| GAMBUSIA AFFINIS HOLBROOKI OF MUSKIETENVISJE |
| Familie Poeciliidae (levendbarende tandkarpers) Vindplaats Zuidelijke denlen van Noord-Amerika, Mexico Geslachtsonderscheid De mannetjes zijn veel kleiner dan de vrouwtjes, ze zijn zwart gevlekt en hebben bovendien een gonopodium. De vrouwtjes zijn vrijwel kleurloos. Lengte De mannetje worden niet groter dan zo'n 3 tot 3,5 centimeter. De vrouwtjes kunnen 6 tot 7 centimeter lang worden. Huisvesting Dit eierlevendbarend visje kan heel goed in een klein tot middelgroot aquarium worden gehouden. De vis stelt weinig eisen. Hij houdt alleen van een dichte en fijnbladige beplanting. Sociale eigenschappen Onder elkaar zijn deze visjes doorgaans vriendelijk, maar ten opzichte van andere vissoorten hebben ze nog al eens agressieve neigingen. E�n mannetje wordt, vanwege zijn actieve paargedrag, doorgaans met twee of drie vrouwtjes samen gehouden. De visjes zwemmen door het hele aquarium, maar hebben een voorkeur voor de bovenste waterlagen. Temperatuur en watersamenstelling 15-30�C. Deze vis is zo sterk en taai dat hij het in water van allerlei uiteenlopende samenstellingen en kwaliteitengoed doet en zich er ook in vorrtplant. Ook de watertemperatuur, of deze nu extreem hoog of laag is, schijnt hem niet te deren. Temperaturen van rond de 20�C zijn echter optimaal. Deze visjes kunnen zelfs enige tijd in water van onder de tien graden de tien graden Celsius en in brakwater overleven. Voedsel De G.affenis is een bijzondere gemakkelijke kostganger. Hij is een veelvraat die probleemloos een leven lang op droogvoer kan worden gehouden (S. Flora/premium tabs). Algen eet hij ook graag. Daarnaast zullen deze visjes het zeker op prijs stellen wanneer u ze regelmatig wat levende rode-muggelarven voert. Kweek Het vrouwtje iq erg productief. Zoals alle eierlevendbarende visjes werpt ze levende jongen die al direct voor zichzelf kunnen instaan. De ouderdieren staan hun kinderen echter zeer naar het leven. Wanneer een drachtig vrouwtje, dat herkenbaar is aan de dikke buik en donkere drachtigheidsvlek net voor de aarsvin, naar een apart bakje met veel fijnbladig groen wordt overgeplaatst geeft dit de beste resultaten. Nadat de jongen zijn geboren, moet de moedervis direct al uitgevangen worden. De jonge visjes laten zich vervolgens goed opkweken met fijn stofvoer. Bijzonderheden Visjes van deze soort doen het erg goed in tuinvijvers en onverwarmde aquaria, mits de temperatuur niet te lang achtereen onder de 12 graden Celsius komen. In dichtbeplante tuinvijvers is de kweek succesvoller dan in succesvoller dan in kleinere aquaria. Net als de Poecilia reticulata (guppy) is ook dit visje in verschillende werelddelen uitgezet om malariamuggen te bestrijden. Het komt dan ook op meer verschillende plaatsen in de natuur voor dan de aangegeven oorspronkelijke vindplaats |
![]() |
![]() |
| Copyright � All rights reserved. Artikelen, teksten, tekeningen of foto's , geheel of zelfs gedeeltelijk, mogen NIET worden overgenomen ter publikatie zonder toestemming van de webmaster |