Ik had best iets willen schrijven op de voering van je jas
Waar je me steeds kan vinden als je zin hebt in een glas
Hoe je langs het muurtje zo binnen kon in huis
De achterdeur stond open, alleen de poes is thuis
Weet je nog hoe ik vertelde hoe pijnlijk het afscheid is
Hoe traag het schip de kaai afvaart, hoe lang het wuiven is
Voordat het schip een stip wordt, dat helemaal verdwijnt
En hoelang je nog zal blijven in de havenkroeg festijn
En toen we afscheid namen, was ik rotsentimenteel
Ik wou voor het laatst met jou naar bed en God, het scheelde echt niet veel
Niemand was die nacht Rozane, zo gek als wij ons twee
Hoe raar het ook mag lijken, het viel allemaal wel mee
Toen zag ik pas dat Prinsenhof de naam was van de straat
De straat waarin je woonde, de straat met jouw gelaat
Ik herinner mij de stoepen en het schoongeveegd trottoir
De bakker met vakantie en daarvoor de voddenkar
En wat er toen gebeurde zal niemand iets vernemen
Het was er koud Rozane, en wij, wij zouden afscheid nemen
Er waren geen Geraniums, geen straatmus was erbij
Ik had zachtjes willen huilen, maar ook dat ging voorbij
Rozane,
Oh, Rozane,...