Tube de France II: De ritverslagen
1e rit: Luz St
Sauveur - Luz-Ardiden
Het Verloop: We fietsten in totaal 60 km, waarvan 14,7 km in wedstrijd: de zuidelijke beklimming van Luz-Ardiden. Deze klim is wisselend maar nooit makkelijk, schommelt in de laatste 12 km voortdurend tussen 6 en 10 %. Maximale stijgingsgraad: 12,8% gedurende 300 m net na Grust. De Historie: Luz-Ardiden is sinds 1985 regelmatig slotklim van een etappe in de tour. De beklimming kroonde steeds grote winnaars: Pedro Delgado (1985), Miguel Indurain (1990), Richard Virenque (1994), Roberto Laiseka (2001) en Lance Armstrong (2003). In 2003 vond de meest dramatische beklimming van Luz-Ardiden plaats: hier had Jan Ullrich, die eerder die dag al op de Tourmalet in de aanval was gegaan, de Tour moeten winnen. Armstrong bleef immers aan een toeschouwer haken en ging tegen de grond. Maar Ullrich bleef wachten, Armstrong kwam terug, won de etappe en vervolgens ook de Tour. |
Het Verslag: Luz-Ardiden ofte "We zijn
Goden in het diepst van onze gedachten" (W. Kloos) Hoofddoel van deze rit was eens te kijken wie goed was en wie niet en zien wie de eerste voorsprong zou kunnen nemen. Er werd eerst gezamenlijk tot in Luz St Sauveur gepeddeld. Daar ging het echte wedstrijdgedeelte direct bruusk van start. Bart gaf zo fel van jetje dat het niet anders kon dan dat er slachtoffers zouden vallen. Had Bart niet beloofd dit jaar eindelijk zijn Poulidor-status te ontgroeien? Het spreekwoordelijke spel zat meteen op de spreekwoordelijke wagen, we waren begonnen! De eerste (relatief gemakkelijke) 2 km werden afgehaspeld aan een slordige 20 km/u en dat eiste bij het verhoogde stijgingspercentage verderop zijn slachtoffers. De kopgroep, bestaande uit Bart, Sander, Carl en Johan, viel na een tijdje uit elkaar zodat enkel Bart en Sander zichzelf nog konden volgen. Johan moest als eerste de rol lossen en werd uitgeput opgeraapt en achtergelaten door Kim en Hans die als lepe vossen hun eigen tempo waren blijven rijden en zo een onbewaakt kippenhok aantroffen. Ook een teleurstellende Carl, toch 1 der favorieten, werd nog gepasseerd door Kim. Carl wist iets verderop wel Hans buitenspel te zetten door verkeerd te rijden zonder dat aan Hans -die hem in zijn toen nog weinig scherpgesteld vizier had- te zeggen. Iets lager reed Eddy bij Pieter weg, die op zijn beurt in extremis nog voor Nico aankwam. Deze laatste kwam er dan weer eerlijk gezegd een pak frisser voor, maar hij is dan ook niet de man om sneller te gaan rijden als hij ziet dat er vlak achter hem de twee schaars geklede nimfen Pia en Melissa zitten. De grootste klop met de hamer was er voor Pascal, die gezien zijn uitstekende vormpeil had gedacht Luz-Ardiden eventjes zonder ontbijt te doen, en vervolgens enkele bergbeken diende leeg te drinken om uberhaupt de rit te kunnen uitrijden, hetgeen hem later die week nog enige interessante maagstoornissen opleverde. Intussen vochten Bart en Sander om de overwinning, een gevecht dat door een scherpe demarrage van Sander op 5 kilometer van de top in zijn voordeel werd beslist. Sander ging ijzersterk door en wist nog ettelijke minuten op Bart te nemen, een duidelijke poging om zijn concurrenten meteen een forse coup de moral toe te dienen. Kortom, de tenoren waren op de voorgrond getreden en bleken niet bereid elkaar ook maar iets te gunnen terwijl ook op het tweede plan een mooie strijd kon gevoerd worden... |
2e rit:
Argelès-Gazost - Col de Spandelles Het Verloop: Een primeur voor de Platte Tube: twee cols (beide van eerste categorie) op 1 dag. De totale afstand was 57 kilometer, waarvan 45 km in wedstrijd. De eindmeet lag op de top van de Spandelles. De eerste col van de dag is de Soulor, niet zo steil (gemiddeld 5 %) maar vooral lang (19,3 km). De beklimming begint meteen in Argelès-Gazost. De eerste 4 kilometer tot Arras zijn meteen pittig, tussen 6 en 8%. Dan volgen 4 kilometers met stijgingspercentages rond 4% en nog eens 4 vrijwel vlakke kilometers. Na 12 kilometer, in Arrens, begint het echte klimmen weer. Via diverse haarspeldbochten word je naar de top van de Soulor geleid en in dit deel komen stijgingspercentages voor tussen 7 en 9%, met maximaal een strook van 10,2% in de laatste kilometer. Na de afdaling van de Soulor draaien we in Etchartes rechts de Spandelles op. In tegenstelling tot de Soulor is dit een korte (10 km) maar serieus steile (gemiddeld 8,4%) klim. Vooral de eerste kilometers zijn erg zwaar met talrijke stroken boven de 11%. Maximale stijgingsgraad: 14,8% gedurende 200 m na 5 kilometer. De Historie: De Spandelles is een kleine col die nauwelijks bekend is. Qua landschap is dit een prachtige en erg rustige col, het "laatste geheim van de Pyreneeën". De eveneens mooie Soulor is vooral bekend als onderdeel van de beklimming van de legendarische Aubisque. De Aubisque maakte deel uit van de eerste grote bergetappe in de geschiedenis van de Tour, in 1910. Het was op de flanken van de Aubisque dat de latere winnaar Octave Lapize de koersdirecteuren de historische woorden toebeet: "Vous êtes des assassins!". Hiermee gaf hij het startsein tot de rijke traditie van opstandigheid van wielrenners tegen de tourorganisatie |
Het Verslag: Soulor / Spandelles alias "Mais c'est un monstre !" (Vettige Swa) Omdat de moeilijkheidsgraad van de koninginnerit, aangekondigd door bovenstaand commentaar van de buur van Pieter over de Spandelles, velen zorgen baarde, zaten we met een A- en B-koers, waarbij het B-team het hield op de Soulor single. Bij het A-team kende de dubbelslag met enkelvoudige afdaling en dubbele flikflak van een enkeling, een tumultueus begin waarbij Hans direct op achtervolgen was aangewezen, Johan in de aanval ging (jawel u leest goed, Johan of all people) en het maar bleef regenen. Ook nu werd Johan uiteindelijk ingehaald: eerst door de kopgroep halverwege de Soulor (hoewel hij de perfecte haas had in een GSM'ende jogger), waarna hij om zijn verlies te beperken iets te veel risico's nam in de afdaling en slipte over een gulle donatie van het plaatselijk vee om in de volgende gift tot stilstand te komen. Na deze korte sanitaire stop reed hij gehavend maar dapper verder, binnensmonds 'la vache qui chie' vervloekend, maar ook nu zou hij weer halverwege de Spandelles worden ingehaald door een uitstekend rijdende Hans. Deze wees hem zelfs op een prachtig tafereel dat meer poëtische zielen als allegorisch zouden omschrijven: twee ezels op een berg. Meanwhile, back in the jungle... Vooraan had Bart moeten lossen in de beklimming van de Soulor, maar behalve de Poulidor ook de Paolo Savoldelli van de Platte Tube zijnde, haalde hij zijn achterstand vlot in tijdens de afdaling, zodat hij als eerste aan de Spandelles begon. Sander verloor zijn tijd met allerlei gefrul aan zijn windjack en lag slechts op de vierde plaats. Hier was een stunt in de maak! Onze Poulidor werd een Anquetil!? ...Nee hoor, Poulidor kreeg op de Spandelles met mechanische pech af te rekenen zodat hij knarsetandend Carl en Sander voor moest laten gaan. Maar had hij ooit wel een kans gehad tegen een ontketende Sander, die in de eerste, loodzware, kilometers van de Spandelles in een razende rush van de vierde naar de eerste plaats jumpte? Wat een aanval, achteraf bezien wellicht het meest indrukwekkende en bepalende moment uit deze Tube de France. Kim reed inmiddels verstandig maar weinig ambitieus omhoog, en verzekerde zo zijn vierde plaats. In de allerlaatste kilometers werd het opnieuw retespannend toen Sander tot zijn verbijstering een uitgeputte maar o-zo-bloeddorstige Carl uit de achtergrond zag naderen. Met een uiterste krachtinspanning wist hij Carls aanval af te slaan, maar had daarbij zo diep in de buidel moeten tasten dat zijn vingers er fameus van stonken. In het B-team was de strijd niet minder fel waarbij vooral Nico en Pieter met als ninjasterren geslepen kamwielen tegenover elkaar stonden. Ook deze keer trok Pieter aan het langste eind maar hij moest achteraf zijn inspanning bekopen met een levercrisis en een melkzuuraanval van het zuivelste soort, misschien wel opgewekt door zijn schapenbloedkuur in Alsemberg. Tel brille au second rang qui s'eclipse au premier.. |
3e rit: Luz St
Sauveur - Col du Tourmalet
Het Verloop: Het letterlijke hoogtepunt van deze editie van de Tube de France was deze legendarische col buiten categorie, de Tourmalet. We fietsen 76 km vandaag, waarvan slechts 18 km wedstrijd. Deze zijde staat bekend als de 'makkelijkste' kant van de Tourmalet, maar vergt toch een langdurige, volgehouden inspanning. Een gelijkmatige col die gaandeweg steeds ietsje steiler wordt. Slechts 2 wat minder moeilijke stukken: na bijna 4 kilometer en na 9 kilometer. De laatste 11 kilometer vanaf Barèges slingeren zich in haarspeldbochten door de bergweiden, hier heb je ook een prachtig uitzicht op de bergtoppen boven je en de vallei onder je. De zware laatste kilometer is berucht, bovendien zit je hier hoger dan 2000 meter. Maximale stijgingsgraad: 11,2% gedurende 300 m in de laatste kilometer. |
De Historie: Met de Ventoux en de
Galibier vormt de Tourmalet de top-3 van meest
legendarische en gevreesde cols uit de Tour de France.
Hij is de meest beklommen berg uit de tourgeschiedenis.
Zelden is hij de slotklim, maar altijd bepalend. Hier kan
een goede klimmer echt het verschil maken. Bijnaam van de
Tourmalet is dan ook De Scherprechter. Bartali,
Bahamontes, Van Impe, alle grote klimmers schitterden
hier. Hier begon Merckcx in 1969 zijn legendarische
vlucht die hem de bijnaam De Kannibaal zou opleveren. En
in 1990 kreeg Breukink in de laatste 3 kilometer van de
Tourmalet de inzinking die hem de tourzege zou kosten. Het Verslag: Zeg niet: "Tourmalet" maar wel "Donnerwetter paraplu!" (Johann Strauss) De beklimming van deze legende kende een weinig incidentrijk verloop, maar enkel en alleen omdat deze klim an sich zoveel te beiden heeft, dat het echt niet meer hoeft te zijn. Iedereen was achteraf vol lof over de klim, het uitzicht, het verval, de percentjes en het verloop zodat deze rit waarschijnlijk wel het hoogtepunt was, zeker de filosofie van de PT indachtig. Als de berg niet naar Mozes komt, betekent dat misschien dat hij liever met Bakoenin keuvelt. De Platte Tube is hier thuis. Een supergemotiveerde Bart zette zich van bij de start op kop en stoof in een onmenselijke vaart omhoog. Iedereen werd er zonder pardon afgereden door onze geweldenaar uit Kraainem, ook een (niet helemaal gerecupereerde?) Sander, die in de laatste kilometer nog eventjes leek terug te komen maar het dan toch maar voor bekeken hield. Bart kon op deze heilige grond zijn meest belangrijke ritwinst tot nog toe boeken, met als eervolle tweede Sander. Daarna kwamen Carl, die definitief zijn aanspraken op een hoge ereplaats moest opbergen, en Kim. Voor de eerste maal leek Johan zijn oude zelf en kon hij Hans nog afhouden (wat dan weer pretlichtjes veroorzaakte bij de tegen dan herrezen doch lekgeprikte Pieter, de killer-bee indachtig). Eddy geraakte vlot boven en Nico, tja Nico, die is er eigenlijk ook wel opgeraakt... |
4e rit:
Argelès-Gazost - Hautacam (+KBE)
Het Verloop: De afsluitende rit is een klimtijdrit naar Hautacam, col buiten categorie. Indien nodig (en wenselijk) is er daarna een killer bonus etappe van 1,5 kilometer naar de Col de Tramassel, waarmee de winnaar 2 bonuspunten kan verdienen. We fietsten zo'n 35 km, waarvan 15 (of 16,5) wedstrijdkilometers. Fikse klim met vooral in het midden enkele zeer steile kilometers. Door het voortdurend wisselende stijgingspercentage raak je nooit in cadans. Tot kilometer 11 is dit gewoon een beest van een berg. Als je in de bergweiden zit en een prachtig uitzicht hebt over de vallei, wordt het gelukkig iets makkelijker. Op de grote parkeerplaats van het skistation eindigt de tijdrit. Van daar gaat het nog iets meer dan een kilometer omhoog naar de Col de Tramassel, met aanvankelijk 8% en vervolgens 5,5% uitermate geschikt voor een sprint bergop. Maximale stijgingsgraad: 12,4% gedurende 200 m, vlak na het dorpje Artalens. |
De Historie: In 1994 werd deze
pittige slotklim voor het eerst opgenomen in de Tour. Luc
Leblanc won toen de spannende etappe. In 2000 blies
Armstrong hier al zijn tegenstanders finaal naar huis in
een indrukwekkende jacht op Javier Otxoa. Maar het meest
is Hautacam bekend door de manier waarop Bjarne Riis zich
hier in 1996 even liet uitzakken in de kopgroep, Indurain
recht in de ogen keek, en vervolgens met 4 opeenvolgende
demarrages een einde maakte aan diens carrière. Het Verslag: De klimtijdrit naar Hautacam "Vous avez la montre, nous, nous avons le temps" (Congolees gezegde) De kers op de taart: dit is een zeer aangename klim met moeilijke en makkelijke stukken in een prachtig decor en goede wegen. Van de rit onthouden we vooral de perfecte logistieke steun bestaande uit een koersfotograaf, neutrale volgwagens en professionele begeleiding, en met als letterlijk hoogtepunt een op de top geinstalleerde, als Pia vermomde brulboei die verkeerd rijden enkel voor doven mogelijk maakte en iedereen (ook bij het eerste deel van de klim waarbij ze als volleerde harpij rond de renners zwerkte) naar de top schreeuwde, waarvoor dank. Tevens kunnen we ook melden dat na Pieters schapen en Johans koe, nu ook Hans een aartsvijand in de bergen wonen heeft, in de vorm van een kreupele afgedankte herdershond die juist op het steilste stuk van de klim het begrip "kuitenbijter" iets te letterlijk opnam. Dit had echter wel als positief gevolg dat Johan en Hans (die niet toevallig een tent deelden en zo wel het een en ander van elkaar af wisten...), ondanks het feit dat ze gelijk stonden, elkaars lijden des te beter konden inschatten en harmonieus (anderen zouden zeggen: lafhartig) beslisten Pieter de killer bonus niet te gunnen. Verder wist Sander een verdienstelijke Carl af te houden en zijn welverdiende eindoverwinning zeker te stellen en presteerden Bart, Kim, Eddy en Nico naar behoren. Maar veruit de beste prestatie van de dag werd geleverd door de benjamin van het peloton, Aaron (10 jaar), die met verbluffend gemak de laatste vijf kilometer van de klim voor zijn rekening nam, waarvoor hij in feite de dagprijs verdiende. De Platte Tube feliciteert alle deelnemers en wenst ze met het oog op de editie van volgend jaar te zeggen: "Unser Kopf ist rund, damit das Denken die Richtung wechslen kann" (F. Picabia) |