2 Bodembedekkers

2.1 Definitie

Bodembedekkers kunnen zowel heesters als vaste planten zijn. Beiden zijn langlevend, overwegend laagblijvend en breed uitgroeiend en dekken zo de bodem af.

Definitie volgens Mien Ruys:

Onder bodembedekkende beplanting verstaan we soorten die snel een netwerk van wortels en bladeren vormen en uitstoelen en daarmee grote oppervlakten bedekken.

2.2 Bodembedekkers en hun habitus

Er zijn planten met een wortelstok die nieuwe scheuten leveren. Een voorbeeld hiervan: Pachysandra terminalis.
Andere soorten hebben takken of lange uitlopers die gaan wortelen waar ze in contact komen met de grond. Een voorbeeld hiervan: Hedera helix. Nog andere soorten gaan de grond bedekken met hun horizontaal groeiende, echter niet wortelende takken.
Ook planten die een breed uitgroeiende bossige habitus hebben kunnen dienst doen als bodembedekker. Voorbeelden hiervan zijn Symphoricarpus chenaultii 'Hancock' en Alchemilla mollis.

2.3 Enkele beschouwingen

Er valt niet te ontkennen dat een heleboel bodembedekkers er ronduit saai uitzien. Maar er zijn ook soorten met een aantrekkelijk en attractief blad zoals bijvoorbeeld het geslacht Hosta. Nog andere hebben al dan niet uitbundige bloei (geslacht Geranium). Soms volgen op de bloei nog decoratieve vruchten (geslacht Acaena).

Bodembedekkers met een aantrekkelijke herfstkleur zijn ook in het sortiment te vinden (geslacht Stephanandra).

Ook 's winters zijn bepaalde soorten nog aantrekkelijk. Wintergroene soorten zorgen mee voor blijvende structuur in de tuin. 'Echte' groenblijvers vinden we vooral bij de houtige gewassen zoals vb. Cotoneaster dammeri, Pachysandra terminalis,... Wanneer de winter niet al te streng is blijft vb. Geranium macrorrhizum ook grotendeels groen.

Sommige soorten bodembedekkers gaan door hun dichte groeiwijze onkruid geen kans meer geven om er nog tussendoor te groeien. Wel moet er gezegd worden dat er slechts weinig soorten het onkruid echt gaan verstikken; de meeste onderdukken het enkel. Maar wanneer de groep volledig gesloten is zal men zo dus wel wat werk kunnen besparen. Om dit te bereiken moeten we wel zorgvuldig de soort bepalen in functie van de standplaats: een plant die niet op zijn ideale plaats staat, zal nooit optimaal groeien. Ook moet de ondergrond bij het planten volledig onkruidvrij zijn.

Er zijn bodembedekkers voor practisch alle standplaatsen; van de zonnigste plek tot in de diepe schaduw. In heel diepe schaduw kan het bijvoorbeeld een perfect alternatief zijn voor een gazon. Ook is er voor elke grondsoort wel een bodembedekker te vinden die het daar naar zijn zin heeft.

Sommige soorten kunnen op talluds de erosie sterk beperken eens ze goed ingeworteld zijn. Met hun dicht vertakte wortelstel houden ze de bodem vast, zodat deze geen kans tot uitspoelen krijgt.Enkele voorbeelden: Hypericum calycinum, Cotoneaster dammeri, Rubus tricolor, Symphoricarpos chenaultii 'Hancock',...

Bodembedekkers hebben een zeer positief effect op de grond:
- het bodemleven wordt bevorderd
- de grond zal minder snel dichtslempen
- de weersinvloeden hebben veel minder invloed op de bodem

De grote groeikracht van sommige soorten bodembedekkers kan nadelig zijn als de plant op een foute plaats wordt voorzien. Ze groeien zo agressief dat ze in mum van tijd het ganse plantvak innemen en de andere planten gaan verdringen.
Hieruit blijkt dat het van groot belang is dat we rekening houden met de groeikracht van de planten. Wanneer we agressief groeiende soorten enkel in grote vakken gebruiken waar ze ongestoord kunnen uitbreiden, is er geen enkel probleem.
Ook moeten we er op letten dat wanneer we twee of meer bodembedekkers met elkaar combineren, beide soorten min of meer dezelfde groeikracht hebben. Zoniet zal de ene plant wellicht snel verdrongen worden. Zo zal een vb. combinatie van Duchesnea indica met Saxifraga urbium niet zo optimaal zijn aangezien de groeikracht van Duchesnea indica veel groter is dan die van Saxifraga urbium.

Hosted by www.Geocities.ws

1