| XIPHOPHORUS HELLERI OF ZWAARdDRAGER |
| Familie Poeciliidae (levendbarende tandkarpers) Vindplaats Mexico, Guatemala en Honduras Geslachtsonderscheid Zwaarddragers hebben hun naaam te danken aan de onderste verlengde vinstralen die bij de mannelijke vissen het typische 'zwaard' vormen. Daarnaast zijn de mannetjes, evenals alle andere eierlevendbarenden, herkenbaar aan hun gonopodium. Het lichaam van de vrouwtjes is groter en voller en ze hebben een afgeronde staart. Lengte Zwaarddragers worden in het aquarium doorgaans niet langer dan 10 tot 12 centimeter, maar in de natuur zijn er grotere exemplaren gesignaleerd. Huisvesting Zwwarddragers kunnen in een aquarium van ongeveer 60 centimeter lang worden gehouden, maar omdat de mannetjes vrij veel ruimte nodig hebben voor de balts, die het hele jaar door plaatsvindt, is het beter om ze nog meer ruimte te bieden. Om dezelfde reden moet het aquarium niet al te dicht beplant zijn, zodat de vissen voldoende zwemruimte hebben. Sociale eigenschappen Deze vissen stellen zich (enkele uitzonderingen daargelaten) vreedzaam op ten opzichte van andere aquariumbewoners, wat ze uitermate geschikte vissen maakt voor het gezelschapsaquarium. In de meeste gevallen gaan zelfs de mannetjes onderling goed met elkaar om. Aangezien de mannetjes erg actief zijn inhun pogingen te paren, is het aanbevelenswaardig om ze met meerdere vrouwtjes samen te houden. De dieren houden zich in alle waterlagen op, maar hebben een voorkeur voor de bovenste waterlaag. Zwaarddragers zijn erg actief. Temperatuur en watersamenstelling Zwaarddragers stellen niet veel eisen aan de kwaliteit van het water. Zij gedijen prima bij een watertemperatuur rond de 24�C, maar zij planten zich ook voort in water dat enkele graden warmer of kouder is. Voedsel Deze eierlevendbarende vissen zijn echte alleseters en ze gedijen prima op een een goede kwaliteit droogvoer. Algen, vers of in de vorm van gedroogde vlokken, mogen zeker niet ontbreken op het menu. Daarnaast eten ze ook bijzonder graag muggelarven en watervlooien. Zwaarddragers hebben de neiging hun eigen jongen op te eten als deze nog erg klein zijn. Kweek Deze sterke vissen zijn erg productief. Een worp omvat tussen tien en vijftig of meer jonge visjes die al direct voor zichzelf kunnen zorgen. Aangeizen zwaarddragers, maar ook andere aquariumbewoners, deze jonge visjes nog wel eens willen opeten, is het verstandig de jongen in een aparte bak groot te brengen of ervoor te zorgen dat het aquarium voor hen voldoende schuilmogelijkheden biedt, zoals javamos en veel drijfplanten met wortels. De sterkste exemplaren zullen dan probleemloos kunnen overleven. Voor de jonge visjes fijn stofvoer (S. Micron) en zorg ook dat ze voldoende algjes tot hun beschikking hebben. Kweekvormen In de loop van de tijd zijn er veel verschillende kweekvormen van de zwaarddrager ontstaan. De zogenaamde 'groene' zwaarddrager is de stamvorm, waaruit onder meer de rode, zwarte, gevlekte en zelfs geeloranje gekleurde vissen zijn gekweekt.Er zijn ook een bijzondder mooie hoogvinnige ('Simpson') en een langvinnige varieteit bekend. De mannetje van de laatste soort hebben vaak problemen bij het paren. Soms krijgen ze dit niet voor elkaar, omdat niet alleen de buitenste vinstralen van hun staartvin, maar ook het gonopodium (voortplantingsorgaan) sterk verlengd is. De albinovorm is tegenwoordig uiterst zeldzaam geworden. |
![]() |
![]() |
![]() |
| Copyright � All rights reserved. Artikelen, teksten, tekeningen of foto's , geheel of zelfs gedeeltelijk, mogen NIET worden overgenomen ter publikatie zonder toestemming van de webmaster |