| Wat is het broeikaseffect precies? Dat is een vraag die iedereen bezighoudt. Om het broeikaseffect te begrijpen moet je eerst weten wat de atmosfeer is. De atmosfeer is de gasvormige schil om de aarde. De atmosfeer bestaat uit verschillende lagen, de hoogste laag is de exosfeer die zit op een hoogte van 500 kilometer. Daar eindigt de atmosfeer in de ruimte. De Troposfeer en de Stratosfeer samen is de atmosfeer waar wij in leven. Die dunne laag is daarom erg belangrijk voor ons, het is van levensbelang. Zonder die atmosfeer zou leven op aarde onmogelijk zijn. Hieronder zijn schematisch de lagen van de atmosfeer weergegeven. De atmosfeer bestaat uit verschillende gassen. Het grootste gedeelte bestaat uit stikstof namelijk 78,2% en zuurstof 20,9%. Voor de overige 0,9% bestaat de atmosfeer uit Argon, Kooldioxide, Neon, Helium, Methaan, Krypton, Lachgas, Waterstof, Xenon en Ozon. Stikstof is nodig voor de opbouw van organismen. Verder is Stikstof het grootste component die de atmosferische luchtdruk bepaald. De luchtmassa zorgt ervoor dat de windsnelheden niet te hoog worden. Lucht is belangrijk voor het vervoeren van gassen en waterdamp. De overige gassen van de atmosfeer zijn ook belangrijk. Ozon houdt de Ultraviolette straling van de zon tegen. Zonder deze bescherming zou er geen leven op de continenten mogelijk zijn. Ozon zit in de Stratosfeer op een hoogte van 50 kilometer. Koolzuurgas houdt de zonnewarmte vast. Als er geen koolzuurgas zou zijn zou de temperatuur op aarde 30 graden lager zijn. Zonder zulke sporegassen zou leven in de huidige vorm niet kunnen bestaan. Het lijkt alsof de atmosfeer speciaal voor ons gemaakt is, maar dat is niet zo. Leven en de atmosfeer zijn verbonden met elkaar in een kringloop. Als er iets verandert in de Atmosfeer be�nvloedt dat ook het leven. Zon verandering in de kringloop gebeurde ook ongeveer 2 miljard jaar geleden. Toen waren de omstandigheden gunstig om in de oceanen leven van een bepaald type te ontwikkelen. 2 miljard jaar geleden was er vrijwel geen zuurstof aanwezig in de oceanen. Zuurstof was voor die levensvormen die toen leefden giftig en omdat de oceaan geen zuurstof bevatte konden die levensvormen zich goed aanpassen aan het klimaat. De organismen scheidden zuurstof uit wat kwam door de chemische samenstelling van de organismen. Eerst werd de zuurstof op geringe schaal geproduceerd. Maar later, toen de organismen in aantal toenamen, werd er steeds meer zuurstof geproduceerd. 1 miljard jaar geleden was het gehalte aan zuurstof in de atmosfeer nog maar 1 procent. Maar vervolgens trad er een versterkend effect op in de zuurstof vorming. Hoog in de atmosfeer ontstond uit de zuurstof, een nieuw gas Ozon(O3). De ozon hield de schadelijke UV stralen van de zon tegen, en de continenten werden leefbaar. Op de continenten ontstonden planten die nog meer zuurstof gingen produceren en daardoor kwam er nog meer Ozon in de atmosfeer. Zo ontstond de atmosfeer zoals we die nu nog kennen. Zon chemische milieu ramp van die omvang heeft daarna nooit meer plaats gevonden. Er zijn lange perioden geweest waarin de atmosfeer gelijk bleef en goed aangepaste organismen zich konden ontwikkelen, maar het klimaat is erg wankel. Processen kunnen makkelijk gestoord worden. Als zulke processen het begeven kunnen hele soorten organismen uitsterven. Als 1 soort uitsterft heeft dat gevolgen voor de voedselketen, dus ook op soorten die hoger of lager in de voedselketen staan. Doordat de ene soort uitsterft krijgen andere soorten weer nieuwe kansen. Meestal was er een directe aanwijzing voor klimaatsveranderingen, zoals een meteoriet inslag. Maar soms gebeurde het zonder een duidelijke aanwijzing. Veel van die klimaatsveranderingen ontstonden doordat de aardas in die tijd anders stond. Als die verandert dan schuiven de pool cirkels op en de stand van de evenaar verandert. Dat had een gigantisch effect op het leven op aarde. Al die veranderingen hadden allemaal natuurlijke oorzaken. Het was nooit zo dat het klimaat veranderde door een bepaald organisme. Maar het versterkte broeikaseffect ontstaat echter door de mens en niet door een natuurlijke oorzaak. De mens scheidt niet alleen natuurlijke stoffen uit, maar de mens scheidt ook onnatuurlijke stoffen uit, zoals fossiele brandstoffen. Deze brandstoffen zijn misschien wel door de natuur gemaakt, maar te veel van deze stoffen in de atmosfeer is niet goed; het kan de groei van de mens beperken. Op plaatsen waar de grens van onleefbaarheid wordt bereikt, stopt de groei. Op dit punt ontstaat het milieu probleem. De mens zit overal op de aardbol en scheidt zoveel stoffen uit dat het klimaat erdoor kan worden be�nvloed. Dit kan negatieve gevolgen hebben, maar ook positieve gevolgen. C.dd k nt, Nawras. copyrights: krammetje en Tiger productions inc. Home Oorzaken |