4.1 Inleiding

In dit hoofdstuk heb ik enkele concrete situaties bekeken. Het zijn courant voorkomende sitaties. Bij elke situatie zit een lijst van planten die zich in deze situatie thuisvoelen.

De lijst is in twee delen opgevat: eerst zijn er de bodembedekkers, daarna volgen de solitairen.

Voor elke situatie heb ik ook zelf een combinatie gemaakt.

In principe kunnen alle planten uit de lijst die dezelfde omstandigheden (grond, licht, vocht,�) perfect met elkaar gecombineerd worden. Er zal steeds een natuurlijk geheel ontstaan.

Dat de lijst wellicht nog voor aanvulling vatbaar is, spreekt voor zich. Zo zijn bijvoorbeeld coniferen niet opgenomen in de lijsten hoewel er wellicht ook soorten bruikbaar zullen zijn voor deze doeleinden. Vooral de lijst van de heesters die als solitair bruikbaar zijn, kan nog heel wat uitgebreider zijn. Dit is zo omdat de meeste heesters wel op een of ander moment extra aantrekkelijk zijn. In de lijst heb ik enkel de heesters opgenomen die uitdrukkelijk aangeraden werden als solitairplant.

Ook belangrijk te vermelden dat alle planten te vinden zijn bij de Vlaamse kwekers.

Verklaring van de gebruikte symbolen:

\ hoogte van de plant: dit is wel een gemiddelde; het kan heel goed gebeuren dat de ene plant wat hoger wordt terwijl een andere nooit deze hoogte bereikt.

D gegevens i.v.m. de bloei van de plant

m gegevens i.v.m. het blad van de plant

 deze plant groeit liefst in de zon

deze plant groeit liefst in halfschaduw

Ž deze plant groeit liefst in de schaduw

_ _ wintergroen: bij de vaste planten is dit wel een relatief begrip; in strenge winters zal de plant veel minder blad behouden. Wintergroene planten zijn aangegeven d.m.v. een witte achtergond.

XXX in de kolom 'Grond':deze plant is niet kritisch qua grondsoort

Hosted by www.Geocities.ws

1