Mijn droom,
de hemel was nog blauw
En mijn bestaan
Vol hoop en leven.
Een liefde die nooit sterven zou.
Een God die alles zou vergeven.
Toen was ik jong en onbevreesd.
Nog niet van werkelijkheid
Doordrongen
Het leven was een zorgloos feest
De wijn geproefd
Het lied gezongen.
Maar de tijger in de nacht
Gromt als ingehouden donder
Als hij hoop aan stukken scheurt
En jouw droom tot schande maakt
Eén zomer heb ik hem geloofd
Hij sliep naast mij
't Was als een wonder
Hij heeft mij
van m'n jeugd beroofd
't Werd herfst,
ik ben alleen ontwaakt.
En in mijn droom haalt hij zijn bruid
Nog steeds wil ik hem alles geven
Niet alle dromen komen uit
Niet iedere storm
Kun j'overleven...
Mijn droom zo anders dan de hel,
waarin ik ben gedoend te leven,
Waarin geen enkele hoop
meer gloort.
Het leven heeft
mijn droom vermoord.