Carl

Carl trad in het begin van 2002 toe tot de Platte Tube. In de loop van het jaar daarvoor had hij reeds enkele aarzelende passen richting wielrennen en Platte Tube gezet, in ritten in de Ardennen, Nederland en de Druivenstreek. Die ritjes werden vooral gekenmerkt door hevig gekraak ter hoogte van het versnellingsapparaat van zijn geleende koersvelo, meestal gevolgd door enkele stevige Antwerpse vloeken. Gelukkig deed zijn inschrijving voor de Tube de France 2002 hem uiteindelijk beslissen om zich naast surfplank en mountainbike ook een racefiets toe te eigenen, en was hij meteen klaar voor het lidmaatschap.
De rijstijl van Carl draagt de kenmerken van een krachtdadige, bijna obsessieve werker. Voor tactische spelletjes haalt hij zijn neus op, hij rijdt, strijdt en triomfeert of gaat ten onder. Ongetwijfeld is het daarom dat hij een zwak heeft voor Ludo Dierckxens, al doen zijn steeds indrukwekkender wordende prestaties vermoeden dat hij zich eerder aan de Kannibaal begint te spiegelen. Een open vraag is vooralsnog of en hoe zijn val in het ravijn naast de Col du Telegraphe zijn dalerskwaliteiten heeft aangetast.
Sterke punten: beresterke conditie, wilskracht
Zwakke punten: niet erg stuurvast in afdalingen