oostenrijk



WEBQUEST
![]() |
1. INLEIDING |
Beste juffrouwen en meesters,
Beste jongens en meisjes,
Jullie gaan binnenkort op skivakantie naar Oostenrijk. Zoiets vraagt een grondige voorbereiding.
Met de links hieronder kan je snel naar een andere plaats in deze webquest springen.
![]() |
2. OPDRACHT |
Zoek een vriend of een vriendin om mee samen te werken.(alleen werken mag ook, per drie kan als iemand tegen zijn zin zou moeten alleen werken)
Ga op zoek naar informatie over Oostenrijk en kies één aspect van dit land. Maak van dit aspect een werkstuk als aanloop op een spreekbeurt. Hieronder zie je enkele voorstellen. Mag je ook een aspect kiezen dat niet vermeld is ? Zeker ! Nu zou het kunnen dat andere leerlingen van de klas hetzelfde onderwerp willen aanpakken. Vraag aan je leerkracht hulp om deze netelige kwestie op te lossen.
Andere wintersporten dan skiën
Zoek
op internet naar leuke plaatjes i.v.m. je onderwerp. Zorg voor een
persoonlijke diskette. Je plaatjes moet je daarop bewaren.Stel daarmee een
powerpoint-presentatie samen van minimum 10, maximum 20 plaatjes.
Misschien is het nodig om thuis aan je opdracht te werken.
Spreek af met je leerkracht wanneer de opdrachten moeten voltooid zijn.
Nog enkele raadgevingen:
Verdeel het werk evenwichtig onder elkaar.
Teveel materiaal gevonden ? Snoeien maar !
Denk eens na over de presentatie van je spreekbeurt !
Kan je ze misschien opfleuren met een geluidsfragment, een grap, klederdracht, typische voorwerpen, voeding, drank …
Noteer tijdens je opzoekingswerk sleutelwoorden.
Bekijk ook eens deeltje 4 : beoordeling. Dan weet je meteen wat uw leerkracht verwacht.
Die tips zullen van pas komen zowel bij je spreekbeurt als bij je powerpoint-presentatie.
![]() |
3. Andere infobronnen |
Op de volgende internetsites kun je veel informatie en plaatjes vinden over Oostenrijk:
![]() |
4. Beoordeling |
Als
jullie werkstuk klaar is, wordt het door jullie juf of meester beoordeeld.
Lees maar eens in de onderstaande tabel waar allemaal mee rekening zal gehouden
worden.
|
Onderdelen |
Uitstekend |
Goed |
Matig/Onvoldoende |
|
Informatie verzamelen 10 punten |
Jullie hebben verschillende soorten informatiebronnen geraadpleegd. De geraadpleegde bronnen hoorden duidelijk bij jullie opdracht. |
Jullie hebben één soort informatiebron geraadpleegd. Niet alles van die informatiebron kon je gebruiken bij jullie opdracht. |
Veel van de geraadpleegde bronnen waren overbodig of hoorden niet bij de opdracht. |
|
Werkstuk 20 punten |
Jullie werkstuk bevatte de voorgeschreven hoofdstukken die in de juiste volgorde aan bod kwamen. Elk hoofdstuk werd ruim voldoende belicht. Plaatjes en tekeningen worden goed gebruikt zodat alles nog duidelijker wordt. |
Jullie werkstuk bevatte de voorgeschreven hoofdstukken. De volgorde klopte niet overal. De informatie bij sommige hoofdstukken was te beperkt. Er worden te weinig plaatjes en tekeningen gebruikt. |
Jullie werkstuk bevatte niet de voorgeschreven hoofdstukken. Jullie sprongen van de hak op de tak en de informatie klopte vaak niet. Er worden nauwelijks of geen plaatjes en tekeningen gebruikt. |
|
Spreekbeurt 20 punten |
Jullie presentatie bevatte de voorgeschreven hoofdstukken. Elk hoofdstuk werd ruim voldoende belicht. De presentatie was duidelijk en voor iedereen goed te begrijpen. Het spreektempo was goed. Jullie vertelden aan de hand van een schema met sleutelwoorden. Het gebruik van de materialen was goed. |
Jullie presentatie was goed. Sommige hoofdstukken hadden jullie wat uitgebreider kunnen bespreken. Wat verteld werd was duidelijk te volgen. Het spreektempo was meestal goed. Jullie maakten maar weinig gebruik van het schema met sleutelwoorden. Het gebruik van de materialen was voldoende. |
Jullie presentatie was rommelig. Je sprong van de hak op de tak.Wat verteld werd was moeilijk te volgen.Het spreektempo was hakkelend of te vlot. Jullie maakten geen gebruik van een schema met sleutelwoorden. Er werden nauwelijks of geen andere materialen gebruikt. |
|
Taalgebruik 20 punten |
Jullie gebruiken taal die voor andere kinderen goed te begrijpen is. Bij het werkstuk zijn er geen spelfouten en de zinnen en alinea’s kloppen. Jullie gebruiken hoofdletters, punten en komma’s.Bij de spreekbeurt formuleren jullie goed |
Jullie gebruiken taal die meestal voor andere kinderen goed te begrijpen is. Af en toe maak je gebruik van ingewikkelde zinnen of vergeet je stukken van een zin. De spelling is niet altijd correct. Leestekens ontbreken soms. De zinnen zijn niet altijd correct geformuleerd. |
Jullie gebruiken taal die voor andere kinderen veel te moeilijk is of die jullie letterlijk uit een bron hebben overgenomen. Er zijn veel spellingsfouten en slechtlopende zinnen. Jullie gebruiken nauwelijks of geen leestekens. Het formuleren bij de spreekbeurt is matig. |
|
Samenwerking 20 punten |
De
taken waren heel goed verdeeld.Er was goed afgesproken wie wat wanneer
klaar zou hebben, |
De taken konden beter verdeeld zijn. Niet iedereen deed evenveel.De afspraken over wie wat klaar moest hebben, waren onduidelijk. Het overleg had beter gekund. |
Onduidelijk was wie wat zou gaan doen. Er waren geen afspraken gemaakt wanneer iets klaar moest zijn. Overleg was er nauwelijks of jullie konden het maar niet eens worden. |
|
Lay-out
van werkstuk |
De vormgeving is perfect. De verhouding tussen tekst en beeld is goed verdeeld. |
Ziet er aardig uit, maar sommige delen hebben geen plaatjes; andere weer te veel. |
Er staan te weinig / te veel plaatjes in. |
|
Eindscore: |
|
|
80 - 100 |
Je hebt een uitstekende presentatie over Oostenrijk gehouden. Je werkstuk ziet er keurig uit. Ga zo verder! |
|
60 - 80 |
Je hebt al enige ervaring in het maken van een werkstuk over een land.Toch zijn er onderdelen die niet goed uit de verf komen. Let daar een volgende keer op! |
|
0 - 60 |
Je eerste ervaring met het maken van een werkstuk over een land is nog niet zo vlot verlopen.Beschouw dit werkstuk maar als proef en probeer het volgende veel beter uit te voeren. Veel succes hiermee! |
![]() |
5.Afsluiting |
Proficiat! De opdracht hebben jullie met succes uitgevoerd. Jullie weten nu hoe en waar je informatie over een land moet zoeken. Jullie kunnen informatie selecteren die bruikbaar is voor je opdracht. Bovendien kunnen jullie de tekst van je werkstuk en de spreekbeurt zo formuleren, dat je klasgenoten de inhoud goed kunnen begrijpen.
Verder hebben jullie geleerd :
Misschien willen jullie nu ook nog een werkstuk over een ander land maken. Veel succes hiermee !
![]() |
6.Leerkracht |
Deze
webkwestie is ontworpen voor zesde leerjaren die op sneeuwvakantie gaan naar
Oostenrijk.
Zoals reeds bij de afsluiting van het project besproken leren de kinderen
tijdens en door deze webkwestie:
Deze webkwestie is verder exemplarisch bedoeld. Door te werken met een vaste indeling in hoofdstukken kan het geleerde ook toegepast worden bij een werkstuk/spreekbeurt over een ander land.
Mocht U op- of aanmerkingen hebben over deze webkwestie (bijv. links die niet meer kloppen, maar ook suggesties over nieuwe links en andere te gebruiken bronnen), dan houdt de maker zich van harte aanbevolen.
Webquest gemaakt door Paul Thijs
ICT-medewerker lagere scholen KOSH
februari 2003