verheffen.
Wanneer de aarde hevig zal worden geschokt,
En de bergen verbrijzeld,
Zullen deze als stof worden verstrooid,
En gij zult in drie soorten worden verdeeld.
De mensen aan de rechter kant - hoe (gelukkig zijn) de mensen aan de rechter kant!
En de mensen aan de linker kant - hoe (ongelukkig) zijn de mensen aan de linker kant!
De voorbijstrevenden (in het geloof) zullen de eersten zijn,
Dezen zijn de gunstelingen die God dicht zullen naderen.
In tuinen van verrukking.
Het zijn een groot aantal van de eersten.
En weinigen uit later tijd.
Op sofa's doorvlochten met goud en edelgesteenten
Daarop nederliggende, naar elkander toegewend!
Daar zullen jonge mannen onder hen rondgaan die niet zullen verouderen
Met bekers, kannen en kopjes gevuld uit een zilveren bron -
Zij zullen daarvan geen hoofdpijn krijgen noch zullen zij dronken worden -
En met fruit dat zij het liefst hebben -
En met vlees van vogelen dat zij begeren.
En er zullen schonen zijn met grote, mooie ogen,
Als verscholen paarlen.
Als beloning voor hetgeen zij plachten te doen.
Zij zullen daar geen ijdele gesprekken of zondige taal horen,
Doch het woord "vrede, vrede."
En zij die rechts zullen staan - hoe (gelukkig) zijn deze die rechts staan!
Zij zullen zich bevinden tussen doornloze lotusbomen
En trossen bananen,
En dekkende schaduwen,
En stromende wateren,
En overvloedig fruit,
Noch afgesneden, noch verboden,
En edele vrouwen.
Voorwaar, Wij hebben dezen tot een wonderligke schepping gemaakt,
Wij maakten haar maagden,
Beminnelijk, van gelijke leeftijd.
Tot degenen aan de rechter kant.
(Behoort) een groot aantal van de eersten (gelovigen).
En een groot aantal uit latere tijden.
De mensen aan de linker kant - hoe (ongelukkig) zijn degenen die aan de linker kant staan!
Te midden van verschroeiende winden en kokend water.
En in de schaduw van zwarte rook,
Noch koel, noch verfrissend.
Voordien waren zij inderdaad in weelde (op aarde),
En volhardden in grote zonde.
En zij plachten te zeggen: "Als wij dood zijn en stof en beenderen zijn geworden, zullen wij inderdaad herrijzen?
En ook onze voorvaderen?"
Zeg: "Ja, de vroegeren en de lateren
Zullen tezamen worden verzameld op de vastgestelde tijd van een bepaalde Dag."
Dan, o gij, die waart verdwaald en hebt verloochend,
Gij zult. zeker van de boom van Zaqqoem eten,
En zult er uw buik mee vullen,
En daama kokend water drinken,
(Drinkende,) zoals dorstige kamelen drinken,
Dit zal hun onthaal zijn op de Dag des Gerichts.
Wij schiepen u, maar waarom wildet gij deWaarheid niet erkennen?
Zeg mij wat gij verwekt,
Schept gij het of zijn Wij de Schepper er van?
Wij hebben de dood onder u verordend en Wij kunnen niet worden tegengehouden
Om anderen als gij in uw plaats te stellen en u in een toestand te brengen die gij niet kent.
En zeker kent gij de eerste schepping. Waarom trekt gij er dan geen lering uit?
Hebt gij gezien wat gij zaait?
Doen Wij het groeien of doet gij dat?
Als Wij het willen, kunnen Wij dat alles tot stof maken, dan blijft gij jammeren.
(Zeggende): "Wij zijn beladen met borgstelling,
Meer nog, wij zijn van alles beroofd."
Ziet, het water dat gij drinkt,
Zijt gij het die het uit de wolken nederzendt, of zijn Wij de Zender?
Indien Wij het willen, kunnen Wij het bitter maken. Waarom zijt gij dan niet dankbaar?
En zeg mij; het vuur dat gij aansteekt,
Zijt gij het die de boom er voor doet groeien of zijn Wij het?
Wij hebben het tot een aanmaning en een weldaad gemaakt voor de reizigers in de wildernissen.
Daarom verheerlijk de naam van uw Heer, de Verhevene.
En Ik roep het verschieten der sterren tot getuige
En inderdaad is dat een grote eed, indien gij het beseft -;
Voorzeker, dit is (de) verheven Koran,
Een beschermd Boek,
Dat niemand zal aanraken behalve zij die zich louteren.
Een Openbaring van de Heer der Werelden.
Veracht gij dan deze aankondiging?
En verzekert gij door de ontkenning ervan uw levensonderhoud?
Waarom dan, wanneer de ziel van (de stervende) zijn keel bereikt
En gij ziet toe - op dat ogenblik
Zijn Wij dichter bij hem dan gij, maar gij ziet dit niet,
Waarom dan, als gij niet onderdanig zijt,
Brengt gij haar niet terug indien gij waarachtig zijt?
Als hij nu behoort tot degenen, die dicht bij God zijn,
Dan is voor hem geluk en geur en een tuin van verrukking;
En indien hij behoort tot degenen aan de rechter kant,
Dan luidt het "Vrede zij u" van degenen aan de rechter kant.
Maar als hij behoort tot de dwalenden die (de Waarheid) hadden verloochend,
Dan is voor hem een onthaal op kokend water
En branden in de hel.
Voorzeker dit is de werkelijkheid.
Verheerlijk daarom de naam van uw Heer, de Verhevene.
Wat er ook in de hemelen en op aarde is, verheerlijkt Allah; Hij is de Almachtige, de Alwijze.
Van Hem is het koninkrijk der hemelen en der aarde. Hij doet sterven en leven en Hij heeft macht over alle dingen.
Hij is de Eerste en de Laatste, de Zich Manifesterende en de Verborgene, en Hij heeft kennis van alle dingen.
Hij is het Die de hemelen en de aarde in zes dagen schiep; daarna zette Hij zich op de Troon neder. Hij weet wat de aarde ingaat en wat er uit voortkomt, en wat van de hemelen nederkomt en wat er naar toe opstijgt. Hij is met u waar gij ook zijn moogt, want Allah ziet alles wat gij doet.
Van Hem is het koninkrijk der hemelen en der aarde en naar Allah worden alle dingen teruggebracht.
Hij laat de nacht in de dag overgaan en de dag in de nacht: en Hij is de Kenner van het innerlijk.
Gelooft in Allah en Zijn boodschapper en geeft weg van datgene waarvan Hij u erfgenamen heeft gemaakt. En zij onder u die geloven en besteden (als weldaad) zullen een grote beloning ontvangen.
Wat scheelt u dat gij niet in Allah gelooft, terwijl de boodschapper u roept om in uw Heer te geloven en Hij een verbond met u heeft gesloten, indien gij gelovig zijt?
Hij is het Die duidelijke tekenen nederzendt aan Zijn dienaar om u van de Duisternissen in het Licht te brengen en voorwaar, Allah is Liefderijk Genadevol.
Waarom geeft gij niet terwille van Allah, terwijl aan Allah de erfenis van de hemelen en de aarde behoort? Degenen onder u die (geld) besteedden en streden vr de overwinning zijn niet gelijk maar hoger in rang dan degenen die nadien (geld) besteedden en streden. En Allah heeft aan allen het goede beloofd. En Allah is op de hoogte van hetgeen gij doet.
Ieder die met Allah een goede lening sluit - Hij zal deze voor hem vermenigvuldigen en hem zal bovendien een voortreffelijke beloning ten deel vallen.
En de Dag waarop gij de gelovige mannen en vrouwen zult zien, hun licht vr hen en aan hun rechter handen uitstralende; verblijdend nieuws is er voor u op deze Dag! Tuinen waar doorheen rivieren stromen, waarin gij zult vertoeven. Dat is de opperste zegepraal.
Op de Dag, waarop huichelaars en huichelaarsters tot de gelovigen zullen zeggen: "Laat ons iets van uw licht nemen," zal er gezegd worden: "Gaat terug en zoekt licht." Dan zal er tussen hen een muur worden opgericht met een poort er in. Aan de binnenkant zal barmhartigheid zijn en aan de buitenkant zal straf zijn.
(De huichelaars zullen tot de gelovigen) roepen: "Waren wij niet met u?" Zij zullen antwoorden: "Ja, maar gij hebt uzelf in verzoeking laten brengen en gewacht en getwijfeld en uw begeerte bedroog u, totdat de verordening van Allah kwam. En de bedrieger bedroog u ten opzichte van Allah.
Derhalve zal op deze Dag geen losgeld van u worden aangenomen, noch van degenen die ongelovig waren. Uw tehuis zal het Vuur zijn; dat is uw vriend en het is een slechte bestemming!"
Is voor de gelovigen de tijd nog niet aangebroken dat hun hart nederig worde om Allah gedachtig te zijn en de Waarheid (op te nemen), die nedergedaald is? En laten zij niet worden zoals zij die het Boek vrdien ontvingen - voor dezen was de termijn (te) lang geworden waardoor hun hart werd verhard en velen van hen ongehoorzaam werden.
Weet, dat Allah de aarde doet herleven na haar dood. Wij hebben de tekenen duidelijk voor u verklaard, opdat gij begrijpen moogt.
De mannen en vrouwen die aalmoezen geven en degenen die met Allah een goede lening sluiten - deze zal voor hen vermenigvuldigd worden, bovendien zullen zij een eervolle beloning ontvangen.
En zij, die in Allah en Zijn boodschappers geloven, zijn de waarachtigen en de martelaren in de ogen van hun Heer; zij zullen hun beloning en hun licht ontvangen. Maar zij die Onze boodschappen verwierpen en verloochenden, zullen de bewoners der hel zijn.
Weet, dat het wereldse leven, alleen spel, vermaak, praalvertoon, pochelij onder elkander, wedijver in vermeerdering van rijkdom en kinderen, is als de regen waardoor het plantenleven de kwekers verblijdt. Dan droogt het op, gij ziet het geel worden en vergaan. En in het Hiernamaals is er een strenge straf en Allah's vergiffenis en welbehagen. En het leven dezer wereld is niets anders dan een zaak van begoocheling.
Wedijvert om vergiffenis van uw Heer (te verkrijgen) en voor het paradijs, waarvan de breedte gelijk is aan de breedte tussen hemel en aarde, bereid voor degenen, die in Allah en Zijn boodschappers geloven. Dat is de genade van Allah. Hij schenkt deze aan wie Hij wil en Allah is de Heer van grote genade.
Er gebeurt geen ongeluk op aarde of aan uzelf zonder dat het is opgetekend in het Boek voordat Wij het openbaren. Voorzeker - dat is gemakkelijk voor Allah -
Opdat gij niet moogt treuren over hetgeen gij verloren hebt noch juichen over hetgeen Hij u heeft gegeven, want Allah heeft geen pocher of opschepper lief
(Noch degenen,) die vrekkig zijn en de mensen aansporen vrekkig te worden en wie zich van Hem afwendt; voorzeker Allah is Zichzelf-genoeg, Geprezen.
Voorwaar, Wij zonden Onze boodschappers met duidelijke bewijzen en openbaarden hun het Boek en de Weegschaal opdat het mensdom rechtvaardig moge zijn. Wij hebben ijzer nedergezonden, waardoor grote strijd doch ook grote voordelen voor het mensdom ontstaan, opdat Allah degenen moge onderscheiden, die in het ongeziene Hem en Zijn boodschappers helpen. Zeker, Allah is Sterk, Almachtig.
En Wij zonden Noach en Abraham, en Wij plaatsten in hun nageslacht het profetenambt en het Boek. En enigen van hen waren op het rechte pad, maar de meesten hunner waren overtreders.
Dan deden Wij Onze boodschappers in hun voetsporen treden en Wij deden Jezus, de zoon van Maria, opvolgen en Wij gaven hem het Evangelie. En Wij legden zachtmoedigheid en barmhartigheid in het hart zijner volgelingen. Doch het kloosterleven schreven Wij hun niet voor, maar zij vonden dit zelf uit om Allah's welbehagen te zoeken. Zij namen dit echter niet in acht zoals het behoorde. Toen gaven Wij de gelovigen onder hen een beloning, maar velen onder hen waren overtreders.
O gij gelovigen, vreest Allah en gelooft in Zijn boodschapper. Hij zal u een dubbel aandeel van Zijn barmhartigheid geven en u een licht verschaffen waarin gij wandelen zult en Hij zal u vergeven: - Voorwaar, Allah is Vergevensgezind, Genadevol.
Opdat de mensen van het Boek mogen weten, dat zij geen macht hebben over de genade van Allah - Voorzeker de genade is in Allah's handen, Hij geeft deze aan wie Hij wil. En Allah is de Heer van grote genade.
Allah heeft het woord gehoord van degene die met u aangaande haar man twistte en tot Allah klaagde. En Allah heeft uw gesprek gehoord. Voorwaar, Allah is Alhorend, Alziende.
Degenen onder u, die hun vrouwen moeders noemen - dezen zijn hun moeders niet; hun moeders zijn alleen degenen die hen baarden, - en voorzeker zij zeggen iets onbetamelijks en een leugen; doch Allah is Verdraagzaam, Vergevensgezind.
Degenen, die hun vrouwen moeders noemen en willen terugnemen wat zij zeiden, moeten hiervoor een slaaf bevrijden voordat zij elkander aanraken. Dit is een vermaning voor u. En Allah is goed op de hoogte van hetgeen gij doet.
Maar wie geen slaaf vindt, laat hem twee achtereenvolgende maanden vasten, voordat zij elkander aanraken. En wie dat niet doen kan, moet zestig arme mensen voeden. Dit is een bevel, opdat gij moogt geloven aan Allah en Zijn boodschapper. Dit zijn de verordeningen van Allah; en er is een pijnlijke straf voor de ongelovigen.
Degenen, die tegen Allah en Zijn boodschapper ingaan, zullen zeker vernederd worden zoals degenen die hen vooraf gingen vernederd werden; want Wij hebben reeds duidelijke tekenen nedergezonden. En de ongelovigen zullen een onterende straf ontvangen.
De Dag, waarop Allah hen allen tezamen zal opwekken, zal Hij hun over alles wat zij deden, inlichten. Allah heeft het opgetekend, terwijl zij het vergeten zijn. En Allah is Getuige van alle dingen.
Ziet gij niet, dat Allah alles weet wat in de hemelen en op aarde is? Er is geen geheim gesprek van drie (personen) zonder dat Hij de vierde is, noch van vijf, zonder dat Hij de zesde is, noch van minder noch van meer, zonder dat Hij met hen is, waar zij ook mogen zijn. Dan zal Hij hun op de Dag der Opstanding mededelen wat zij deden. Voorzeker, Allah heeft kennis van alle dingen.
Hebt gij degenen niet waargenomen, wie de geheime samenzwering was verboden maar die daarna terugkeerden naar hetgeen hun verboden was en heimelijk beraadslagen in zonde, overtreding en ongehoorzaamheid jegens de boodschapper? En als zij tot u komen, groeten zij u met een groet, waar Allah u niet mee begroet; maar onder elkander zeggen zij: "Waarom straft Allah ons niet voor hetgeen uw (tegen de profeet) zeggen?" Genoegzaam voor hen is de hel waarin zij zullen branden; en deze is een slechte bestemming!
O. gij die gelooft, als gij tezamen beraadslaagt, spreekt dan niet over zonde, overtreding en ongehoorzaamheid jegens de boodschapper, maar beraadslaagt over deugd en rechtvaardigheid, en vreest Allah tot Wie gij zult worden verzameld.
Geheime samenzwering gaat alleen uit van Satan, opdat hij verdriet moge veroorzaken aan de gelovigen maar het kan hun niet schaden dan met Allah's toelating. Laat dus de gelovigen in Allah hun vertrouwen stellen.
O, gij die gelooft, als er u gezegd wordt: "Maakt plaats in vergaderingen, maakt dan plaats; Allah zal rijkelijk plaats voor u maken. En als er gezegd wordt "Staat op" staat dan op; Allah zal de gelovigen onder u en hen die kennis werd gegeven in rang verheffen. En Allah is goed op de hoogte van hetgeen gij doet.
O, gij die gelooft, indien gij de boodschapper (in het bijzonder) wiltraadplegen, geeft dan een liefdegift vr uw raadpleging. Dat is beter voor u en reiner. Maar als gij niets bezit dan is Allah Vergevensgezind, Genadevol.
Zijt gij bezorgd inzake het geven van liefdegiften voor uw bijzondere raadpleging? Indien gij dat niet doet en Allah heeft zich met barmhartigheid tot u gewend, houdt dan het Gebed en betaalt de Zakaat en gehoorzaamt Allah en Zijn boodschapper. En Allah is goed op de hoogte van hetgeen gij doet.
Hebt gij degenen niet gezien, die zich bevrienden met een volk, waarop Allah vertoornd was? Zij zijn noch de uwen noch de hunnen, zij zweren bij de leugen tegen beter weten in.
Allah heeft voor hen een zware straf bereid. Slecht is inderdaad hetgeen zij doen.
Zij hebben van hun eden een schild gemaakt en zij leiden anderen van het pad van Allah af; voor hen zal er een vernederende straf zijn.
Noch hun bezittingen, noch hun kinderen zullen hen tegen Allah iets baten, dit zijn de bewoners van het Vuur en zij zullen daarin vertoeven.
De Dag waarop Allah hen allen zal opwekken, zullen zij tot Hem zweren zoals zij dit tot u deden en zij zullen denken dat zij iets bereiken. Ziet toe, zij zijn zeker leugenaars.
Satan heeft hen volledig in zijn macht, en heeft hen de gedachtenis aan Allah doen vergeten. Zij behoren tot Satans partij. Ziet toe, Satans partij is de verliezer.
Waarlijk, degenen die Allah en Zijn Boodschapper tegenwerken zullen worden vernederd.
Allah heeft verordend: "Voorwaar Ik en Mijn boodschappers zullen zegevieren." Voorzeker Allah is Sterk, Almachtig.
Gij zult geen mensen vinden die in Allah en de Laatste Dag geloven, terwijl zij iemand liefhebben die Allah en Zijn boodschapper tegenwerkt, zelfs al waren dezen hun vader of hun kinderen, of hun broeders, of hun verwanten. Dezen zijn degenen, in wier hart Allah geloof heeft ingegrift en die Hij gesterkt heeft met Zijn Geest. En Hij zal hen toelaten in tuinen waardoor rivieren stromen. Daarin zullen zij vertoeven. Allah heeft welbehagen in hen en zij hebben welbehagen in Hem. Zij behoren tot Allah's partij. Voorwaar, Allah's partij zal zegevieren.
Alles wat in de hemelen en op aarde is, verheerlijkt Allah; en Hij is de Almachtige, de Alwijze.
Hij is het Die de ongelovigen onder de mensen van het Boek, uit hun huizen zette bij de eerste verbanning. Gij dacht niet dat zij zouden weggaan en zij dachten dat hun vestingen hen zouden beschermen tegen Allah. Maar Allah kwam tot hen, vanwaar zij Hem niet verwachtten, en wierp schrik in hun hart, zodat zij hun huizen met hun eigen handen en met die van de gelovigen vernielden. Trekt er daarom een lering uit, o gij die ogen hebt.
En indien Allah hun geen verbanning voorgeschreven had, zou Hij hen zeker in deze wereld (nog zwaarder) hebben bestraft. En voor hen is in het Hiernamaals de straf van het Vuur.
Dat is omdat zij Allah en Zijn boodschapper tegenwerkten - en hij die Allah tegenwerkt - waarlijk, Allah is streng in het straffen.
Welke palmbomen gij ook hebt nedergehouwen of op hun wortels hebt laten staan, het was met Allah's toelating, opdat Hij de overtreders mocht vernederen.
Hetgeen Allah van hen als buit aan, Zijn boodschapper heeft gegeven daarvoor spoordet gij noch paard noch kamelen aan; maar Allah geeft macht aan Zijn boodschappers over wie Hij wil. En Allah heeft macht over alle dingen.
Wat Allah aan Zijn boodschapper heeft gegeven als buit van het volk van de stadsgebieden, is voor Allah en Zijn boodschapper en voor de naaste familieleden en de wezen en de armen en de reiziger, opdat het niet alleen in omloop moge zijn tussen de rijken onder u. En wat de boodschapper u ook moge geven, neemt het en wat Hij u ook verbiedt, onthoudt u daarvan. En vreest Allah, zeker, Allah is streng in het straffen.
Een deel behoort aan de arme vluchtelingen die van hun huizen en hun eigendommen zijn verdreven, terwijl zij de genade van Allah en Zijn welbehagen zochten en Allah en Zijn boodschapper hielpen; dit zijn de waarachtigen.
En degenen die zich in de stad hebben gehuisvest en(anderen) vrgingen in het geloof, hebben diegenen lief, die tot hen de toevlucht nemen, en gevoelen geen behoefte in hun hart aan hetgeen hun gegeven wordt, zij geven anderen de voorkeur boven zichzelf, al verkeren zij zelf in armoede. En wie voor zijn eigen vrekkigheid wordt behoed, hij is voorzeker geslaagd.
En degenen die na hen kwamen, zeggen: "Onze Heer, vergeef ons en onze broeders, die ons voorafgingen in het geloof, en laat geen wrok in ons hart blijven tegen de gelovigen. Onze Heer! Gij zijt inderdaad Liefderijk, Genadevol."
Hebt gij de huichelaars gezien? Zij zeggen tegen hun ongelovige broeders onder de mensen van het Boek: "Indien gij verdreven wordt, zullen wij zeker met u medegaan, en wij zullen nooit iemand ten (nadele van) uw zaak gehoorzamen en als gij wordt aangevallen zullen wij u beslist helpen." Maar Allah is getuige dat zij leugenaars zijn.
Als zij (de ongelovigen) verbannen zouden worden, zouden (de huichelaars) nooit met hen medegaan en als zij aangevallen zouden worden, zouden zij hen nooit helpen. En indien zij hielpen zouden zij zeker op de vlucht slaan en dan zullen zij niet geholpen worden.
Voorzeker zij hebben meer angst in hun hart voor u (Moslims) dan voor Allah. Dat is omdat zij een volk zijn dat niet begrijpt.
Zij zullen u niet bestrijden zelfs allen tezamen, tenzij in versterkte steden of achter muren, ofschoon zij onderling grote dapperheid tonen. Gij denkt dat zij eensgezind zijn maar hun harten zijn verdeeld. Dat is omdat zij een volk zijn dat niet begrijpt.
Evenals voor degenen die kort vr hen het kwade gevolg hunner daden ondergingen, is er voor hen een pijnlijke straf.
Evenals Satan, wanneer hij tegen de mens zegt: "Verwerp (de waarheid)"; maar wanneer deze haar verwerpt zegt hij: "Ik heb niets met u uitstaande, voorzeker, ik vrees Allah, de Heer der Werelden."
Daarom zal het einde van beiden wezen, dat zij samen in het Vuur zullen vertoeven; dit is het loon der onrechtvaardigen.
O gij die gelooft, vreest Allah; en laat iedere ziel acht geven op hetgeen zij voor morgen voorbereidt. En vreest Allah, voorzeker Allah is op de hoogte van hetgeen gij doet.
En weest niet als degenen die Allah vergaten, zodat Hij hun hun eigen ziel heeft doen vergeten. Zij zijn de overtreders.
De bewoners van het Vuur en de bewoners van het paradijs zijn niet gelijk: de bewoners van het paradijs zullen slagen.
Indien Wij deze Koran op een berg hadden doen neerkomen, dan hadt gij de berg zich zien vernederen en splijten uit vrees voor Allah. Deze gelijkenissen zetten Wij aan de mensen voor opdat zij er over nadenken.
Hij is Allah, naast Wie er geen God is, de Kenner van het onzienlijke en het zienlijke, Hij is de Barmhartige, de Genadevolle.
Hij is Allah, naast Wie er geen God is, de Koning, de Heilige, de Brenger van Vrede, de Schenker van Veiligheid, de Beschermer, de Machtige, de Krachtige, Bezitter van Grootheid. Verheven is Allah boven hetgeen zij met Hem vereenzelvigen.
Hij is Allah, de Schepper, de Maker, de Vormer. Hij heeft de schoonste namen. Alles wat in de hemelen en op aarde is verheerlijkt Hem en Hij is de Almachtige, de Alwijze.
O gij die gelooft, neemt Mijn vijanden en uw vijanden niet tot vrienden! Biedt gij hun vriendschap aan, hoewel zij de Waarheid die tot u is gekomen hebben verworpen en de boodschapper en uzelf verdrijven, omdat gij in Allah uw Heer gelooft? Indien gij optreedt om voor Mijn zaak te strijden en Mijn welbehagen te zoeken, zoudt gij hun dan in het geheim vriendschap betuigen? En Ik weet het beste wat gij verbergt en wat gij openbaar maakt. En wie van u zo handelt, is zeker van de rechte weg afgedwaald.
Als zij de overhand over u krijgen zullen zij als vijanden tegenover u handelen, en zij zullen hun handen en tong naar u uitsteken om u kwaad te berokkenen, en zij wensen vurig dat gij ongelovigen zult worden.
Noch uw familiebanden noch uw kinderen zullen u op de Dag der Opstanding iets baten. Hij zal over u beslissen. En Allah ziet alles wat gij doet.
Er is een goed voorbeeld voor u in Abraham en degenen die met hem waren toen zij tegen hun volk zeiden: "Wij hebben niets uitstaande met u en hetgeen gij buiten Allah aanbidt. Wij verwerpen u en er is tussen u en ons eeuwige vijandschap en haat ontstaan, tenzij gij in Allah, de Enige gelooft." - uitgezonderd het woord van Abraham tot zijn vader: "Ik zal zeker om vergiffenis voor u vragen, ik heb niets van Allah ten uwen behoeve. - Onze Heer, in U stellen wij ons vertrouwen en tot U wenden wij ons, en naar U is de terugkeer.
Onze Heer, maak ons niet tot een voorwerp van beproeving voor de ongelovigen en vergeef ons o, Heer, voorzeker Gij, Gij zijt de Almachtige, de Alwijze."
Voorzeker, zij zijn een goed voorbeeld voor een ieder onder u die Allah en de Laatste Dag vreest. En wie zich (van de Waarheid) afwendt, - waarlijk, Allah is zich zelf genoeg, Geprezen.
Het is mogelijk dat Allah liefde zal kweken tussen u en diegene van hen met wie gij in vijandschap verkeert; want Allah is Almachtig en Allah is Vergevensgezind, Genadevol.
Allah verbiedt u niet, degenen, die niet tegen u om de godsdienst hebben gevochten, noch u uit uw huizen hebben verdreven, goed te doen en rechtvaardig te behandelen; voorzeker, Allah heeft de rechtvaardigen lief.
Maar Allah verbiedt u vriendschap te betonen aan degenen, die tegen u gevochten hebben om de godsdienst, en die u uit uw huizen hebben verdreven of geholpen hebben u te verdrijven. En wie hun ook vriendschap aanbiedt, dezen zijn de boosdoeners.
O, gij die gelooft wanneer gelovige vrouwen tot u komen als vluchtelingen, beproeft haar (geloof); Allah kent hun geloof het beste. Als gij dan vindt dat zij gelovig zijn, zendt haar niet terug naar de ongelovigen. Deze vrouwen zijn voor hen niet wettig, noch zijn de ongelovigen wettig voor deze vrouwen. Maar betaalt (aan de echtgenoten) wat zij besteed hebben. En het is geen zonde voor u haar te huwen als gij haar haar huwelijksgift hebt gegeven. En houdt niet vast aan huwelijksbanden met ongelovige vrouwen; maar vraagt om hetgeen gij besteed hebt; en laten zij vragen om hetgeen zij besteed hebben. Dat is het gebod van Allah. Hij spreekt recht over u. En Allah is Alwetend, Alwijs.
En als enig bezit door uw vrouwen van u overgaat in de handen der ongelovigen geeft dan in het omgekeerde geval aan diegenen, wier vrouwen zijn weggegaan hetzelfde als z. aan hun vrouwen besteed hadden. En vreest Allah in Wie gij gelooft.
O profeet! Wanneer gelovige vrouwen tot u komen, haar eed van trouw aan u afleggende: dat zij niets met Allah zullen vereenzelvigen, en dat zij noch zullen stelen, noch overspel plegen, noch hun kinderen doden, noch laster die zij moedwillig hebben verzonnen, zullen uiten, noch ongehoorzaam zullen zijn aan u in wat recht is, neem dan haar trouw aan en vraag vergiffenis voor haar van Allah. Waarlijk, Allah is Vergevensgezind, Genadevol.
O gij die gelooft, bevriendt u niet met een volk op hetwelk Allah vertoornd is; zij wanhopen aan het Hiernamaals zoals de ongelovigen wanhopen aan hen, die in de graven liggen.
Wat zich ook in de hemelen en op de aarde bevindt, verheerlijkt Allah; Hij is de Almachtige, de Alwijze.
O gij die gelooft, waarom zegt gij hetgeen gij niet doet?
Het is afkeurenswaardig bij Allah dat gij zegt hetgeen gij niet doet.
Voorzeker, Allah heeft diegenen lief die terwille van Hem strijden in geordende gelederen, alsof zij een hechte muur vormen.
En toen Mozes tegen zijn volk zeide: "O mijn volk, waarom ergert gij mij, wetende dat ik Allah's boodschapper voor u ben?" En toen zij afdwaalden deed Allah hun hart zich afwenden, want Allah leidt het opstandige volk niet.
En toen Jezus, zoon van Maria, zeide: "O kinderen van Isral, Ik ben Allah's boodschapper voor u, datgene bevestigend wat vr mij in de Torah was, en een blijde tijding gevende van een boodschapper die na mij komen zal, zijn naam zal Ahmad zijn." En als hij tot hen komen zal met duidelijke bewijzen zullen zij zeggen: "Dit is louter bedrog."
Wie is onrechtvaardiger dan hij die leugen over Allah verzint, terwijl hij opgeroepen wordt tot de Islam? Allah leidt het onrechtvaardige volk niet.
Zij wensen Allah's licht door hun mond te doven, maar Allah zal Zijn licht vervolmaken, hoewel de ongelovigen er afkerig van zijn.
Hij is het Die Zijn boodschapper heeft gezonden met leiding en de godsdienst der Waarheid, opdat hij deze moge doen zegevieren over alle andere godsdiensten, al zijn de afgodendienaren er afkerig van.
O gij die gelooft, zal ik u inlichten over een handel die u zal redden van een pijnlijke straf?
Dat gij in Allah en Zijn boodschapper gelooft en voor de zaak van Allah met uw bezit en uw persoon strijdt. Dat is beter voor u als gij het weet.
Hij zal u uw zonden vergeven en u in tuinen leiden waar doorheen rivieren stromen en tot reine woningen toelaten in tuinen der Eeuwigheid. Dat is de grote zegepraal.
En nog meer waarnaar gij verlangt: hulp van Allah en een spoedige overwinning. En geef blijde tijding aan de gelovigen.
O, gij die gelooft, weest Allah's helpers, zoals toen Jezus, zoon van Maria, tot zijn discipelen zeide: "Wie zijn mijn helpers terwille van Allah?" De discipelen antwoordden: "Wij zijn Allah's helpers!" Toen geloofde een gedeelte van de kinderen Israls, terwijl een ander deel niet geloofde maar Wij hielpen de gelovigen tegen hun vijand en zij werden overwinnaars.
Alles wat zich in de hemelen en op aarde bevindt verheerlijkt Allah, de Koning, de Heilige, de Almachtige, de Alwijze.
Hij is het Die onder de ongeletterden een boodschapper heeft verwekt die Zijn tekenen onder hen verkondigt en hen zuivert en hun het Boek en de wijsheid onderwijst, ofschoon zij voorheen in openbare dwaling verkeerden.
En ook anderen die dezen (gelovigen) nog niet hebben ontmoet. Hij is de Almachtige, de Alwijze.
Dat is Allah's genade, Hij schenkt haar aan wie Hij wil; en Allah is de Heer van grote genade.
Degenen die belast zijn met de Torah en deze niet naleven, zijn als een ezel die boeken draagt. Slecht is de staat van het volk dat de tekenen van Allah verwerpt. En Allah leidt het onrechtvaardige volk niet.
Zeg: "O gij Joden als gij denkt dat gij met uitsluiting van andere mensen de vrienden van Allah zijt, wenst dan de dood als gij de waarheid spreekt."
Maar zij zullen deze nooit wensen vanwege hetgeen hun handen hebben uitgevoerd. En Allah kent de onrechtvaardigen goed.
Zeg: "De dood waarvoor gij vlucht zal u zeker treffen. Dan zult gij tot de Kenner van het onzichtbare en zichtbare teruggebracht worden, en Hij zal u inlichten over hetgeen gij placht te doen."
O, gij die gelooft! Wanneer op Vrijdag de oproep tot het gebed is uitgezonden, haast u dan Allah gedachtig te zijn en verlaat de handel. Dit is beter voor u indien gij het weet.
En als het gebed geindigd is, verspreidt u dan over het land en zoekt naar Allah's genade, en gedenkt Allah vaak, opdat gij moogt slagen.
Maar indien zji koopwaar of enig vermaak zien, gaan zij er haastig heen en laten u staan. Zeg: "Hetgeen bij Allah is, is beter dan vermaak en handel, en Allah is de beste Onderhouder."
Wanneer de huichelaars tot u komen, zeggen zij: "Wij getuigen dat gij inderdaad de boodschapper van Allah zijt." Allah weet dat gij Zijn boodschapper zijt, en Allah getuigt dat de huichelaars inderdaad leugenaars zijn.
Zij hebben hun eden tot een schild gemaakt; zo leiden zij mensen van Allah's weg af. Hetgeen zij doen is zeker slecht.
Dat is omdat zij het geloof omhelsden en daarna verwierpen. Derhalve is een zegel op hun hart gedrukt en zij begrijpen niet (meer).
En wanneer gij hen ziet, behaagt hun uterlijk u en indien zij spreken luistert gij naar hen. Zij lijken op aangeklede stukken hout. Zij denken dat ieder gerucht tegen hen is. Zij zijn (uw) vijanden, neemt u daarom voor hen in acht. Allah's vloek zij over hen! Hoe ver zijn zij afgewend (van de Waarheid)!
En wanneer er tot hen wordt gezegd: "Komt, de boodschapper van Allah zal voor u om vergiffenis vragen," dan wenden zij hun hoofd af en gij ziet hen zich hoogmoedig terugtrekken.
Het is hetzelfde of gij wel of niet voor hen om vergiffenis vraagt, Allah zal hen stellig niet vergeven. Voorzeker, Allah leidt het opstandige volk niet.
Zij zijn het die zeggen, "Besteedt niets voor degenen die met de boodschapper van Allah zijn zodat deze weglopen"- terwijl aan Allah de schatten der hemelen en der aarde behoren; doch de huichelaars begrijpen dit niet.
Zij zeggen: "Als wij naar Madinah terugkeren zal de aanzienlijkste er zeker de minste uitdrijven;" maar eer behoort aan Allah, Zijn boodschapper en de gelovigen; de huichelaars echter weten het niet.
O, gij die gelooft, laat uw rijkdommen en uw kinderen u niet afleiden van de gedachtenis aan Allah. En wie dat doet behoort tot de verliezers.
En besteedt uit datgene waarvan Wij u voorzien hebben voordat de dood n uwer overvalt en deze zegt: "Mijn Heer! Waarom hebt Gij mij niet voor een wijle uitstel verleend, opdat ik aalmoezen zou kunnen geven en tot de rechtvaardigen behoren?"
En Allah geeft niemand uitstel wanneer zijn tijd is gekomen; en Allah is volkomen op de hoogte van hetgeen gij doet.
Wat er ook in de hemelen en op aarde is, verheerlijkt Allah; Hem is het Koninkrijk en de Lof, want Hij heeft macht over alle dingen.
Hij is het Die u geschapen heeft; maar sommigen uwer zijn ongelovig en sommigen uwer zijn gelovig; en Allah ziet hoe gij handelt.
Hij schiep de hemelen en de aarde in waarheid, en Hij heeft u gevormd en een schone gedaante gegeven, en tot Hem is aller terugkeer.
Hij weet wat in de hemelen en op aarde is, Hij weet wat gij verbergt en wat gij openbaar maakt; en Allah weet alles wat in het innerlijk is.
Heeft het verhaal u niet bereikt van degenen die vroeger ongelovig waren? Zo ondergingen zij het kwade gevolg van hun gedrag, en hen wacht een pijnlijke straf.
Deze (gingen onder) omdat hun boodschappers met duidelijke bewijzen tot hen kwamen, maar zij zeiden: "Zullen stervelingen ons leiden?" Daarom verwierpen zij (de Waarheid) en wendden zich af, Allah toonde Zijn zelfgenoegzaamheid, want AIlah is Zichzelf-genoeg, Geprezen.
De ongelovigen denken dat zij niet zullen worden opgewekt. Zeg: "Ja, bij mijn Heer, gij zult zeker herrijzen; dan zult gij worden onderricht omtrent hetgeen gij deedt. En dat is gemakkelijk voor Allah."
Gelooft daarom in Allah en Zijn boodschapper, en in het Licht dat Wij nedergezonden hebben. En Allah is op de hoogte van hetgeen gij doet.
Wanneer Hij u voor de Dag der Verzameling zal bijeenroepen, zal dit de tijd voor onthulling der gebreken zijn. En hij die gelooft in Allah en recht doet, - hem zal Hij zuiveren van zijn fouten en Hij zal hun tot tuinen toegang geven waardoor rivieren stromen, om daarin voor eeuwig te vertoeven. Dat is de grote zegepraal.
Maar wie Onze tekenen verwerpen en loochenen, zullen de bewoners van het Vuur zijn, daarin zullen zij vertoeven, en dat is een slechte bestemming!
Er gebeurt geen ongeluk zonder toelating van Allah. En wie in Allah gelooft, - Hij leidt zijn hart. - En Allah heeft kennis van alle dingen.
Gehoorzaamt dus aan Allah en gehoorzaamt de boodschapper. Maar indien gij u afwendt dan berust op Onze boodschapper alleen, de boodschap duidelijk over te brengen.
Allah! Er is geen God dan Hij; laat de gelovigen daarom in Allah hun vertrouwen stellen.
O, gij gelovigen, er zijn onder uw echtgenoten en kinderen die uw vijanden zijn, neemt u dus voor hen in acht. En indien gij verontschuldigt en door de vingers ziet en vergeeft; dan is Allah Vergevensgezind, Genadevol.
Uw rijkdommen en uw kinderen zijn slechts een beproeving; doch bij Allah is er een grote beloning.
Weest godvruchtig naar vermogen, luistert, gehoorzaamt en geeft weg, dat is beter voor u. En degenen die voor eigen vrekkigheid zijn behoed zullen slagen.
Indien gij een goede lening met Allah sluit, zal Hij deze voor u vermenigvuldigen en Hij zal u vergeven; want Allah is Waarderend, Verdraagzaam.
De Kenner van het onzienlijke en het zienlijke, de Almachtige, de Alwijze.
O, profeet, indien gij van de vrouwen scheidt, scheidt dan van haar voor de vastgestelde periode en berekent de periode, en vreest Allah uw Heer. Verdrijft haar niet uit haar vertrekken, noch behoeven zij uit zichzelf weg te gaan (vr de bepaalde termijn) tenzij zij zich openlijk onbetamelijk gedragen. Dit zijn Allah's vastgestelde grenzen; en wie de door Allah bepaalde grenzen overschrijdt doet zeker zijn eigen ziel onrecht aan. Gij weet niet; misschien zal Allah daarna iets beters teweegbrengen.
Als zij dan haar termijn bereikt hebben, neemt haar op een vriendelijke manier terug, of scheidt van haar op een behoorlijke wijze en roept twee rechtvaardigen vanuit uw midden tot getuigen en laat dit een ware getuigenis zijn voor Allah. Dit is een vermaning voor hem die in Allah en de laatste Dag gelooft. En voor hem die Allah vreest, zal Hij een uitweg bereiden.
En Hij zal hem onderhouden vanwaar gij het niet verwacht. En voor hem, die zijn vertrouwen in Allah stelt, is Allah toereikend. Voorwaar, Allah volbrengt Zijn voornemen, Hij heeft voor alles een maatstaf bepaald.
En indien gij twijfelt aangaande diegenen uwer vrouwen, die geen menstruatie meer verwachten, haar (wacht) periode is drie maanden, hetzelfde geldt ook voor degenen die haar menstruatie nog niet hebben gehad. En de wachtperiode voor de zwangeren duurt tot zij verlost zijn. En degenen die Allah vrezen, zal Hij van het nodige voorzien door Zijn gebod.
Dat is het bevel van Allah dat Hij u heeft geopenbaard. En wie Allah vreest, van hem zal Hij zijn fouten wegnemen en zijn loon zal vergroot worden.
Herbergt haar (van wie gij scheidt) in de huizen waar gij vertoeft, overeenkomstig uw middelen; en doet haar geen kwaad om het haar moeilijk te maken. En als zij zwanger zijn, onderhoudt haar tot zij verlost zijn. En als zij haar kind voor u zogen geeft haar vergoeding en beraadslaagt tezamen in vriendelijkheid; maar als gij het lastig voor elkander maakt laat dan een andere vrouw het kind zogen.
Laat hij die overvloed heeft geven uit zijn overvloed. En laat hij wiens middelen beperkt zijn, geven overeenkomstig hetgeen Allah hem heeft gegeven. Allah belast geen ziel boven hetgeen Hij haar heeft gegeven. Allah zal weldra verlichting verlenen na ongemak.
Hoe vele steden kwamen niet in opstand tegen het gebod van hun Heer en van Zijn boodschappers! Wij riepen ze dan tot een strenge verantwoording en kastijdden haar met strenge kastijding.
Zo ondervonden zij het kwade gevolg van hun gedrag en het einde (hiervan) was de ondergang.
Allah heeft hun een strenge straf bereid; vreest daarom Allah, o gij mensen van verstand, die gelooft! Allah heeft inderdaad een vermaning tot u nedergezonden.
Een boodschapper, die aan u de duidelijke woorden van Allah voordraagt, opdat hij degenen die geloven en goede daden verrichten uit de duisternis in het licht moge brengen; en wie in Allah gelooft en goed doet, hem zal Hij in tuinen toelaten waar doorheen rivieren stromen om daarin voor eeuwig te vertoeven. Allah heeft hem inderdaad een voortreffelijk onderhoud geschonken.
Allah is Hij Die de zeven hemelen schiep, en van de aarde desgelijks. Het gebod daalt in hun midden neder, opdat gij moogt weten dat Allah macht heeft over alle dingen, en dat Allah alle dingen in zijn kennis omvat.
O profeet, waarom verbiedt gij u hetgeen Allah voor u wettig heeft gemaakt? Zoekt gij het behagen uwer vrouwen? En Allah is Vergevensgezind, Genadevol.
Allah heeft de annulatie van uw eden voor u verplichtend gesteld en Allah is uw Beschermer en Hij is Alwetend, Alwijs.
Toen de profeet een woord aan een zijner vrouwen toevertrouwde en zij het daarna ruchtbaar maakte (aan een andere), deelde Allah hem dit mede. Hij maakte een deel er van bekend en verzweeg een deel ervan. En toen hij het haar vertelde, zeide zij: "Wie gaf u hiervan kennis? " Hij zeide: "De Alwetende, de van alles op de hoogte, heeft mij er bericht van gegeven."
Als gij beide (vrouwen) u tot Allah wendt en uw hart is reeds hiertoe geneigd (dan is het wel) - Maar indien gij samenspant tegen hem (de profeet), dan is Allah zeker zijn Beschermer, bovendien zijn Gabril, de rechtvaardigen onder de gelovigen en de engelen zijn helpers.
Indien hij van u scheidt, is het mogelijk dat zijn Heer hem betere vrouwen dan u zal geven, die Moslim zijn en onderdanig, gelovig, gehoorzaam, berouwvol, vroom, gewend te vasten, weduwen of maagden.
O gij die gelooft, redt u zelf en uw gezinnen van het Vuur, welks brandstof mensen en stenen zijn, waarover engelen zijn, hard en streng, die Allah niet ongehoorzaam zijn in hetgeen Hij hun beveelt, en volvoeren wat hun wordt geboden.
O, gij ongelovigen, verontschuldigt u vandaag niet! U zal slechts vergolden worden voor hetgeen gij placht te doen.
O gij gelovigen, wendt u tot Allah in oprecht berouw. Het kan zijn dat uw Heer uw fouten van u zal verwijderen en u in tuinen toelaten waar doorheen rivieren stromen, op de Dag waarop Allah de profeet alsmede de gelovigen niet zal vernederen. Hun licht zal vr hen en van hun rechter handen uitgaan. Zij zullen zeggen: "Onze Heer, volmaak ons licht voor ons en vergeef ons; want Gij hebt macht over alle dingen."
O profeet, strijd tegen de ongelovigen en de huichelaars en wees streng tegen hen. Hun woning is de hel en dit is een kwade bestemming!
Allah vergelijkt de ongelovigen met de vrouw van Noach en met die van Lot. Zij behoorden aan twee Onzer rechtvaardige dienaren maar zij waren hun ontrouw. Daarom baatten haar echtgenoten haar niet tegen Allah, en er werd tot hen gezegd: "Gaat het Vuur in tezamen met degenen die er binnengaan."
En Allah vergelijkt de gelovigen met de vrouw van Pharao toen zij zeide: "Mijn Heer! bouw voor mij een huis bij U in het Paradijs, verlos mij van Pharao en zijn daden en verlos mij van het onrechtvaardige volk."
En met Maria, de dochter van Imraan, die haar kuisheid bewaarde; Toen ademden Wij haar Onze geest in - zij geloofde in het Woord van haar Heer en Zijn Boeken en behoorde tot de gehoorzamen.
Gezegend is Hij in Wiens hand het Koninkrijk is en Die macht heeft over alle dingen.
Die de dood en het leven heeft ingesteld, opdat Hij u moge beproeven wie onder u zich het beste gedraagt; en Hij is de Almachtige, de Vergevensgezinde.
Hij Die de zeven hemelen opeenvolgend heeft geschapen. Gij kunt geen tekort zien in de schepping van de Barmhartige. Kijk dan nog eens; ziet gij een enkel gebrek?
Kijk dan weer eens en dan nog eens, uw blik zal vermoeid en verzwakt tot u terugkeren.
En voorwaar, Wij hebben de naastbije hemel met lampen versierd, Wij hebben hem tot een middel gemaakt om de satans te verdrijven en voor hen hebben Wij de straf van het razende Vuur bereid.
En voor degenen die niet in hun Heer geloven is de straf der hel (bereid), en dit is een slechte bestemming.
Wanneer zij er in worden geworpen, zullen zij haar van woede horen zieden.
Zij zal bijna barsten van woede. Telkens als een groep er in geworpen wordt, zullen de bewakers er van (der hel) hun vragen: "Kwam er geen waarschuwer tot u?"
Zij zullen zeggen: "Zeker, de waarschuwer kwam tot ons, maar wij verwierpen hem, en zeiden: "Allah heeft niets geopenbaard; gij verkeert slechts in grote dwaling."
En zij zullen zeggen: "Indien wij maar geluisterd hadden en ons verstand hadden gebruikt, zouden wij ons niet onder de bewonerg van het laaiende Vuur bevinden."
Dan zullen zij hun zonden bekennen; maar de bewoners van het Vuur zijn verre (van genade).
Waarlijk, degenen die hun Heer in het verborgene vrezen, zullen vergiffenis en een grote beloning ontvangen.
Hetzij gij uw woorden verbergt of openbaar maakt, Hij weet, wat in (uw) binnenste is.
Zou Hij Die schiep niet alles weten? Hij is Aldoordringend, Alkennend.
Hij is het Die de aarde aan u onderworpen heeft; wandelt dus op haar paden en geniet van haar gaven. En tot Hem zal de Opstanding zijn.
Voelt gij u veilig voor Hem Die in de Hemel is, dat Hij u niet zal doen verzwelgen als de aarde plotseling begint te schudden?
Voelt gij u veilig voor Hem Die in de Hemel is, dat Hij niet tegen u een orkaan zal zenden? Dan zult gij weten, hoe (mijn) waarschuwing was.
En voorzeker loochenden zij die vr u waren ook (de boodschap). Hoe (ernstig) was dan Mijn afkeuring!
Hebben zij de vogelen niet boven hun (hoofden) gezien, die hun vleugels uitspreiden en in- eenvouwen? Niemand behalve de Barmhartige houdt ze tegen, waarlijk, Hij ziet alle dingen.
Waar is uw leger dat u buiten Allah om zou kunnen helpen? De ongelovigen zijn omhuld door bedrog.
Of wie is er die voor u wil zorgen indien Hij Zijn voorziening terughoudt? Neen, zij volharden in opstandigheid en afkerigheid.
Is hij die gebogen loopt, beter geleid of hij die rechtop het rechte pad bewandelt?
Zeg: "Hij is het, Die u schiep, en u oren, ogen en hart gaf; weinig dank betuigt gij er voor."
Zeg: "Hij is het Die u vermenigvuldigt op aarde en tot Hem zult gij bijeen verzameld worden."
En zij zeggen: "Wanneer zal deze belofte vervuld worden, als gij de waarheid spreekt?"
Zeg: "De kennis daarvan ligt alleen bij Allah en ik ben slechts een duideliike waarschuwer."
Maar als zij de straf van nabij zullen zien, zal het gezicht der ongelovigen zich verduisteren en er zal gezegd worden: "Dit is wat gij placht te vragen."
Zeg: "Vertel mij, indien Allah mij en degenen die met mij zijn, zou vernietigen - veeleer zal Hij ons genadig zijn - wie zal de ongelovigen tegen een pijnlijke straf kunnen beschermen?"
Zeg: "Hij is de Barmhartige, in Hem geloven wij en in Hem stellen wij ons vertrouwen. En gij zult weldra weten wie in klaarblijkelijke dwaling verkeert."
Zeg: "Vertel mij, indien uw water diep in de aarde wegzakt, wie zal u dan helder stromend water kunnen brengen?"
Noen. Bij de pen, en bij hetgeen zij schrijven.
Gij zijt, bij de gratie van uw Heer, geen krankzinnige.
En voorzeker er is een loon voor u dat niet zal ophouden.
En gij staat zeker op hoog zedelijk peil.
En gij zult zien en zij (de ongelovigen) zullen ook zien,
Wie van u bezeten is.
Zeker, uw Heer weet het beste wie van Zijn weg afdwaalt en Hij kent het beste degenen die de leiding volgen.
Dus gehoorzaam de loochenaars niet.
Zij zouden willen dat gij meegaande waart, dan zouden zij ook meegaande kunnen zijn.
En geef geen gehoor aan een verachtelijke eedaflegger,
Lasteraar, achterklapper.
Tegenhouder van het goede, overtreder, zondaar,
Laatdunkend, bovendien een berucht misdadiger,
Omdat hij rijkdommen en kinderen bezit.
Wanneer Onze woorden aan hem worden voorgedragen, zegt hij: "Fabelen der oudeu."
Wij zullen hem op de neus brandmerken.
Voorwaar, Wij zullen hen (de ongelovigen) op de proef stellen zoals Wij de eigenaars van een tuin beproefden toen zij zwoeren dat zij zeker het fruit daarvan in de vroege morgen zouden plukken.
En zij maakten geen voorbehoud.
Toen kwam er van uw Heer een bezoeking over hen, terwijl zij sliepen,
Waardoor (de tuin) werd als een gemaaid veld.
Toen riepen zij tot elkander in de morgen,
Zeggende: "Gaat vroeg naar uw veld indien gij het fruit wilt plukken."
En zij gingen fluisterend met elkander op weg.
"Laat heden geen arme bij u binnen komen."
En zij gingen vroeg in de morgen uit, (denkende) dat zij de macht hadden om het te verhinderen.
Maar toen zij de tuin zagen, zeiden zij: "Voorwaar, wij zijn verdwaald!
Neen, wij zijn beroofd."
De beste onder hen sprak: "Zeide ik niet tot u: 'Waarom looft gij (God) niet?'"
Nu riepen zij uit: "Glorie zij U, onze Heer! Voorzeker wij waren onrechtvaardig."
Toen gingen zij elkaar beschuldigen.
En zeiden: "Wee ons, wij waren inderdaad overtreders.
Het kan zijn dat onze Heer ons een betere tuin dan deze zal geven, wij wenden ons tot onze Heer."
Zo is de straf (voor dit leven). En voorwaar, de straf van het Hiernamaals zal nog groter zijn, konden zij dit maar begrijpen!
Inderdaad, voor de rechtvaardigen zijn er verrukkelijke tuinen bij hun Heer!
Zullen Wij dan degenen die zich onderwerpen even als de schuldigen behandelen?
Wat is er met u? Hoe oordeelt gij?
Hebt gij een Boek waarin gij leest?
Dat gij alles waarnaar gij verlangt zult verkrijgen?
Of hebt gij enige verdragen met Ons gesloten tot de Dag der Opstanding zodat gij dan alles zult hebben wat gij zult willen?
Vraag hun, wie van hen daar borg voor is.
Of hebben zij soms deelgenoten? Laten zij dan deze naar voren brengen als zij de waarheid spreken.
Op de Dag, waarop men beangstigd wordt, zullen zij geroepen worden te prostreren, maar zij zullen dat niet kunnen doen.
Hun ogen zullen terneergeslagen zijn en vernedering zal hen overvallen, want zij werden tot het prostraat Sadjdah geroepen toen hun niets ontbrak (en zij deden het niet).
Laat Mij en degenen die deze aankondiging loochenen, alleen. Wij zullen hen stap voor stap (de vernietiging) doen naderen, op een wijze die zij niet kennen.
En Ik geef hun uitstel; want Mijn opzet is sterk.
Vraagt gij van hen een beloning voor u zelf zodat zij onder schuld gebukt gaan?
Of hebben zij kennis van het onzienlijke, zodat zij het kunnen opschrijven?
Wacht geduldig op het gebod van uw Heer en wees niet als de man van de vis toen hij (Allah) aanriep terwijl hij misnoegd was.
Als een gunst van zijn Heer hem niet had bereikt dan zou hji zeker op een dorre kust geworpen zijn, terwijl hij vernederd werd.
Maar zijn Heer verkoos hem en maakte hem tot n der goeden.
En de ongelovigen wanneer zij het vermaan horen willen u met hun blikken gaarne ten val brengen; en zij zeggen: "Hij is zeker krankzinnig."
Neen, het (Boek) is niets dan een vermaning voor de werelden.
Datgene wat plaats zal hebben
Wat is het dat plaats zal hebben?
Gij weet niet wat plaats zal hebben.
De Samoed alsook de Aad loochenden de ramp.
Wat de Samoed betreft, dezen werden door een overweldigende straf vernietigd.
En de Aad werden door een felle, geweldige wind vernietigd.
Die Hij zeven nachten en acht dagen achtereenvolgens over hen liet woeden, zodat gij hadt kunnen zien hoe het volk er door neergeworpen werd, alsof zij gevallen palmboomstammen waren.
Kunt gij enige overblijfselen van hen vinden?
Ook Pharao, en degenen die vr hem waren, en de steden die verwoest werden begingen grote zonde;
En zij gehoorzaamden de boodschapper van hun Heer niet, daarom greep Hij hen met een vaste greep.
Ziet, toen de wateren stegen, droegen Wij u de ark binnen,
Opdat Wij dit tot een les voor u mochten maken en opdat degene die deze (gebeurtenis) kan onthouden zich deze moge herinneren.
En wanneer een enkele stoot op de bazuin zal worden geblazen,
En de aarde en de bergen van hun plaats zullen worden opgeheven en terstond zullen worden verbrijzeld,
Op die Dag zal de grote gebeurtenis plaats vinden.
En de hemelen zullen uiteen splijten, zodat deze op die Dag zwak zullen zijn.
En de engelen zullen op de zijden ervan staan. En op die Dag zullen acht engelen de troon van uw Heer boven zich houden.
Dan zult gij worden bloot gelegd en geen uwer geheimen zal verborgen blijven.
En hij, aan wie zijn boek in de rechter hand wordt gegeven, zal zeggen: "Komt, leest mijn boek.
Voorzeker, ik wist dat ik mijn afrekening tegemoet moest gaan."
Deze zal dan een heerlijk leven krijgen
In een verheven tuin,
Waarvan het fruit gemakkeljik bereikbaar zal zijn.
"Eet en drinkt smakelijk als loon voor hetgeen gij in vroeger dagen hebt gedaan."
Maar, hij wiens boek in de linker hand wordt gegeven, zal zeggen: "O was mijn boek mij maar niet gegeven!
En had ik maar niet geweten wat mijn oordeel was!
O, had de dood maar aan mij een einde gemaakt!
Mijn rijkdom heeft mij niet gebaat,
Mijn macht is van mij weg gegaan."
Grijpt hem en boeit hem.
Werpt hem dan in de hel.
Bindt hem vervolgens met een ketting vast waarvan de lengte zeventig armlengten bedraagt;
Want hij geloofde niet in Allah, de Grote.
Noch moedigde hij aan, de armen te spijzigen.
Daarom heeft hij hier geen vriend;
Noch voedsel, behalve spoelsel van wonden,
Dat niemand dan de zondaren zal gebruiken.
Neen, Ik zweer bij alles wat gij ziet,
En bij alles wat gij niet ziet,
Dit is voorzeker de boodschap die een eerwaardige boodschapper heeft gebracht.
Het is geen woord van een dichter; nietig is hetgeen gij gelooft.
Noch is het de uiting van een waarzegger; gering is de lering, die gij er uit trekt.
Het is een Openbaring van de Heer der werelden.
En indien hij enige woorden in Onze naam had uitgedacht,
Dan zouden Wij hem zeker bij de rechter hand hebben gegrepen.
En daarna zijn levensader hebben afgesneden,
En geen uwer zou ons van hem hebben kunnen tegenhouden.
Voorwaar, het is een vermaning voor de godvrezenden.
En voorzeker, Wij weten dat er onder u loochenaars zijn.
Waarlijk, de ongelovigen zullen er wroeging over hebben.
En voorwaar, het is de ware zekerheid.
Verheerlijk daarom de naam van uw Heer, de Luisterrijke.
Men vraagt naar de straf, die straks zal vallen
Over de ongelovigen, die niemand kan weerhouden,
Van Allah, de Heer der wegen die omhoog leiden.
De engelen en de geest gaan tot Hem op, in een Dag waarvan de maat vijftig duizend jaren is.
Heb daarom gepast geduld.
Zij (de ongelovigen) zien (de straf) ver weg.
Maar Wij zien die nabij.
De Dag waarop de hemelen als gesmolten koper zullen worden
En de bergen als zachte, gekleurde wol,
En een vriend zal een vriend niet vragen,
Hoewel zij elkander kunnen zien. Op die Dag zal de schuldige zich gaarne van de straf willen vrijkopen door zijn kinderen,
En zijn vrouw en zijn broeder,
En zijn familieleden die hem een toevlucht waren,
En allen die op aarde zijn, om zich te redden.
Stellig niet! Waarlijk het is een laaiend Vuur.
Het zal zijn huid afschroeien.
Het zal hem opeisen, die zich afwendt en wegloopt
En rijkdommen verzamelt, en deze (gierig) terughoudt.
Voorwaar, de mens is geschapen met een ongeduldige aard.
Als hem kwaad overkomt, is hij vol weeklagen,
Maar als hem goed wedervaart, is hij inhalig,
Behalve degenen die bidden
En in hun gebeden volharden
En degenen in wier rijkdommen een vastgesteld deel is
Voor de bedelaar en voor hem die niet bedelen kan
En degenen die de Dag des Oordeels aannemen.
En degenen die de straf van hun Heer vrezen
Voorwaar, er is geen beveiliging voor de straf van hun Heer -
En degenen die onthouding betrachten.
- Uitgezonderd met hun vrouwen en degenen die zij bezitten, waarvoor hen geen blaam treft.
Maar degenen die buiten deze (voorschriften) handelen zijn overtreders -
En degenen die het hun toevertrouwde bewaren en hun verdragen nakomen,
En degenen die oprecht zijn in hun getuigenissen,
En degenen die hun gebeden naleven,
Zij zijn het die in de tuinen zullen worden geerd.
Maar wat scheelt de ongelovigen die zich naar u toe spoeden
Van rechts en links in groepen?
Verwacht elk hunner de tuin van verrukking binnen te gaan?
Stellig niet! Wij zijn het Die hen hebben geschapen uit hetgeen zij weten.
Maar neen! Ik zweer als Heer van het Oosten en het westen dat Wij macht hebben,
In hun plaats betere (volkeren) dan zij voort te brengen en Wij kunnen (daarin) niet worden verhinderd.
Laten zij zich aan ijdele gesprekken overgeven en zich vermaken tot zij de Dag tegemoet gaan welke hun beloofd is,
De Dag waarop zij zich uit hun graven zullen haasten alsof zij zich naar een bepaald doel spoeden,
Met hun ogen nedergeslagen; schande zal hen bedekken. Zo is de Dag die hun beloofd is.
Wij zonden Noach tot zijn volk, "Waarschuw uw volk voordat een smartelijke straf over hen komt."
Noach zeide: "O mijn volk! Waarlijk ik ben een duidelijke waarschuwer voor u.
Aanbidt daarom Allah, vreest Hem en gehoorzaamt mij.
Hij zal u uw zonden vergeven en u uitstel verlenen tot een bepaalde termijn; voorwaar, de termijn van Allah kan, wanneer hij komt, niet worden uitgesteld, als gij dit slechts wist!"
Hij zeide: "Mijn Heer, ik heb mijn volk dag en nacht geroepen,
Maar mijn roepen heeft slechts hun afkeer vermeerderd.
En telkens wanneer ik hen riep, opdat Gij hen zoudt vergeven stopten zij hun vingers in de oren, bedekten zich met hun kleren, volhardden (in hun ongeloof) en gedroegen zich laatdunkend.
Toen riep ik hen luide,
En verkondigde hun in het openbaar; ook sprak ik tot hen in het verborgene.
En ik zeide: "Zoekt vergiffenis van uw Heer, want Hij is de Vergevensgezinde.
Hij zal regen voor u nederzenden in overvloed.
En Hij zal uw rijkdommen en kinderen vermeerderen, en Hij zal u tuinen en rivieren schenken.
Wat scheelt u, dat gij geen Wijsheid van Allah verwacht?
En Hij heeft u door verschillende stadia heen geschapen."
"Hebt gij niet gezien, hoe Allah de zeven opeenvolgende hemelen schiep?
En hoe Hij de maan daarin als licht heeft geplaatst en de zon als een stralende lamp!
En Allah heeft u voortgebracht vanuit de aarde.
Vervolgens zal Hij u daarheen doen terugkeren, en u daaruit opnieuw doen verrijzen.
En Allah heeft de aarde voor u uitgespreid
Zodat gij de brede wegen er van doorkruist."
Noach zeide: "Mijn Heer, zij gehoorzamen mij niet, en volgen iemand wiens bezit en kinderen slechts tot zijn ondergang hebben bijgedragen.
En zij hebben een vreselijk plan gesmeed.
En zeggen tegen elkander: 'Verlaat uw goden nooit. Verlaat noch Wodd, noch Sowa, noch Jaghoes en Jaoeq en Nasr.'
En zij hebben velen doen dwalen, en Gij doet de onrechtvaardigen slechts in dwaling toenemen."
Daarom werden zij vanwege hun zonden verdronken en in het Vuur gedreven. Zij konden daar voor zich geen helpers vinden tegen Allah.
En Noach had gezegd: "Mijn Heer, laat in het land geen huis der ongelovigen achterblijven;
Want als Gij hen achterlaat zullen zij Uw dienaren op een dwaalspoor leiden en zij zullen niets dan een onzedelijk en ondankbaar nageslacht voortbrengen.
Mijn Heer, vergeef mij, en mijn ouders, en hem die gelovend mijn huis binnentreedt, ook de gelovige mannen en vrouwen; en doe de onrechtvaardigen slechts in verderf toenemen."
Zeg: "Het is aan mij geopenbaard dat een groep der djinn heeft geluisterd (naar de Koran), en zij zeiden: 'Waarlijk, wij hebben een wonderbaarlijke verkondiging gehoord!
Die tot rechtschapenheid leidt; daarom hebben wij er in geloofd, en wij zullen stellig niemand met onze Heer vereenzelvigen.
En de Majesteit van onze Heer is hoog verheven. Hij heeft noch echtgenote noch zoon.
En voorzeker, de dwaas onder ons placht over Allah leugen te spreken.
Doch wij hadden gemeend dat mensen en djinn nooit een leugen over Allah zouden uiten.
Voorzeker, waren er enige mensen die toevlucht bij sommige djinn zochten, waardoor zij hun zonden vermeerderden.
En zij meenden inderdaad, zoals gij meendet, dat Allah nooit een boodschapper zou zenden.
En wij trachtten de hemel te bespieden en wij vonden deze vol sterke wachters en vlammen.
En voorzeker, wij plachten op enige plaatsen te zitten om de gesprekken te beluisteren. Maar wie nu luistert, vindt een vlam die op hem wacht.
Wij weten daardoor niet of voor degenen die op aarde zijn, een ramp wordt bedoeld of dat hun Heer hen op het goede pad wil leiden.
Er zijn onder ons die rechtvaardig zijn en er zijn onder ons die anders zijn en wij volgen verschillende wegen.
En wij beseffen dat wij Allah's (plan) op aarde onmogelijk kunnen verijdelen, noch kunnen wij Hem door de vlucht ontlopen.
En toen wij de leiding hoorden, geloofden wij er in. En hij, die gelooft in zijn Heer, heeft geen vrees voor verlies of onrecht.
En er zijn onder ons Moslims en er zijn onder ons die van de rechte weg zijn afgeweken. En zij die zich onderwerpen - hebben de rechte weg gezocht.
En zij die van de rechte weg afwijken, zullen brandstof der hel zijn.'"
Indien zij zich aan het rechte pad houden zullen Wij hun water in overvloed te drinken geven,
Om hen daarmee op de proef te stellen. En wie zich van de gedachte aan zijn Heer afwendt, Hij zal hem een toenemende straf toedienen.
En zeg: "Alle bedehuizen behoren aan Allah; roept daarom niemand naast Allah aan."
En toen de dienaar van Allah opstond om Hem te aanbidden, vielen zij hem bijna aan.
Zeg: "Ik bid alleen tot mijn Heer en ik vereenzelvig niemand met Hem."
Zeg: "Ik heb (uit mijzelf) geen macht u goed of kwaad te doen."
Zeg: "Voorzeker, niemand kan mij tegen Allah beschermen, noch kan ik een andere schuilplaats vinden buiten Hem -
(Mij is) slechts de verkondiging van Allah's boodschap opgedragen." En voor degenen die Allah en Zijn boodschapper niet gehoorzamen is het Vuur der hel, waarin zij lange tijd zullen vertoeven,
Tot zij de straf zien waarmee zij worden bedreigd, maar dan zullen zij ook weten wie zwakkere helpers en kleiner aantal heeft.
Zeg hun: "Ik weet niet of hetgeen waarmede gij bedreigd wordt nabij is of wel dat mijn Heer het zal uitstellen voor een lange tijd."
Hij is de Kenner van het onzienlijke en Hij geeft niemand overvloedig kennis van Zijn geheimen.
Behalve hem die Hij als boodschapper kiest. Dan doet Hij een wacht vr hem en achter hem gaan,
Opdat Hij moge weten dat zij (Zijn boodschappers) de boodschappen van hun Heer hebben overgebracht. En Hij omvat alles wat met hen is - en Hij heeft alles berekend.
O, gij die u omwikkelt!
Sta op in de nacht voor korte tijd.
De helft er van of minder dan dat.
Of maak het iets langer - en zeg de Koran duidelijk en aandachtig op.
Waarlijk, Wij dragen u een gewichtig Woord op.
Voorwaar, des nachts opstaan is de zekerste weg en geeft het Woord krachtige uitwerking.
Gij hebt inderdaad gedurende de dag langdurige bezigheden.
Daarom gedenk de naam van uw Heer, en geef u met volle toewijding aan Hem over.
Hij is de Heer van het Oosten en het Westen, er is geen andere God naast Hem; neem Hem daarom tot uw Beschermer.
En verdraag met geduld alles wat zij (de ongelovigen) zeggen; en verlaat hen op gepaste wijze.
En laat Mij alleen met degenen die loochenen, de bezitters van rijkdom en geef hun een wijle uitstel.
Voorzeker, bij Ons zijn zware boeien en een laaiend Vuur,
En voedsel dat verstikt, en pijnlijke straf.
Er zal een Dag komen waarop de aarde en de bergen zullen beven, en de bergen in een hoop mul zand zullen veranderen.
Waarlijk, Wij hebben tot u een boodschapper gezonden, die een getuige tegen u is, geljik Wij een boodschapper tot Pharao zonden.
Maar Pharao gehoorzaamde de boodschapper niet, daarom grepen Wij hem met een verschrikkelijke greep aan.
Hoe zult gij u, indien gij het ware geloof verwerpt, beveiligen voor de Dag, waarop de kinderen grijze haren zullen krijgen (van schrik).
En waarbij de hemel uiteen zi splijten, en Zijn belofte zal worden vervuld.
Dit is zeker een vermaning. Dus moge hij die wil, de weg tot zijn Heer inslaan.
Waarlijk uw Heer weet dat gij bijna twee-derde van de nacht staat (te bidden), somsdehelft of ook wel een derde er van, en eveneens doet dit een deel van degenen die met u zijn. En Allah bepaalt de maat van dag en nacht. Hij weet, dat gij het niet kunt volhouden, en daarom heeft Hij Zich in barmhartigheid tot u gewend. Zegt dan zoveel van de Koran op als u gemakkelijk valt. Hij weet dat er enigen onder u ziek kunnen zijn, en anderen op reis door het land trekken, zoekende naar Allah's genade, en weer anderen strijdend voor Allah's zaak. Zegt er dus zoveel van (de Koran) op, als u gemakkelijk valt en onderhoudt het gebed, en betaalt de Zakaat, en sluit met Allah een goede lening. En wat goeds gij voor u uitzendt, gij zult betere en grotere beloning bij Allah vinden. En zoekt vergiffenis van Allah, voorwaar, Allah is Vergevensgezind, Genadevol.
O gij die u omhult!
Sta op en waarschuw,
En verkondig de Grootheid van uw Heer,
En reinig uw hart.
En vlied de onreinheid.
Bewijs geen gunsten om u daardoor te verrijken.
En wees geduldig ter wille van uw Heer.
Want als de bazuin wordt geblazen,
Die Dag zal een moeilijke dag zijn.
Niet gemakkelijk voor de ongelovigen.
Laat Mij alleen met hem die Ik schiep.
Ik heb hem overvloedig bezit gegeven.
En zonen die bij hem zijn.
En ik verschafte hem elk gemak.
Toch verlangt hij dat Ik hem nog meer zal geven.
Stellig niet; want hij was vijandig tegenover Onze boodschappen.
Hem zal Ik een zware straf opleggen.
Ziet! Hij dacht na en hij besloot!
Vervloekt zij hij, hoe besloot hij!
Nogmaals, vervloekt zij hij! Hoe be sloot hij!
Toen keek hij (om zich heen),
Daarna fronste hij zijn voorhoofd en keek nors.
Dan keerde hij zich om en toonde zich hovaardig.
Hij zeide: "Dit is niets dan een nagebootste tovenarij.
Dit is slechts het woord van een mens."
Weldra zal Ik hem in het Vuur werpen.
En wat weet gij wat het Vuur der hel is?
Het ontziet niets, noch laat het iets (onverteerd) achter,
Het verschroeit het gezicht.
Daarover waken er negentien (engelen).
En Wij hebben niets dan engelen tot wachters van het Vuur gemaakt. En Wij hebben hun getal niet vastgesteld, dan tot beproeving der ongelovigen, opdat wie het Boek is gegeven zekerheid mogen verkrijgen en dat de gelovigen in geloof mogen toenemen en opdat de mensen van het Boek en de gelovigen niet zullen twijfelen. En dat degenen in wier hart een ziekte is en degenen die ongelovig zijn, mogen zeggen: "Wat bedoelt Allah met deze gelijkenis?" Zo laat Allah dwalen wie Hij wil en leidt wie Hij wil. Niemand kent de legerscharen van uw Heer dan Hij. Dit is niets dan een vermaning voor de mensheid.
Neen, bij de maan,
En de nacht als zij heengaat
En de dageraad wanneer zij gloort,
Waarlijk, het is een der grootste tijdingen,
Een waarschuwing voor de mensen.
Aan degene onder u, die vooruit wenst te gaan of degene die wil achterblijven,
Elke ziel is als een pand voor hetgeen zij doet.
Doch degenen aan de rechter hand
In tuinen (wonende) vragen zij:
Aan de schuldigen
"Wat heeft u in de hel gebracht?"
Zij zullen antwoorden: "Wij behoorden niet tot hen die plachten te bidden.
Noch voedden wij de armen.
En wij plachten ijdele gesprekken te voeren met hen die ijdele gesprekken voerden.
En wij plachten de Dag des Oordeels te loochenen.
Totdat de dood ons overviel."
De tussenkomst van bemiddelaars zal hen daarom niets baten.
Wat scheelt hun dat zij zich van de vermaning afwenden
Als bange ezels,
Vluchtende voor een leeuw?
Neen, ieder van hen wenst dat hem opengeslagen bladzijden zullen worden getoond.
Voorwaar, zij vrezen het Hiernamaals niet!
Neen, waarlijk, dit is een vermaning.
Die wil, trekke er lering uit.
Doch zij zullen er geen lering uit trekken tenzij Allah het wil. Hij is Waardig, dat men Hem vreest, en Hij is de Heer der vergiffenis.
Neen! Ik roep de Dag der Opstanding tot getuige.
Neen! Ik roep de zichzelf beschuldigende ziel tot getuige.
Denkt de mens dat Wij zijn beenderen niet kunnen verzamelen?
Zeker; Wij hebben de macht hem te herstellen tot in zijn vingertoppen.
Maar de mens wenst in 't vervolg slecht te handelen.
Hij vraagt: "Wanneer is de Dag der Opstanding?"
Maar als het oog verblind wordt,
En de maan verduisterd zal zijn,
En de zon en de maan zullen samen gebracht worden,
Op die Dag zal de mens zeggen: "Waarheen te vluchten?"
Neen! Geen schuilplaats!
Slechts bij uw Heer zal dan uw toevlucht zijn.
De mens zal op die Dag worden onderricht over hetgeen hij vooruitzond of achterliet.
Neen, de mens is een bewijs tegen zichzelf.
Zelfs al biedt hij (zijn) verontschuldigingen aan.
Beweeg uw tong er niet mede om deze (woorden) haastig (opte nemen!)
Het verzamelen en het verkondigen er van rust op Ons.
Wanneer Wij dus (de Openbaring) verkondigd hebben volg dan de verkondiging.
Daarna rust de verklaring er van op Ons.
Neen, maar gij (mensen) hebt dit leven lief.
En gij geeft het Hiernamaals prijs.
Op die Dag zullen sommige gezichten verlicht zijn,
Opziende naar hun Heer;
En andere gezichten zullen op die Dag somber zijn.
Wetende dat een vreselijke ramp hen spoedig zal overkomen.
Ja! Als de ziel van de stervende tot de keel zal opstijgen,
En er zal worden gezegd: "Wie is de geneesheer?"
Dan weet hij dat hij scheiden moet.
En wrijft (in doodsangst) het ene been tegen het andere.
Dan wordt (hij) tot uw Heer gedreven,
Want hij (mens) nam de Waarheid niet aan, noch bad hij.
Doch hij verloochende (de profeet) en wendde zich af.
Dan ging hij trots naar zijn familie terug.
"Wee u! Wee dus over u."
"Wee u nogmaals en nog eens wee!"
Denkt de mens dat hij zonder doel zal worden gelaten?
Was hij niet een kleine levenskiem die werd uitgestort?
Dan werd hij een klonter bloed daarna schiep en vervolmaakte Hij hem.
Daarvan (de kiem) maakt Hij een paar, man en vrouw.
Is Hij dan niet bij machte de doden te doen herleven?
Voorzeker, er is voor de mens een tijdperk geweest toen hij geen vermeldenswaardig ding was.
Wij hebben de mens uit een gemengde levenskiem geschapen en hebben hem horende en ziende gemaakt om hem op de proef te stellen.
Wij hebben hem de weg getoond, hij moge dankbaar of wel ondankbaar zijn.
Voorwaar, Wij hebben voor de ongelovigen ketenen, ijzeren halsbanden en een laaiend Vuur bereid.
Maar de deugdzamen drinken uit een beker (een drank) gemengd met Kamfer.
De dienaren van Allah drinken uit een bron, welke zij in overvloed doen stromen.
Zij vervullen de gelofte, en vrezen een Dag waarvan het kwaad verstrekkend is.
En zij geven voedsel, uit liefde voor Hem, aan de armen, de wees en de gevangenen.
(Zeggende): "Wij voeden u slechts ter wille van Allah. Wij verlangen geen beloning noch dank van u.
Wij vrezen van onze Heer een moeilijke en drukkende Dag."
Daarom zal Allah hen voor het kwade van die Dag beschermen en zal hun blijdschap en geluk schenken.
En Hij zal hen voor hun standvastigheid belonen met een tuin en kleren van zijde.
Zich daarin nedervlijende op sofa's zullen zij het noch te koud noch te warm hebben.
En de schaduw der bomen zal dicht over hen zijn en de trossen fruit zullen gemakkelijk bereikbaar worden gemaakt.
En zilveren vaten zullen aan hen worden rondgereikt, en bekers
Kristalhelder, uit zilver, in de juiste maat vervaardigd.
En daarin zal hun een drank worden gegeven, vermengd met Gember.
Van een bron genaamd: Salsabiel.
En jonge mensen, die niet verouderen, zullen om hen rondgaan (om hen te bedienen). Wanneer gij hen ziet, denkt gij dat zij verstrooide paarlen zijn.
En waarheen gij ook kijkt, zult gij een zaligheid voelen en een groot koninkrijk aanschouwen.
Zij zullen klederen van fijne groene zijde en zwaar brocaat dragen en zilveren armbanden. En hun Heer zal hun een zuivere drank geven.
(Hij zal zeggen): "Dit is uw loon, omdat uw streven waardevol was."
Voorwaar, Wij hebben de Koran aan u bij gedeelten geopenbaard.
Wees daarom geduldig volgens het gebod van uw Heer en gehoorzaam niemand die onder hen zondig of ongelovig is.
En gedenk de naam van uw Heer 's morgens en 's avonds.
En aanbid Hem gedurende (een deel) van de nacht en prijs Zijn eer gedurende een groot deel ervan.
Waarlijk, de ongelovigen houden van de voorbijgaande wereld en denken niet aan de zware Dag (des Oordeels).
Wij zijn het Die hen geschapen hebben en hun lichaamsbouw hebben gesterkt. En indien Wij willen, kunnen Wij hen door gelijksoortige schepselen vervangen.
Voorwaar, dit is een vermaning. Wie het daarom wenst, kieze een weg die tot zijn Heer leidt.
En gij zult niets anders willen dan hetgeen Allah wil. Voorwaar, Allah is Alwetend, Alwijs.
Hij laat tot Zijn barmhartigheid ingaan wie Hij wil, en voor de onrechtvaardigen heeft Hij een pijnlijke straf bereid.
Bij de met goedheid gezondenen.
En bij hen die verbrijzelen.
En bij hen, die heinde en ver verspreiden.
En bij hen die goed onderscheiden.
En bij hen die de vermaning toedienen,
Om tot verontschuldiging te brengen en te waarschuwen.
Voorwaar, hetgeen u is beloofd moet gebeuren.
Dus, als de sterren verduisterd zullen zijn.
En als de hemelen geopend zullen worden.
En als de bergen verstrooid zullen zijn.
En als de gezanten verzameld zullen worden.
Tot welke Dag is dit einde uitgesteld?
Tot de Dag der beslissing.
En wat weet gij ervan wat de Dag der beslissing is?
Wee op die Dag, degenen die loochenen.
Hebben Wij de vroegere (ongelovigen) niet vernietigd?
Wij zullen daarom die van latere tijden hen doen volgen.
Zo behandelen Wij de schuldigen.
Wee op die Dag degenen die loochenen!
Schiepen Wij u niet uit een kleine levenskiem
Die Wij op een veilige plaats bewaarden.
Voor een bepaalde tijd?
Zo hebben Wij bepaald. Hoe voortreffelijk zijn Wij in het bepalen!
Wee op die Dag degenen die loochenen!
Hebben Wij de aarde niet gemaakt om
De levenden en de doden te kunnen bevatten?
En hebben Wij er geen hoge bergen op geplaatst en u zoet (zuiver) watergegeven om te drinken.
Wee op die Dag degenen die loochenen.
Men zal zeggen: "Gaat naar (de straf) welke gij loochendet.
Begeeft u tot een schaduw van drie takken,
Die geen koelte geeft, noch beschermt tegen de vlam."
Ziet! Het (Vuur der hel) gooit vonken op als kastelen.
Alsof zij kamelen van een gele kleur waren.
Wee op die Dag degenen die loochenen!
Dit is een Dag waarop zij (de schuldigen) niet mogen spreken,
Noch zal hun worden toegestaan verontschuldigingen aan te bieden.
Wee op die Dag degenen die loochenen.
Dit is de Dag der beslissing; Wij hebben u en degenen die vroeger leefden bijeengebracht.
Indien gij nu enig plan hebt gebruikt het dan tegen Mij.
Wee op die Dag degenen die loochenen!
De godvruchtigen zullen te midden van schaduwen en bronnen wonen,
En fruit ontvangen, zoals zij zich mogen wensen.
(Men zal zeggen): "Eet en drinkt met smaak als beloning voor hetgeen gij placht te doen."
Voorwaar, zo belonen Wij degenen die goed doen.
Wee op die Dag degenen die loochenen.
"Eet en vermaakt u een poosje (in dit leven). Voorzeker, gij zijt de schuldigen."
Wee op die Dag degenen die loochenen.
En als er tot hen wordt gezegd: "Buigt u neder!" dan buigen zij zich niet.
Wee op die Dag degenen die loochenen.
In welk woord buiten dit zullen zij dan geloven?
Waarover vragen zij?
Over de grote aankondiging,
Waaromtrent zij (van mening) verschillen?
Waarlijk, zij zullen het spoedig te weten komen.
Nogmaals zij zullen het weldra te weten komen.
Hebben Wij de aarde niet als een bed gespreid?
En de bergen als palen opgezet?
En hebben Wij u niet in paren geschapen?
En hebben Wij uw slaap niet tot rusten bestemd?
En hebben Wij de nacht niet als een mantel gemaakt.
En hebben Wij de dag niet voor (het zoeken) naar levensonderhoud gemaakt?
En hebben Wij niet zeven sterke (hemelen) boven u gebouwd;
En daarin een stralende lamp geplaatst?
En zenden Wij niet vanuit de wolken regen neder die voortstroomt.
Opdat Wij daardoor graan en plantengroei voortbrengen.
En weelderige tuinen?
Voorzeker, de Dag der beslissing is bepaald;
De Dag waarop de bazuin wordt geblazen; dan zult gij in scharen komen.
En de hemel wordt geopend en zal vele poorten hebben.
En de bergen verdwijnen en worden tot een luchtspiegeling.
Voorzeker de hel ligt in een hinderlaag.
Een tehuis voor de opstandigen.
Die daarin lange tijd zullen vertoeven.
Zij zullen daar geen koelte hebben en geen dronk smaken,
Behalve kokend water en een stinkende vloeistof die verschrikkelijk koud is.
Een passende vergelding (voor hun daden).
Zij verwachtten geen rekening.
En verwierpen Onze tekenen geheel.
En Wij hebben alles in een boek neergeschreven.
Smaakt dus de straf! Wij zullen u slechts hierin doen toenemen.
Voorwaar, er is triomf voor de rechtvaardigen,
Beschutte tuinen en wijnbergen.
En jeugdige gezellen, gelijk in leeftijd.
En een gevulde beker.
Zij horen daar geen ijdele gesprekken noch leugens!
Een beloning van uw Heer, een toereikende gave,
Van de Heer der hemelen en der aarde en van alles wat daar tussen is, de Barmhartige. Niemand zal Hem kunnen aanspreken.
De Dag waarop de Geest en de (andere) engelen in gelederen opgesteld staan, zullen zij niet spreken, met uitzondering van hem aan wie de Barmhartige het toestaat en die alleen zal spreken wat recht is.
Die Dag is de werkelijkheid. Daarom, laat hij die het wil een toevlucht bij zijn Heer zoeken.
Voorwaar, Wij hebben u voor een straf die nabij is gewaarschuwd; de Dag waarop de mens zal zien wat hij heeft uitgevoerd en (waarop) de ongelovige zal zeggen: "O, ware ik maar stof geweest!"
Bij hen die zich volledig inspannen,
En bij hen die hun werk met vreugde verrichten,
En bij hen die snelle vorderingen maken.
En bij hen die de eersten willen zijn
En bij hen die de zaak regelen.
De Dag waarop de bevende (aarde) zal beven,
Hierop zal volgen, wat volgen moet.
Op die Dag zullen de harten kloppen.
En de ogen zullen nedergeslagen zijn.
Zij (de ongelovigen) zeggen: "Zullen wij werkelijk tot onze vroegere toestand worden teruggebracht,
Zelfs al zijn wij vergane beenderen geworden?"
Zij zeggen: "Dan zou deze opstanding een ondergang zijn."
Daar is slechts n dreigende roep.
En ziet, zij zijn opgewekt.
Heeft het verhaal van Mozes u niet bereikt?
Toen zijn Heer hem in het heilige dal van Towa toeriep, (zeggende):
"Ga naar Pharao; want hij is opstandig.
En zeg tot hem: Zoudt gij u willen reinigen?
En ik zal u tot uw Heer leiden opdat gij Hem moogt vrezen."
Toen toonde hij hem (Pharao) het grote teken,
Maar deze verwierp het en gehoorzaamde niet;
Maar wendde zich daarna haastig af.
En hij (Pharao) verzamelde de zijnen en riep uit:
(Zeggende), "Ik ben uw Heer de Allerhoogste."
Daarop greep Allah hem aan met een voorbeeldige straf voor de toekomst en voor die tijd.
Waarlijk daarin is een les voor hem die vreest.
Zijt gij moeilijker te scheppen dan de hemel die Hij heeft gebouwd?
Hij verhief hem hoog en maakte hem volmaakt.
En Hij maakte de nacht donker en bracht het daglicht voort;
En ook de aarde spreidde hij uit.
Daaruit bracht Hij water en weide voort.
En Hij maakte de bergen onwrikbaar.
Een voorziening voor u en voor uw vee.
Maar als de grote ramp zal komen,
De Dag waarop de mens zich zal herinneren hetgeen hij heeft gedaan,
En de hel zal zichtbaar gemaakt worden voor hem die ziet.
Dan zal (voor hem) die opstandig is geweest,
En die het leven dezer wereld verkoos,
Brandend Vuur zijn tehuis zijn.
Doch voor hem die vreesde voor zijn Heer te staan, en die zijn ziel van begeerten onthield,
Zal het paradijs zeker zijn verblijf zijn.
Zij vragen u omtrent het Uur: "Wanneer zal het komen?"
Maar datgene waarmede gij u bezighoudt
De uitkomst daarvan is bij uw Heer.
Gij zijt slechts een waarschuwer voor hem die vreest.
Op de dag waarop zij dit zullen zien, (zal het zijn) alsof zij slechts een avond of een morgen (op de aarde) hadden vertoefd.
Hij (de profeet) fronste (zijn voorhoofd) en wendde zich af.
Omdat er een blinde man tot hem kwam.
(Mens) wat weet gij? Misschien wilde hij zich laten louteren.
Of hij kon om raad komen, en die raad zou hem van nut kunnen zijn.
Maar aan hem, die onverschillig is
Schenkt gij uw aandacht,
Hoewel gij er niet voor aansprakelijk zijt als hij zich niet loutert.
Maar hij die zich tot u haast,
En Allah vreest,
Voor hem zijt gij onverschillig.
Neen! Voorwaar, het is een vermaning.
Dus, wie het wil, laat hem er lering uit trekken.
(Dit is) in verheven geschriften,
Hoogstaand en rein,
In de handen van schrijvers,
Edel, deugdzaam.
Wee de mens! Hoe ondankbaar is hij!
Waaruit heeft Hij hem geschapen?
Uit een kleine levenskiem schept Hij hem en stelt zijn verhoudingen vast.
Dan effent Hij de weg voor hem,
Dan doet Hij hem sterven en geeft hem aan het graf over,
Dan, wanneer Hij wil, zal Hij hem weer opwekken.
Neen, hij heeft hetgeen Hij hem gebood, niet volbracht.
Laat nu de mens naar zijn voedsel zien;
Hoe Wij water doen neerstromen,
Dan de aarde splijten,
En graan daaruit doen groeien.
Ook druiven en groenten,
En de olijfboom en de dadelpalm.
En tuinen, dicht beplant.
En vruchten en weiden,
Voorziening voor u en uw vee!
Maar als de oorverdovende roep komt,
De Dag waarop een man van zijn broeder vlucht,
En van zijn moeder en zijn vader,
En van zijn vrouw en zijn kinderen,
Op die Dag zal een ieder een aangeiegenheid hebben die hem bezig zal houden.
Op die Dag zullen sommige gezichten stralend zijn,
Lachend, vrolijk!
En op andere gezichten zal op die Dag stof liggen.
Duisternis zal hen bedekken.
Dat zijn de ongelovigen, de slechten.
Wanneer de zon wordt omhuld,
En wanneer de sterren dof worden,
En wanneer de bergen verdwijnen,
En wanneer de drachtige kamelen worden verlaten,
En wanneer de dieren worden bijeengegaard,
En wanneer de zeen worden geledigd,
En wanneer de mensen worden verenigd,
En wanneer er over het gedode kind (verantwoording) zal worden gevraagd
Voor welke misdaad het gedood werd,
En wanneer geschriften worden verspreid,
En wanneer de Hemel wordt opengelegd,
En wanneer de hel wordt ontstoken,
En wanneer het paradijs nabij wordt gebracht,
Dan zal ieder ziel weten wat zij heeft voorbereid.
En Ik roep tot getuige datgene wat terugkeert,
Zijn loop volgt en ondergaat,
En de nacht wanneer deze heengaat.
En de dageraad als deze aanbreekt.
Dat is voorzeker de boodschap van een edele boodschapper,
Vol van macht, bevestigd door de Heer van de Troon,
Die gehoorzaamd moet worden en vertrouwenswaardig is.
En uw metgezel is niet krankzinnig.
En hij zag hem (Gabril) aan de heldere horizon.
En hij is geen vrek wat het onzienlijke aangaat.
En dit is niet het woord van Satan de vervloekte.
Waarheen richt gij u dan?
Dit is niets dan een vermaning voor de werelden.
Voor hem onder u die oprecht wil wandelen.
En gij zult niets willen behalve wat Allah wil, de Heer der Werelden.
Wanneer de hemel wordt gespleten,
En wanneer de sterren verstrooid worden,
En wanneer de zeen worden geledigd,
En wanneer de graven worden geopend,
Zal iedere ziel weten wat zij heeft vooruitgezonden en wat zij achterwege heeft gelaten.
O mens, wat heeft u bedrogen omtrent uw Heer, de Genadige,
Die u schiep, daarna voltooide en u de juiste verhoudingen gaf?
Hij heeft u gevormd in een vorm, die Hem behaagde.
Neen, gij loochent het Oordeel.
Maar voorzeker er zijn bewakers over u.
Eerwaarde schrijvers,
Die weten wat gij doet.
Voorwaar, de deugdzamen zijn omringd door zegeningen
En de slechten zijn omringd door de hel,
Daarin zullen zij verbranden op de Dag des Oordeels;
En zij zullen er niet aan kunnen ontsnappen.
En wat weet gij er van wat de Dag des Oordeels is?
Nogmaals, wat weet gij er van wat de Dag des Oordeels is?
De Dag waarop een ziel iets vermag voor een andere ziel! Op die Dag berust het gebod alleen bij Allah.
Wee hen die anderen tekort doen.
Wanneer zij voor zichzelf wegen, nemen zij volle maat;
Indien zij voor anderen uitmeten of afwegen, geven zij minder (dan behoort).
Weten zulke mensen niet dat zij zullen herrijzen
Op een grote Dag,
De Dag, waarop de mensheid voor de Heer der Werelden zal staan?
Neen! Het gedenkschrift over de bozen is in Sidjdjien.
En wat weet gij er van wat Sidjdjien is?
Het is een geschreven boek.
Wee, op die Dag de loochenaars,
Die de Dag des Oordeels loochenen.
En niemand behalve de zondige overtreder loochent die (Dag),
Die zegt, als Onze woorden aan hem worden voorgedragen: "Fabelen der ouden."
Neen, maar hetgeen zij plachten te verdienen heeft zich als roest aan hun hart gehecht.
Neen, zij zullen die Dag zeker van hun Heer worden uitgesloten.
Voorwaar, dan zullen zij in de hel branden,
En er zal tot hen worden gezegd: "Dit is hetgeen gij placht te loochenen!"
Neen, het gedenkschrift der deugdzamen is voorzeker in "Illijjien."
En wat weet gij er van wat"Illijjien" is?
Een geschreven boek.
De nabij (God) zijnden zullen het zien.
Voorwaar, de deugdzamen onder zegeningen,
Op hoge sofa's zullen zij elkander aanschouwen,
Gij zult in hun gezicht de glans der gelukzaligheid herkennen.
Hun wordt zuivere verzegelde wijn te drinken gegeven.
Welks zegel muskus is. En laat degenen die wedijveren, hiervoor wedijveren.
En hij zal vermengd worden met water van Tasniem;
Een bron waaruit de nabij (God) zijnden drinken.
Waarlijk, de schuldigen plachten de gelovigen uit te lachen,
En wanneer zij hen voorbijgingen, knipoogden zij tegen elkander.
En wanneer zij tot de hunnen terugkeerden, keerden zij opgetogen terug;
En wanneer zij hen zagen, zeiden zij: "Dit zijn inderdaad de dwalenden."
Maar zij waren niet als bewakers over hen gezonden.
Daarom zullen op deze Dag de gelovigen over de ongelovigen lachen,
Op hoge sofa's zittende zullen zij aanschouwen;
Voorzeker wordt de ongelovigen vergolden voor hetgeen zij plachten te doen!
Wanneer de hemel vaneen splijt.
En zijn Heer gehoorzaamt zoals het hem betaamt.
En wanneer de aarde wordt uitgespreid.
En alles zal uitwerpen wat in haar is, en leeg wordt.
En gehoorzaamt aan haar Heer, zoals het haar betaamt.
(Zal worden gezegd) "O mens, gij moet ijverig naar uw Heer streven, dan zult gij Hem ontmoeten."
Wat hem betreft, wie het boek in zijn rechter hand wordt gegeven,
Hij zal waarlijk een gemakkelijke rekening krijgen,
En zal tot de zijnen in vreugde terugkeren.
Maar hij, wie het boek achter zijn rug wordt gegeven,
Hij zal vernietiging wensen
En een laaiend Vuur ingaan.
Voorzeker, hij was bij de zijnen gelukkig,
En dacht inderdaad dat hij nooit zou terugkeren.
Ja! Voorzeker, zijn Heer kent hem goed.
Ja, Ik roep de avondschemering tot getuige.
En de nacht en wat deze omsluiert,
En de maan als zij vol wordt,
Dat gij zeker van de ene toestand naar de andere overgaat.
Maar, wat scheelt hen, dat zij niet geloven?
En wanneer de Koran aan hun wordt voorgedragen, werpen zij zich niet ter aarde neer,
Integendeel, de ongelovigen loochenen (deze).
Doch Allah weet het beste wat zij denken.
Kondig hun hiervoor dus een pijnlijke straf aan.
Maar voor de gelovigen die goede werken doen, is een oneindige beloning.
Bij de hemel met zijn constellaties.
En bij de beloofde Dag.
En bij de getuige en hetgeen waarover hij getuigenis aflegt.
Vervloekt zijn degenen die groeven maakten -
Daarin vuur stookten -
Ziet! Zij zaten er bij,
En waren getuigen van wat zij de gelovigen aandeden.
En zij wreekten zich slechts op hen omdat zij in Allah geloofden, de Almachtige, de Geprezene.
Aan Wie het koninkrijk der hemelen en der aarde behoort; en Allah is Getuige van alle dingen.
En zij, die de gelovige mannen en vrouwen vervolgen en dan geen berouw hebben, voor hen is de straf der hel, en hen wacht de straf van het branden.
Voorzeker, de gelovigen die goede werken doen, zullen tuinen hebben waardoor rivieren stromen. Dat is de grote zegepraal.
Waarlijk, de greep van uw Heer is hard.
Hij is het Die schept en weder voortbrengt;
En Hij is de Vergevende, de Liefderijke;
De Heer van de Troon, de Roemrijke;
Uitvoerder van wat Hij wil.
Heeft het verhaal van de heerscharen u dan niet bereikt,
Van Pharao en de Samoed?
Ja, maar de ongelovigen loochenen het.
En Allah omsingelt hen van achteraf.
Voorwaar, het is een glorierijke Koran,
Op een beschermde tafel.
Bij de hemel en bij de morgenster.
En wat weet gij (er van) wat de morgenster is?
Het is een ster van doordringende helderheid.
Er is geen ziel waarover geen wachter is.
Laat de mens derhalve overwegen waaruit hij geschapen werd.
Hij werd uit een stromende vloeistof geschapen,
Welke voortkomt van tussen de ruggegraat en de ribben.
Voorzeker, Hij kan hem (tot het leven) terugroepen.
Op de Dag waarop de geheimen zullen worden geopenbaard.
Dan zal hij geen kracht en geen helper hebben.
Bij de wolk die regen geeft.
En de aarde, die door planten splijt.
Dit is zeker een beslissend woord,
Het is geen scherts.
Voorwaar zij smeden een plan.
En ook Ik smeed een (machtiger) plan.
Geef derhalve de ongelovigen voor een wijle uitstel,
Verheerlijk de Naam van uw Heer, de Allerhoogste.
Die schept en vervolmaakt,
En Die bepaalt en leidt,
En Die het gewas voortbrengt,
En het dan doet verdorren.
Wij zullen u weldra onderwijzen zodat gij het niet vergeet -
Behalve wat Allah wil - Voorwaar, Hij kent het openlijke en het verborgene.
En Wij zullen uw weg effenen tot gemak.
Maak (anderen) daarom indachtig, voorzeker dit is nuttig.
Hij die vreest zal er lering uit trekken;
Maar de rampzalige zal zich ervan afwenden,
Die het grote Vuur zal binnengaan,
Waarin hij noch sterven noch leven zal.
Voorzeker, geslaagd is hij die zich loutert.
En die de naam van zijn Heer gedenkt en bidt.
Maar gij verkiest het leven dezer wereld,
Ofschoon het Hiernamaals beter en van langere duur is.
Voorzeker, dit is in vroegere geschriften vermeld,
De geschriften van Abraham en Mozes.
Heeft het nieuws van de overweldigende (gebeurtenis) u bereikt?
Op die Dag zullen sommige aangezichten terneergeslagen zijn,
Zwoegend, zich afmattende,
Zij zullen in een vreselijk Vuur branden,
Hun zal uit een kokende bron te drinken worden gegeven,
Zij zullen geen voedsel krijgen, behalve van doornen,
Dat noch voedzaam zal zijn noch tegen de honger zal baten.
Op die Dag zullen andere aangezichten verblijd zijn.
Weltevreden met hun streven.
In een verheven tuin
Waarin zij geen ijdele (taal) zullen horen,
Waarin een stromende bron is,
Waarin hoge rustbanken opgericht zijn,
En drinkschalen gereed gezet,
En kussens gerangschikt,
En tapijten uitgespreid.
Zien zij niet naar de wolken, hoe zij gevormd worden?
En naar de hemel, hoe deze hoog verheven werd?
En naar de bergen, hoe zij opgericht werden?
En naar de aarde, hoe zij uitgespreid werd?
Vermaant hen daarom want gij zijt slechts een vermaner;
Gij zijt geen waker over hen.
Maar hij die zich afwendt en niet gelooft,
Allah zal hem straffen met de strengste straf.
Voorwaar, hun terugkeer is tot Ons.
Dan zullen Wij rekenschap van hen vragen.
Bij de dageraad,
En de tien nachten,
En het even en het oneven
En de nacht als deze vervaagt;
Daarin is zeker genoeg bewijs voor een man van begrip.
Weet gij niet hoe uw Heer met de Aad handelde?
Het volk van Iram dat verheven gebouwen bezat,
Wier gelijken nog in geen enkele stad zijn voortgebracht,
En met de Samoed die de rotsen in het dal uithieuwen?
En met Pharao, de heer der grote scharen?
Die zich in de steden aan overtreding overgaven.
En veel verderf daarin aanrichtten.
Daarom, deed uw Heer een roede der kastijding over hen nederdalen.
Voorwaar, uw Heer is waakzaam.
Wat de mens betreft, wanneer zijn Heer hem beproeft door hem te roemen en door hem gunsten te bewijzen, dan zegt hij: "Mijn Heer heeft mij geerd."
Maar wanneer Hij hem beproeft door hem in zijn levensonderhoud te beperken, zegt hij: "Mijn Heer heeft mij onteerd."
Neen, maar gij ontziet de wees niet.
Noch spoort elkander aan, de armen te voeden,
En gij verslindt het erfdeel in zijn geheel
En gij houdt te veel van weelde.
Neen, wanneer de aarde aan stukken wordt geschud,
En uw Heer komt en de engelen in rijen gerangschikt zijn,
Op die Dag zal de hel (hem) worden getoond; op die Dag zal de mens de vermaning willen volgen, maar hoe zal de vermaning hem kunnen baten?
Hij zal zeggen: "o had ik (vroeger), voor dit leven iets verricht."
Niemand straft zoals Hij op die Dag zal straffen.
Noch boeit iemand zoals Hij zal boeien.
Maar gij, o ziel in vrede!
Keer tot uw Heer terug, verblijd in Allah's welbehagen.
Ga daarom in onder Mijn dienaren,
En ga Mijn paradijs binnen.
Ik zweer bij deze stad (Makka),
En gij zijt vogelvrij in deze stad.
En bij de vader en wat hij verwekte.
Voorwaar, Wij hebben de mens geschapen om moeilijkheden (te overwinnen).
Denkt hij dat niemand macht over hem heeft?
Hij zegt: "Ik heb veel rijkdommen verkwist."
Denkt hij dat niemand hem ziet?
Hebben Wij hem niet twee ogen gegeven?
En een tong en twee lippen?
Hebben Wij hem dan niet de twee hoofdwegen getoond?
Maar hij besteeg de heuvel niet.
En wat weet gij (er van) wat de heuvel is?
Een slaaf te bevrijden
Of, op de dag van honger iemand te voeden
Of een wees die u verwant is.
Of een arme die in het stof rolt.
Bovendien behoort hij (die dit doet) tot hen, die geloven en elkander aansporen tot geduld en die elkander aansporen tot barmhartigheid.
Dezen zullen aan de rechter hand zijn.
Maar zij, die niet in Onze tekenen geloven zullen aan de linker hand zijn.
Een gesloten Vuur zal hen omringen.
Bij de zon en haar licht,
En bij de maan als zij deze volgt,
En bij de dag wanneer hij dezs onthult
En bij de nacht, wanneer hij haar bedekt,
En bij de hemel en de schepping er van.
En bij de aarde en haar uitgestrektheid,
En bij de ziel en haar volmaaktheid,
Hij openbaarde haar wat slecht en wat goed (voor haar) is,
Voorwaar, geslaagd is hij die haar loutert
En voorzeker hij gaat te gronde die haar te gronde richt.
De Samoed verloochenden de boodschap in hun opstandigheid.
Toen de ongelukkigste onder hen opstond,
Zeide de boodschapper van Allah: "Laat de kamelin van Allah vrij in haar drinken."
Maar zij verloochenden hem en verlamden haar, daarom vernietigde hun Heer hen volkomen om hun zonden en maakte het land met de grond gelijk.
En Hij vreest de gevolgen hiervan niet.
Bij de nacht als hij bedekt.
En bij de dag wanneer hij schittert,
En bij de schepping van man en vrouw.
Voorzeker, uw streven is verschillend.
Wat hem betreft die geeft en God vreest,
En het goede aanvaardt,
Wij zullen zijn weg effenen tot welslagen.
Maar hij, die vrekkig en onverschillig is,
En het beste verwerpt,
Wij zullen hem naar moeilijkheden leiden.
Wanneer hij te gronde gaat zullen zijn rijkdommen hem niet baten.
Voorwaar, het is aan Ons om te leiden.
En aan Ons is het Hiernamaals en ook deze wereld.
Daarom waarschuw Ik u voor het laaiend Vuur;
Niemand zal er binnengaan dan de rampzaligste,
Die loochent en zich afwendt.
Maar de rechtvaardige zal ver daarvan verwijderd worden.
Die zijn rijkdommen weggeeft om zich te louteren.
En niemand heeft Hem een gunst bewezen waarvoor hij moet worden beloond.
Maar hij die het welbehagen zoekt van zijn Heer, de Verhevene,
Weldra zal hij tevreden zijn.
Bij de glorie van de dag.
En bij de nacht als het donker is.
Uw Heer heeft u niet verlaten, noch is Hij mishaagd over u.
Voorwaar, het komende uur zal beter zijn voor u dan het vorige.
En voorwaar uw Heer zal u geven, en gij zult tevreden zijn.
Vond Hij u niet als wees, en beschermde u?
En vond Hij u niet zoekende en leidde Hij u?
En vond Hij u niet in armoede en verrijkte u?
Daarom verdruk de wees niet,
En snauw de bedelaar niet af.
Maar maak de gunst van uw Heer bekend.
Hebben Wij uw borst niet voor u verruimd?
En uw last niet van u weggenomen?
Die uw rug bezwaarde?
En uw roem niet verheven?
Voorwaar, zo komt gemak naast ongemak.
Voorwaar, gemak komt naast ongemak.
Wanneer gij verlicht zijt, streef dan verder.
En wend u tot uw Heer.
Bij de vijg en de olijf,
Bij de berg Sina,
En bij deze stad van Vrede (Makka),
Voorzeker, Wij hebben de mens in de beste vorm geschapen,
Daarna laten Wij hem vervallen tot het allerlaagste,
Behalve degenen die geloven en goede werken doen; hunner is een oneindige beloning.
Wat is de oorzaak die u het Gericht doet loochenen?
Is Allah niet de Rechter aller rechters ?
Verkondig de naam van uw Heer, de Schepper.
Die de mens uit geronnen bloed schiep.
Verkondig, want uw Heer is de meest Eerbiedwaardige
Die (de mens) door middel van de pen onderwees.
Hij leerde aan de mens datgene wat deze niet kende,
In het geheel niet. Voorwaar, de mens wordt opstandig,
Omdat hij zich onafhankelijk denkt.
Voorwaar uw terugkeer is tot uw Heer.
Hebt gij degelle gezien die verbiedt
Wanneer onze dienaar bidt?
Zeg mij, als hij de leiding volgt,
Of tot rechtvaardigheid maant.
Zeg mij, indien hij (de Waarheid) verloochent en zich afwendt.
Weet hij niet dat Allah alles ziet?
Neen, wanneer hij niet ophoudt, zullen Wij hem zeker bij de haren van zijn voorhoofd grijpen
Van dat leugenachtige en schuldige voorhoofd.
Laat hij dan zijn raadgevers bij elkaar roepen.
Wij zullen ook Onze wachters bijeen brengen.
Neen, gehoorzaam hem niet, maar werp u neder en zoek Zijn nabijheid.
Waarlijk, Wij hebben u (de Koran) nedergezonden, in de waardevolle nacht.
Wat weet gij (er van) wat de waardevolle nacht is?
De waardevolle nacht is beter dan duizend maanden.
Daarin dalen engelen en de Geest door Gods gebod neder (zeggende)
"In alles Vrede," tot het rijzen van de dageraad.
De ongelovigen onder de mensen van het Boek en onder de afgodendienaren konden niet worden bevrijd, vrdat een duidelijk bewijs tot hen gekomen was,
Een boodschapper van Allah, die aan hen de zuivere bladzijden voordroeg.
Waarin alle geschriften verzameld zijn.
En de mensen van het Boek werden eerst onenig, nadat het duidelijke teken tot hen gekomen was.
En daarin werd hun slechts geboden Allah te aanbidden, oprecht zijnde in gehoorzaamheid jegens Hem, oprecht het gebed te onderhouden en de Zakaat te betalen. Dat is de ware godsdienst.
Voorwaar, de ongelovigen onder de mensen van het Boek en de afgodendienaren zullen in het Vuur der hel geworpen worden, daarin zullen zij verblijven. Zij zijn de slechtste der schepselen.
Doch zij die geloven en goede werken doen, zij zijn de beste der schepselen.
Hun beloning is bij hun Heer; tuinen der eeuwigheid waardoor rivieren stromen en waarin zij voor altijd zullen vertoeven. Allah zal welbehagen in hen hebben en zij zullen welbehagen in Hem hebben. Dit is voor hem, die zijn Heer vreest.
Wanneer de aarde hevig zal worden geschud,
En zij haar binnenste naar buiten zal keren,
En de mens zal zeggen: "Wat is er met haar gebeurd?"
Op die Dag zal de aarde haar geschiedenis mededelen,
Omdat uw Heer het haar heeft geopenbaard.
Op die Dag zullen de mensen in verschillende groepen te voorschijn komen opdat hun hun werken getoond zullen worden.
Wie ter grootte van een atoom goed deed, zal dit aanschouwen.
En wie ter grootte van een atoom kwaad deed, zal ook dat aanschouwen.
Bij de rossen die snel en snuivend ademen,
Die vonken uit de hoeven slaan,
En bij de dageraad plotseling een aan val doen.
Daarbij stof opwerpen
En zo door het midden der vijandelijke menigte zich een weg banen.
Voorwaar, de mens is ondankbaar jegens zijn Heer;
En waarlijk, hij is daar zelf getuige van.
En voorzeker, hij heeft een hevige begeerte naar rijkdommen.
Weet zo iemand dan niet, dat hetgeen in de graven is weder zal worden opgewekt?
En dat het innerlijk zal worden bekend gemaakt?
Dat hun Heer hen op die Dag volkomen kent?
De ramp.
Wat is de ramp?
En wat weet gij (er van) wat de ramp is?
Een Dag waarop de mensen als motten verstrooid zullen zijn.
En de bergen als gekaarde wol
Dan zal hij, wiens schalen zwaar zijn,
Een aangenaam leven genieten.
Doch hij, wiens schalen licht zijn,
Zijn toevlucht zal Hawi'jah zijn.
En gij weet niet, wat dit is.
Het is een laaiend Vuur.
Jacht naar vermeerdering van rijkdom (en kinderen) maakt u onachtzaam,
Totdat gij in uw graven nederdaalt.
Neen - gij zult weldra te weten komen,
Nogmaals neen! Gij zult weldra te weten komen.
Waarlijk, indien gij de zekerheid van kennis bezit -
Zult gij zeker de hel zien.
Ja, dan zult gij haar met zekerheid van blik zien.
Op die Dag zult gij worden ondervraagd over de gaven.
Bij de tijd.
Voorzeker, de mens is te midden van verlies.
Behalve degenen die geloven en goede werken doen, en elkander tot waarheid, en geduld aansporen.
Wee iedere leugenaar en lasteraar!
Die rijkdommen verzamelt en deze telt,
Denkende dat zijn schatten hem voor eeuwig zullen behouden.
Neen, hij zal zeker in het Verterende Vuur worden geworpen.
En wat weet gij er van wat het verterende Vuur betekent?
Het is het Vuur dat Allah heeft aan gewakkerd.
Dat boven de harten zal opstijgen.
Voorwaar het zal hen omsluiten
In uitgestrekte rijen van zuilen.
Hebt gij niet vernomen, hoe uw Heer de bezitters der olifanten behandelde?
Heeft Hij hun plannen niet teniet gedaan?
Zond Hij geen zwermen vogels op hen neer?
En wierpen deze geen klompen klei?
Dat hen maakte als fijn gekauwd (door het vee) stro?
Ter bescherming van de Qoraishieten,
Ter bescherming op hun zomer- en winterreis.
Laten zij derhalve de Heer van dit Huis aanbidden.
Die hen van voedsel tegen honger heeft voorzien en van vrees bevrijd.
Hebt gij hem gezien die deze godsdienst loochent?
Het is degene die de wees verstoot,
Hij wekt anderen niet op de armen te voeden.
En wee degenen die bidden,
En de gebeden achteloos opzeggen.
En zij, die er mee te koop lopen.
En zich er van weerhouden de behoeftige vriendelijkheid te betonen.
Voorwaar, Wij hebben u in overvloed het goede gegeven.
Bid daarom tot uw Heer en offer.
Voorzeker, uw vijand zal uitsterven.
Zeg: "O gij ongelovigen,
Ik bid niet aan, wat gij aanbidt,
Noch gij bidt aan, wat ik aanbid.
Noch wil ik aanbidden, wat gij aanbidt,
Nogmaals gij wilt niet aanbidden wat ik aanbid.
Derhalve voor u uw godsdienst en voor mij mijn godsdienst."
Als de hulp van Allah en overwinning komt,
En gij de mensen groepsgewijze ziet binnentreden tot Allah's godsdienst,
Roem dan uw Heer met de lof, die Hem toekomt en vraag vergiffenis van Hem; voorzeker Hij is Berouwaanvaardend.
De macht van Aboe Lahab en hijzelf zullen vergaan.
Zijn rijkdommen en daden zullen hem niet baten.
Weldra zal hij in een laaiend Vuur branden.
Ook zijn vrouw, de draagster van brandstof,
Om haar hals zal een koord van palmvezels hangen.
Zeg: "Allah is de Enige.
Allah is zichzelf-genoeg, Eeuwig.
Hij verwekte niet, noch werd Hij verwekt.
En niemand is Hem in enig opzicht gelijk."
Zeg: "Ik zoek mijn toevlucht bij de Heer van de dageraad.
Tegen het kwade van wat Hij heeft geschapen
En tegen het kwade van de duisternis wanneer deze zich verspreidt
En tegen het kwade van degenen die vaste banden door boze inblazingen willen ontbinden
En van het kwade van de benijder wanneer deze benijdt."
Zeg: "Ik zoek mijn toevlucht bij de Heer der mensen,
De Koning der mensen,
De God der mensen.
Opdat Hij mij bevrijde van het kwade der inblazingen van de duivel.
Die in het hart der mensen fluistert
Vanuit het midden der djinn en mensen."
